Franse klantenservice: de loopgraven aan de Somme.

Tags

, , ,

Soms zijn dingen aan vervanging toe. Zeker als ze al dertien jaar meegaan en intensief gebruikt worden. Wij zijn ooit begonnen met acht terrasstoelen en er zijn er nog drie van over. Tijd dus voor nieuwe.

Hoe zorg je voor nieuwe terrasstoelen in Frankrijk? Het eerste dat opvalt is dat men daar niet aan doet hier. Ja, volop plastic witte stoeltjes, maar iets met een beetje smaak is niet te vinden. Zelfs niet bij GammVert in Brignoles. En toch moest er na al die jaren iets gebeuren.

In Aubagne is een grote zaak, Alinéa, een soort Franse IKEA, met een tuinmeubelen afdeling. In de auto naar Aubagne en de zaak gezocht. Rondrijden in een welbekend Centre Commercial net buiten de stad en dan toch vinden.

Niet alleen dat, maar er stonden ook de stoelen die we zochten. Mooie metalen stoelen die ergens tegen kunnen en stapelbaar. Handig voor de winterstop. Tien besteld en afgerekend. Ze worden bezorgd maar wanneer was nog niet bekend. Gewoon even bellen naar dit nummer, man wees op bon, vanaf tien augustus en dan zouden we weten wanneer ze kwamen.

Elf augustus gebeld. Een dag later want we weten inmiddels dat tijd een rekbaar begrip is in dit mooie land.

Nu moet ik eerst iets zeggen over bellen met instanties in Frankrijk. Dat doen we met regelmaat. Bijvoorbeeld omdat we uren zonder stroom of water zitten. Of omdat de telefoon het opeens niet meer doet. Of de router. Als je belt gebeurt altijd hetzelfde. Je komt in contact met een bandopname. Die is altijd ingesproken door dezelfde vrouw die op mitrailleursnelheid het keuzemenu opleest. Zo snel dat je daarna maar wat doet. Dán kom je altijd in een muziekje uit dat uitgezocht is door dezelfde oude rocker met een enorme gehoorstoornis. Daar blijf je dan drie minuten hangen voor je er volledig automatisch wordt uitgegooid.

Zo ging het nu dus ook. Het nummer op de bon gebeld en daar gingen we, als boven. En dat vijftien keer tot we een jongen aan de lijn krijgen. Een jongen met één opdracht: verwar de klant door te blijven praten! Hij was er goed in. Kwaad worden is zinloos, gedecideerd zijn had wel effect en we kregen het nummer van zijn baas. Want ja, Frankrijk beweegt niet zonder baas.

Je zou denken dat dit proces redelijk standaard moest zijn, je vraagt na wanneer iets wordt bezorgd maar niets was minder waar. We stonden niet eens in de computer.

Op de afgesproken tijd de baas gebeld. Niets. Weer gebeld. Contact. Tja we moesten een ander hebben en die was er niet. Oh wacht. Gebeld. Nee, daar ging een ander over. En trouwens, we moesten eerst betalen. Oh, dat hadden we al gedaan? Maar we stonden er niet in. Oh wacht, ja toch.

We waren terechtgekomen in de loopgraven van iets dat zich klantenservice noemde.

Klant zijn in Frankrijk is vechten voor iedere honderd meter vooruitgang. Met het risico dat je daarna wordt teruggeworpen in de oude stellingen. Het is uithoudingsvermogen hebben. Niet opgeven. L’ordinateur me dit non!

Ergens komende week komen onze stoelen. Denken we. Weten we niet zeker.

Ik weet inmiddels waarom Fransen geen tuinmeubelen hebben: je krijgt het niet geregeld! Die witte stoeltjes koop je gewoon bij de Auchan en neem je mee.

Ik hou van Frankrijk.

Niet lezen is dom.

Tags

, , , , , ,

‘Het kind is de vader van iedere man’. Dit citaat komt uit de biografie van Churchill geschreven door Boris Johnson. En los van het feit dat dit stilistisch een prachtige uitspraak is, is ie ook helemaal waar. Als ik kijk naar mijn eigen leven dan moet ik toegeven dat ik nog steeds gedreven word door dingen die zich in mijn jeugd hebben afgespeeld.

Niet alleen op psychologisch vlak. Zoals je met behulp van Oedipus veel achteraf kunt verklaren bij heel veel mensen. Of dat je haantjesgedrag in de bestuurskamer kunt relateren aan een dominante vader. Nee, niet alleen psychologisch.

Feitelijk ook vooral. Je bent als kind ondergedompeld in omstandigheden die gewoon daar zijn. Je groeit erin op, je past je aan. Door ze te accepteren of door er tegen te strijden. Alle gedrag komt voort uit een reactie op een wereld die er al was voor je geboren werd. Een wereld die er is terwijl jij er ook bent. Een wereld vooral waarvan je weet dat die er nog steeds zal zijn als jij er niet meer bent.

Je leest zo’n zin en opeens komt een inzicht binnen. Was dat inzicht er dan daarvoor helemaal niet? Natuurlijk wel. Ik weet dat veel uit mijn jeugd bepaalt wat ik nu doe. Als kind wilde ik een bepaald voorwerp hebben dat ik niet kon krijgen of kopen. Jaren later heb ik het gekocht en het ligt nu op mijn bureau. Het inlossen van jeugdwensen noem ik dat. En ook, zorgen dat je leven een continuüm is en niet een reeks van losse toevalligheden.

Gewoon een zin in een overigens prachtig boek.

Ik lees de gedichten van Jorge Luis Borges. Indrukwekkend en raadselachtig als al het werk van Borges. Ook daarin word ik getroffen door zinnen, door beelden, door metaforen, inzichten die mij rijker maken. Die mijn leven rijker maken. Daarin lees ik de zinnen:

“Allengs besefte hij (evenals wij)/ dat hij gevangen zat in het klankvol net/ van Gisteren, Later, Nu, Terwijl, Daarnet,/ van Rechts, Links, Jij, Ik, Anderen en Zij.” (uit De Golem, 1958).

Woorden die me even stil laten staan bij mijn eigen klankvol net. En ook nu bedenk ik niet zozeer nieuwe dingen maar het doet iets anders. De woorden zijn een nieuw soort kruispunt waarop allerlei eerdere gedachten en ervaringen op een nieuwe manier bij elkaar komen. Ik had die ervaring zonder deze zinnen niet gehad.

Ik kan met voorbeelden doorgaan, maar dat doe ik niet. Woorden zijn daden. Wat geschreven staat, staat geschreven. Een mens die leest, met aandacht, met rust leeft meer levens dat de mens die niet leest. Of pulp. Maar dan nog, ik verkies het lezen van pulp boven niet lezen.

Mijn zonen kijken internet. Zo zie ik dat. Hen wordt een voorgestructureerde wereld gegeven met voorgeprogrammeerde beelden en graphics waar de eigen fantasie niet aan te pas komt. Zij verzamelen feiten en geen ervaringen. Als goede zonen luisteren zij niet naar hun vader. Het kind dat zij nu zijn zal hun vader worden als zij volwassen zijn. En toch, soms fluister ik het hen toe:

Niet lezen is dom.

Waarom koks en slagers stage moeten lopen in Frankrijk

Tags

, , ,

Maanden geleden vroeg ik aan een slager in mijn dorp of hij ook vanglappen had. Glazig keek hij me aan en zei ‘wangen moet  ik echt bestellen’.

In een restaurant in Utrecht dat de term brasserie in zijn naam gebruikt bestelde ik enige tijd geleden het Menu Départ dat onder andere bestond uit bavette met allerlei garnituur. De bavette was taai, zenig en onprettig om te eten. Toen ik er iets van zei, zei de ober ‘dat hoort nu eenmaal bij bavette’.

Ok, misschien wat pedant van me maar ik reageerde dat dat een kwestie van goed trancheren was. De beste man was op zijn tenen getrapt door mij, haalde zijn neus op voor een gast (Nederlandse folklore) en verdween.

De vinkenlap, de Nederlandse benaming voor bavette, verdwijnt het gehakt. Laat ik er iets over zeggen.

De slager hier in het dorp heeft vlees in grote stukken in de vitrine liggen. Herkenbare grote stukken met een eigen textuur en een prachtige kleur.

2015-08-03 09.29.55

Daartussen heeft hij ook bavette liggen. Dat wat wij in het gehakt stoppen dus. Als je tranches de bavette bestelt dan haalt hij dat hele stuk uit de vitrine, legt het plat neer en trancheert dat dwars op de draad in platte mooie stukken. Niet dikker dan een centimeter of twee.

In de pan, of beter op de grill bereid je dit als biefstuk. Snel om en om. De smaak is beter dan welke biefstuk ook. Eenmaal goed bereide bavette eten, en je weet wat wij in ons land mislopen.

Ik zou zeggen dat iedere zichzelf respecterende slager of kok stage gaat lopen in Frankrijk. Daar leert hij dat ieder stuk van ieder dier een goudmijn van smaak is. Mits goed gesneden en goed bereid. Dan komt hij terug in Nederland en biedt ons deze goudmijn aan. Dit in plaats van teveel gehakt en slavinken. Als wij dan toch dieren doden om te eten, laten we dan ieder stukje met égards behandelen.

Gewoon een idee.

Bij de dood van een meisje

Tags

,

Het is woensdagochtend en mijn zonen en ik lopen zoals iedere dag anderhalve kilometer bergafwaarts naar het dorp. Brood kopen, kaarsje branden in de kerk (werkt ook als je er niet in gelooft) en wat drinken bij Bar ‘Le Central’ voor we teruglopen. De berg weer op.

In het dorp is de hoofdstraat afgezet door de Police Municipal. Brandweer staat in de straat. We lopen er langs en gaan de Maison de la Presse binnen. Daar vertelt de mevrouw achter de kassa dat een meisje gevallen is en dat het er niet goed uitziet.

In de straat is het anders zo drukke terras van het café onder het huis stil. Met gespannen gezichten zit men af te wachten wat gaat komen.

Naar de bakker. Opeens veel meer sirenes en de ambulance uit Brignoles arriveert. Er springen een man en een vrouw uit met allerlei apparatuur. Beademingsapparatuur en een AED. Ze stormen de trap op. Nu blijven ook wij staan. Er is niet eerder zo’n hoorbare stilte geweest hier.

Na een paar minuten komen de eerste mensen weer naar beneden. Hun gezicht staat niet positief. Ik besluit verder te lopen en in de kerk steken we alledrie een kaarsje aan. Je weet maar nooit.

Vrijdagochtend. Maison de la Presse. Ik vraag de mevrouw hoe het met het meisje is. Dat is overleden, nog diezelfde middag. Veertien jaren oud. Ze was helemaal niet gevallen maar had een aneurysma in haar hoofd. Ze had geklaagd over hoofdpijn tegen haar oma die oppaste. De ouders waren niet thuis. Oma had de ramen dichtgedaan tegen de herrie van de straat. Het meisje was op bed gaan liggen.Toen ze later ging kijken was het helemaal mis met het meisje. De pompiers gebeld en die waren er direct.

Het mocht allemaal niet baten.

Op donderdagavond liepen wij over de avondmarkt die hier altijd is. De helft van wat normaal uitgestald is was er. Winkels waren dicht. Winkels die normaal altijd ook open zijn om geld te verdienen. Het terras bij Le Central was nog niet voor de helft gevuld. De sfeer was tam en bedrukt. We vroegen ons af wat er aan de hand was. Of dat het gewoon aan ons lag.

Op die vrijdag, gisteren, wist ik waardoor. Ook dat is een Frans dorp. Zesduizend inwoners en iedereen is verbonden met iedereen. Dit voelt iedereen. De dood van een meisje slaat in.

Komende week zullen de kerkklokken veertien maal luiden alvorens zij wordt begraven.

En ik moet maar steeds aan die oma denken.

Leve het saaie leven in Frankrijk

Tags

, ,

Obsculta, o fili (Luister, mijn zoon), met deze woorden begint de Regel van Benedictus.  Vele jaren geleden kreeg ik een vertaling in handen van deze Regel. Een dun boekje met een blauwgrijze buitenkant, in de vertaling van Vincent Hunink. Ik begon te lezen en ik bleef lezen. Niet dat het spannend was of dat ieder hoofdstuk eindigde met een cliffhanger. Integendeel. Systematisch behandelde Benedictus alle aspecten van het kloosterleven. Wat je achter je moest laten, hoe je een goede abt kunt zijn, hoe je moet omgaan met jongeren die een overtreding begaan. Systematisch en onbuigzaam.

Tot ik het hoofdstuk las over de indeling van de week en hoe in de week alle 150 psalmen gezongen moeten worden. Dag voor dag een indeling daarvan. Zonder weifeling, de een na de ander, door elkaar maar in een ijzeren ritme. Dwars tegen mijn en ons moderne gevoel in dat zo’n beetje alles moet kunnen. En juist op het moment dat ik daar weerzin bij voelde zegt Benedictus iets als: “en als deze volgorde je niet bevalt, bedenk dan een andere die beter is.”

En precies die opmerking maakte dat ik doorlas. Hier was iemand aan het woord die doorhad hoe de mens in elkaar zit maar geeft hem naast vrijheid ook een plicht: als het je niet bevalt zorg dan voor iets beters.

Ik begon te luisteren naar de tekst en heb hem nog vele malen herlezen.

Wat heeft het me gebracht?

Veel. Allereerst dat alles wat je doet met liefde en aandacht moet gebeuren. Anders dan bijvoorbeeld het geneuzel van Eckhart Tolle is Benedictus geaard met de voeten in de klei. Of je nou in de tuin aan het werk bent of in de keuken, doe de dingen met aandacht en liefde. Gooi je gereedschap niet aan de kant als er iets anders op de proppen komt maar maak het schoon en leg het neer. Pas dan kun je aan iets anders beginnen. Ofwel: laat je niet door van alles en nog wat afleiden.

Daarnaast heeft het me geleerd mijn aandacht over de dag te verspreiden op een manier die energie geeft. Ik begin altijd met de dingen waar ik het meest tegen opzie. Voor een afspraak zal ik altijd eerst een kwartier nemen om na te denken over die afspraak zodat ik er helemaal bij ben. Tijdens een afspraak laat ik met niet afleiden door mijn telefoon of door mijn laptop. Die laatste staat uit en mijn telefoon staat op stil. Op een dag werk ik altijd alles af. Als ik in de auto stap ben ik klaar. Mijn bureau is leeg. Dat soort dingen.

Ik ben me ervan bewust dat als ik iets niet goed vind, ik moet komen met een beter idee. Een idee met meer impact of een idee dat meer past bij de huidige omstandigheden.

(Later zal ik nog schrijven over mijn werk als leidinggevende (abt) en hoe dat in beïnvloed door de Regel.)

In de jaren daarna ben ik veel gaan lezen over Benedictus, heb ik Subiaco bezocht en heb ik met veel mensen erover gesproken. Ik heb in dat boekje uit ongeveer 530 N.C. het ultieme managementboek gevonden.

Saai ziet het leven er aan de buitenkant uit. Leven als Benedictus in Frankrijk betekent dat mijn dagen een ritme hebben. ’s Morgens loop ik de berg af naar de bakker. Als ik terugkom is er ontbijt. Ik lees op gezette tijden en speel spelletjes met mijn kinderen. Ik zorg voor tijd voor mezelf om na te denken over mijn vakantie en mijn rol als vader en echtgenoot daarin. En ’s avonds sluit ik de dag altijd met lezen af. Heel langzaam om te stoppen bij een zin die mij frappeert. Daar denk ik dan over na: waarom wordt ik geraakt door die zin.

Het is als bij schaken: voor iemand die niets van schaken weet zien twee schakers er onbeweeglijk en saai uit. Voor hem die weet wat schaken is, weet dat het in het hoofd van de schaker stormt. Zo ziet mijn hoofd er vanbinnen ook uit.

Nederlanders in een Frans dorp

Tags

, ,

In dit dorp in de Var zit een supermarkt. Dertien jaar geleden was het een filiaal van Les Mousquetaires en gehuisvest in een loods met golfplaten dak. Als het regende brak binnen de hel los en soms stond de zaak blank. Een jaar of acht geleden is de hele tent verbouwd tot een mooie moderne grote supermarkt. Het werd een Intermarché. De paden waren wat breder, het assortiment veel uitgebreider en aan éen ding van Les Mousquetaires hield men vast. De producten waren uit de regio.

intermarché0

De supermarkt kreeg een regionale functie en de eigenaar boerde goed. Zo goed zelfs dat hij voor zijn twee dochters een winkel kon kopen in het dorp.

Het is er eigenlijk altijd druk, maar wel op een relaxte manier. Zeven dagen per week open in het seizoen van de ochtend tot acht uur in de avond. Mensen ontmoeten elkaar hier, doen kleine snelle boodschappen of kopen voor €100 perfect vlees vanwege een BBQ.

Voor mij is het altijd een feestje om er naartoe te gaan. De blikken Cassoulet, de honderd soorten vis in prachtige blikjes, de saucisse uit alle streken van Frankrijk, het verse brood. Hier komen betekent dat je weet dat je die avond goed eet.

Wat altijd aardig is bij de kassa: Fransen die nog met cheques betalen. Dat duurt een uur voordat het geregeld is en levert altijd een oefening in zenmeditatie op. Je kunt ze vervloeken maar het is hier zoals het is. Soit. Bof.

Een paar dagen per jaar is het heel erg druk. Dat zijn de dagen dat de toeristen hier in de regio aankomen en er hun boodschappen doen. Karren vol voortgeduwd door Engelsen, Duitsers, Zweden en Nederlanders.

Gisteren ging ik naar de supermarkt. In de auto, de berg af, het dorp door en net buiten het dorp het parkeerterrein op. Het was niet heel druk. Twee Nederlandse auto’s kwamen aanrijden en parkeerden ongeveer naast mijn auto. Er stapten twee herkenbaar Nederlandse families uit. Twee echtparen met in totaal vijf kinderen.

De mannen in t-shirt en driekwart broek met zo’n touwtje door de pijp. De vrouwen, blond en groot in makkelijk zittende jurken. De kinderen verkleed als kinderen die te lang in de auto hadden gezeten.

Met zijn allen blokkeerden zij al pratend de ingang van de supermarkt. Negen Nederlanders met twee karren is erg veel. Ik wurmde me er langs. Eenmaal binnen gingen de mannen op zoek naar bier en de vrouwen liepen ieder een eigen kant uit. De kinderen verspreiden zich ook over de winkel. En toen begon het.

Hardop overleggend wat die avond gegeten moest worden. De dames schreeuwden tegen elkaar door het hele pand. De een vroeg “heb jij een tas bij je?”, waarop de ander schel terugriep “nee, ik flikker het gewoon zo in de achter in de auto”. “Oke” riep de ander nog. Zo ging het nog even door. De maaltijd werd en plein public samengesteld.

Ik stond bij de slager, dezelfde die er al minstens tien jaar is, en keek hem aan. Hij haalde zijn schouders op, grimaste en zei “ah, bof”. Tuitte zijn lippen en liet daardoor de lucht ontsnappen zoals alleen Fransen dat kunnen.

De families namen erg veel ruimte in. De publieke ruimte werd hun privéruimte op een manier zoals wij Nederlanders dat doen. De wereld was van hen, in ieder geval dat uur in die supermarkt.

Ik bedacht later in de auto hoe het moest zijn als je naast hen op de camping zou staan. Geen probleem op een Nederlandse camping maar hier?

Nederlanders in een Frans dorp, het zijn er opeens zoveel.

Fransen zijn heel flexibel

Tags

, , , ,

In de dertien jaar dat ik hier nu kom is het dorp, in het hart van de Var nauwelijks veranderd. Dezelfde mensen, dezelfde straten, iedere zomer lokale kermis en met z’n allen ’s morgens om 11 uur al aan een p’tit blanc zitten. Zo op het eerste gezicht in ieder geval.

Een van de bewoners heeft een winkel in de hoofdstraat. Bij het café en de kerk linksaf omhoog en dan aan het einde rechts. Een stoere man van een jaar of vijftig. Bonkig. Altijd ‘salut’ als hij me ziet. Hij had een winkel in visbenodigdheden en wapens. Jarenlang zat hij voor de deur van de winkel. Ook hier, vooral hier sloeg de crisis toe. Op een dag sprak ik hem en voor het eerst was hij niet vrolijk. Het was simpel zei hij: als je al een hengel had kocht je nu geen nieuwe, en een mens heeft aan éen wapen genoeg. Hij zat, kortom, met een winkel vol onverkoopbare spullen.

Nog even geprobeerd te mixen met de olijfolie van een buurman en wat origineel Provençaals aardewerk, maar helaas.

Het jaar daarop in de zomer was de winkel dicht.

Dat jaar in oktober was ik hier weer. De winkel was nog steeds leeg. Het zonnescherm was vervangen en er stond een nieuwe naam op: La Truffière. De man liep binnen rond en was trots. Ik vroeg hem wat ie ging doen met zijn winkel. In plat Provençaals antwoordde hij: “j’ai acheté une plantationg et ung chièng”. Hij had al zijn geld gestoken in het kopen van een plantage waarin naar verwacht truffels in de grond moesten zitten en hij had er een hond bij gekocht voor het vinden.  Als winkelier had hij geen vangnet, de crisis was diep hier en hij moest toch wat. En truffels wil iedereen wel hebben. Of het zeker was dat ze in de grond zaten? Le Bon Dieu zou het weten.

Het jaar erop zat hij op de zaterdagmarkt voor zijn winkel. Tafeltje vol met truffels, hij op een stoel erachter. Salut! Hij had het getroffen. Zijn grond zat bomvol met truffels en het ging goed. Ik kocht een zak truffels voor €20, wat een fooi is. Sindsdien kom ik hem overal op alle markten tegen. Door de hele Provence verkoopt hij zijn truffels. Hij is weer in business.

Een voorbeeld van slechts een winkelier in het dorp. Ik kan meer voorbeelden geven. De buraliste, de man van Maison De La Presse, het echtpaar dat in een kelder een restaurant is begonnen, voorbeelden van flexibele Fransen. Uit noodzaak wellicht, maar toch. Geen uitkering, creatief zijn en risico nemen.

Diep in Frankrijk waar het leven stil lijkt te staan zijn Fransen, van wie men zegt dat ze stijfkoppig en conservatief zijn, in staat alles te veranderen en opnieuw te beginnen.

Een flexibel volkje, die Fransen.

liste-architecte-carces

De iTemple

Tags

, , , ,

Afgelopen weekeinde liep ik met mijn zoon door Regent Street in Londen. Druk, het was erg druk. Tussen alle mensen door zag hij de Apple Store waar hij per se naar toe wilde. Oversteken waar het niet mag, naar links kijken waar je juist naar rechts moet kijken en oversteken.

Het was crowded. Alsof het gratis was. Grote drommen mensen met allen dezelfde glazige blik in de ogen.

Aan het begin van de winkel stonden grote tafels met de nieuwe Apple Watch. Daar was het het drukst. Mensen verdrongen elkaar om een blik erop te kunnen werpen. Aan te raken. Met elkaar er over kunnen praten. Met eerbied raakte men de horloges aan. Wees men elkaar op het uiterlijk. Het knopje. Overtreffende trap is de aankoop, het bemachtigen en uiteindelijk het dragen. Mens en technologie vallen samen.

Door naar de achterzijde van de zaak waar het normale spul lag. Ook daar de meutes met dezelfde blik en gretigheid in gebaren. En zo ging het maar door. Tot het erg rustig werd: dat was de wand met software pakketten. Verkeerde merk, geen mooie verpakking en een noodzaak, geen wow.

Langs de horloges weer naar buiten, de zon in.

Opeens bekroop mij het gevoel dat ik zojuist een heilige plaats, een tempel had verlaten. Waar de seculiere gelovigen bijeenkomen om de relikwieën te bewonderen en vereren. Eerder heb ik dat gezien. Laatst nog in Kevelaer waar men Maria-relieken bewaart en waar je die vanachter glas mag vereren. Veel vingerafdrukken op dat glas. Lipafdrukken zelfs. Zo dicht mogelijk komen bij de wereldse uiting van de Heilige Maagd.

De blik van de gelovigen: devoot, vergevingsgezind, zacht, open voor het wonder. Dezelfde blik zag ik in Londen. Hier was de Heilige Geest materie geworden en eenieder wilde dat aanraken.

Ik kan doorgaan met de vergelijking maar dat doe ik niet. Uit onderzoek (fMRI) is al gebleken dat Apple religieuze gevoelens oproept en hier in deze winkel kun je het aanschouwen. Zet even een andere bril op, met meer afstand en kijk naar de mens.

De Apple Store geeft mensen de mogelijkheid in contact te komen met moderne heiligheid. De verlosser is overleden. Dichterbij dan dit kun je niet komen.

De seculiere mens heeft nieuwe goden nodig en gevonden.

Rare jongens die Grieken

Tags

,

Het wordt met de dag opmerkelijker wat in Griekenland gebeurt. Ik volg het op de voet.

Nu blijkt Tsipras vandaag alle voorstellen in het parlement te gaan verdedigen. Niet omdat hij het ermee eens is, want dat is hij niet. Waarom dan wel? Omdat het het beste is voor Griekenland. Dat is minimaal opmerkelijk.

Wat zegt hij hier in feite?

“Alle voorstellen die ik heb gedaan en waar ik het dus wel mee eens was zijn minder goed voor Griekenland dan de voorstellen die ik zal verdedigen maar waar ik het niet mee eens ben.”

Als Griek, met koel verstand en graag met analytisch vermogen, zou ik me nu helemaal bekocht voelen. Ik zou tijdens het referendum dus tegen iets hebben gestemd dat goed is voor Griekenland, zo hoor ik nu.

Als Griek met emotie, passie, nationalisme en al dat soort niet-functionele eigenschappen zou ik hier het bewijs in zien dat de EU mijn leider zou hebben gekneveld. Gedwongen tot capitulatie.

Dit zal geen rust brengen voorlopig in Griekenland. Het zal wel brengen dat zij gaan doen wat de andere landen al lang gedaan hebben. Landen zoals Spanje, Portugal, Italië. Gelijken dus. En de EU had moeten zorgen dat Tsipras met opgeheven hoofd het parlement had kunnen betreden. Minimaal dat had men moeten doen. Want ook de heethoofden moeten het gevoel hebben dat zij er iets uit hebben gesleept. En dat hebben zij nu niet. Zoals we weten is nationalisme voedingsbodem voor louter slechte dingen. Het brengt nooit iets goeds.

De EU heeft de deur opengezet voor ressentiment en nationalisme. Tsipras houdt die deur met graagte open.

Griekenland aan zet

Tags

, ,

Het is zover. Tsipras heeft moeten slikken wat er aan eisen lag, heeft er een schepje op gedaan en kon een nacht afwachten. In wijsheid heeft de rest van Europa vannacht in Brussel besloten dat er een akkoord ligt.

Griekenland moet wel ASAP alle beloften omzetten in wetgeving en die ook in hoog tempo door het parlement krijgen. Tempo, tempo, tempo.

Eerst het eten en dan de moraal. Met lege banken, hoge werkloosheid, lege winkels en veel werkloosheid is het moeilijk onderhandelen. Dat snapt iedereen. Zoals ook iedereen snapt dat Griekenland zelf met een oplossing moest komen en dat niet van een ander mocht verwachten. Bij volwassen zijn hoort ook de je je eigen shit opruimt of om hulp vraagt.

Mooi zou zijn geweest als Europa Tsipras had geholpen met een goed verhaal, met gezichtsbehoud, een overwinning voor het volk thuis. Laat men zich vooral niet bekocht voelen in Griekenland, laat men zich voelen als de overwinnaar die met opgeheven hoofd het strijdtoneel verlaat. Zoiets. Maar dat is niet gebeurd.

Griekenland is aan zet maar helaas niet vanuit een positie van kracht. Een gemiste kans voor Europa.