Kanker

Tags

,

Het is hier een vredig dorp. Een kerk, een café, twee kleine supermarktjes en twee bakkers. Weinig mensen wonen hier en echt welvarend is het hier nooit geworden. Gewoon een dorp in de Var.

Er zijn ook wat restaurants. Lekker eten zonder al te veel ambitie in de kookkunst. Maar altijd goed. In een ervan komen we vaak. De pizza’s zijn knapperig, flinterdun en heerlijk. Gebakken in een mooie net aangelegde houtoven, de trots van de eigenaar. Al jaren komen we over de vloer en als ik reserveer zegt de vrouw des huizes ‘monsieur Diek’ tegen me. Bij binnenkomst vele zoenen over en weer en dan lekker eten.

Deze week liep dat anders. Zij kwam direct naar ons toe, kussen op wangen en toen we vroegen hoe het ging was het antwoord “ça va”,  met een kleine berustende glimlach. Wat blijkt? Haar man, die ik inmiddels ook alweer 14 jaar ken, heeft kanker. In zijn nek. Hij is, schat ik in, iets jonger dan ikzelf ben. Begin vijftig. Hij was er dan ook niet. Zijn zoon stond achter de oven, zijn vrouw in de keuken en zijn dochter in de bediening.

Later op de avond kwam hij nog even langs en ik sprak met hem over zijn gezondheid. Ook bij hem een nuchter soort gelatenheid. En ook de ongerustheid in zijn ogen. Niet weten wat er gaat komen. Wel weten dat hij de komende zes weken chemokuur heeft en dat ondergaan. Met een welbekende Franse zucht maakte hij duidelijk dat het is zoals het is. Je kunt niet anders.

Kanker.

Teveel familie en vrienden heb ik er al aan verloren. Steeds de eerste mededeling en de shock daarna. De manier waarop mensen hun leven toch oppakken. De een gaat vechten, de ander geeft zich over. Mijn moedertje stond doodsangsten uit. Zij noemde het een sluipmoordenaar in haar lichaam.

Door een etentje in het zuiden van Frankrijk komt het weer dichtbij. Ik hoop voor hem en zijn gezin dat het allemaal meevalt. Dat wij nog lang van zijn pizza’s mogen genieten en van hem.

Het leven hángt niet aan een zijden draadje. Het leven ís een zijden draadje. Leef met volle teugen.

De kruidentuintjes van de SS

Tags

, ,

Het Nationaal Bevrijdingsmuseum opent op 13 oktober een tentoonstelling met de titel “De SS: Veelzijdig Extremisme”. Een historicus van het museum, geboren rond 1990 schat ik zo, vertelt: “Veel mensen weten niet dat de SS ook archeologische expedities naar o.a. Tibet organiseerde, kruidentuinen aanlegde in concentratiekampen en dat de Waffen-SS één van de meest multiculturele organisaties op aarde was. Tijdens de oorlog was het meerendeel dat diende niet Duits. Dat is wat in de opvattingen niet wordt meegenomen.”

Goh. Het is toch niet waar.

De SS heeft miljoenen Joden, zigeuners, homo’s, verzetsstrijders en wie al niet meer systematisch vermoord in hun prachtig aangelegde kampen mét kruidentuintjes. Vanaf september 1939 heeft zij Polen en een heel groot deel van de Sovjet Unie platgebrand en hele dorpen met de grond gelijk gemaakt. Inwoners in kerken bij elkaar gedreven en daarna de boel in brand gestoken. Foto’s daarvan gemaakt waar zij lachend op staan.

Als een historicus vindt dat dit een wel heel erg eenzijdig beeld is van die SS dan mag hij terug naar de schoolbanken. Dit is het meest relevante beeld van de SS. Dat zij kruidentuintjes aanlegden, zachte inlegzolen droegen in hun laarzen, een huisdier hadden waar zij van hielden: het zij zo. Het is irrelevant. Volstrekt.

Ieder die hier iets anders aan toe wil voegen is óf oliedom óf te kwader trouw. Andere keuzen zijn er niet. Helaas voor jou, beste historicus, vrees ik dat het bij jou het eerste het geval is. In deze tijd van Umwertung aller Werte lijkt alles te moeten kunnen. Dit niet. Dat het Bevrijdingsmuseum dit doet vind ik beschamend. In het algemeen en in het bijzonder voor mijn vader. Zijn rug is tot pulp geslagen door Josef Kotälla. Een fijnbesnaarde SS’er die, in het prachtig aangelegde met Tibetaanse kruidentuintjes beklede PDA Amersfoort, regelmatig losging op, onder vele anderen, Ben Koopman. Dát is de SS. De misdadigersbende die van mijn vader een zwijgende man heeft gemaakt. Verder niets.

Schaam jullie.

Het partijkartel

Tags

, , ,

De tel ben ik kwijt, maar het aantal dagen dat de formatie duurt is hoog. Heel hoog. Gevestigde partijen met decennia ervaring in ’s lands bestuur, die er niet uitkomen. Partijen ook die alle achterkamertjes van Den Haag en omstreken al vele malen hebben mogen bezoeken. Partijen die volgens sommigen deel uitmaken van het partijkartel.

Zou het?

Is het nou werkelijk zo dat partijen die zo ingebed zijn in dat partijkartel er zo lang over moeten doen om tot een akkoord te komen. Of is het een bewijs dat er van een kartel geen sprake is? Dat iedere partij gewoon macht wil organiseren op de punten die hij van belang vindt. En dat die partijen water bij sommige wijn doen om belangrijke punten binnen te halen?

Baudet doet me denken aan een nieuwe buurjongen in de straat die de anderen -die er al jaren wonen- ervan beticht hem buiten te sluiten. Een vriendjeskartel te hebben en elkaar letterlijk en figuurlijk de bal toespelen. Zo’n jongetje dat niet gewend is in de spiegel te kijken en na te denken over zichzelf als oorzaak van die buitensluiting. Beetje verwend en vooral jaloers.

Het partijkartel bestaat niet in die zin. Er bestaat wel iets anders dat ook nog eens te verklaren is.

Er is in Den Haag, maar ook op Provinciaal en Gemeentelijk niveau sprake van een groep mensen die alle ins & outs kennen van het politieke bedrijf. Er is inderdaad een politieke elite, waar Baudet overigens deel van uit is gaan maken, die weet hoe en met wie je een land bestuurt. Een elite die dat beter kan dan alle anderen die het niet kunnen. Zoals de elite van voetballers beter kunnen voetballen dan de rest. Daar zijn ze voor ingehuurd en daar worden ze voor gekozen. Eens in de zoveel jaar kiezen wij een Tweede Kamer met mensen die worden geacht goed op te komen voor onze belangen. En als ze dat niet doen dan stem je de volgende keer wat anders. Het bedrijven van die politiek hebben we gedelegeerd aan hen die er goed in moeten zijn. Dat is geen kartel, dat is een groep specialisten.

Daar kun je natuurlijk kritiek op hebben. Op hun plannen, de uitkomsten van een debat, de compromissen, het doen van beloften en die gewoonweg niet nakomen (“Met de VVD blijft de hypotheekrenteaftrek overeind!”), soms op hun dédain voor de burger et cetera. Sterker nog, die elite zit er namens jou en mij en dus moet men kritisch gevolgd worden. Daarom is er een sterke pers nodig met goede journalistiek, we hebben de media waarin we hen kunnen volgen, we kunnen lid worden van een partij, we hebben social media die directe info geven. Kortom: er is sprake van een groot scala aan middelen om de politiek te volgen. En na vier jaar kun je weer gaan stemmen en laten weten wat je ervan vindt.

Dit systeem is niet perfect maar toon mij een beter systeem en ik zal erover na gaan denken. Toon mij een systeem waar rust heerst en chaos uitblijft, waar politiek saai is en vooral niet opwindend. Waar mensen die weten hoe je de dingen doet proberen met elkaar een land te besturen zodat dat land er over honderd jaar nog steeds is. Waar men rekening houdt met elkaar. Waar geen echte armoede is, geen oorlog, geen schaarste van primaire middelen. Waar je gewoon kunt gaan stemmen. Ik denk dat alle voorbeelden in het westen zijn. En dat alle voorbeelden een vorm van vertegenwoordiging kennen via verkiezingen die in rust verlopen.

Ik kan wel tien dingen bedenken waardoor onze parlementaire democratie beter kan. Ik weet ook dat je niet moet experimenteren met de besturing van een land. Want de beschaving en rust vormen slechts een dun laagje, en daaronder borrelt het altijd. Dus veranderen doe je met heel kleine stapjes. Evolutie en geen revolutie. Met uitleg en overleg. Met begrip voor elkaars standpunten. Met luisteren en nooit met grote woorden en framing van je tegenstanders. Met blik op de gemeenschappelijke toekomst en niet met een wee soort nostalgie. Met rechte rug en een open geest. Met het recht van praten en de plicht tot denken. Met de kans je zin niet te krijgen en toch gewoon door te gaan. Uit karakter.

Democratie is niet voor angstige mensen.

Schaamteloos optimisme

Web

De wereld zoals die is, komt voort uit het brein van mensen. Alles wat we zien, al het werkelijke, is ooit ontsproten aan een idee van een mens. Dat betekent dat de werkelijkheid begint met denken over die werkelijkheid. Ook bij alles wat er al is is de betekenis die we daaraan geven ons eigen werk. Mensen bouwen hun eigen leven maar doen dat met bouwstenen die er al zijn, zoals een groot man ooit zei.

Dus als mensen als Buma een toespraak houden over de ondergang van het avondland is het oppassen geblazen. Natuurlijk, de toespraak klinkt als een doorwrocht betoog van een belezen man. Hier en daar wat namen noemen, de bijbel erbij halen en hop, voor je het weet zijn mensen diep onder de indruk.

Maar wat een treurnis die uit zijn woorden opstijgt. Hier spreekt een mens die vol angst naar de toekomst kijkt. Niet alleen naar de toekomst overigens, maar ook naar het nu. Al die vreemde mensen die ons land overspoelen en als die zielige echte Nederlanders! Al die Nederlanders die zo enorm veel met elkaar gemeen hebben en dat vervolgens op moeten offeren aan vreemdelingen die qua cultuur nog niet in onze schaduw kunnen staan. Zijn toespraak ademt heimwee naar de jaren vijftig. Naar een wereld die er nooit is geweest. Het King pepermuntje onder de tong, de vrees voor het oordeel van de Heere Heere in het hart. De betekenis die hij geeft aan wat hij ziet is er een van waakzaam zijn, heimwee hebben, verlangen naar ooit. Naar de wereld van Cornelis Jetses en Anton Pieck.

Totaal anders kan het ook. Gewoon schaamteloos optimistisch zijn. Dat ben ik.

Mijn optimisme zit in het feit dat ik dus in mijn hoofd alles kan laten beginnen. En dat dat niet alleen voor mij zo is, maar voor iedereen. De auto waarin ik rij, de kleren die ik draag, de kinderen die ik heb, de boeken die ik lees, de pan waarin ik kook, de Tweede Kamer waarvoor ik ga stemmen: alles is ooit als idee begonnen. En omdat dat zo is kan ik vanuit mijn ideeën alles laten beginnen. De keuze is simpel: een positief idee staat aan het begin van wat moois, een negatief idee staat aan het begin van iets slechts.

Optimistisch ben ik over de fundamentele maakbaarheid van het leven en de wereld. Als Buma dus zijn lezing uitspreekt over een restauratie van een wereld die er nooit is geweest, hoogstens in zijn milieu, dan kan dat idee het begin zijn van een beweging terug in de geschiedenis. Dat heimwee leidt er nu toe dat we het Wilhelmus moeten gaan zingen op school. Daar word ik dan weer niet blij van.

Wat dan wel?

Allereerst moeten we de wereld omarmen zoals die is: open, kosmopolitisch, volop in beweging, multicultureel, interessant, vol van rampspoed en ellende, potentieel bedreigd op alle fronten, vol liefde, vol haat, vol onverschilligheid et cetera. Zie deze wereld aan met een zekere gelatenheid: hij is er en gaat niet meer weg.

Bedenk vervolgens hoe het beter kan worden, voortbouwend op wat er is. Kapitalisme zonder schadelijke restproducten (letterlijk én figuurlijk), vluchtelingenopvang die én menselijk én hard is, verdeling van welvaart die recht doet aan de harde werkers en aan hen die niet kunnen, multiculturalisme in een Nederlandse context, openheid naar de hele wereld zonder protectionisme of locale sentimenten, een mooi Europa. Zie die toekomst met vertrouwen tegemoet: immers, het is ook jouw toekomst en je bent er zelf bij. Wees opbouwend en nooit destructief. Wees aardig voor anderen en nooit bitter of verzuurd. En leef daar naar. Wat gij wilt dat u geschiedt, doe dat vooral een ander.

In iedere zin die ik hier schrijf zit een heel programma verborgen, want hoe ziet dat er dan allemaal uit? Terechte vragen. Maar ook die vragen beginnen met het positief bevragen en niet met de overtuiging dat het toch nooit gaat lukken.

Alleen zo kunnen we uit de spiraal komen waar Europa soms in lijkt te zitten. Een spiraal van ongenoegen en ressentiment, van niet meer naar elkaar luisteren en elkaar verketteren, van wij-zij denken. En ik weet ook wel dat het een minderheid is die zo negatief in de wereld staat, kijk maar naar de verkiezingsuitslag in Duitsland. Maar ook de mensen die op de AfD of PVV hebben gestemd willen uiteindelijk ook gewoon een lekker en beter leven. Dat betere leven begint echter nooit met haat in het eigen brein. Haat denken is haat maken.

Peter Gabriel zong het al in de beginwoorden van zijn nummer Mercy Street:

looking down on empty streets/all she can see/are the dreams all made solid/ are the dreams all made real. All of the buildings/all of those cars/were once just a dream/in somebody’s head.

Schaamteloos optimisme is een plicht.

Waarom kook ik?

Tags

, , , , ,

Toen ik jong was zag ik op tv een film met Jean Gabin in de hoofdrol. Hij zat in de gevangenis en kreeg te eten. Hij had tomatensoep besteld. Het bord werd voor hem neergezet, hij goot er een slok rode wijn in, brak stukken af van zijn baguette en gooide ook die stukken in de soep en begon te eten. Met smaak. Dat wilde ik ook.

De volgende dag maakte ik tomatensoep en at dat voor de buis met stukken brood erin. Geen wijn. Thuis dronk ons gezin nooit wijn. Ik zal een jaar of veertien zijn geweest. Ik wist vanaf dat moment dat je alles kunt maken wat je wilt in de keuken en dat dat betekenisvol is. En ik voelde me een beetje Jean Gabin.

Ik ben toen begonnen met koken en ik ben nooit meer gestopt. Vrijwel iedere dag kook ik. Voor mijn gezin, voor vrienden, voor mezelf. Iedere dag denk ik ’s morgens al na over het eten van die avond. Welke keuken wordt het, Frans, Italiaans, Koreaans? Vlees? Welke groenten? En iedere dag weer doe ik dit allemaal met plezier.

Ik verzamel kookboeken. Ik heb er een paar honderd. Van mijn culinaire held Joël Robuchon, mijn favoriete kookschrijver Nigel Slater tot aan obscure boekjes als ‘Het kookboek van mevrouw Maigret’ (Maigret is ooit geweldig gespeeld door Jean Gabin overigens) tot ‘La cuisine de A à Z’.

 

Ik kook nooit uit al die kookboeken. Niet één keer gedaan. Ik lees ze, veelal ’s avonds in bed. Ik lees over smaakcombinaties, ingrediënten die het goed samen doen of juist helemaal niet. Ik kijk naar de, wat ouderwetse, opmaak van de borden bij Robuchon. De perfectie. De neurotische manier waarop ieder bord er hetzelfde uit moet zien in zijn restaurants. Ik kijk naar youtube om daar bijvoorbeeld Keith Floyd nog een keer dronken bezig te zien. Glas rode wijn in de hand en beginnen maar met de opname. Ik kijk op Netflix naar Chef’s Table, over bijvoorbeeld over Michel Troisgros, die eindelijk weer een gerecht van zijn vader serveert.

Ik ga naar de groothandel – vaak met mijn kookvrienden – om daar de eerste truffels te kopen. De goede wijnen uit te zoeken. De juiste rijst voor de risotto. Maar ik ga niet alleen voor ingrediënten. Ook voor een nieuw pannetje, een mooie pincet, een spuitflesje. Ik ga naar Parijs om daar bij Dehillerin een mes te kopen. Juist van hen natuurlijk. FullSizeRender-2

Je kunt dus wel zeggen dat mijn liefde voor koken ver gaat. Maar waarom? Waarom kook ik?

Allereerst omdat het een scheppende bezigheid is. Het is bouwen met ingrediënten om tot een verrassend resultaat te komen. Ik zal nooit halffabrikaten gebruiken maar altijd de grondstof, het originele product. Goed vlees, goede groenten, goede kruiden. Vanuit al die verschillende onderdelen komen tot een mooi gerecht, is heel erg bevredigend.

Verder staat het koken in de traditie van Hermes Trismegistus, de oervader van de alchemie. Op allerlei wonderbaarlijke wijzen, door verhitting, koeling, vermenging et cetera, treedt er een verandering van de ene substantie in de andere op. Je begint met rauwe ingrediënten en na enige tijd is er sprake van een heerlijke maaltijd. Koken is gewoon toveren.

Maar ook brengt koken rust in hoofd en hart. Zelfs na een hectische dag waarin stress met hoofdletters worden geschreven is het bereiden van een bord goede risotto dé manier om tot rust te komen. À la Floyd: goed glas wijn erbij en roeren maar. Na twintig minuten zijn geest en ziel geheel tot rust en kun je de volgende dag weer aan.

En natuurlijk kook ik voor anderen. Voor mijn gezin, voor vrienden. ’s Morgens op zondag al bezig zijn zelf een rollade te maken en de mise en place voor te bereiden zodat je aan het eind van de middag heerlijk met elkaar kunt eten. Dat zijn de beste zondagen.

Ik zal zeker wel wat vergeten zijn. Maar in kort bestek is dit waarom ik iedere dag kook. Beginnen met een lege, open geest en vervolgens creëren om iets heerlijks neer te zetten is een van de mooiste dingen die ik ken.

Ik zal koken tot ik niet meer kan.

 

Onbenul en kwetsbare zieltjes

Tags

, , ,

Onbenul komt in soorten en maten, maar al dat onbenul heeft één ding gemeen: de zender van de boodschap heeft geen clou waar het over gaat maar denkt toch dat hij het wél weet. Twitter (en soms de krant) staat er vol mee, en dan vooral van zogenaamde opiniemakers en politici. Radio is gek op deze dwaallichten. Je bent zeker van ophef en een ‘goed debat’.

Ik ben er helemaal klaar mee.

Ik ben klaar met het roepen op internet en in media van allerlei zaken die niet kloppen, niet waar zijn. Marx en Nietzsche kun je niet in één mandje gooien waarin zij verantwoordelijk zijn voor het ‘gelijktrekken van alles’ in onze cultuur. De beide heren verschilden nogal van elkaar. Dat is interessant doen zonder kennis van zaken. Nieuwe politici doen dat graag. Zij kunnen dat ook, want wie checkt in de aanhang überhaupt hun uitspraken?

Ik ben ook klaar met opiniemakers die frank en vrij over alle onderwerpen een mening hebben. Ik had ooit een hoogleraar die zei ‘hmmm, interessant. Helaas is een mening geen visie.’ “Klimaat is geen issue want de wereld redt zichzelf al heel erg lang”, om maar een uitspraak op Radio1 te citeren. Het is het niveau redeneren dat Groep Vlek niet overstijgt.

Een andere opiniemakers die stelt dat alle pretstudies moeten worden afgeschaft want wat heb je eraan? Tja, dat kun je vinden maar kom met feiten en vooral met een visie op de toekomst. Een toekomst waar vooral creativiteit een onderscheidend vermogen wordt omdat het meeste feitelijke werk ook en vaak beter door computers kan worden gedaan. Alleen al het frame ‘pretstudie’ toont het onbenul aan. Zelf niet gestudeerd en daar trots op zijn omdat je dan een frisse mening kunt hebben.

Geen analyse, alleen maar gezond verstand. Dat is hip.

Geestelijk laten we de Verlichting weer achter ons. De macht van het vinden van iets, de macht van het hebben van een mening is groot. We leven in een tijd waarin meningen evenveel waard zijn als feiten gebaseerd op grondige studie. Erger nog: als een gestudeerde het woord neemt is dat verdacht. Deskundigen zijn er immers om ons zand in de ogen te strooien.

Voorbeelden van onderwerpen?

Politiek, vaccinatie, e-nummers, klimaat, multiculturele maatschappij, studeren, de islam, onderwijs, de politie, Israel, de kabinetsformatie, de elite, het kartel, Jesse en ga zo maar door. Ieder van deze onderwerpen levert hoon op voor hen die er genuanceerd over willen praten. Ieder van deze onderwerpen levert applaus en zendtijd op voor hen die maar wat kwaken.

En dan de kwetsbare zieltjes. Die kwakers hebben een kwetsbare ziel. Ergens, diep weggestopt, voelen zij zich kwetsbaar. Zodra er kritiek komt op een van de opiniemakers en dergelijke dan schreeuwen zij moord en brand. Dan worden zij gedemoniseerd of onterecht aangevallen. De tolerantie ten opzichte van anderen is gering.

Zoals ik al zei, ik ben er klaar mee. Een open samenleving is niet gebaat bij maar wat roepen, en vooral niet als dat roepen dezelfde status heeft als feiten en goed onderzoek. Wij zijn met zijn allen hier aangekomen in de 21ste eeuw door juist feitenonderzoek, door onderzoek naar oorzaak en gevolg, door het ontwikkelen van beleid en kennis op basis van dat alles. Roeptoeters zijn van alle tijden, dat zij massaal hun gelijk krijgen is niet van alle tijden. Als zij, zoals het nu is, zoveel aandacht en zelfs zetels krijgen zegt dat iets over de geestelijke en culturele staat van Nederland. Waarschijnlijk zijn wij zo gespeend van echte shit dat we hier allemaal maar tijd voor en zin in hebben.

Mijn oproep is: doe weer eens moeite voor een mening. Onderdruk je eerste gevoel en oprispingen en wees het oneens met jezelf. Denk verder. Veel verder. Krijg stress daarvan. Zoals Marx ooit zei, ‘lees dialectisch’. Ga er van uit dat wat je leest, hoort en ziet, moeilijker is dan je denkt. Minder eenduidig. Zoek het tegenvoorbeeld en onderzoek dat.

Dit lijkt heel wat, maar de gemiddelde mens doet het ook bij de aanschaf van een koelkast. Zo moeilijk is het dus niet. Het is meer een kwestie van willen.

Willen we dat nog wel?

Le Grand Baou (*)

Tags

, , ,

Naamloos

 

Jaren geleden ging het gerucht dat George Clooney niet ver van ons in Carcès vandaan zou komen wonen. Zelfs Var Matin schreef erover. Zijn vriend Brad woonde immers slechts vijf kilometer verderop). Mijn vrouw wilde natuurlijk kijken waar dat dan was en wij togen naar die plek vol belofte. Een heel groot landgoed, wie had het anders verwacht.

Veel te zien was er niet maar even verderop langs de weg naar Le Val zag ik een weggetje lopen en besloot daarin te rijden.

Met vrees voor mijn auto reed ik een hobbelig pad af en kwam uit bij een Guingette. Klein, paar tafeltjes en je kon er vooral pizza eten. Er was ook een steil paadje naar beneden en wat we daar zagen overtrof iedere verwachting. Een waterval van een meter of tien hoog met daaronder een meertje. Mijn jongste zoon en ik gingen direct uit de kleren, het ijskoude water in. We waanden ons ergens in een regenwoud. Ver van alle drukte. Het gekletter van water en vol kleine beestjes. Libellen, schaatsenrijdertjes, visjes enzovoort. En, het allerbeste, wij waren met zijn vieren. Dat was het. Uren hebben we daar onder de waterval door gezwommen tot we gerimpeld en onderkoeld waren.

Een prachtplek. Maar wel een prachtplek die ontdekt is. De guingette is veel groter geworden, uitgebreider ook in assortiment en wat veel erger is: de waterval is ontdekt door zo ongeveer iedereen.

Een van de laatste keren dat wij er waren hadden wij een grote fout gemaakt. Wij gingen op zondag rond vier uur. Het meertje was gevuld met een kleine honderd Fransen die na de uitgebreide lunch, inclusief drank, ronddobberden op opblaasbare eenhoorns. We hebben wel gezwommen maar het water was erg warm. Hoe zou dat nou weer komen.

Daags daarna zijn we teruggegaan op een doordeweekse dag. En daar was de oude sfeer weer. Wij waren met zes anderen, de watertemperatuur was weer rond de 15 graden en het was opnieuw heerlijk.
De tip is dus: ga ’s morgens en in ieder geval altijd doordeweeks.

Oh, en na een of andere ruzie tussen George en Brad heeft George het huis doorverkocht aan een onbekende maar puissant rijke Zweed. Nooit gezien overigens.

Le Grand Baou
Route de Carcès, 83143 Le Val
http://www.chutedugrandbaou.com

(*) Ook te lezen op http://www.coteprovence.nl/vakantitip-prachtig-plekje-le-grand-baou/

Revolutie in Europa

Tags

, , , ,

Het moet echt anders met Europa. En dat kan, maar dan moeten we de durf hebben revolutionair anders naar Europa te kijken. Pas dan zal er een andere sfeer komen in dit mooiste continent aller continenten.

Want onvrede over Europa is overal te zien, te lezen en te horen. Soms wordt een onderscheid gemaakt tussen de EU en Europa, maar vaak ook niet. De grondtoon is steeds hetzelfde: iets klopt niet aan de manier waarop de boel wordt geregeld. De teneur is er een van verontwaardiging en chagrin. En dat kan echt anders. Laat me uitleggen hoe we dan moeten doen.

Eerst even dicht bij huis blijven.

In Nederland wordt het geld verdiend in de Randstad. De meeste banen zijn daar, de meeste bedrijven en de meeste mensen. Er zijn ook delen van Nederland die het economisch veel minder doen. Iedereen kent die gebieden: het noordoosten, het oosten, het zuiden van Nederland en Zeeland. Als je kijkt naar de herverdeling van geld gaat geld dat wordt verdiend in de Randstad naar die gebieden. Het zijn gebieden die netto ontvangen.

Dat vindt niemand vreemd want we zijn een land en – sterker nog –  we genieten van die gebieden. Zeilen of in de wind fietsen in Friesland, naar de eilanden oversteken, wandelen en lekker eten in Twente, kitesurfen in Zeeland en naar de camping in Valkenburg. Iedereen kan wat vinden naar zijn eigen gading en er van genieten. En, ja, dat kost geld.

Mijn voorstel is dat we ook zo naar Europa gaan kijken. Zuid-Europa produceert helemaal niets. Ja, olijfolie en kaas en ham maar dan ben je wel klaar. Alleen al het idee dat de landen rond de Middellandse Zee ooit hun schuld zullen gaan terugbetalen is echt waanzin. Dat gaat nooit gebeuren. Nooit. Of we nou kijken naar Griekenland, Portugal of Spanje: het verdienvermogen is zo laag dat er altijd geld naartoe moet.

Stel nou het volgende. Alle schuld wordt kwijtgescholden. Sunk cost. Er komt een budget dat standaard naar die landen gaat en dat budget kan jaarlijks worden vastgesteld door de EU, maar er zal altijd geld naartoe gaan. Niet als lening maar gewoon als donatie. We gaan daar ook nooit over zeuren. Het geld gaat er naartoe en het geld is weg.

Weg?

Niet helemaal. We krijgen er veel voor terug. Namelijk landen waar het fantastisch toeven is. Heerlijk op vakantie naar het zuiden in de zon. Voor al het geld dat zij krijgen eist dat deel van de EU waar wel geld wordt verdiend  een perfecte toeristeninfrastructuur, mooie locaties, vriendelijke mensen met een zonnige ziel. Iedere dag is daar weer memorabel. Je kunt naar het land van keuze. De een heeft meer met Italianen en de ander meer met Grieken. Alles ok. Je weet dat een deel van jouw belasting verdwijnt naar die landen, maar daar heb je dan ook wat voor.

De mensen in die landen, en ook de regeringen, weten dat zij niet meer hoeven zwoegen om alle schuld af te betalen. Zij weten wat er verwacht wordt: vriendelijkheid en gastvrijheid op vijfsterrenniveau. En wij? Wij kunnen op relatief kleine afstand genieten van vakanties als nooit eerder.

Chagrin weg. Verwachtingen weg. Milieubelasting neemt af omdat je dichter bij huis maximaal kunt genieten. Iedereen wint.

Dat is mijn revolutie in Europa. Een zonnige toekomst. Heerlijk.

 

 

 

 

Charlottesville en het begrip

Tags

Afgelopen week heb ook ik met verbazing en afgrijzen gekeken naar de berichtgeving uit Charlottesville in de VS. Voor diegeen die niet precies weten waar het over gaat, kijk hier even.

Ik zal niet ingaan op de aanleiding van alles, maar wel op wat er gebeurde. In een stad in de VS zag ik witte boze mensen met hakenkruisvlaggen marcheren. ’s Avonds met fakkels, overdag onder bescherming van privémilitia. Zwaar bewapende witte mensen met fanatieke koppen beschermden andere witte mensen met fanatieke koppen. Ook was de Ku Klux Klan aanwezig. Van hen was niets te zien met die witte puntmutsen maar ik gok dat onder die kermismutsen fanatieke witte koppen zaten.

Alles, maar dan ook echt alles in mij  kwam in opstand tegen deze volstrekte idioten. Mensen die niets hebben meegemaakt van WOII en daar waarschijnlijk ook niet al teveel van weten. Die mensen liepen rond met swastikavlaggen en brachten de Hitlergroet. Zij schreeuwden, ze intimideerden, ze namen de stad over, gewapend en wel.

Tijdens diezelfde demonstratie reed een ander boos tiep in op tegendemonstranten en doodde daarbij een jonge vrouw.

Wat ook de redenen voor woede zijn en hoeveel duiding er gegeven kan worden aan dit alles, we moeten geen enkel begrip opbrengen voor deze mensen. Geen enkel. Slecht volk is te herkennen aan dit soort gedrag, dit soort geschreeuw en dit soort terugvallen op symbolen uit een heel duister verleden. Die mensen die daarop terugvallen en daar kracht uit putten, en dan bedoel ik het Derde Rijk van de Nazi’s, verdienen louter afkeuring en verachting. Zij verdienen geen enkel begrip, geen gesprek, helemaal niets. Als je hiermee omgaat of begrip toont voor hen word je er deel van.

Dus ook alle Nederlandse commentatoren, columnschrijvers, twitteraars en anderen die een mening willen uiten: als je begrip voor dit volk toont, schaar je je achter hen. Ook als je hun gedrag gelijkstelt aan het gedrag van de tegendemonstranten. Als je die twee in een adem noemt. Je legitimeert hen. Je stapt terug in de geschiedenis en uit heimwee naar een hermetisch zwart verleden doe je mee. Je vertoont intens slecht kuddegdrag.

Begrip voor de nazi’s van Charlottesville? Niet doen. Nooit. Nooit.

Lokaal Victoria

Tags

, , , ,

Nee, mijn gewoonte is het niet te schrijven over restaurants. Dit keer wil ik daarop een uitzondering maken. Het wordt hieronder duidelijk waarom.

Door de jaren heen heb ik bij heel veel restaurants gegeten. De kwaliteit varieerde enorm. Zo hebben we in Havana ooit verschillende gerechten besteld en toen het werd geserveerd bleek het om dezelfde zoete aardappelen met tomaat te gaan. We hebben genoten van de uitzonderlijke kwaliteit van De Librije. Ik heb mijn beste risotto ooit gegeten in een café in Milaan en in Parijs aten we met het gezin in een lokaal café waar de carpaccio lauw was en de tafeltjes sinds La Grande Guerre niet meer waren gekuist. Kortom, zoals iedereen kun je allerlei ervaringen met elkaar delen.

Als je naar een restaurant gaat lever je jezelf voor een paar uur uit aan een ander. De entourage, de aankleding, de kookkunst en de gastvrijheid: je hebt het te ondergaan. En aan het eind betaal je de rekening. Dat hebben alle restaurants met elkaar gemeen.

Waarin zit het verschil en waarom wil ik het hebben over Lokaal Victoria?

Natuurlijk het eten. Het grote verschil. Je kunt een mooie tent hebben maar als het eten tegenvalt dan valt alles tegen. Je bord moet er mooi uitzien, verrassend, overzichtelijk, verschillende onderdelen en met liefde gedaan. Dat is precies wat Lokaal Victoria biedt. Mooi eten, met liefde gemaakt en smaakvol geserveerd. En nee, je zit niet bij Jonnie Boer maar het vakmanschap spat er vanaf. Cuisson van vlees en vis is altijd perfect en (zelfs) de vegetarische gerechten zijn super smakelijk.

De entourage als tweede. Een mooi etablissement, smaakvol ingericht, modern maar niet kil.

De bediening natuurlijk. Niets zo erg als bediening die getraind is in het over de gasten heenkijken. Kom je nogal eens tegen in Amsterdam overigens. Bij Victoria staan er altijd jonge mensen in de bediening en die zijn zonder uitzondering vriendelijk, gastvrij, attent en klantgericht. Leuke jonge mensen.

Maar het belangrijkste is toch gewoon de eigenaar. Je kunt doen wat je wil maar een eigenaar maakt het verschil. Die zorgt ervoor dat bovenstaande ook echt gebeurt. Dat de keuken perfect is, de bediening klantgericht, de sfeer prima. Maar, en dat is de reden dat ik zo uitgebreid schrijf, Jos Broshuis van Lokaal Victoria deed onlangs iets dat voor mij volkomen nieuw was.

Dat zit zo.

Deze week gingen wij met zijn vieren bij Lokaal Victoria eten. Ik was jarig en wilde dat daar afsluiten met lekker en gezellig eten. We zaten buiten en Jos kwam even hallo zeggen. Wij kregen de menukaart en kozen het een en ander.

Mijn oudste zoon heeft een zware melkeiwitallergie. Zo zwaar dat hij aan het binnenkrijgen van melk kan overlijden. Jos weet inmiddels van die allergie. Mijn zoon is af en toe wanhopig dat hij alleen maar gegrild vlees met patat kan bestellen terwijl er zoveel meer lekkers is. Toen kwam Jos weer langs en zei:

“Bestel maar wat je wilt en ik zorg ervoor dat het goed komt.”

Die klantgerichtheid, je zo verplaatsen in je klant, zelfs als het om een moeilijke uitzondering gaat, hadden wij nog niet eerder meegemaakt. Zoon helemaal blij en bestelde direct een enorme carpaccio, daarna Côte de Boeuf met groenten en at alles helemaal op. Wetende dat het kon. Ik zag hem sinds lang weer onbezorgd eten dat het een lieve lust was. Een cadeau dus.

Daarom deze blog over Lokaal Victoria maar eigenlijk over Jos. Geheel verdiend.