De nieuwe pastoor van Carcès (*)

Tags

, , , ,

unnamed

Het dorp Carcès in de Var is klein en compact. Zoals in alle Franse dorpen is er een kerk, een aantal cafés, twee kleine supermarkten en nog wat winkeltjes. Veel te doen is er niet, behalve op zaterdag als er markt is. Tijdens de markt is het erg levendig en heel erg druk. Vooral met Fransen en soms ook een verdwaalde Nederlander.
En sinds drie jaar is er een wandelend middelpunt van alle aandacht in het dorp. Dat zit zo.

Drie jaar geleden kwam er een nieuwe pastoor in het dorp. De oude was niet alleen oud maar ook redelijk onzichtbaar. En daar opeens was pastoor Augustin. Een grote kale jonge vent, ergens achter in de dertig. Altijd gekleed in soutane liep en loopt hij ietwat gebogen en breedgeschouderd over de markt. Hij maakt met iedereen een praatje, met de bezoekers van de markt en met de marktlieden. Aan een vrouw vraagt hij waar haar kleine dochter is, aan de kaasboer vraagt hij wanneer hij weer die lekkere pecorino heeft.

Mensen komen op hem af, geven hem een hand en groeten hem. Ook ik doe dat.
De Heilige Mis is weer goed gevuld. In de kerk is hij duidelijk op zijn plek als geestelijke. Hij is geconcentreerd bezig, houdt het tempo erin en volgt helemaal de lijnen van de Eucharistie. Orthodox wellicht. Een zoon van Rome.

Buiten de kerk is hij anders. Ik verdenk hem ervan dat hij op zaterdag zijn avondeten bij elkaar scharrelt. Gele zonnebril op het hoofd, met iedereen contact makend. Hij krijgt een zak gnocchi van de Italiaanse standhouder, een fles wijn van de lokale biologische wijnboer, een worst van de slager. Hij schuift aan bij lokale bewoners tijdens een simpele lunch met wijn en worst. Hij doet mee. Hij praat en luistert. Bravoure en ingetogenheid.

Ik kijk met vreugde en bewondering naar deze eigentijdse en tegelijkertijd traditionele pastoor. Ik sprak met hem en ik vroeg of ik een foto van hem mocht maken en gebruiken. “Waarom?”, vroeg hij. “Omdat u Carcès een soort centrum heeft gegeven door wie u bent en wat u doet”  was mijn antwoord. En zo is het. Mensen beamen dat.

Op de foto wilde hij best zolang het maar niet lachend hoefde. “Lachen doe ik naar mensen, niet op de foto” was de uitleg.

Pastoor Augustin. Hoe het ook kan.

Aanpassen of oprotten in Amsterdam

Tags

, , , ,

Inclusief denken, als je al weet wat dat is, is hip. In Amsterdam mogen burgers niet meer worden toegesproken als ‘dames en heren’ maar als ‘burgers van Amsterdam’ of iets dergelijks. ‘Geboren als meisje/jongen’ mag ook niet meer, maar het wordt nu ‘gezien als meisje/jongen’. Het zijn tips, dat wel. Nu nog. Er ligt meer op de loer.

Inclusief denken. Wat is dat? Dat we iedereen in ons denken en in ons beleid moeten meenemen en dat dat dus ook wordt weerspiegeld in onze taal. Al in de jaren 70 is er een boek over verschenen, dus nieuw is het niet. Het streven om te laten zien dat je niemand uitsluit is geweldig, maar het is tot mislukken gedoemd. Bij alles wat we doen. bij ieder beleid, worden groepen niet-ingesloten of niet-bedoeld. Als het gaat om rolstoelgebruikers dan gaat het dus niet om niet-rolstoelgebruikers. Iets doen betekent altijd ook iets niet doen. Iemand bedoelen is ook tegelijkertijd een ander niet-bedoelen.

En hoe je het ook wendt of keert, de mens wordt geboren als óf een meisje óf een jongen. Dat daarna er allerlei processen zijn die leiden tot een ander zelfbeeld of gevoel van zelf is een feit. Net als die geboorte. En ik weet dat socialisatie ertoe leidt dat je, zoals De Beauvoir stelt, vrouw wordt. Vrouw in de maatschappelijke betekenis. Man in de maatschappelijke betekenis.

Dat snap ik allemaal. Ook weet ik uit eigen ervaring van zeer nabij dat iemand zich heel ongelukkig kan voelen in zijn biologische lichaam en een verandering wil van lichaam. Ik heb gezien hoeveel twijfels dat met zich meebrengt en hoeveel vreugde als de stap wordt gezet. Ik heb ook gezien hoe de omgeving daar wellicht eerst weifelend, maar uiteindelijk zeer begripvol en liefdevol op reageert. Dat doen de mensen die je liefhebben nu eenmaal.

De stap naar een nieuw soort taal heeft niets te maken met begrip en liefde. Die is ingegeven door (goedbedoeld) moralistisch gedrag om ervoor te zorgen dat niemand, maar dan ook echt niemand zich ooit beledigd zal voelen. Dát wordt bedoeld met inclusief: voor niemand aanstootgevend. De taal zo onduidelijk, amorf en vloeibaar maken dat uiteindelijk het machteloos gebrabbel wordt. En daar zullen slechts enkele puristen zich aan ergeren. Je kunt kanker ‘k’ gaan noemen maar doodgaan doe je. Daar helpt taal niets bij.

Erger nog.

Afgelopen week is in de VS een geplande speech van Richard Dawkins afgeblazen door de organisator omdat hij dingen gezegd zou hebben die velen pijn hadden gedaan. Ik voorspel dat dit ook in Nederland zal gaan gebeuren wanneer de gedachten- en taalpolitie zeggenschap krijgen. Dawkins verzet zich in alles wat hij doet tegen religie. Iedere religie. Ook tegen mijn religie. Dat doet hij met verve en met een brille die mij soms jaloers maakt. Hij is slim, snel van geest, hardnekkig en zeer, zeer anti-religie. Daarin is hij totaal vrij. Hij mag mij een malloot noemen, hij mag iedere gelovige een malloot noemen. En als die malloten zich geschoffeerd voelen dan zegt dat meer over hun eigen kleine onzekere geest dan over Dawkins. En juist deze atheïstische strijder voor vrije meningsuiting wordt nu geweerd omdat er mensen zijn die zich gekwetst voelen.

In Amsterdam zal het niet lang duren voor de eerste rechtszaak gevoerd wordt. Iemand zal zich gekwetst voelen door iemand anders die ‘man’ of ‘vrouw’ zegt, of tegen een baby zegt ‘wat een leuk meisje’. Iemand zal zich gekwetst voelen en naar de rechter stappen. Het kan lang duren, het kan kort duren, maar gebeuren zal het. De gekwetsten hebben ruim baan. En in plaats van naar de bron te gaan van hun o zo snel optredende kwetsuren (die bron zijn zij zelf), zullen zij trachten de ander de mond te snoeren en te disciplineren.

Wat Amsterdam doet is de eerste stap zetten op deze weg van disciplineren en gelijkmaken van alles wat niet gelijk is. En als je je daaraan niet aanpast dan rot je maar op. Dan loop je achter, ben je niet te vertrouwen, dan wil je terug naar vroeger.

Terwijl het juist tijd wordt voor veel meer vrijheid, het bevechten van die vrijheid en juist niet gelijk zijn van mensen.

De paradox is dus dat dit beleid een maatregel is die de mens buitensluit.

We stoppen met denken en geven ons over aan neurotische tijden.

Friet in Cannes (*)

Tags

, ,

Schermafbeelding-2017-07-22-om-14.52.57-620x360

 

Met de familie naar Cannes. In de hitte de auto in en 100 kilometer rijden. De oudste houdt van merken (zijn woorden) en die zijn er volop aan de kust.

Cannes in de Alpes-Maritimes is in alles een mondaine Zuid-Franse kustplaats. De drukte, de dure merken met hun winkels op de Boulevard (de oudste had gelijk!) en bovenal de Fransen. Met een beetje mededogen gemengd met dédain kijken zij naar alle toeristen die de stad overspoelen.

Ook wij deden er flink aan mee. De oudste verdween in een winkel van een heel duur merk en kwam met een Moncler (ik had er nog nooit van gehoord) poloshirt naar buiten, breed grijnzend. Zijn moeder achter hem in de deuropening. De jongste verdween met mij in de FNAC en even later hebben we macarons gekocht bij de lokale Ladurée. Cannes is een heerlijke Franse stad. Alle cafés, alle eettentjes, alles is Frans.

Denk je.

En dan opeens loop je linksaf een straat in en sta je oog in oog met iets dat je niet verwacht. Een friettent.

In maart 2017 heeft een Rotterdamse in de Rue des Belges een echte authentieke Nederlandse friettent geopend. Carla Sandee had het lef om middenin deze oer-Franse badplaats een cafetaria te openen waar je echte Hollandse friet, frikandellen, kroketten en wat al niet meer kunt eten. We hebben het gedaan en alles klopt aan het concept. De sfeer is prima, Carla staat zelf achter de toonbank en de zaak is heel modern en smaakvol ingericht.
De friet wordt met de hand gesneden. De zakken zijn rijk gevuld en de friet is heerlijk. Zoals ie hoort te zijn. Een aanrader voor (niet alleen) Nederlanders en Belgen in Cannes.

En toen weer 100 kilometer terug naar huis. Voldaan, dat dan weer wel.
Pomms Amsterdam, 4 Rue des Belges. Niet te missen en vooral niet over te slaan.

 

(*) Eerder gepubliceerd op Côte & Provence 

Middeleeuws Carcès (*)

Tags

, , , ,

Carcès is een klein dorp midden in de Var. Heel veel toeristen komen er niet en dat heeft zo zijn voordelen. Het is rustig met een relaxte ‘Allo Allo’-achtige sfeer. Een kerk, een café, twee bakkers en zelfs twee kleine supermarktjes. Alles is er en iedereen kent iedereen.

Het is een dorp waar je langs rijdt als je bijvoorbeeld onderweg bent naar of van Cotignac, Lorgues, het Lac Saint Croix of de abdij van Thoronet. De moeite van het stoppen niet waard. Toch?

Toch wel! Ik stel voor de auto gewoon eens te parkeren in een van de straatjes of op de grote parkeerplaats tegenover het bejaardenhuis. Waarom? Dat leg ik graag uit.

Carcès bestaat al sinds de elfde eeuw. Niet dat je dat meteen ziet als je het dorp inloopt, een Frans dorp als alle andere. En precies daar waar de winkels ophouden en iedereen terugloopt, precies dáár beginnen de Middeleeuwen. Gewoon doorlopen aan het einde van de Rue Maréchal Foch, omhoog de steile straten in, of onder de klokkentoren door en dan links. Wat je zult aantreffen is een wirwar van kleine zeer smalle straatjes, die kriskras door elkaar tegen de heuvel oplopen. Je ziet de Middeleeuwen er zich zó voor je neus ontvouwen. Met wat fantasie kun je je voorstellen hoe hier duizend jaar geleden de eerste Carçois hebben geleefd. De stilte die er heerst is heerlijk en op een hete dag is het hier aangenaam koel. Geluiden die uit huizen komen, gerinkel van bestek, een radio, iemand die de was buiten hangt. Alles wat bij vakantie hoort in een ander land kun je juist hier vinden. Buiten de drukte van alle winkeltjes.

En als je de straatjes volgt naar boven kom je bij een openluchttheater uit. Daar waar het kasteel ooit heeft gestaan kun je nu op warme zomeravonden genieten van een toneelstuk of muziek.

Alles bij elkaar ben je met een anderhalf uur wandelen heel Carcès door geweest én heb je tijd gevonden om wat te drinken bij een van de cafeetjes. Tussen de Fransen.
Dus stop de volgende keer wèl, loop wat rond, geniet van de prachtige uitzichten en straatjes en neem een pastis. Het leven in de Var is heel goed.

En laat het me weten als je het gangetje op de foto links ook hebt ontdekt. Het zit op een wat onverwachte plek in het dorp namelijk. Ben benieuwd wie het vindt!

 

unnamed

(*) Eerder gepubliceerd op Côte et Provence

Wellevendheid als uitstervende deugd

Tags

, , ,

Het kan je zomaar overkomen. Je bent bij de afscheidsmusical van je zoon op de basisschool. Je hebt gekeken naar anderhalf uur enthousiasme. Van de kinderen maar zeker ook van de leerkrachten. Hoe mooi kan het leven zijn. Erna is een borrel en een hapje met alle ouders en je praat eens met alle mensen die je al minimaal acht jaar ziet. De sfeer is los en gezellig, want ja, het is vakantie.

Out of the blue zegt een van de vaders “wanneer leer je eens schrijven, want die blogs van jou die zijn natuurlijk verschrikkelijk waardeloos geschreven”.

Het is mij overkomen en het ging over mijn blogs.

De vader in kwestie kan ik niet beoordelen op zijn schrijftalent omdat ik nog nooit iets van zijn hand heb gelezen, maar dat is niet eens zo belangrijk. Iets anders is echter wel belangrijk, en dat noem ik heel ouderwets wellevendheid.

Wellevendheid is het vermogen in welke situatie dan ook je zo te gedragen dat het voor iedereen prettig is. Heel ouderwets wellicht. Ik hou ervan. Het betekent namelijk dat je erop kunt vertrouwen dat sociale bijeenkomsten niet schuren, dat je het met zijn allen leuk hebt en dat je met een lekker gevoel weer naar huis gaat.

Wellevendheid is een beetje verdwenen. In de politiek, op twitter, in het verkeer. Modern is het om assertief te zijn zonder aanzien des persoons of situatie en vooral jezelf het allerbelangrijkst te vinden. In die zin is de vader in kwestie zeer modern.

Ik werd overvallen door zijn opmerking. Niet zozeer door het feit dat hij mijn blogs blijkbaar wel leest, maar ze verschrikkelijk vindt. Dat kan en dat mag. Ik werd overvallen omdat ik daar rondliep met een heerlijk gevoel van trots op mijn zoon en al die kinderen die zo stinkend hun best hadden gedaan. Mijn gevoelstoestand was extreem positief en toen kwam dat er tussendoor. Ik werd getroffen door de lompheid en het gebrek aan situatiesensitiviteit. Het was jammer.

Wellevendheid is een verdwijnende deugd.

Goedkoop onderwijs

Tags

, , , ,

Mijn jongste zoon heeft nog 5 dagen te gaan op de basisschool en dan zit het erop. Na acht jaar, van groep vlek tot en met groep 8, heeft hij nu de leeftijd om door te gaan naar het VWO. Hij verheugt zich daarop maar het is niet alleen vreugde. Hij gaat ook veel missen.

Meester Robbin bijvoorbeeld. Begin van het schooljaar gekomen en met gepaste afstand door de kinderen ontvangen. Een jonge vent, die in het begin wat onzeker was maar allengs steviger werd. Nu lopen ze met hem weg en dat is niet alleen omdat hij tof is. Hij is ook streng en duidelijk. Ze weten waar hij voor staat en dat ze niet met hem moeten kloten.

Wat de basisschool realiseert is het opleiden van onze kinderen in een omgeving die rust en overzicht geeft. Klassen die misschien iets te groot zijn (maar wat is optimaal?) maar altijd met aandacht. De basis die gelegd wordt is niet te onderschatten. Slecht, of geen onderwijs leidt tot een generatie kanslozen die afhankelijk worden van anderen. Op teveel plekken in de wereld is er helemaal geen onderwijs. Of alleen voor jongens.

Hoe slecht kan het worden?

Als ouder breng je je kind naar school en zeker in de eerste jaren is het kleefgehalte maximaal. Ouders die geen afscheid kunnen nemen van hun bloedje als het in groep Woezel zit. Die in de deuropening blijven kletsen met elkaar en nog tien keer ‘dag liefje, papa gaat nu echt weg’ roepen naar een kind dat al lang niet meer weet dat papa er überhaupt is. In de loop der jaren verandert dat fundamenteel. Er is een omslagpunt zo rond groep 4, 5 dat ouders opeens veel minder hecht zijn. Hup, kind uit de auto en snel naar kantoor. Onthechting. Wat goed is.

Wat we in ieder geval iedere dag doen is ons kind in de handen leggen van leerkrachten. Van hen verwachten we dat zij alles uit ons kind halen wat er in zit. En als zij dat niet doen in onze ogen dan gaan we op hoge poten naar school en naar ouderavonden om daar duidelijk te maken dat zij beter hun best moeten doen voor ons wonder in opleiding.

Het belangrijkste dat een mens kan hebben is een kind. En precies dat belangrijkste laten we voor een groot deel over aan mensen die weinig betaald krijgen. Niet alleen in materiële zin maar ook in aanzien en mogelijkheden. Wij moeten leerkrachten veel beter gaan belonen. Allereerst met geld. Daarnaast met respect en erkenning van hun vak en vakkundigheid. En in tijd. Dat zij tijd hebben om bij te scholen, nieuwe technieken te leren, zelf beter te worden. Ook dat kost geld.

Een maatschappij ontstaat op de basisschool. Daar wordt het fundament van kennis en kunde gelegd voor een individueel leven en voor het functioneren van de samenleving. Nu maar zeker in de toekomst.

De politiek heeft hier niets te winnen. De maximale termijn waarop wordt gekeken is vier jaar. In die vier jaar breng je geen verandering teweeg door een betere beloning. Je voorkomt er hoogstens maatschappelijke onrust mee. Meer niet. Geen politicus zal hier dus warm voor draaien. Wel voor veranderingen in het stelsel, of in methodieken. Die immers kun je binnen een kabinetsperiode regelen en daar kun je naar verwijzen als jouw eigen succes als minister of staatssecretaris.

Het is een droeve constatering. Door de manier waarop wij kijken naar onze politici laten zij onze kinderen in de steek. Wat wij willen is de soundbite, het resultaat op de korte termijn, de sterke man of vrouw en wat we vooral niet willen is een mens- en wereldbeeld op de langere termijn. Dat verveelt snel en wordt gezien als politiek gedraai.

Omdat die visie dus niet wordt geformuleerd is het onderwijs overgeleverd aan de toevalligheden van de politiek. Een situatie die we zelf iedere verkiezing weer creëren.

Als wij het anders willen zullen we ook anders moeten gaan stemmen. Er zijn altijd honderd parallelle prioriteiten maar onderwijs hoort nummer één te zijn. En dat is het nu zeker niet. Verandering begint dus bij ons eigen gedrag. In het stemhokje maar ook op school of tijdens ouderavonden. Je moet er zelf ook tijd insteken. Het duur maken.

Goedkoop onderwijs wordt vanzelf slecht onderwijs.

Politiek is macht

Tags

, , , ,

Politicus ben je om macht te verzamelen. Die macht heb je nodig om je idealen te verwezenlijken. Mensen stemmen op je omdat zij zich herkennen in die idealen en menen dat jij die gaat verwezenlijken. In Nederland is het echter onmogelijk je idealen te verwezenlijken in pure vorm. Er zullen altijd coalities moeten worden gevormd. En net als in het echte leven moet je dan een beetje opschuiven om de anderen ook wat te gunnen. Eenmaal in een coalitie, met een meerderheid, ga je aan de gang. Zo ging het en zo gaat het en zo zal het altijd gaan.

En dan nu GroenLinks.

Ik ben opgegroeid in de jaren 70 en 80 (van de vorige eeuw hoor je er dan bij te zeggen. Maar welke andere eeuw kan ik bedoelen?). Die jaren werden voor mij gekenmerkt door een grote bevlogenheid om mee te beginnen. Het kabinet Den Uyl was bevlogen en had een mens- en wereldbeeld. Daarna kwamen somberder jaren. De economie ging down the drain, Nederland was ziek volgens Lubbers en overal was er de dreiging van een nucleaire oorlog. Mensen gingen de straat op, vaak met honderdduizenden tegelijk om de wereld te veranderen.

In die tijd was er ook sprake van heel veel partijen. Ook ter linkerzijde van de politiek. GroenLinks bestond nog niet, wel de drie partijen die later op zijn gegaan daarin: de CPN, de SP en de PPR, de Politieke Partij Radikalen. Een bevlogen club zeer sympathieke mensen met altijd een goed verhaal en vooral het hart op de goede plek. Nooit beroerd om stelling te nemen in een wereld waarin van alles mis was. En er was van alles mis. Avond aan avond zag ik op tv allerlei onderdrukking en ellende voorbijkomen. Ik had ook zo mijn opvattingen over een goede wereld.

Op diezelfde tv kwam ook met enige regelmaat Ria Beckers voorbij. Een bevlogen politica die met meest overslaande stem getuigde van een betere wereld. Toen in 1990 GroenLinks werd gevormd speelde zij nog een belangrijke rol.

Ik kan me nog goed herinneren welke irritatie zij bij mij opriep. Niet als mens maar als politica. De hoog morele toon, het feilloos weten wat het beste voor de wereld was, het getuigen daarvan.

Die irritatie voel ik nu weer bij GroenLinks. Onder Jesse Klaver zijn zij als een van de winnaars uit de verkiezing gekomen. Een kleine 700.000 mensen extra hebben op hem gestemd. Iets leek er te gebeuren in Nederland. Een jonge politicus, gevoel voor media en drama, hart op de goede plek en eindelijk niet een van de bekende oude garde. Door 10 zetels te winnen krijg je het mandaat om dingen te gaan veranderen. Om aan de slag te gaan. Om je idealen, in wat verwaterde vorm, om te zetten in beleid. Beleid leidt tot wetgeving en als die er is ben je de wereld aan het veranderen.

En wat doet Klaver? Die trekt zich terug als het moeilijk wordt. Het gevolg is nu dat hij de komende jaren volkomen buiten spel staat. Er komt een kabinet, dat is namelijk altijd zo, en dat nieuwe kabinet zal zich compleet niets van GroenLinks aantrekken. Dat betekent dus dat er niets van de idealen zal worden omgezet in beleid.

Iemand had tegen Klaver moeten zeggen dat het doel van politiek niet de getuigenis is, maar macht. Dat is het enige doel. GroenLinks is nu machteloos vanuit pure getuigenispolitiek, waar geen vluchteling beter van wordt. Ik zag de schaduw vanuit mijn jeugd neerdalen over Klaver. Het hart op de goede plek maar het enige dat hij zuiver houdt is zijn eigen geweten. En dat is te weinig als zoveel mensen op je hebben gestemd.

Politiek is macht en anders moet je niet meedoen.

 

Hoop uit principe

Tags

, , , , , ,

Sla de krant open, luister naar de radio, kijk tv of lees je time line op Twitter: de wereld is in beweging en niet echt de goede kant op. Van wereldtoneel (Trump op bezoek in Saoedi Arabië), tot Europees niveau (aanslagen in Londen) tot de eigen vierkante kilometer (meisjes vermoord), er is weinig dat de mens nog tot lachen brengt. Zo lijkt het.

Ik sluit mijn ogen niet voor alle dreiging en alle shit die er iedere dag op ons afkomen maar ik weet zo langzamerhand niet meer wat ik ermee moet. Ik kan het niet tegenhouden, ik heb geen vat op de fundamentalistische gekken die er ook zijn en ik kan al helemaal niet nuchter nadenken over de moord op twee tienermeisjes.

En toch. En toch moet ik vooruit, ik moet verder. Ik ben vader van twee jonge zonen. Die het leven nog voor hen hebben en die alles nog moeten meemaken en meedoen. Ik het aan hen verplicht hoop te hebben. Niet alleen aan hen. Ook aan mezelf en aan ieder ander.

Hoop kan gemaskeerde wanhoop zijn. Weten dat het slecht afloopt en er tegen alles in toch hoop in hebben. Zoals mijn vader daags voor zijn dood zei, “ik heb alle hoop op de goede afloop en als die er niet is, zien we wel weer verder”. Een dag later was hij dood.

Die hoop bedoel ik niet.

Ik bedoel de constructieve hoop, de positieve hoop, die waar Ernst Bloch over schreef in zijn “Das Prinzip Hoffnung“. Als je er vanuit gaat dat de dingen die gebeuren op zich niet noodzakelijk zijn maar veroorzaakt door mensen en dus ook anders kunnen zijn dan ziet de wereld er al direct beter uit. Zeker, dingen overkomen mij ook. Maar wat ik er vervolgens mee doe is geheel aan mij. Zie ik na de aanslagen in Londen direct iedere moslim als dreiging, dan ga ik me ook zo gedragen en krijg ik gelijk. Zie ik dat er verschil is tussen die drie fundamentalistische gekken en mijn groenteboer dan heb ik een beter leven.

Hoop betekent voor mij heel goed weten in wat voor wereld je wil leven en dan stapje voor stapje zorgen dat die wereld ook zo wordt. Ook al is dat in mijn directe omgeving alleen. Ik wil leven in een wereld waarin mensen elkaar niet naar het leven staan, waar religie iets privé en moois is, waar mensen elkaar niet willen beheersen, waar mijn kinderen het naar hun zin hebben en een toekomst hebben en waar mensen van elkaar verschillen op basis van wat zij bereikt hebben. Een wereld die erop uit is steeds beter te worden. Zonder irrationele haat, gebaseerd op kennis en niet op sentimenten. Waar fatsoen doodnormaal is en onfatsoen als afwijkend wordt ervaren. Waar cynisme niet als deugd wordt gezien.

Dat is allemaal hard werken want niets komt zomaar tot stand. Als ik in mijn directe bereik dit probeer te doen dan verandert er ook echt iets.

Denk ik nou echt in al mijn naïviteit dat dit kans van slagen heeft?

Ik stel me vaak de tegenvraag: zou ik het allemaal niet willen? Nee dus.

Hoop uit principe dus.

Zaterdagmarkt in Frankrijk (*)

Tags

, , ,

unnamed

 

Niets lekkerder dan op een vroege zaterdagochtend naar het dorp te lopen en nog voor de drukte op gang komt de markt te bezoeken. Alles is nog in opbouw. De kraampjes worden opgezet, het fruit wordt uitgestald en de kippengril aangezet.

Van alle markten die ik ken is die in Carcès mij het meest dierbaar. Niet alleen omdat we er al 15 jaar komen maar juist vanwege het kleinschalige karakter. Van matrassen tot aan de beste geitenkaasjes, je kunt het er allemaal vinden. Net als overal overigens.

Wat anders is, is dat het een markt is die vooral door lokale bewoners wordt bezocht. Er komen niet veel toeristen naar Carcès, daar is het niet interessant genoeg voor. Ik raad aan dat toch maar eens te doen. Zaterdagochtend vroeg beginnen. Slenteren langs de kraampjes, lekkere worst, kaas en groenten kopen en daarna bij Café Le Central wat drinken. Zien hoe de pastoor, een grote jonge vent, met iedereen een praatje maakt.
De markt is ook een spiegel van de lokale omstandigheden. Ook in Carcès (Var) heeft de crisis flink toegeslagen. Veel winkeliers hebben moeten stoppen. Soms omdat zij er zelf niets van maakten. Zoals de uitbaatster van (eens) een speelgoedzaak. Steeds minder spullen en de mevrouw in kwestie werd steeds chagrijniger. Op een dag was de boel dicht.
Aan de heel andere kant staat de eigenaar van La Truffière. Deze man had ooit een zaak in visbenodigdheden en wapens. Tot hij niets meer verkocht. “Mensen hebben al een hengel of een geweer”, zei hij. De zaak ging op slot. Later in het jaar was hij opeens weer open onder een andere naam. Hij had een stuk grond en een hond gekocht en wilde truffels gaan verkopen. Of het zou lukken wist hij niet. Het lukte. Sinds een aantal jaren verkoopt hij ook op de markt zijn truffels. Groot en geurig en zelf gevonden. Een trotse man die weer een zaak heeft.
Altijd als je goed oplet vind je op een markt iets van de lokale geschiedenis terug.

In Carcès vind ik die het meest.

(*) Ook geplaatst op CoteProvence.nl

De politie hoort uniform te zijn

Tags

, , , ,

Hoofddoekjes. De krant staat vol met artikelen en brieven over hoofddoekjes bij de politie. Twitter stroomde vol nadat de Amsterdamse politie het voornemen kenbaar had gemaakt hoofddoekjes toe te staan voor agenten in dienst.

Is er iets mis met hoofddoekjes? Helemaal niets. Bij mijn lokale Jumbo werken veel vrouwen met een hoofddoekje. Ik merkte het in het begin nog op omdat het nieuw was. Inmiddels hoort het erbij. Ik maak me er niet druk over en voor mij is het net zoiets als een broek. Ook ben ik niet geïnteresseerd in de redenen waarom deze vrouwen er een dragen. Ik ben niet tolerant, ik ben totaal onverschillig.

Is er iets mis met hoofddoekjes bij de politie? Ja, alles. Zoals het is met alle individuele uitingen die duiden op een eigen overtuiging bij agenten. Of bij rechters, officieren van justitie, het leger, ambtenaren in het algemeen.

Anders dan bij een supermarkt kan ik niet kiezen voor een andere overheid. Ik kan niet shoppen in de buurt om bijvoorbeeld een gemeente te vinden waar ik beter word geholpen. Ik zit vast aan de overheid die er is.

Verder is het zo dat de overheid macht heeft over mij. Het hele justitiële apparaat kan sancties opleggen aan mij en ik heb me daar naar te schikken. Als ik het niet eens ben met beslissingen kan ik naar een rechter om mijn gelijk te bepleiten. Die rechter moet onafhankelijk zijn, waarbij ik niet bedoel dat de rechter geen enkele eigen opvatting mag hebben. Dat kan niet eens. Wat ik bedoel is dat ik op geen enkele manier moet kunnen zien of voelen dat er iemand zit met een vooroordeel over mij.

Dit geldt ook voor de politie. Zonder aanzien des persoons moet een agent mij bejegenen en mij beoordelen op mijn handelen. Alles vanuit de wet en niet vanuit iets anders. Om dat te waarborgen draagt de politie bijvoorbeeld een uniform. Zodat zij er gelijkvormig, uniform, uit zien. Zodat het niet uitmaakt wie mij aanspreekt omdat op dat moment de overheid mij aanspreekt.

Iedere uiting van religie (of een andere overtuiging) is daarmee in strijd. Ik kan dan niet meer onderscheiden of ik word aangesproken vanuit een overtuiging of vanuit de wet of vanuit een persoonlijke interpretatie van die wet. Dat mag en moet ik verlangen van de overheid. Ik ben de minst machtige en macht moet herkenbaar, uniform en fair zijn.

Daarom draagt Vrouwe Justitia een blinddoek, om zonder onderscheid recht te spreken.

Als mensen willen werken bij de politie dan kies je dus voor uniformiteit. Je kiest er voor je eigen individualiteit op te schorten tot na je dienst. Het is niet anders, zo is het. Als je daar niet voor wilt kiezen dan moet je een ander beroep kiezen. Ook dat is niet anders.

Opmerkelijk is dus dat het niet om het hoofddoekje gaat maar om de overheid en onze fundamentele afhankelijkheid daarvan. Om die veilig te stellen is het nodig niet af te wijken van het uniform.

Buiten de overheid is het prima. Daarbinnen niet.