
Stel je voor, je opent een rekening in Frankrijk bij CA. Of iedere andere Franse bank. Ik heb daar al over geschreven. Je hebt mailverkeer vanuit Nederland. Je stuurt alles op wat je hebt en wat men nodig heeft. Gewoon per mail. Niet in een beveiligde portal, maar per mail. Dan meld je je op de afgesproken tijd en de bankbediende in kwestie heeft alles geprint voor zich op haar bureau liggen. Dat wordt allemaal ter plekke ingevoerd in een systeem, met veel gezucht, en zeven kwartier later sta je buiten met een goed gevulde map in je handen. Je hebt een rekening! Koffie heb je overigens niet gekregen. Noch een glaasje water.
Dan denk je dat je er bent, maar er moeten ook pasjes komen. Ook dat duurt weer even en je moet de pasjes fysiek afhalen in het filiaal van jouw bank.
Misschien kan dit allemaal anders, maar dit is wat ons gebeurde.
En toch zeg ik, ‘we kunnen weer wat leren van Frankrijk’. Wat dan?
Nou, dat is heel simpel. Een paar dingen.
Allereerst natuurlijk dat niet alles nú, ter plekke moet worden geregeld. Meestal is het niet erg als er even overheen gaat. Maar daarnaast nog iets veel belangrijkers.
Pasje ophalen!
Weken na het openen van de rekening kon ik mijn pasje gaan ophalen. De bank gaat om negen uur open en dus was ik er op tijd. Het halletje zat al vol en ik moest wachten. Maakte niet uit, ik had de tijd. In een hokje zat de bankmedewerker, een jonge vent in keurige kleding met een kekke bril. In het halletje zijn twee guichets: een om geld te storten en een om geld op te nemen. Na een minuut of tien kwam de eerste klant alweer het hokje met de medewerker uit en werd de volgende naar binnen geroepen. Dat gebeurde nog een keer of vier. Toen werd een oudere vrouw, ver in de zeventig, geroepen, en de bankmedewerker zei ‘ah, daar bent u weer’. Hokje in, minuut later hokje weer uit, de medewerker vroeg hoeveel het moest zijn (€40), stak haar pasje in de automaat, voerde de pin in, gaf haar het geld en zei ‘tot de volgende keer’. Zij naar buiten, hij met pasje naar binnen waar hij het opborg en de volgende naar binnen riep. Dat was ik. Ik liet mijn paspoort zien, hij zocht in een bakje met allemaal nieuwe pasjes en ik kreeg mijn pasje. Drie kwartier had alles geduurd.
Ik liep naar buiten, activeerde mijn pasje in de automaat en was daarmee trotse bezitter van een nieuw betaalmiddel in Frankrijk. Koffie drinken bij Café Le Central.
Wat kunnen we hier nu van leren?
Ten eerste is er gewoon een bankfiliaal in ons dorp. Een dorp met 3.500 inwoners. Meer niet. Tegenover het café loop je even naar binnen om te doen wat je moet doen. In Nederland zijn geen kantoren meer. Je kunt nergens naar binnenlopen. Alles moet online. En daar zit een probleem in Nederland. Wat moeten mensen die minder bekwaam zijn met online? Hoe komen die aan hun geld? Hoe werkt een betaalautomaat? In Carcès loopt de bankmedewerker gewoon met je mee om geld op te nemen. Dat is de grote ten tweede. De menselijke maat. Weten dat niet iedereen meekan in de vaart der volkeren en daarin voorzien. Een medewerker die je pasje beheert, je pincode kent en zorgt dat je altijd geld hebt. Risicoloos.
Ik ken alle kritiek op Frankrijk. Hoe het aantal ambtenaren, en beambten daar veel groter is dan chez nous. Hoe bureaucratisch alles verloopt. Dat kan. Maar als het ertoe doet, is er een mens van vlees en bloed die de ander gewoon helpt. Zoals de mevrouw van La Poste al jaren dezelfde mevrouw is, die ook oplet in ons quartier. Die weet dat je er bent of niet.
Het betaalt zich ook uit in tijden van gedoe. Tijdens de grote branden stond iedereen klaar voor de ander. Mensen werden opgevangen, extra brood werd gebakken, de bank had extra tijden voor mensen in nood, men was er voor elkaar. Achter alle vastgeroeste gewoontes en procedures gaat een zorg voor elkaar schuil, die ik in ons land wel eens mis. Want al die regels kunnen ook worden verbogen om met elkaar te kunnen leven op een prettige manier. Waar in Nederland alles is gerationaliseerd, blijft Frankrijk ook heel erg irrationeel. Duur en menselijk. Blijkbaar kan dat ook uit.








