Toch nog even: boeren

Langs de A2, zo tussen Abcoude en Breukelen, wordt het land getooid met heel veel Nederlandse vlaggen. Op de kop natuurlijk. Hier en daar een Prinsenvlag, ook op de kop. (De boer in kwestie is niet echt het scherpste potloodje in het etui). Verder veel hooibalen in zwart plastic met allerlei teksten erop. Het leidt af en het is weerzinwekkend dom.

Maar er is meer. Er staat ook een soort hoogwerker met daaraan bungelend een levensgrote pop. Ook op de kop. Volgens mij in een blauwe overall, maar daar kan ik naast zitten. Ik kan niet teveel kijken want het is de snelweg. De boer in kwestie heeft zich of laten inspireren door de foto’s van Mussolini na zijn executie, of door beelden uit Iran waar homoseksuele jongeren aan hoogwerkers langzaam op worden getrokken om heel langzaam te stikken. De boer heeft smaak.

Wat bij mij blijft hangen is mijn gevoel dat ik niks meer te maken wil hebben met dit volk. Ook niet met alle andere boeren die aan de ene kant profiteren van alle subsidies en regelingen maar aan de andere kant politici bedreigen. Boeren die denken dat het normaal is dat je bedrijf overgaat van vader op zoon en die dat dus per sé zo willen houden. Eeuwig. Word maar wakker: ook ik ben geen buschauffeur of meteropnemer geworden. De bakker op de hoek is gestopt zonder dat zijn zoon of dochter de bakkerij overnam. Niemand in loondienst regelt opvolging. Het stam uit verloren tijden.

Het is ook vreemd in een land waarin het aantal boeren drastisch is gedaald de afgelopen decennia, door schaalvergroting en bedrijfsbeëindiging. In 1970 waren er 185.000 boeren bedrijven, nu nog geen 50.000, op net zoveel land. Alle boerenactiviteiten vormen nog geen 2% van het BNP, en alleen veehouderij is circa 1,5%. Bijna 50% van het land wordt gebruikt door boeren. Landbouw is verantwoordelijk voor 17% van de uitstoot van broeikasgassen, en voor 90% van de ammoniakuitstoot. Zo’n 60% van de productie is voor het buitenland bestemd.

Ik kan doorgaan met cijfers. Dat doe ik niet. Voor mij is het beeld helder: iedere nostalgie ten opzichte van het boerenbedrijf mogen we laten varen. Het gemiddelde bedrijf is nu vier keer zo groot als in 1970. Het is een industrie geworden, verder niet. Een industrie waarin de industriëlen zich in een overall hijsen, op een trekker gaan zitten en chaos veroorzaken. Het land gijzelen omdat politici geen ruggengraat hebben om te zeggen ‘jullie kunnen de pot op. Er zijn grotere problemen.’

Intussen wil ik eigenlijk niets meer kopen dat van een reguliere boer komt. Ik heb geen enkele zin een sector te steunen die zo gebaseerd is op hybris, ontkenning, grote monden en intimidatie.

Er is een alternatief. En dat is mooi. Er zijn inmiddels bijna 2.100 biologische boeren die samen 5% van het landbouwareaal gebruiken. Die niet met trekkers een dodelijke file veroorzaken, die willen zorgen voor mens, dier en milieu. Die samenwerken met milieuorganisaties en bijvoorbeeld Natuurmonumenten om goed voor ons stukje planeet te zorgen. Daarnaast luisterde ik laatst naar een podcast over voedselbossen. Klein en kansloos momenteel, maar wat een genot om te horen hoe vanuit een monocultuur over de jaren een bos ontstaat met grote diversiteit. Een bos ook dat een restaurant voorziet van topvoedsel van het seizoen. Er zit groei in maar niet voldoende. In vijf jaar tijd is het aantal vertienvoudigd, maar het blijft verwaarloosbaar.

Deze alternatieven zetten op wereldschaal geen zoden aan de dijk. Dat snap ik ook. Tegelijkertijd vind ik dat we collectief moeten weigeren te kopen van een beroepsgroep die zo redeloos tekeergaat als nu gebeurt. Die nooit mee willen denken, die belangenbehartigers hebben waar je niet naast wil wonen. De invloed van het individu is altijd klein. We kunnen twee dingen doen. Ten eerste kijken naar ons eigen inkoopgedrag en dat als we willen aanpassen. Maar wat belangrijker is: bij verkiezingen juist stemmen. Bij iedere verkiezing: provinciaal, waterschappen (juist die omdat boeren per definitie een plek hebben in het bestuur), gemeenten, rijk en Europa. Dan tellen al die opgetelde individuen opeens wel.

Doen.

La grande rentrée: het is 1 september! Gelukkig maar.

Paris boulevard with autumn trees, café, bookshop, pedestrians, and traffic

Het is 1 september. Een prachtige dag en een prachtige datum. La grande rentrée: de terugkeer na alle vakanties. Het leven begint weer. Zo voelt dat voor mij.

In mijn vroege jeugd keek ik altijd uit naar het einde van de grote vakantie. Bij V&D mocht ik dan met mijn moeder nieuwe schriften en pennen en passers en potloden en gummetjes en nog veel meer kopen om weer naar school te gaan. En nee, school als instituut vond ik helemaal niets. Een grote disciplineringsfabriek (zo noemde ik dat toen overigens nog niet, Foucault was voor mij onbekend) waar ik moest doen wat anderen zeiden. Dus niet daar verheugde ik me op, maar wel op iets anders.

Ik ging weer dingen leren, nieuwe dingen of een verdieping op wat ik al wist. Ik kon weer urenlang schrijven in mooie schriftjes, boeken lezen en daarover overhoord worden. Ik voelde het bloed weer gaan stromen, na maandenlange stilstand in de zon.

Toen ik naar de universiteit mocht werd dat nog veel sterker. Al die kennis, al die boeken. Een leven dat draait om leren, nieuwe kennis opdoen, examens afleggen om te zien hoe ver je bent.

Dat gevoel is er nog. Op 1 september begint voor mij het jaar. Ik zit vol met ideeën, wil dingen anders gaan doen, heb zin in het ontdekken van een nieuwe filosoof, auteur, keuken. Maakt niet uit. Creatieve onrust is het. Ik verheug me op een nieuw jaar dat loopt tot juli volgend jaar. September is het begin van heel veel.

De sfeer heb ik aan AI gevraagd te vangen in een beeld. Dat beeld staat hierboven. Zo beleef ik de herfst. In een stad, winkelend, boekhandel in, boekhandel uit. Op een terras in de lauwe herfstzon zitten met de geliefde en een glas champagne drinken.

Herfst is voor mij ook weer beginnen met mijn bedrijf. Nieuwe dingen, nieuwe ideeën hebben en in gang zetten. Een team enthousiasmeren, meekrijgen en dingen doen waarvan iedereen dacht dat die niet zouden lukken. En toch slagen.

September is een mooi begin van een mooie tijd. Herfst.

PS: die ‘foto’ is niet simpel tot stand gekomen. Eerst reden auto’s op dezelfde rijbaan alle kanten op. Was er opeens een fietser tussen al het verkeer in. Mensen deden rare dingen en in het uiteindelijke plaatje zie je de fietser op het trottoir lekker op de boekhandel af fietsen. Als je ziet hoeveel werk we besteden aan het instrueren van AI, en hoeveel genoegen we nemen met ‘net niet’ wordt het mij droef te moede.

De Var in brand, enkele weken later

Een leuk stel mensen op de foto. Helemaal klaar voor een Soirée Blanche bij Le Jardin Secret in Cotignac. Een avond in de wijngaarden waar je gefêteerd wordt op een heerlijke maaltijd, met heerlijke wijnen en een gezelschap dat een verrassing is. Je weet niet met wie je die avond gaat dineren. Dat stel mensen ben ik met mijn gezin en vrienden. We hadden een geweldige avond.

De foto is genomen daags nadat de laatste branden in Cotignac hadden huisgehouden. Tot vlak achter het domein was de brand gekomen. Op meters van de hoofdgebouwen. Als je Cotignac binnenrijdt vanuit Carcès dan zie je links de ravage die de brand heeft achtergelaten. Grijs, grauw, huizen die ternauwernood zijn ontsnapt, andere huizen die volledig zijn afgebrand. Het restaurant had besloten de avond door te laten gaan, ‘omdat we altijd weer opstaan’. Laten zien dat een Fransman er altijd bovenop komt. Vandaar die mooie avond.

Ook daags na alle branden hadden we onze eerste officiële apéro met de directe buren. Geaccepteerd als we zijn, hadden we een heel leuke, kleurrijke avond die in het teken stond van alle ravage. En natuurlijk ook over ons buurtje bovenop de berg. Over het feit dat we met zijn allen aan een doodlopende weg wonen. Dat we waakzaam moeten zijn en moeten zorgen voor elkaar.

Ook de gesprekken in het dorp gingen daar steeds over. Bij de bakker, op het terras. Over een mevrouw in Correns die het dorp niet meer uit kon komen. Links vuur, rechts vuur. Geen kant op kunnen. En al pratende waren er steeds drie dingen die werden benoemd.

Allereerst dat diegenen die verantwoordelijk zijn voor deze branden zwaar gestraft moeten worden. Liefst op het dorpsplein en graag zo zwaar mogelijk. De mensen zijn heel boos en weten dat de branden altijd door iemand worden veroorzaakt. De mensen in de Var zijn niet heel zachtzinnig hierin. Als je in Nederland nog ‘nou, nou, dat mag wel wat minder’ kunt denken, dat is hier niet het geval. De boosheid is er bij iedereen. De behandeling van de fikkiestokers varieert maar loopt altijd zeer slecht af voor de fikkiestoker.

Dan over de zorg voor elkaar. Iedereen heeft wel iets voor een ander gedaan. Mensen in huis genomen, extra brood gebakken voor de pompiers, geholpen met de troep opruimen, je eigen afspraken op de lange loop laten omdat anderen voor moeten. Van groot tot klein: men doet iets en daar is men trots op. We zorgen voor elkaar. Een solidariteit die onnadrukkelijk vanzelfsprekend is.

En dan het klimaat. Iedereen ziet dat het klimaat verandert, dat dat door de mens komt en dat dat leidt tot verschrikkingen. Alleen: wat is je handelingsperspectief? Wat kun je als inwoner van Carcès daartegen doen? Het vertrouwen in de grote overheid in Parijs is heel klein, het vertrouwen in de gemeenschap is groot. Er wordt dus gesproken over samenwerking tussen gemeentes om brandwallen aan te leggen. Om eerder ter plekke te zijn als er iets is. Om niet meer open te barbecuen, geen sigaretten meer weg te gooien, et cetera. Het zijn kleine oplossingen voor grote problemen. Anderen stoppen met olijven of wijn en leggen pistacheboomgaarden aan. Meegaan met de verandering. Men zoekt een uitweg, een nieuwe mogelijkheid in een wereld die op zo’n grote schaal verandert, dat je je machteloos voelt als je niet uitkijkt. En het laatste wat men hier wil is machteloos zijn.

Intussen hebben we dus een diner in de wijngaarden, een apéro met de buren, dansen we op de Grand Aïoli op de Place Respélido en drinken we ons drankje op het terras. Want ondanks alle gedoe moet je wel genieten. Omdat je niet kunt strijden op grote schaal, doe je dat op kleine schaal en geniet je desalniettemin. Want dat heb ik wel geleerd in het zuiden: tegenslagen kunnen groot zijn maar je moet altijd met elkaar wat drinken en eten. Dat helpt.

In de afgelopen twee weken is er veel regen gevallen. Dat lucht op. Brand kan heel lang in de grond blijven zitten en dan is er weinig voor nodig om de boel weer op te laten laaien. Door alle regen is die kans nu veel kleiner. Wel weet iedereen dat zulke grote branden normaal zullen worden. Ieder jaar is er ergens wel een brand, maar dat was altijd vrij beperkt. Nu wat er iets nieuws: honderd vierkante kilometer, zeventien dagen lang in brand. Het zal niet de laatste keer zijn.

Een leven zonder Bluesky. Hoe is dat?

Bluesky

Zo midden juli besloot ik vier weken van Bluesky weg te blijven. Ik vond dat ik wel heel erg veel tijd doorbracht op social en dat de uren voorbijvlogen. BS gebruikte ik nog het meest. Ooit verbannen van Twitter (vanwege een post over Monty Python) koos ik jaren geleden voor BS. Ik werd gebruiker 550.124. Mijn dagen begonnen, na douchen, scheren en aankleden, met even checken van WA en BS. Soms klikte ik het icoontje gedachteloos aan. ’s Morgens las ik de krant en gaf dan snedige opmerkingen op BS, die meestal reactie genereerden.

Ik leverde bewijs van mijn bestaan. Maar steeds meer bekroop me het gevoel dat ik geen enkele steen had verlegd.

En dus op een dag meldde ik op BS: “minder op mijn mobiel, koude kalkoen, we zien wel en I’ll be back”.

Hoe is dat bevallen? 

Ik had me vier weken afwezigheid voorgenomen. De eerste dagen klikte ik gedachteloos het icoontje aan en sloot het dan weer snel. Alsof ik even wakker werd en besefte ‘dat zou ik toch niet doen!’. Na een dag of drie was mijn reflex verdwenen. Vier weken lang niet geopend en niet bekeken.

En het gekke is, dat leidt echt tot ander gedrag. Laat ik wat voorbeelden geven.

  1. Het ochtendritueel met de kranten. Ook op vakantie lees ik twee kranten, De Volkskrant en Trouw. Niet iedere dag, maar ik haal het dan altijd in. Ik lees ze oppervlakkiger dan thuis, maar wel met aandacht. En dan het verschil: zonder BS lees ik anders. Ik heb nog steeds overal een mening over en idee bij, maar die zijn direct weg als ik verder lees. Hoe anders is dat mét BS. Dan analyseer ik mijn ergernis bijvoorbeeld, verzin er een snedige opmerking bij, post die en kijk wat er gebeurt. Het lezen van de krant is een begin van een proces van communicatie met de buitenwereld. Op dát moment en direct. Zonder BS gaat dat anders. Als er iets blijft hangen dan bespreek ik dat veel later met mijn gezin, maar meestal blijft er niets hangen. Nieuws blijkt dan gewoon heel vluchtig te zijn. Ik voel ophef noch verontwaardiging. Een rustiger leven.
  2. Fotograferen. Ik maak nauwelijks foto’s zonder BS. Toegegeven: ik post af en toe wat op Insta maar ik heb daar nauwelijks volgers, en het aantal likes komt nooit boven de 8. Ik ben geen fotograaf, ik ben de absolute meneer Kiekje. Maar mét BS ben ik enthousiaster in het om me heen kijken. Dan denk ik al snel: ‘dat is gek/leuk/mooi/interessant’ en dan maak ik een foto die ik post. BS zet mij aan tot fotograferen. Nu geniet ik van de foto’s die gemaakt worden door vrouw en oudste zoon.
  3. Lezen. Ik lees, ik lees veel en graag en ik lees van alles. Daarin is niets veranderd. Alleen met BS lees ik mee met een aantal anderen, en laat ik een aantal anderen meelezen met mij. Soms lees ik op BS over een voor mij nieuwe schrijver. Dan bestel ik bij mijn boekhandel een boek en ga lezen. BS is voor mij laagdrempelig voor het uitbouwen van mijn literaire leven. 
  4. Mensen. Tja, het lijkt allemaal virtueel dat BS en dat is het ook. Maar toch. Er is een aantal mensen, aan wie ik gewend en gehecht ben geraakt. Hoe je op afstand iets ‘met elkaar’ kunt hebben. Dan las ik René Girard en dan dacht ik ‘zou M dat ook hebben gelezen?’. Kreeg ik een kookboek en dacht ik ‘zou C dat ook kennen?’. Had ik weer eens een mening en dacht ik ‘wat zou P hiervan vinden?’. Ik kon ook mensen missen. Hoe is het met H, met A, met M, met J, etc enz.
  5. De wereld. Als je continu op BS zit dan is relativeren iets moeilijks. Zoveel meningen, verontwaardiging, ophef, instemming, groepen, inclusie, exclusie, links, rechts, het komt allemaal voorbij op BS. En alles komt binnen. Je hóeft er niets van te vinden, maar toch doe ik dat wel. Het zijn continue externe prikkels die me aanzetten tot tenminste oordeelsvorming en vaak het innemen van een standpunt. Daarin laat ik me sturen door het platform. Eenmaal van BS af, kwam er een enorme rust over me. Er zijn niet zoveel onderwerpen waarover ik me druk maak, en zonder externe prikkels bleven die onderwerpen ook heel beperkt. Sterker nog: de Var brandde en dat was mijn dagelijkse habitat. Opletten dat het niet bij ons kwam en heel veel contact met buren en dorpsgenoten. De grote wereld was ver weg. Een kleine bleef over. Erg prettig.
  6. En als laatste: ikzelf. Pedant als ik kan zijn, grossier ik in sarcastische en snedige opmerkingen. Alles valt me altijd op en dan laat ik dat weten op BS. Zojuist nog sprak op de radio een mevrouw over een ‘hommade aan Dolly Parton’. Hop, op BS! Dat deed ik niet meer. Mijn gezin en vrienden zijn heel duidelijk, die hebben geen zin in mijn dad jokes en gevatheid. Ik ging, kortom, mezelf veel minder serieus nemen. En dat is heilzaam. Ik moet niet overal wat van vinden. 

Wat is nou de conclusie?

Zonder BS is het leven echt anders. Met positieve en negatieve effecten. Positief is dat je echt meer tijd hebt voor zaken in real life, en die zijn altijd leuker. Je verliest je ook minder in doomscrollen. Ook neem je minder deel aan discussies die tot niets leiden. En, het belangrijkst, er is gewoon minder ophef in je leven. Op BS is er altijd wel iemand met een particuliere hang up die altijd weer tevoorschijn komt. Van hamas en Israël tot aan voedselhypes. Overal word je in meegezogen.

Belangrijkste negatieve effect: bepaalde mensen kon ik enorm missen. Zomaar, opeens. 

Het effect van mijn vier weken, is dat ik (nu nog) veel minder op BS aanwezig ben. En dat is lekker. Twee keer per dag doe ik een check en dat is het dan ook. Zo heb ik beide effecten te pakken: niet alles is even belangrijk én ik kan de mensen die ik wil gewoon volgen en er soms op reageren.

Eerbetoon aan vrijwilligers

Kom er maar eens om: vrijwilligers! Het blijken er steeds minder te worden als ik het nieuws mag geloven. En dat terwijl heel veel draait op vrijwilligers.

Wat in ieder geval geheel draait op vrijwilligers is de Dieptetuin, de Parel van Zeist. Zonder de vrijwilligers zou het niet eens meer een parel zijn.

Dat komt zo. 

De Dieptetuin bestaat al bijna 120 jaar. Ooit aangelegd door de familie Van Tets, omdat zij een mooie opvallende tuin wilden hebben. Dat kon toen nog gewoon. De tuin heeft decennia overleefd, waaronder de Tweede Wereldoorlog. Hij heeft toen nog even gediend als parkeerplaats voor militaire voertuigen. 

De trots van een plaats als Zeist, zou je denken. 

Niets bleek minder waar, een jaar of vijftien geleden. Zeist wilde in het kader van bezuinigingen af van de zorg voor de Dieptetuin. Geen zichtlocatie en dus niet interessant om te onderhouden. Dan maar laten versloffen. Alle aandacht moest uitgaan naar parken aan de weg. En inderdaad, de Dieptetuin ligt niet aan de weg. Dat maakt ‘m ook zo speciaal.

In 2012 heeft een aantal mensen de Stichting Vrienden van de Dieptetuin opgericht. Heel simpel: als de gemeente het niet doet, doen we het zelf. En al snel waren er vrijwilligers die het onderhoud op zich wilden nemen. Met aandacht en liefde, iedere week weer.

In de loop der jaren is er een samenwerking met de gemeente tot stand gebracht met een heus beheerplan, waarin we hebben vastgelegd wie wat doet en wanneer. Jaarlijks evalueren we de samenwerking en uit die evaluatie blijkt telkens weer de belangrijke rol van de vrijwilligers. Zonder hen zou de tuin er niet zo bijliggen.

En niet alleen het onderhoud. De huwelijken die plaatsvinden, de grote en kleine concerten, de winteractiviteiten, de Levende Kerststal (nog steeds op het randje van de financiële afgrond balancerend), de onderlinge vriendschappen en de onderlinge zorg voor elkaar: allemaal mogelijk gemaakt door de vrijwilligers. Het is werkelijk een uniek clubje.

Voor dat clubje kookt het driekoppig bestuur één keer per jaar. Om de vrijwilligers in het zonnetje te zetten en de hoed af te nemen. In juni dineren we dan aan een lange tafel met iedereen die kan, de vijver op de achtergrond. Per jaar wordt tijdens de ‘vriendenraadpleging’ (ook zo’n leuke bijeenkomst in april of mei) het thema gekozen. Dat was dit jaar ‘fleurig’. En fleurig was het. De stemming was als altijd opperbest. Er was uitbundig gekookt, voorgerecht, hoofdgerechten en een verrukkelijk dessert. Voor wie wilde was er een wijntje en voor wie wat anders wilde wat anders. Het menu was geheel vegetarisch, vanwege het thema: fleurig, bloemig. En bij het dessert was er een pierement dat fleurige nummers speelde, en begon met Tulpen uit Amsterdam. 

Vrijwilligers zijn niet alleen belangrijk, ze zijn leuk en waardevol. Het is een dag koken meer dan waard. Op naar volgend jaar!

Foto: Gerard van Kouwen (vrijwilliger)

Brand in de Var

Een week geleden begonnen, en nog steeds actief. Op een steenworp van ons huis. De andere kant van onze gemeente is geevacueerd uit voorzorg. Wij zijn – voorlopig – veilig. De wegen zijn afgesloten op twee na. Tientallen huizen weg, tientallen beschadigd, 1500 pompiers continu aan het werk.

De buren zijn rustig en afwachtend. Ik sprak vanmorgen mensen in het dorp. Iedereen is zorgelijk. Twee mensen met een winkel wonen in Montfort en zijn geëvacueerd. Patou heeft een pinsakiosk bij Thoronet, maar alles is gesloten.

De lucht is scherp van de geur van brand, de as daalt continu neer op terras en auto.

De conclusie is simpel: er zijn altijd branden, maar dit is nieuw. Temperaturen van 40°+, een sterke mistral en de begroeiïng is kurkdroog. Dit is klimaatverandering in de praktijk.

En voor alle ontkenners: schaam je. Je weet niet waar je het over hebt met je vrijblijvende, gemakzuchtige geneuzel. Sterker nog: je bent een idioot.

Groet uit een klein dorp in de Var met lieve zorgelijke mensen.

De V&D als Madeleine

Vandaag liep ik langs de V&D in Zeist, althans, wat daar nog van over is. Er wordt flink gesloopt en de planning is dat in 2029 er woningen zijn. Over een paar jaar dus. Je kijkt zo door het skelet naar etages waar je ooit hebt gelopen, een koffer hebt gekocht, kampeerspullen, kerstspullen. Veel, maar niet genoeg om het bedrijf in bedrijf te houden. We hielden ervan, maar genoeg kopen, ho maar.

Zoals het gaat met veel retail.

Maar met de V&D heb ik altijd een speciale band gehad. Ook met die in Zeist, hoewel ik ben opgegroeid in Utrecht, op Zuilen.

Als kind gingen we ’s avonds op de achterbank met mijn ouders ‘een stukkie rijden’. Dat was echt een uitje. Eind november en in december reden we dan altijd over de Lange Viestraat, in het donker, langs de etalage van V&D. De versieringen die ik als kind daar zag zal ik nooit vergeten. En met de jaren worden die alleen maar mooier en groter (geen grotere leugenaar dan het eigen geheugen!). Je zag de bewegende Pieten, Sint en de boot en je wist dat met Sinterklaasavond er een cadeau op je lag te wachten.

Mijn moeder werkte bij diezelfde V&D, op de koekjesafdeling. Vol trots omdat het echt goede koekjes waren. Lekker en goed gemaakt.

En dan Zeist. Zeist was voor ons gezin altijd een uitje. Mijn vader reed langs grote huizen, waar ik met ontzag en verlangen naar keek, Zeist in. Achter V&D parkeerde hij de auto, en dan gingen we winkelen. Eerst de V&D in. Al die mooie spullen bij elkaar, zo voor het pakken. De sfeer, het vriendelijke personeel, de snoepafdeling waar ik en mijn zus altijd iets mochten   uitzoeken. Maar vooral: één winkel van buitenlands allure waar je werkelijk voor alles terecht kon. We spreken de jaren zestig, zeventig van de vorige eeuw. Het was louter luxe die we ervoeren. Daarna de Slotlaan op. Waar nu Kruidvat zit, was toentertijd een platenzaak. Mijn vader kreeg dan van mijn moeder een lp van James Last of Bert Kaempfert. Verschrikkelijke muziek in ieder geval. En na het winkelen weer heel tevreden naar huis.

Zoals Proust ooit losging aan de hand van de geur van een madeleine, zo begon ik te mijmeren toen ik de sloop zag van de V&D. Het was een onvermijdelijk einde, einde 2015. Iedereen wist het, iedereen zag het aankomen. Wat niet verdwijnt zijn herinneringen. 

Stomata

Onderstaande stellingen heb ik ooit in 1984 geschreven en daarna gepubliceerd in SOX, een blad uitgegeven door en voor studenten sociologie. Naast sociologie hield ik me intensief bezig met psychologie en filosofie. Dat is te merken. Ach ja, de jeugd, de jeugd. Overmoedig en onvermoeibaar. Veel van wat ik hier stel onderschrijf ik na 42 jaar nog steeds. En dat vind ik mooi en waardevol.

  1. De mens is het middelpunt van het heelal en tevens de maat van alle dingen. Dit ontkennen levert problemen op t.o.v. de eigen identiteit. Om te overleven moet men zichzelf als hoogste goed beschouwen.
  2. Hetgeen niet betekent dat de mens, als maat van alle dingen, alle dingen ook kent. Het kennen is iets waar eenieder zich sinds het begin van het denken mee heeft beziggehouden.
  3. In het proces van het kennen zijn 2 begrippen van belang: object of subject. Spreken over kennen sluit al de vraag uit of het subject tot kennen van het object in staat is. Het veronderstelt dit.
  4. Object is datgene dat wij als levenloos ervaren respectievelijk betitelen, subject is datgene dat tot kennen in staat zou zijn. Er bestaat een wisselwerking tussen deze twee: het kenproces.
  5. De mens is geen tabula rasa: ons kennen wordt beïnvloed door eerdere ervaringen, ook door datgene we sociaal milieu noemen. Het vormt een manier van kijken naar en in de wereld: in deze zin is ieder kennen en daarmee iedere uitspraak subjectief.
  6. De genezen krankzinnige is in zijn kennen gelijk een palimpsest.
  7. Ieder kennen is uniek en toch overdraagbaar en mededeelbaar. Dit vermogen tot mededeelbaarheid stoelt op de wortels van de mensheid: de mens is een sociaal wezen.
  8. Ieder kennen vindt zijn oorsprong in de wereld van de objecten: daarmee ‘bestimmt das Sein, das Bewußtsein’.
  9. De wereld zonder kennend subject is van generlei waarden. Een boom is van geen enkel belang zonder subject dat datgene hij ziet de naam ‘boom’ geeft.
  10. Met het geven van namen aan objecten is communicatie begonnen. Daarin schuilt ook het vermogen tot overdraagbaarheid.
  11. Zolang iedereen het erover eens is dat ‘iets’ met een blad en vier poten een tafel wordt genoemd is er niets aan de hand.
  12. Men behoort in de wereld der objecten te onderscheiden tussen natuurlijke objecten en artificiële objecten. De laatste zijn door tussenkomst van een subject tot stand gekomen: meer en meer nemen zij de plaats in van de natuurlijke objecten. In dit zin leven wij in een toenemende artificiële wereld.
  13. Door het kennen vindt een proces plaats van zingeving: het produceren van artefacten is zingeving die voorafgaat aan het kennen van het eindproduct.
  14. Aangenomen dat begrippen artificiële objecten zijn, aangenomen dat – dus – de zingeving heeft plaatsgevonden: kunnen we nadenken over de sociale werkelijkheid.
  15. Iedereen is het er bijvoorbeeld over eens dat een object ‘rood’ is (kleurenblinden en andere devianten uitgezonderd). Dat dat zo is, wil niet zeggen dat dat object ook ‘rood’ is.
  16. ‘Is’ is hier opgevat als een wezenlijk bezittend deel van identiteit van het object: we zitten ernaast. Een ‘rood’ object ‘is’ allesbehalve rood.
  17. Waar we het dus over hebben is de negatie van dat rode object, voorzover de kleur van belang is. We synthetiseren onze waarneming, datgene we al weten en datgene we wenselijk vinden, tot een bepaalde uitspraak: we communiceren.
  18. Taal stoelt op afspraken.
  19. De sociologie doet uitspraken over de sociale wereld. Nu is de wereld altijd al onderwerp van denken geweest. Soms verklaard aan de hand van een of meerdere goden, soms door zelfstandig na te denken. De laatsten werden door de eerstgenoemden verbrand.
  20. Geloof is geworteld in een afwijzing van actief kennen.
  21. Sociologen doen uitspraken over de sociale wereld. Natuurlijk kent iedereen de Elfde These ad Feuerbach van Marx, maar niet iedereen heeft deze serieus genomen.
  22. Sociologen die ook nog docent zijn, doen de student gaarne geloven dat zij een objectieve wijze van kennen hebben veroverd. Tenslotte zijn zij al jaren bezig. Studenten op de eerste twee rijen nemen dat voetstoots aan. 
  23. Natuurlijk: iedereen is al jaren bezig maar niet iedereen heeft sociologie gestudeerd. Sociologen wel en die hebben dus een streepje voor: het autoriteitsargument.
  24. Wij moeten ervan uitgaan dat zij die al klaar zijn met hun studie, ook niet weten van kennen precies inhoudt. Ook zij zijn subjectief: zij het met meer kennis en daarmee dus nog meer vertekend.
  25. Wij moeten meer leren dialectisch te kijken naar degenen die ons een spiegel voorhouden. Het is hún spiegel: welk belang hebben zij bij die spiegel?
  26. Wat is hun kennen meer dan dat van ieder ander, versluierd in terminologie, jargon en begrippen. Zo’n begrip is INTERSUBJECTIVITEIT. ‘Objectiviteit’ durft men niet te gebruiken, men bedoelt hetzelfde.
  27. Intersubjectief is men het erover eens dat een groene auto groen is. Zeker. Met een groene auto is nog geen revolutie begonnen of tegengehouden. Intersubjectief is iedereen het erover eens dat ‘we allemaal moeten inleveren’. Het ene subject zit hier duidelijk in een betere situatie dan het andere subject.
  28. Het terrein van de filosofie en de sociologie is bezaaid met het kruid genaamd ideologie. Pogingen dit veld om te ploegen en nieuw vooruitstrevend zaad te strooien hoeven niet tevergeefs te zijn. Integendeel.
  29. Een opening zal van waarde zijn als deze natuurlijk is; een kunstmatige opening heeft ook zeer grote verdiensten.
  30. Stellingen dreigen aan deuren genageld te worden.

Daar gaan we weer: Het Nationaal Hitteplan

Laat ik eerlijk zijn: ik hoorde over het Nationaal Hitteplan en dacht direct ‘oh, daar gaan we weer. Een gegeven opblazen tot iets groots een meeslepends. Het past helemaal in een periode waarin we verslaafd zijn een rampspoed, ondergangsgedachten en protocollen. Wanneer stopt dit?’

Dat dacht ik dus en soms denk ik dat nog. Alles wordt geproblematiseerd en risicomijden is verworden tot nationale sport. Stel je voor dat er iets ergs gebeurd!

Later op die dag luisterde ik naar Dit is de Dag waar een VVD politicus (geen idee welke) vol op het orgel ging over betutteling en de vrijheid van de mens. De gesprekspartner was iemand die het Nationaal Hitteplan verdedigde. Hij deed zijn best.

De VVD’er stelde dat iedereen verantwoordelijk is voor zijn eigen leven en dat de wereld ten onder gaat aan alle betutteling. Hij haalde er van alles bij. Dat protocollen altijd leiden tot meer werk voor iedereen, meer administratie, meer gedoe et cetera.

Men raakte in een Wittgensteineske spraakverwarring, want dat was allemaal niet wat men beoogde met het Nationaal Hitteplan. Toen de tegenstrever ook nog eens begon over regionale verschillen en dat een nationaal plan dus niet kan, begon ik echt geestelijk af te haken. Dat overkomt me overigens vaker bij VVD’ers van de huidige generatie.

Wat bleef hangen was ook mijn eigen afkeer van weer een plan. En toen, eindelijk, kreeg de voorstander van de journalist van dienst ruimte om een en ander toe te lichten.

Gewoon er voor elkaar zijn.

De kern van het plan is namelijk, er gewoon voor elkaar zijn. Dat ouderen geen dorstprikkel ervaren en kunnen uitdrogen. Dat het leven beter is als we iets meer op elkaar letten en voor elkaar zorgen als dat nodig is. Dat ouder zijn geen individuele liberale keuze is maar een gegeven, met alles erbij van dien.

De kern van het plan was dus dit: we leven samen en als we echt samenleven komt iedereen de hitte goed door.

Niks protocollen, niks betutteling, niks bemoeienis: gewoon een appèl aan elkaar om naar elkaar om te zien.

Maar ja, daar is de VVD niet voor bedoeld en vooral niet mee bezig. Het was aan dovemansoren gericht. Maar niet bij mij. Een voor mij bureaucratisch ding als weer een plan, werd opeens tot een sympathieke actie gericht op samenleven. Dat is toch mooi.

Ik moet gewoon niet zoveel vooroordelen hebben en wat meer naoordelen. Leve het Nationaal Hitteplan.

Het bonnetjesschandaal!

Mooie titel voor een blog dacht ik. Ergens begin deze eeuw was er een politicus die iets had gesjoemeld met bonnetjes. Dat was een schandaal geworden. Bonnetjesschandalen zijn altijd politiek. Maar deze keer geen politiek, gewoon bedrijfsvoering. Want waar gaat het om?

Lekkerbezig levert als platform niet alleen geweldige diensten en geweldig aanbod, maar we doen ook alle facturatie en admin voor de klant. Dat is enorm handig. Het neemt veel werk uit handen en je hebt op éen plek overzicht en inzicht.

Case closed, toch?‍

Nou nee. Nog steeds hebben we gesprekken met potentiële klanten over onze dienstverlening. Daarbij komt heel vaak voorbij dat klanten stellen dat ze al die bestellingen net zo goed zelf kunnen regelen, en dat het enige wat er moet gebeuren (het bonnetje processen) dat ze dat zelf dan wel doen. Want waarom niet. Zo moeilijk kan het niet zijn een bonnetje te processen.‍

En inderdaad, dat deel is niet zo heel moeilijk. Duur is het wel. Heel duur.  

Laat ik eens beginnen met het bonnetje. Het verwerken van een willekeuring bonnetje in een willekeurig bedrijf kost ergens tussen de €35-€70 per bonnetje! Hoe kan dat nou weer?‍

Simpel: een bonnetje inleveren, is het begin van een heel proces. Iemand kopieert het bonnetje, de manager keurt het goed na een kort gesprek, het komt in de admin-omgeving terecht waar het geheel compliant ter goedkeuring wordt aangeboden aan de tekenbevoegde, et cetera enzovoort. Uiteindelijk moet het bonnetje worden uitbetaald aan de leverancier. Dat hele proces is onzichtbaar maar kost dus bakken met geld.‍

Als je een bedrijf het met 100 medewerkers die voor hun vitaliteit en leren en ontwikkelen ieder jaar twee bonnetjes inleveren dan kom je al snel op  de €10-€14k kosten. Verborgen. Maar heel reëel.

En dan is er nog iets. Je betaalt leveranciers per stuk en direct. Continu grijp je dus in in je cash flow. Dat is in een wereld waarin je voorspelbaar wilt zijn niet echt handig.‍

Wat is de oplossing van lekkerbezig? Wij doen al die admin voor je, wij betalen leveranciers op tijd en financieren voor jou dus vooraf en jij als bedrijf betaalt per verzamelfactuur waarbij je ook nog eens budgetbewaking kunt hebben. Voorspelbaar, risicoloos én het scheelt je per medewerker een kleine €130 per jaar. No brainer dus.‍

Het schandaal is dat bedrijven zelf alle bonnetjes willen afhandelen.

Ook gepubliceerd op www.lekkerbezig.me Het Bonnetjesschandaal | Lekkerbezig