Diep in Frankrijk, waar niets gebeurt?

Een typisch Frans dorp, ver weg van Parijs, diep in het zuiden. Mensen om half elf ’s morgens op het terras achter een biertje of een p’tit blanc, kletsend, rokend. Lome sfeer omdat het wederom een warme dag zal worden. Hier en daar een verdwaalde toerist met een croissant achter een kop koffie. Zich verbazend dat je hier je meegebrachte croissants gewoon op het terras mag opeten. In je eigen land zou je weggejaagd worden.

Een hoofdstraat met drie boulangers, een slager, twee kleine supers en nog het een en ander. Veel is het niet.

Veel is het wel geweest. Er was een Presse, met een kale altijd goedgehumeurde eigenaar die kranten verkocht van over de hele wereld. En speelgoed. En pennen en papier. En asbakken. En snoepgoed. En de Gala. Hij verkocht van alles, behalve sigaretten. Daarvoor moest je naar een van vier buralistes die dat wel mochten. De kale eigenaar had er altijd goede zin in. Tot op een zekere dag hij dat niet meer had. Les Mousquetaires, de supermarkt net buiten het dorp, verkocht opeens ook tijdschriften. Niet veel later stopte hij ermee. Hij vond het niet meer leuk. Zijn winkeltje werd overgenomen door de eigenaar van de supermarkt die het weer aan zijn dochters gaf. Alles werd verbouwd, de dochters bleken geen enkel talent te bezitten (of het moet het volstrekt negeren van klanten zijn geweest) en niet veel later was de winkel leeg.

Er zit nu een makelaar.

Van de vier buralistes zijn er nog twee over. Annex barretje, dat helpt. Er was ook ooit een speelgoedwinkel. Hadden veel Lego en de zonen konden er naar hartelust rondkijken. Soms kocht ik wat voor hen en de eigenaren waren leuke kindvriendelijke mensen. Ze stopten ermee en toen kwam er een jongere dame die het niet op kinderen had. Zelden in een speelgoedzaak zoveel chagrin tegengekomen. Ze kreeg het voor elkaar dat de zonen er niet meer naartoe wilden. Exit speelgoedzaak. Even heeft er nog een hamburgertent gezeten, maar hier eet men liever pizza. De pizzatent is er nog, Totolina.

Een echt Frans dorp dat ooit vol leven was. Restaurants, winkeltjes, ontmoetingsplekken, drukte. Maar de wereld verandert. Toeristen willen meer luxe, meer winkels bij elkaar met een breed assortiment. En ook de lokale bewoners kopen liever bij de Ecomarché omdat dat voordelig is. Alle crises hebben hier flink toegeslagen. Het inkomen is laag en iedere euro is er een. Dus ook de salle à manger op de foto is reeds lang gesloten. Het grootste hotel, het enige hotel van het dorp is dicht. Het wordt nu verbouwd en de gevel doet vermoeden dat er weer groots gelogeerd kan worden op termijn.

In de loop der jaren is het dorp minder druk geworden met winkeliers en andere neringdoenden. Af en toe een toerist die graag goed brood koopt en zich God in Frankrijk waant op het terras van Le Central.

Maar er is meer. Er komen weer nieuwe zaakjes terug. De groenteboer die ermee was gestopt, geen opvolging, liet een lege zaak achter. Ene Marie is gekomen en heeft er nu weer een bloeiende zaak van gemaakt voor de lokale bewoners. Net zo duur en vaak goedkoper dan de supermarkt: Chez Marie Fruits et Légumes. Er is een koekjeswinkel gekomen waar je allerlei lokale lekkernijen kunt kopen. De lokale ‘troisfoisrien’ is er ook nog steeds. Telkens een andere mevrouw die de scepter zwaait, maar je kunt er voor een habbekrats van alles en nog wat kopen.

Het dorp is veranderd. En het oude dorp zal niet meer terugkomen. Vroeger is dood, dus het is hoe het is.

Als je goed kijkt zie je door alles heen ondernemingsgeest, zorg voor de lokale economie en de wil om er iets van te maken. Dat hebben ze hier volop. Niet bij de pakken neerzitten, maar doen. En intussen stemt een meerderheid op RN. Dat dan weer wel. Een meerderheid van een minderheid die is gaan stemmen. Met wantrouwt Parijs en vindt tegelijkertijd dat Parijs meer moet doen voor de lokale economie.

Er gebeurt dus veel maar in zo’n laag tempo dat je het bijna niet waarneemt. Goed opletten en blijven kijken dus. De vertraging verdragen, dat moet je wel kunnen.

Wat makkelijk is als het hier al meer dan twintig jaar komt.

De dood en de levenden

Onlangs schreef ik over de dood van mijn vader. Over hoe hij in de oorlog uit Oostenrijk naar Bretagne was gelopen met een stel kameraden. Ik schreef dat ik een kleine foto heb van die tijd in Bretagne, hoe hij een koe zit te melken.

Het geheugen is een van de minst betrouwbare bronnen om op terug te vallen en te vertrouwen. Die foto bestaat, genomen door mijn vader en hij staat er dus niet op. Wel heb ik een foto van hem gevonden in het struweel, gekleed in te grote vuile kleren.

Omdat sinds de dood van mijn vader ik tot de levenden behoor die hem nog koesteren: hierbij die foto. Genomen ergens in de buurt van Quimperlé, Bretagne.

De populistische oncoloog

Je zit bij de oncoloog omdat een uitslag negatief is. Je hebt kanker. Een zwaar oordeel en wellicht het einde van je toekomstdromen. De arts probeert heel genuanceerd uit te leggen wat de uitslag is, wat de verwachtingen zijn, wat de mogelijkheden zijn en dat het een lang proces gaat worden. Dan opeens zwaait de deur open en komt de populistische oncoloog binnen!

Bam! Lawaai. Wat een entree. Hij doet de pc van jouw arts uit en zegt dat foto’s van je binnenste niet je binnenste zelf zijn! Dat je er over heen kunt groeien, dat kanker een kwestie van perceptie is en sinds wanneer geloof jij nou de medische elite? Daar kun je toch niks van verwachten? Worden ook allemaal betaald door medifarma’s die jou bang willen maken en daarna dood. Ben je gek geworden? Zie je niet wat er gebeurt? Loop maar met mij mee want wat jij hebt komt heel vaak voor en is doodgewoon. Gezonder gaan leven en iedere dag 12 liter water drinken en de mail van het ziekenhuis niet meer openen! Je zult zien, binnen drie maanden zijn je klachten weg.

Hij kijkt je aan. Brutale blik met ogen die geen tegenstand dulden noch verwachten. Wat ga je doen, lijken ze te zeggen: een beetje de wetenschap volgen die vol zit met schimmige theorietjes of wil je beter worden? Echt beter en geen mak schaap in de handen van het ziekenhuis.

Tja, daar heeft hij een punt. Je buurvrouw kent iemand die alleen maar zieker werd van de behandeling en ook doodging. Na heel veel jaren, maar toch. En een kennis van een kennis heeft ook veel water gedronken en die leeft nog steeds. En laatst las je op FB van die neef van 51 die opeens dood was na een prik in het ziekenhuis. En je wilt niet ziek zijn, je wilt je goed voelen. Je wilt geen vragen van een arts, je wilt oplossingen.

Je groet je eigen arts en loopt achter de populistisch oncoloog aan. De gang door, het ziekenhuis uit een ander gebouwtje in en daar blijkt het enorm vol te zitten. Mensen met aandoeningen die zichtbaar zijn. Jouw kanker is niet zichtbaar en ja, ja bestaat die kanker eigenlijk wel? Nu je het zegt, je voelt al een stuk beter. Je neemt plaats tussen alle anderen en komt erachter dat jouw oncoloog wordt betaald door een groot watermerk. Posters aan de muren en een heel groot waterapparaat.

Eindelijk ben je aan de beurt. Je gaat naar binnen en wordt ontvangen met een brede lach. Zo, dus jij schaart je achter de grote beweging. Beweging? Welke beweging. Die van opstand tegen de gevestigde elite die er alleen maar op uit is mensen ziek te maken door onderzoek. Onderzoekt u me nog, probeer je voorzichtig? Nee, natuurlijk niet. Alles wat je onderzoekt levert altijd een negatief resultaat op en het is onzin, je moet vertrouwen op je eigen gevoel. Hoe je je voelt? Prima eigenlijk wel, nu je erover nadenkt. Zie je! Nog twee gesprekken en 12 liter water per dag en je bent er doorheen. Mindset, framing, elite, woorden die hij gebruikt. Je vraagt hoelang hij al arts is. Arts? Nee, natuurlijk niet. Dan hoor je erbij, bij die elite. Nooit. Een beetje lid zijn van een beroepsvereniging en moeten vergaderen. Vergaderen en de tijd nemen en onderzoeken lezen is precies wat ze willen. Zo word je monddood. Je moet nooit vergaderen of dingen lezen, je moet actie voeren. Oppositie voeren, en dat doe je je vanuit de buitenkant. Uitgaan van je eigen kracht!

Een beetje overdonderd vertrek je naar huis. Je hebt een vouchercode voor de eerste 24 flessen water. Gratis! Je voelt de energie van die vent die geen arts is. Nou ja, die hebben toch ook geen clou en zitten er altijd naast. Hij heeft gelijk, als die onderzoeken zijn er om je om te toveren tot een mak schaap. Je neemt er een borrel op en je gaat slapen.

’s Nachts word je wakker van een zeurende pijn in je maagstreek.

Bij de dood van mijn vader

Vaderdag 2022. Deze rede heb ik uitgesproken op de begrafenis van mijn vader die op 6 februari 2007 is overleden. Bedoeld eigenlijk voor alle vaders, overal. 

Voor U staat een wees van 47 jaar oud. In minder dan 8 jaar heb ik mijn beide ouders verloren en ben ik zelf vader geworden van twee zonen. Sinds dinsdagnacht ben ik zelf geen zoon meer.

Vandaag begraven we mijn vader, Ben Koopman. Zijn voornaam betekent “sterk, moedig als een beer”.

Ik wil U graag wat meer over hem vertellen en over zijn leven. Gewoon omdat ik dat wil, maar ook omdat er achter deze grote, vaak zwijgzame, man een leven zit dat vol en volledig genoemd mag worden.

Mijn vader was een man met wat we tegenwoordig een hoog EQ noemen. Heel veel gevoel en een groot inzicht in wat de mens drijft. En altijd een wijs oordeel. Was mijn moeder voor mij een inspirerend twistpunt, mijn vader was voor mij altijd een ijkpunt als het ging over de keuzen in mijn leven. Het was ook een man van maar drie boeken, maar die drie boeken hebben hem wel gevormd. Het waren de Bijbel, De Ziener van Patmos en Wout de scheepsjongen.

Uit dat laatste boek wil ik graag iets voorlezen.

Dromen van heldendom.

Wout is een jongen die naar zee wil. En, zoals dat hoort, zijn moeder is daar op tegen maar uiteindelijk krijgt hij haar zegen om te gaan. Op zee vinden zijn kameraden dat hij nergens voor deugt, hij is niet handig en ze laten hem een beetje links liggen. Tot er een storm komt en hij op kracht en wilskracht een kind, Dora, redt. Hijzelf haalt het maar net en dan komt de kapitein bij hem kijken:

“’Ja ja mijn jongen, je was toch een zeeman..een held; ja, maar we wisten het niet. Ik zal je bij je moeder brengen als je beter wordt. ’t Oude mensch mag trots zijn op zoo’n jongen.. God zij gedankt dat hij mij zoo’n jongen gaf op mijn schip… ‘Wout hoort het niet. In wondermooie droomen ligt zijn ziel gevangen.” Wout slaapt, uitgeput.

Mijn vader is altijd mijn held geweest, ook al wist niet iedereen dat. En man om ongelooflijk trots op te zijn en nu ligt zíjn ziel in wondermooie dromen gevangen.

Dit boekje heeft mij vader gelezen na 1933. In 1936, hij is dan 13 jaar oud, wordt hij matroos bij Damco. In 1939 gaat hij varen bij rederij De Tijdgeest. Op 28 maart 1940 zet hij de stap naar de grote vaart en krijgt zijn eigen monsterboekje. En dan opeens breekt de oorlog uit. ‘Den oorlog’ zoals hij altijd zei. De droom van Wout de Scheepsjongen houdt op.

De oorlog.

De oorlog die hem voor de rest van zijn leven heeft getekend. Hij is opgepakt voor de Arbeidsinzet, is ontsnapt, kwam in Wenen terecht waar bij op een tram reed en bokste. Gevlucht uit Oostenrijk is hij met een aantal kameraden naar Bretagne gelopen. Ik heb nog een heel klein fotootje waar je een aantal jongens een koe ziet melken. Mijn vader zit daarbij. Terug in Nederland weer werd hij opgepakt voor verzetswerk en kwam terecht in Kamp Amersfoort. Gevangene nummer 8017. Ergens in 1943 moet dat zijn geweest. In 1944 stond hij op een lijst om getransporteerd te worden naar Buchenwald. 

Dat is duidelijk niet gebeurd. Ik sta hier immers. De toenmalig directeur van het SAZU heeft hem gered uit het kamp. Op 28 mei 1944 is hij door commandant Berg ‘Entlassen’, en op 7 augustus 1944 is hij gaan werken in het ziekenhuis, nu het UMC, waar ik precies 15 jaar later geboren ben en hijzelf deze week is gestorven.

Op 16 juni 1945 meldt hij zich aan bij de Binnenlandse Strijdkrachten waar hij chauffeur wordt. Tot zijn grote ergernis zitten bij de BS ook lieden die hij nog kent uit de oorlog, toen niets deden en nu opeens de held uithingen. Mijn vader had de pest aan schijnheiligheid. Over heiligheid zo meer.

Ik ben stil blijven staan bij de oorlog. Over dat deel van zijn leven werd altijd gezwegen thuis. Ik kan me niet voorstellen hoe het moet zijn om op je 17de in een oorlog terecht te komen, in het verzet te gaan, op transport te worden gesteld, te vluchten, te lopen naar Bretagne, weer te worden opgepakt en dan maanden te moeten overleven in een van de wreedste kampen van Nederland.

Een waarlijk wonder is het dat mijn vader, in zijn zwijgen over de oorlog, altijd een opgeruimd en vooral een positief mens is geweest. Ondanks alles.

Door met leven.

Nu dan nog iets over heiligheid. Mijn vader is grootgebracht met het geloof. Niet een beetje losjes, maar zeer streng. Allerlei geloven zelfs. Op 24 augustus 1947 is hij gedoopt en heeft belijdenis gedaan voor de Kerk der Zevende dag Adventisten. Zijn binding met die kerk duurde niet erg lang.

In 1951 leerde hij mijn moeder kennen en heeft hij de kerk volledig de rug toegekeerd. Misschien was het wel zo dat wie met mijn moeder leefde, geen God nodig had. Zijn oudtestamentisch gevoel voor goed en kwaad heeft hij altijd behouden.

In 1953 zijn mijn ouders getrouwd. Mijn zus was er in 1956 en ik in 1959. Mijn vader was voor mij mijn rots in de branding. Hij was niet meer de man van de grote vaart, niet van de grote daden in het verzet of van de opbouw van Nederland. Wat was hij wel voor mij?

Op de vierkante meter van het gezin was hij er altijd, zonder voorbehoud en zonder voorwaarden. Hij nam mij zoals ik wilde zijn, ondanks zijn eigen mening. Die liet hij altijd horen maar van mij verwachtte hij geen gehoorzaamheid of zo. Eenmaal kreeg ik een inkijkje in zijn geloofsachtergrond. Ik was een jaar of 18 en werd lid van de CPN. Ik vertelde mijn ouders dat. Hij keek me aan en zei ‘die partij is van de Satan’.

Verder was zijn vraag altijd ‘ben je gelukkig?’ Als het antwoord ‘ja’ was, was het ok. En bij ‘nee’ ging hij zitten en luisteren.

Hij was er altijd. Maakte ’s morgens de kolenkachel aan zodat we warm konden worden. Hij had voor mij een kuil aan de rechterkant van zijn lichaam waarin ik lekker kon zitten. Op een zeker moment had hij vier banen (meteropnemer, bladenman in de avonduren, scholen schoonmaken samen met mijn moeder en twee nachten per week bij de Lubro brood bakken) om op vakantie te kunnen. 

Dat deden we volop. Eerst in de scooter met zijspan naar Limburg. Later met de auto naar Italië. 

Mijn vader was een fysieke man. Ooit werd ik bedreigd door een buurman en ik belde mijn vader of hij mij en mijn vriendin kon komen halen. Hij kwam en belde bij de buurman aan. Door de brievenbus zei mijn vader dat hij even wilde praten. De buurman deed open. Het was een bovenhuis. De deur ging open en mijn vader sloeg de man de trap op met de woorden ‘van mijn zoon blijf je af’. 

Mijn vader was de held over wie hij las als kind. Of hij nou op een boot zat of niet: als er storm was zorgde hij ervoor dat ik uit de brand werd geholpen. Steeds weer.

Het einde en verder moeten.

De avond van zijn dood vroeg ik aan hem hoe het met hem ging. Hij zei “Je hoopt er het beste van. En als de hoop ijdel blijkt te zijn dan zien we wel weer verder”.

De hoop bleek ijdel en wij moeten verder zien. Wij zijn wees, mijn zus en ik, en moeten verder zonder onze vader. Ik moet verder zonder mijn ijkpunt.

De eik is geveld. Ik heb altijd gedacht dat dat niet kon. Ben hoort dit alles waarschijnlijk niet. In wondermooie dromen ligt zijn ziel gevangen. Ben slaapt. Uitgeput.

Ik heb wel een schrale troost. Als ik in de spiegel kijk zie ik steeds meer mijn vader. En ook ik zet ’s avonds alles klaar voor het ontbijt. En ook ik ben liever te vroeg dan te laat. En ook ik hou van gevulde koeken, gangmakers en bloedworst.

Voor mijn vader dan ook nu een prachtig nummer van Neil Young, Old Man.

Rust zacht pa en dank voor alles. Ik kan met alleen maar liefde aan je denken.

Het ligt allemaal aan de Tweede Kamer (en niet aan Rutte)

Afgelopen week weer een verheffend ‘debat’ in de Tweede Kamer bekeken. Iedereen weet inmiddels dat Rutte een oude mobiel heeft omdat hij daarmee sms’jes kan versturen. Iedereen weet inmiddels ook dat hij nog maar een paar jaar geleden het tegendeel beweerde. Iedereen weet inmiddels dat waarheid in de handen van onze premier een fluïde begrip is. Een land dat wordt geleid door iemand die zich of niets herinnert, of zegt dat hij weliswaar betrokken is bij alles maar niet betrokken is, of aankondigt radicaal nieuwe ideeën te hebben over de werking van het politieke bedrijf, iemand die van alles zegt maar uiteindelijk niets van dat alles doet heeft zijn eigen bullshit baan gecreëerd.

Nu kwam er veel over me heen op Twitter toen ik nogal kritisch was op Rutte. Van het argument dat hij toch al 11 jaar de boel bij elkaar houdt (die opmerking vond ik nogal paradoxaal en ironisch) tot aan het argument dat we een parlement hebben met 150 kwezels.

Is dat zo? Is het parlement gevuld met kwezels?

Tenminste is het zo dat wat er ook gebeurt, Rutte kan doen wat hij wil zolang hij kan steunen op een kleine meerderheid. Geen van de vier partijen zal tegen hem stemmen. Hoe stoer D66 en CU ook doen: uiteindelijk heeft men slappe knieën. Maar goed, dat is het ultieme monisme: kabinet en regeringspartijen zijn één entiteit. Dat is al langere tijd zo.

Maar de oppositie dan?

Tja, je zult maar oppositie zijn in deze Tweede Kamer. Strijdend tegen een blok beton, gesloten rangen van regering met fracties. Dan kun je niet veel anders dan nu toch?

Ben ik toch anders over gaan denken.

Ik vond het debat de zoveelste déconfiture van Rutte, laat ik daar helder over zijn. De man is leeg. Maar wat pakte te oppositie het dom aan.

Laat het me uitleggen. Het gaat me niet om als die een- en tweemansfracties. Dat is gewoon een abberatie in ons systeem. Het zijn Hadjememaars van het zuiverste soort. Lekker rellen en geen enkel coherent idee. Jammer, maar ze zijn er nu eenmaal.

De grote oppositiepartijen bakten er helaas helemaal niks van. Zoals dat tegenwoordig wordt gezegd: ze gingen mee in het Nokia-narratief over de sms’jes. Dat hadden ze nu juist niet moeten doen. Wat dan wel?

Oppositie voeren tegen een gebrek aan beleid en een gebrek aan visie. Oppositie voeren tegen de geestelijke leegte die Vak-K is. Duidelijk zeggen dat de tijd van de volksvertegenwoordiging heel kostbaar is. Duidelijk zeggen dat ze het juist niet over die sms’jes gaan hebben omdat er een achterliggend probleem is dat veel groter is: burgers die massaal in de steek worden gelaten en worden gewantrouwd. Dat het wantrouwen waar Rutte zo Groep Krul-achtig op reageert (en nu stoppen hoor want ik vind het niet meer leuk) de standaardhouding van de overheid is richting burger. Daarover had het moeten gaan.

En ik weet dat iedereen op zoek is naar de soundbite die ’s avonds op tv wordt herhaald. Maar kies andere soundbites. Breng een motie in dat je wilt dat dat wat Rutte voor zichzelf opeist, blind vertrouwen, de standaardhouding vanuit de overheid moet worden. En ga dan niet over tot de orde van de dag. Hamer erop. Maak Rutte boos, zorg dat hij daarover uit zijn vel springt en niet wegkomt met slap ge-oh. Sta voor de mensen die het nodig hebben. Praat over huisvesting, zorg, werk, inkomen, energie, veiligheid. Het gaat helemaal niet over sms’jes, het gaat over vertrouwen dat ten diepste is geschonden. Benoem dat. Geef de mensen in het land die de politiek niet meer geloven een stem.

Dat gebeurde niet. Het werd steeds gekker. Eerst moest er direct uitleg komen, toen zegde Rutte een brief toe (wat handig is) op korte termijn (geen idee wat dat is) en het eindigde met Klaver die eiste dat om 18.00 uur die brief er moest liggen. Het was op dat moment rond 16.00 uur. Ik heb geen idee of die brief er is gekomen. Wat blijft is het beeld: opgewonden drukke politici die steeds verontwaardigder worden en eisen stellen die qua uitkomst niet meer controleerbaar zijn. Een premier die zegt ‘ik moet nu echt weg’ en joviaal zwaaiend de TK verlaat.

Het wordt tijd dat de oppositie een visie ontwikkelt en die gaat benadrukken. Reageren op de waan van de dag is niet alleen doodvermoeiend maar zinloos. Dat weten de potentiële stemmers ook. Die hebben immers met de waan van de dag te maken (bijvoorbeeld je energierekening) en zullen op politici stemmen waarvan ze verwachten dat ze de macht die ze hebben zullen inzetten om hun leven beter te maken.

Het debat van afgelopen week was dus inderdaad ook een déconfiture van de Tweede Kamer. Rutte is er sterker uitgekomen, CU en D66 zijn de vazallen van de macht en de overige partijen pakken niet door. Integendeel.

Het ligt aan hen en niet aan Rutte.

Paascake, een recept (maar ook zonder Pasen heerlijk).

Ik kreeg op twitter het verzoek mijn recept voor Paascake te delen. Dat doe ik dus hierbij.

Ieder jaar maak ik een baksel voor Pasen en voor de Kerst. Zonder zuivel omdat mijn oudste zoon melkeiwitallergie heeft. Klinkt simpel, maar het betekent dat hij van een minieme hoeveelheid daarvan in een anafylactische shock raakt en op de intensive care terechtkomt. Ieder jaar toch wel een keertje, dus als ik kook dan extra voorzichtig.

Normaal bak ik een stol. Erg lekker maar na een dag of drie kan ik iemand ermee doodmeppen. Echt onder de knie heb ik die nog steeds niet. Dus dit jaar dacht ik: ik hou van cake, laat ik een cake met spijs maken. Wel met een beetje de ingrediënten van een paasstol. Ik heb het een beetje zelf bij elkaar verzonnen gebaseerd op het Margriet kookboek van mijn moeder uit 1963. Bakken is niet echt mijn forte maar dit lukte wonderwel.

Hier komt ie dan.

(Een bakblik van 30 cm heb ik gebruikt. Let daar dus op met hoeveelheden)

250 gram Vioblock gezouten margarine (of roomboter)

200 gr suiker

5 eieren

250 gr zelfrijzend bakmeel

200 gr amandelspijs

50 gram noten (pecan, walnoten, macadamia)

50 gram sultana’s (geweld)

50 gram fijngesneden bigarreaux (zag ik in het bakvak van de supermarkt en leek me wel leuk)

kaneel

(oven op 160ºc voorverwarmen)

Boter en suiker luchtig kloppen. Moet een soepele massa worden en dan een voor een de eieren erdoor kloppen. Je schrikt je dood omdat het er een beetje klonterig uit gaat zien. Niet echt lekker oogt het, maar dat komt goed met de bloem erbij. Als het mooi romig is doe je het zelfrijzend bakmeel erdoorheen en een flinke theelepel kaneel. Spatel pakken en de rozijnen en bigarreaux erdoorheen mengen.

Het bakblik voor de helft vullen met het beslag. Van de amandelspijs een rol maken en erin leggen. De rest van het beslag er overheen draperen. Bij mij zag het er rommelig uit maar door de hitte van de oven wordt het een mooie bovenkant (door de grote hoeveelheid boter).

Ik heb de cake een minuut of 40 in de over gedaan en gecheckt met een satéprikker. Die kwam er niet helemaal schoon uit en ik heb er nog 10 minuten baktijd aan toegevoegd. Dat was voldoende.

Het resultaat is perfect. Nou ja, bijna dan. Iets luchtiger was beter geweest. Waarschijnlijk was het deeg iets te droog. Een eitje extra was wellicht beter geweest. Maar toch, ik ben er best trots op.

Weg met de vleestaks.

Een goed idee: vlees gewoon duurder maken. Als je dat doet dan zal er automatisch minder vlees worden gegeten. Een goed idee: vliegen gewoon duurder maken. Dat wordt er minder gevlogen. Gas duurder want dan komen er sneller alternatieven.

Kortom: het hele idee is dat als dingen duurder worden er minder van gekocht en verbruikt wordt.

Economie is een sociale wetenschap met een enorme bias. Gedacht wordt dat de mens een homo economicus is die rationeel handelt en reageert op prijsprikkels. Goedkoper en de vraag stijgt, duurder en de vraag daalt. Zou best waar kunnen zijn maar er zullen ook voorbeelden van het tegendeel bestaan.

Daar gaat het nu niet om. Waar wel om?

We leven (inmiddels weer) in een wereld waarin basisbehoeften niet meer voor iedereen even goed toegankelijk zijn wegens marktwerking en prijseffecten.

Als alles voor iedereen duurder wordt dan zullen de mensen met de minste middelen er het eerst op achteruit gaan. Dat is wat we nu al minimaal 10 jaar zien, maar in feite al veel langer. Wat echt wordt geproduceerd door prijsstijgingen is een nieuwe onderklasse. Mensen met een zeer beperkte beurs die niet meer weten hoe ze rond moeten komen. Mensen met geld zijn de lachende derde. Die hebben nergens last van.

Wat is dan inmiddels zo duur geworden dat er een tweedeling is?

Aanvullende ziektekostenverzekering, tandartsverzekeringen, waardoor toegang minder is. Kinderen die opgroeien met een slecht gebit. Mensen die wegens eigen risico wel twee keer denken voor ze naar een arts gaan.

Huisvesting: wie kan er tegenwoordig een huis kopen? Je wordt wel geacht te kunnen huren op de vrije markt maar voor dezelfde maandlasten iets kopen is uitgesloten. Sterker nog: kopen is uitgesloten. Zelfs met een lage rentestand.

Opleiding: massaal wordt er uitgeweken naar huiswerkondersteuning en duur privé-onderwijs. Als je dat niet kunt betalen heb je vette pech en zit je kind op een gemiddelde school waar hij een van de 1700 is en opgaat in de massa. Geen aandacht voor het individu want geen tijd. Overvolle klassen.

Mobiliteit: gisteren nog moest ik nodig tanken en ik rekende op 20 cent na 120 euro af. Als je modaal of minder verdient denk je wel twee keer na of je dat iedere week doet.

Ik kan dit aanvullen met allerlei voorbeelden en diensten, ik doe dat niet. Het is wel duidelijk zo.

Laat ik eens naar onze overheid kijken die de tweedeling ook heeft doorgevoerd. Je zal maar een verkeerde postcode hebben, af en toe geld aan de moskee schenken, een exotische achternaam hebben, een keer een verkeerd vakje hebben aangevinkt, kinderopvang hebben geregeld bij een verkeerd bureau, wonen in een huis van een coöperatie met enkel glas en schimmel, je kinderen op een propvolle school hebben en geen alternatief kunnen betalen, je tweedehands auto voltanken, op de radio horen dat de hypotheekrenteaftrek geheel moeten verdwijnen terwijl je dankzij die aftrek net dat huis in Maarssenbroek hebt kunnen kopen met twee magere inkomens, horen dat er vliegtaks komt waardoor je ook moet nadenken over die ene vakantie per zoveel jaar, en dan nu horen dat de prijs van vlees drastisch wordt verhoogd.

Je zult, kortom, maar net rond kunnen komen en alles, maar dan ook echt alles wordt duurder. Behalve jij, jij wordt niet duurder voor het bedrijf waar je werkt omdat je er al jaren maar een beetje bij hebt gekregen. Iemand stelde laatst dat een parkeerplek in Amsterdam per dag meer verdient dan iemand met een minimuminkomen.

Mijn vader zei altijd ‘de arbeider moet als eerste inleveren en krijgt er als laatste wat bij’. En zo is het nog steeds.

Ik vind die vleestaks een heel slecht idee. Wie denkt dat mensen met geld minder vlees gaan eten vanwege de prijs, denkt moreel verkeerd. Zij met geld gaan geen karbonade minder eten door prijsstijgingen. Wie het breed heeft laat het breed hangen. En ik vind dat men extra aandacht aan hen aan de onderkant moet geven. Dus huizen herstellen, ouders geld teruggeven na het kindertoeslagenschandaal en rijkelijk compenseren en helpen de boel weer op de rit te krijgen (compenseren alleen is dus een walgelijk idee; er is hen geld ontnomen en de staat heeft dat geld wederrechtelijk tot zich genomen. Restitutie dus plus compensatie), het eigen risico alleen voor hen boven een bepaalde loongrens, et cetera. Alles doen om de omstandigheden van de grote groep Nederlanders te verbeteren. Dat hoort te gebeuren. Een rechtvaardige verdeling van de welvaart en een overheid die fatsoenlijk en betrouwbaar is. Niets anders dan dat.

En nu die vleestaks. Heb ik daar een oplossing voor? Nee, niet echt. Ik vind dat er veel minder vlees gegeten moet en kan worden. De massale slacht van dieren moet minder. Iedereen mag vlees blijven eten als dat gewenst is, dus verplicht vegetarisme hoeft voor mij niet zo. Zorg dat de prijsprikkels in de keten komen liggen. Dumpprijzen per kilo voor een varken moeten worden verboden. Zorg dat er minder aanbod komt in de winkel en hou de prijs voor goed, fatsoenlijk geproduceerd vlees aantrekkelijk. We moeten met elkaar minder vlees eten en niet alleen doordat het te duur wordt voor grote groepen. Vlees wordt duurder, ook zoals ik het voor me zie. Ik denk dat er psychologisch een verschil is tussen de BTW omhoog gooien enerzijds en betere omstandigheden voor dieren en dus een prijsverhoging krijgen anderzijds. Maar ja, erst kommt das Fressen und dann kommt die Moral natuurlijk.

Waarom ik reageer op die taks is dat er een gewoonte is ontstaan de problemen van mensen weg te lachen en te babbelen, vooral onder Rutte. Alles is licht en ongrijpbaar, alles wordt toegezegd, niets wordt gedaan. Dat gaat vreten aan mensen die aan de onderkant zitten. Maar niet alleen aan hen. Ik ben aan de onderkant geboren maar zit daar inmiddels al lang en breed niet meer. Aan mij vreet het ook. Ik zal mijn afkomst nooit verloochenen en ik vind dat er weer aandacht, werkelijke aandacht moet komen voor hen. Voor hun echte problemen waar men wakker van ligt. Het is nu geveinsde aandacht voor de bühne. Meer niet.

Weg met de vleestaks dus.

Roken? Roken! (Hoe Frankrijk van belang is)

Ik was achttien toen ik ging roken. Ik was met mijn vriendinnetje op vakantie in Bretagne, in Carantec. De camping municipal was basic en prima. Het was fris en prachtig. We hadden fietsen bij ons en reden de hele omgeving door. Toen we op een dag wat gingen drinken zag ik in de goot iets moois liggen. Het was een leeg platgereden sigarettenpakje: Gitanes!

Het was van zo’n schoonheid dat ik zo’n pakje móest kopen. Ik naar de lokale tabac en ik kocht daar mijn allereerste pakje sigaretten. En ik begon te roken. Ik was dus achttien. Eind jaren 70.

Met een Gitanes in mijn mondhoek en een glas whisky voelde ik me opeens onderdeel van een veel grotere wereld dan daarvoor. Ik was een beetje Frans en veel minder toerist. Mijn vriendinnetje rookte al lang, maar zij rookte shag, en dat vond ik niet zo chic. Dus dat deed ik toen niet.

Eenmaal thuis waren de Gitanes snel op en ik ging op zoek naar een vervanging want Gitanes kon ik in Nederland niet vinden. Die vervanging vond ik snel: Gauloises (door iedereen toentertijd uitgesproken als Goelwases). Ook zo’n prachtig pakje en de smaak was als die van Gitanes: zwaar, vol. Altijd sans filtres natuurlijk, want een man moet stukjes tabak in zijn mond voelen.

Toen ik eenmaal rookte viel me op hoeveel er gerookt werd. Op tv werd er volop gepaft tijdens uitzendingen. In films waarbij in de Franse films veel Gauloises werden gerookt. Stoere mannen, van Humphrey Bogart tot aan Jean Gabin en Jean-Paul Belmondo. Maigret rookte pijp, dat was anders. Churchill sigaren en die hoorden bij mannen met een zekere leeftijd. Nee, dan sigaretten. Troost op de lip.

Van het een kwam het ander. Ik rookte steeds meer en ik ging de deur niet uit zonder sigaretten en aansteker. Overal was roken gewoon. Ik ging vaak drinken in Het Hoogt in Utrecht en daar had ik een vast plekje waar ik rookte, dronk en las. Uren, vele vele uren heb ik daar doorgebracht. De sigaret altijd dichtbij en liefst aan. Men lette in die jaren op het merk dat je rookte. Een merk was een sociaal signaal. Vrienden rookten Drum shag en die telden dus niet mee. Mij vader rookte zware Van Nelle en die telde wel mee, want het was zware tabak en het was mijn vader. Er waren er die lichte Amerikaanse merken rookten. Die keerden zich af van de zwaarte van het Avondland. Oppervlakkige types.

Roken was niet alleen lekker en een gewoonte maar het maakte ook deel uit van je sociale zelf.

Gitanes Maïs.

Het jaar erop was ik natuurlijk weer in Frankrijk, en weer in Bretagne. Aan de zuidkant, vlakbij Carnac. Daar zag ik iemand gele sigaretten roken. Die had ik nog nooit gezien en ik vroeg hem welke dat waren: Gitanes Maïs. Zwaarder, meer teer (goudron) en veel meer nicotine. Ik een pakje gekocht en direct wist ik: dit is echt veel lekkerder. Wat een smaak, wat een volheid. En vooral: ze bleven niet uit zichzelf aan dus je moest er steeds moeite voor doen. Tussen al die mensen met witte sigaretten rookte ik opeens in Het Hoogt maïs sigaretten. Dat wil zeggen: het was maispapier, geel en langzaam brandend. De gewone Gitanes kocht ik nog wel op het vliegveld op weg naar Griekenland in de jaren daarna. Een slof voor een gulden of dertig. Maar dat was de reservevoorraad. Het draaide om maïs.

Boyards.

Wat doet Sartre hier opeens? Zal ik vertellen. Als Sartre niet zijn sigaretten zou hebben gehad dan waren al die geweldige invloedrijke betwiste boeken niet geschreven. Sartre rookte als een ketter (dronk en gebruikte drugs ook als een ketter overigens). Toen hem aan het eind van zijn leven, hij was blind en immobiel, gevraagd werd wat nog de moeite waard was, was zijn antwoord “roken”. Tijdens mijn studie raakte ik in de ban van Sartre en ik besloot mijn doctoraal in ieder geval aan hem te koppelen. Ik wist nog niet hoe maar dat kwam later wel. Ik kocht alles van en over hem en ik las alles. In een boekje van Francis Jeanson zag ik foto’s, deze:

Franse filosofen zitten graag voor hun boekenkast en hier zien we Sartre in een interview. Op de rechterfoto zie je duidelijk een pakje Gauloises liggen en op de linkerfoto zag ik iets liggen dat ik niet kende maar later kocht in Parijs: een pakje Boyards.

Het laatste pakje Boyards

Ik was in Parijs en liep een tabac in en vroeg naar Boyards maïs. Of ik dat wel zeker wist. Natuurlijk wist ik dat en ik kreeg dus een pakje. Ik ging naar een park, opende het pakje en wist niet wat ik zag: sigaretten (Gros Module) die veel dikker waren dan gewone. De hoeveelheid teer was enorm (45mg) evenals de nicotine (3,5mg)(ter vergelijking, Gauloises bevatten nu 10mg teer en 0,8mg nicotine). Ik begon te roken en werd licht in het hoofd. Wat een smaakvolle sigaret was dit!

Ik zal het kort houden: in mijn jaren dat ik naar Parijs ging en er woonde, heb ik altijd Boyards gekocht en nam ik vele cartouches mee terug. Ik en mijn Boyard waren onafscheidelijk. Ik heb ze gerookt bij het schrijven van mijn doctoraal (ook over Sartre), ik heb ze gerookt samen met mijn beste vriend Jan als we nachten doorhaalden in mijn kamer achter de Sorbonne. Ik ging nooit de deur uit zonder.

En toen besloot Brussel deze heerlijke sigaretten (en ook het merk Celtique, gros module) te verbieden wegens gezondheidsschade. Nou ja, een beetje gelijk hadden ze wel.

Ik besloot verder te leven met Gitanes maïs. Tot ook die minder lekker werden gemaakt. Zelfs het papier werd veranderd. Ik besloot te stoppen met roken.

Stoppen met roken.

En ja, ik weet dat roken niet goed is of zo je wilt: slecht. Ik ben opgegroeid met rokende familie. De sigaretten op tafel en dan iedereen paffen tot de kamer blauw stond. Hoe het leven verandert: inmiddels vind ik roken stinken en ben ik blij dat er niet meer gerookt wordt. Niet meer in cafe’s, restaurants et cetera. Waar het mij om gaat is dit: mijn roken en dat van velen maakte een extensie uit van mijn ik. Mijn sigaretten waren een sociaal teken dat ik hoorde tot een kaste van connaisseurs: zij die weten hoe je goed leeft en hoe je dat zichtbaar maakt. Daarom Franse sigaretten en daarom maïs. Een zichtbaar teken. En ik vond het lekker, dat ook nog eens. Als mensen mij vroegen niet te roken, rookte ik gewoon niet. Mijn huis was ingericht op roken, ik had 32 asbakken steeds op armlengte afstand zodat ik altijd en overal de as kon aftikken. Slaap- en badkamer waren en bleven rookvrij overigens.

Ik ben opeens gestopt. Ik heb nooit meer een sigaret opgestoken. Ik heb het een keer geprobeerd, een Boyard bij het graf van Sartre, en werd terstond misselijk.

Nog even over mijn vader en roken.

Mijn vader rookte dus. Toen hij dood was (2007) heb ik een gedicht geschreven en voorgelezen:

Het is nooit ver

Als je weet waar je moet zijn,

De weg bekend

De bochten neem je met gemak,

Achteloos een arm uit het raam

En een sigaret in de mondhoek

Soms een blik in de spiegel

Om te zien wie volgt.

Hoe anders is het als

De bestemming onbekend is

En je toch moet gaan.

Een koffer of twee, of niet eens

Je kleren achterlatend in een kast

Van een ziekenhuis.

Wat je hebt is je geloof,

Onwrikbaar. Nee niet in een God

Maar in de goede afloop

Misschien niet hier op aarde

Maar dan toch ergens anders.

En als de hoop ijdel blijkt te zijn

Dan is er de rust die dood zijn is

Een glimlach op je oude gelaat,

Tien jaar jonger ineens,

Alsof je meer weet dan wij die achterblijven.

Toen we de kist sloten hebben we een pakje Gauloises plus een aansteker meegegeven. De laatste jaren kon hij zelf geen sjekkie meer draaien en dus rookte hij zware sigaretten. Ik heb zijn shagdoosje nog altijd:

Roken is nog steeds aanlokkelijk.

Nog steeds als ik oude films zie waarin wordt gerookt, proef ik de sigaret. Maar dat niet alleen, ik ben terug op heel veel plekken waar ik met genot heb gerookt. Alleen, aan een tafeltje bij Le Village Ronsard op de Place Maubert, met een glas Marc. Op een bankje in Carcès tijdens de markt, rokend, kijkend naar voorbijlopende mensen. Samen met Jan in de Rue Cujas, beiden in een grote leren stoel, de nacht doorhalend tot het ochtendkrieken, uitkijkend op de Sorbonne. Bretagne, Lacanau sur l’Océan, Obernai, Lille. Roken is voor mij sterk verbonden met Frankrijk, met zijn waar ik gelukkig ben. Ergens in een stad of op het platteland. Alleen of samen. Maakt niet uit.

Ik rook inmiddels per week nog één sigaar. Inmiddels heb ik de leeftijd daarvoor dus dat is ok. Bij sigaren gaat het om smaak en geur. En die van de Olifant zijn top. Zaterdagmiddag om vijf uur ga ik buiten op het terras zitten met een sigaar en een bodem whisky. Dan rook ik een uur en lees wat of doe helemaal niets. Mijn familie laat me met rust. Mijn uur waar ik het leven in rust kan overdenken. Dat moment heb ik overgehouden aan een leven zoals hierboven beschreven.

In de zomer rook ik die sigaar op het terras in Carcès. Uitzicht in de verte op Salernes. De warmte om me heen en ín Frankrijk. Zo breng ik roken en Frankrijk weer bij elkaar, zoals het hoort.

Roken is lichamelijk slecht, zeker. Een goede reden om niet te roken. Geestelijk heeft het me nooit dwarsgezeten, integendeel. En de mens is meer dan een lichaam.

En als er één land is waar roken lekker is, dan is het Frankrijk.

Nieuw Lyon

La Sucrière

Veel tijd hadden we niet, we zouden pas aan het eind van de dag aankomen, op doorreis. Op weg naar de Alpen had ik bedacht een nacht te slapen in Lyon en daarna nog zo’n 250 kilometer file te pakken. Het was niet anders.

Andere jaren had ik een hotel in Villefranche geboekt. Klein stadje waar je goed kunt eten en het hotel ligt op een heel rustig, totaal niet aantrekkelijk industrieterrein. Het hotel zelf is trouwens heel erg pittoresk en prima. Maar goed, dat zat vol en dus besloot ik iets te boeken in Lyon.

De neiging is in Lyon centrum iets te boeken, maar ik besloot het anders te doen. Enige jaren geleden stond er zoveel file in en rond Lyon dat we door de stad heen gingen. Ook daar tjokvol. En opeens stond ik stil op een kade, de Quai Jean-Jacques Rousseau, waar ik rechts van me aan de overkant allerlei nieuwe gebouwen zag, vooral een heel bruin gebouw. Het zag en aantrekkelijk modern uit. Daar besloot ik een hotel te boeken. Op goed geluk.

Het werd het MOB-hotel vlakbij het Musée des Confluences. Een hippe entrée met leuke jonge mensen. Het hotel op zich viel wat tegen. Kleine kamers die wat gedateerd ogen én gelegen aan een best wel drukke treinverbinding. Maar goed, niet heel erg duur.

Ik parkeerde de auto in een garage ongeveer een kilometer verderop en liep terug naar het hotel. De eerste indruk was niet echt top. Een oud industrieel gebied waar mensen komen om te werken maar voor de rest niets. Zo leek het. Scharrige types en lege gebouwen. “Heb ik dit echt geboekt?” vroeg ik me af.

En met recht, want in mijn gezin sta ik bekend als degeen die de verkeerde keuzes maak. Zo kwamen we ooit in Schwaben voor een overnachting en daar was het prachthotel in Ottobeuren! Althans, dat dachten de zonen. Ik moest eromheen rijden en we kwamen in een gigantische gedateerde blokhut met dames in klederdracht waar ik helemaal blij van werd. Er was geen wifi! Teleurstelling alom. In Beaune heb ik ooit op de Remparts een hotelletje geboekt dat sinds 1258 niet was veranderd. Afijn, je snapt het.

Maar hoe kan een mens zich vergissen!

We gingen wandelen en wat een gaaf stuk Lyon is dit! In niets lijkt het op het oude centrum. Het ís industrieel en wat ontvolkt. Maar tegelijkertijd zit het vol met restaurants en bars. Heel veel jonge hippe mensen die hier komen. De oude overslaggebouwen worden verbouwd tot hippe tenten waar je heerlijk aan het water kunt zitten. In de Saône liggen boten waar je kunt eten. Ik keek mijn ogen uit.

Cube Orange

Achter de parking zit een heel grote shopping mall (even doorheen bijten) en als je daar doorheen loopt kom je in een druk deel van Lyon uit. En ook daar hetzelfde beeld: nieuw en oud door elkaar qua gebouwen. Veel jonge mensen, overal uitgaansgelegenheden. De Rhône en de Saône die de moeite van het langswandelen waard zijn. De overkant van de Saône die eruit ziet als Luik in België: oude armoedige huizen en gebouwen.

Het is een ruig stuk van Lyon dat over tien jaar niet meer te herkennen is.

’s Avonds hebben we heerlijk gegeten bij Selcius. Leuke jonge mensen met een hip menu. Beetje duur voor wat het is, maar je leeft maar een keer.

De volgende ochtend stond ik voor dag en dauw op om de auto te halen. Voor de file uit was het idee. Zelfs de jongens waren om 06:30 uur op! Ik liep het hotel uit, ging naar rechts en struikelde bijna over de mensen. Tientallen, misschien wel honderden mensen, jong en oud maar allemaal hip, zwermden over de straat. Ik haalde mijn auto en reed naar het hotel. De weg stond vol met taxi’s, ook tientallen. En toen daagde het bij me: deze mensen hadden de hele nacht gefeest in een van die grote gebouwen en kwamen nu pas weer naar buiten. En wat blijkt later: de Azar-club is dus gewoon zo’n hippe tent in het nieuwe Lyon.

De AZAR-club

Alle voorbereidingen op de file waren overigens voor niets. Om 08:30 waren we bij het hotel in Les Ménuires omdat er totaal geen file was. Niets. Een ochtend verder wandelen in Lyon had ik ook wel top gevonden.

Kortom: boek een hotel off the beaten track. Laat de omgeving je niet afschrikken maar ga wandelen. De sfeer inademen en er is altijd weer een mooi nieuw stuk te vinden in alles wat al zo bekend was.

We komen nooit meer van de QR-code af.

Panopticum

Rare tijden waarin we leven. Na bijna twee jaar beperkingen ten gevolge van corona, worden die beperkingen nu goeddeels opgeheven. Sommigen klagen over een lock down van twee jaar maar het was natuurlijk geen lock down. Nooit hebben we verplicht binnen gezeten zoals bijvoorbeeld in Spanje wel het geval is geweest.

Anyway: het lijkt erop dat we van alle dingen af zijn.

Ik kijk daar met gemengde gevoelens naar. Enerzijds houdt Europa nog vast aan de QR-code om toegang te krijgen tot van alles en nog wat. Dus als Nederland eenzijdig besluit die code niet meer te onderhouden of te faciliteren, dan wordt Europa ontoegankelijk voor ons allen. Niet alleen voor hen die er willens en wetens voor hebben gekozen zich niet te laten vaccineren of geen QR-code te nemen. Die groep heeft het zelf gekozen maar de rest van Nederland niet. Ik hoop dus dat zolang de wereld nog een toegangsbewijs vraagt, Nederland dat gewoon faciliteert. En als er een nieuwe rotvariant opduikt lopen we weer maanden achter als er nieuwe wetgeving moet komen. Is niet handig.

Anderzijds heb ik mijn twijfel over de toekomst van de QR-code. Ik heb namelijk een diep geworteld wantrouwen jegens overheden. Mijn wantrouwen gaat niet over deze regering of politici. Mijn wantrouwen zal ik niet inleiden met woorden als ‘zakkenvullers’ (dat zijn politici namelijk niet), ‘onbetrouwbare types’ (dat zijn de meeste politici niet) of ‘baantjesjagers’ (dan wordt je namelijk geen politicus). Mijn wantrouwen betreft iets anders.

Overheden disciplineren burgers

Iedere overheid heeft de neiging burgers te disciplineren. Dat is handig want als je mensen disciplineert dan gedragen zij zich zoals jij, als overheid, dat wilt. Eenvormig, nette categorieën, weinig afwijkingen ten opzichte van het gemiddelde en voorspelbaar. Daar kun je beleid op maken. Je zorgt dan voor maatregelen voor de gemiddelde mens en als iedereen nou doet wat jij voor ogen hebt, dan kloppen die maatregelen gemiddeld prima. Afwijkingen zijn lastig voor iedere overheid. Die zijn niet voorspelbaar, daar ben je niet op ingericht, die zijn duur en zij vormen een potentieel politiek risico. Over een afwijking kun je struikelen.

Tot zover de kern van beleid maken en beleid uitvoeren. Gemiddeld zal de burger daar niet veel last van ondervinden.

Overheden hebben de neiging die maatregelen uit te breiden en zich daarbij te baseren op algemeenheden waar je niet tegen kunt zijn. Een voorbeeld: de overheid weet van mij precies waar ik wanneer ben met mijn auto. Dat weet de overheid van iedereen. En waarom? Om een miniem aantal schurken te kunnen vangen. Daar kun je niet tegen zijn toch? Stel, jou wordt iets aangedaan en dankzij de 24uurs surveillance pakt men de dader op. Jij blij, boef van de straat en wie wil dat nou niet? De daders van de moord op Peter R. de Vries zijn op die manier opgepakt. Dat voelt als gerechtvaardigd.

Het doel is echter controle en dat doel breidt zich over de jaren uit. De gebruikte middelen worden ook steeds vaker gekoppeld. Een stad uitrijden, de snelweg op, tanken bij een tankstation, pinnen, je mobiel gebruiken via GSM-masten et cetera. Ieder van ons heeft inmiddels een digitaal profiel.

Zo’n profiel is handig want ook daarmee kun je vanuit statistische analyse proberen individueel gedrag te voorspellen. Je navigatie stuurt je nu ook al. Als ik richting A28 rij waar file staat krijg ik alternatieve routes aangeboden. Ik word dus gestuurd op basis van informatie. Informatie is goud waard.

Bedrijven doen dat ook volop en daarin loopt Google voorop, dus wat zeur ik nou? Ik zeur omdat de overheid geen bedrijf is maar mijn overheid. Dat de overheid namens mij en door mij betaald alles op alles moet zetten mij te vrijwaren van grote shit en te voorzien van een infrastructuur die mij een goed leven mogelijk maakt. De rest doe ik zelf.

En dan nu de QR-code. Waarom vind ik die een potentieel gevaar?

De doelstellingen die overheden hebben zijn van verschillende aard. Het begrotingstekort beperken, het leger opbouwen, meer politie op straat et cetera. Daarnaast heeft de overheid last van burgers. Die kosten bakken met geld en zij verstoren de politieke processen. Of het nu inwoners van Groningen zijn, mensen die failliet zijn geraakt door het opmerkelijk kwaadaardige beleid van de belastingdienst, oud werknemers van Defensie die ziek zijn geraakt: het is altijd lastig en vervelend voor de overheid.

Al die verstoringen kun je voorkomen. Hoe? Door burgers technologisch onder toezicht te stellen. Het plaatje in deze blog is van een panopticum. Dor Jeremy Bentham bedacht als ideale bouw voor een gevangenis. Met minimale middelen maximale controle op de gevangenen. Zo’n panopticum kan de QR-code worden. Een voorbeeld.

Stel je voor dat het menens wordt met de rookvrije generatie. Wat ik hoor van mijn zonen is dat er volop wordt gerookt door tieners. Dat is volgens de regering, en inmiddels volgens iedereen, niet gezond. Door roken krijg je kanker en ga je eerder dood. En nog iets: als je rookt hinder je ook anderen. Roken is kortom een serieus ding om aan te pakken. Wat nou als we voor de aankoop van rookwaar een QR-code verplicht stellen? Het ding is er nou eenmaal toch en iedereen begrijpt dat het voor ieders gezondheid goed is roken aan banden te leggen. Afijn, je koopt met je QR-code zeg heel goede sigaren en dat doe je tweemaal per week. Best veel. Is het dan mogelijk via je QR een bericht te sturen dat je teveel rookt? Ja, dat kan. Kan een ander via zijn QR-app melden dat jij zit te roken op een terras waar hij last van heeft. Dat kan ook. Sterker nog, als je je bluetooth hebt aanstaan sta je in digitaal contact. De melding gaat automatisch.

Het is dus mogelijk dat een QR-app wordt ingezet om roken aan banden te leggen. En wie is daar nu tegen? Het is immers slecht en anderen hebben er ook last van.

Hoe zit het dan met drinken, honden en weinig bewegen?

Mijn stelling is dat als iets technologisch mogelijk is het ook gebruikt zal gaan worden. Ik voorspel hierbij dat onze overheid slimme techniek zal gaan gebruiken om het roken te verminderen. Wellicht niet met precies die QR-app maar wel met iets dat er op lijkt. We zijn er aan gewend geraakt dus is het niet een heel grote stap. Ik heb nog wel wat dingen die ik gereguleerd zie:

Drinken: slecht voor de gezondheid, huiselijke vrede en arbeidsproductiviteit. Honden: opdringerige beesten die veelal al een chip hebben. Veroorzaken enorm veel CO2 vervuiling en poepen overal. Te weinig beweging: toegang tot een stappenteller met een aangeboden coaching als je niet genoeg beweegt of teveel beweegt richting fast food restaurants. Maar natuurlijk ook het aansteken van je houtkachel of je BBQ: het milieu gaat ons allen aan, daar kun je niet tegen zijn, dus waarom geen connected fijnstofmeters die door de overheid worden uitgelezen. Slimme apps en IoT kunnen zo het panopticum van de toekomst vormen. Zullen het panopticum van de toekomst worden.

Dat panopticum is er al en zal worden uitgebreid.

Ik zie dat als een schrikbeeld. Mij zonen kijken daar heel anders naar. Hartstikke handig toch al die mogelijkheden. En wat maakt het nu uit wat wie over jou weet. Zij zijn eraan gewend dat privacy de ‘new currency’ is. Ik ben dat niet.

De technologische middelen die er zijn en komen zullen door de overheid, en zeker onze overheid, worden gebruikt om ons te disciplineren. Ik koester daarover geen enkele illusie. Diezelfde overheid zal ook steeds verder achter de voordeur komen. Dat gebeurt nu al bij mensen met een bijstandsuitkering bijvoorbeeld. Maar ach, daar heeft de rest geen last van en het is ook logisch. Als je geld krijgt van de staat mag die zich ook met jouw AH-tasje bemoeien. Had je maar beter je best moeten doen. Het zijn anderen hè.

Maar iedereen doet zijn best om een beetje lekker te leven. Zodra echter een overheid invult hoe dat lekkere leven eruit ziet gaat het mis. En zodra een overheid dat kan gaan monitoren en bijsturen gaat het heel erg mis. Ik ben er geheel niet gerust op dat de fatsoensrakkers, die het ideale leven zien als een steriel leven waarbij het streven gezond sterven is, niet zullen ingrijpen. En we hebben een jaar kunnen oefenen met onze QR-code.

Kortom

Kortom: de QR-code om tijdens corona de boel te reguleren sta ik geheel achter. Heb ik steeds gedaan, doe ik nog steeds. Dat je hem niet te snel afschaft ook. Er kan immers zomaar een nieuwe heel nare variant komen. Geen moeite mee. Ik heb in het buitenland gemerkt en gevoeld hoe rustgevend het is als iedereen zich aan de maatregelen houdt. Prima.

Mijn twijfel zit erin dat ik denk dat onze overheid er geen einde aan gaat breien maar (nu al) op zoek is naar nieuwe toepassingen. En dan komen we in een wereld die ver weg lijkt maar heel dichtbij kan zijn.