Retail down the drain, deel 2

Tags

, , , , ,

Veel reacties op mijn blog over retail gekregen. Veel herkenning, veel verzuchtingen over soortgelijke ervaringen. Een gebrek aan klantgerichtheid en een gebrek aan passie.

Maar dat waren niet alleen de reacties. Daarnaast waren er ook mensen die mij wezen op alle goede voorbeelden, retailers die juist alles doen voor hun klant en daar verder in gaan dan welke online concurrent ook. Waarom ik daar niet over had geschreven?

Simpel, omdat het daar niet over ging in die blog.

Vandaar deze inhaalmanoeuvre. Ik zal ook aandacht besteden aan goede voorbeelden omdat die er zeker ook zijn.

Waar heeft de retail begrepen hoe om te gaan met klanten (en hoe de combinatie met internet in het eigen voordeel werkt)?

Mijn vaste boekhandel in mijn woonplaats bijvoorbeeld. Nog onlangs zijn zij verhuisd naar een pand waar ooit de Schoenenreus zat. Naargeestig en ruikend naar goedkope sloffen. De eigenaren van de boekhandel hebben het pand omgetoverd tot een boekhandel van grootsteedse allure. Mooi assortiment, geweldig personeel dat echt op de hoogte is van alle laatste boeken en die ook nog eens gelezen heeft. Je kunt er boeken voelen en ruiken. Nog veel belangrijker voor mij als veellezer (en veelkoper): ik bestel mijn boeken via Twitter. Als ik ergens iets lees over een boek dat ik wil hebben dan maak ik een foto en tweet die naar hen. Ik krijg altijd antwoord en het boek staat snel voor me klaar. Ook als ze een boek niet hebben op zaterdag, dan hebben ze het op dinsdag voor me klaarstaan. Altijd.

De kledingwinkel idem. Er wordt gezocht naar het artikel in andere filialen, bij leveranciers. Men bestelt het voor je en het is er op de datum die is afgesproken. Als er iets niet lekker loopt dan word je gebeld. Je bent bekend en zo word je ook behandeld: als een bekende.

De slager! Ooit, heel veel jaren geleden, heb ik een opmerking gemaakt over een prachtige côte de boeuf die ik in Carcès had gekocht. De week daarop lag het in de vitrine. Praten over een mooie bavette leverde hetzelfde op. De zelfgemaakte gebraden gehakt moest ik per sé proeven omdat ik nou eenmaal van lekkere dingen hou. Men wist het. En als ik een keer zwezerik wil hebben dan wordt daar voor gezorgd.

De pennenwinkel. Kwam ik ooit binnen met een vulpen die helemaal vast zat. Een Mont Blanc waar je de pen kunt uitdraaien werkte totaal niet meer. Muurvast. Na een discussie over inkt, waarbij bleek dat ik de verkeerde gebruik, werd de pen met liefde in ontvangst genomen en na enige tijd en een luttel bedrag later kreeg ik hem goed werkend weer terug. Mét een potje juiste inkt.

Ik vergeet er vast een aantal.

Ik kan doorgaan, maar de kern is steeds hetzelfde. Het zijn winkels die mij als klant kennen en ik hen. Er is meer dan alleen een transactionele relatie. Het gaat erom elkaar wederzijds te helpen. Ik doe daar nooit moeilijk en zij ook niet. Zij komen ook altijd met een oplossing. Is het niet vandaag dan toch volgende week. Wat zij ook met elkaar gemeen hebben is dat je voelt dat de zaak waar men werkt belangrijk is. Bijna, dat ze niet ergens anders hadden kunnen werken. Niet alleen jij als klant gaat hen aan het hart, maar het voortbestaan van de zaak ook. Daarom gaan zij altijd verder dan vandaag. Altijd een extra stap. Dát is wat de goede retailer onderscheidt van gewone doorsneewinkels die uitwisselbaar zijn.

Waar het uiteindelijk op neer komt is dat het niet eens gaat om een verplichte koppeling met internet maar om gedrag. Als je als klant het gevoel hebt dat je er toe doet en dat wordt bevestigd door het gedrag van de retailer, dan kom je terug. Ik doe niets liever dan mijn geld uitgeven in lokale winkels, maar als die winkel bar weinig interesse toont in mij en mijn vraag, dan ga ik het even anonieme maar altijd werkende internet op.

Retail is gewoon altijd aan zet. En morgen weer beter.

 

Een cursus vrijheid van meningsuiting

Tags

, ,

Er is een aantal dingen dat ik wil zeggen over vrijheid van meningsuiting.

Allereerst dat die vrijheid per definitie absoluut is. Dat wil zeggen dat iedereen altijd alles moet kunnen zeggen en schrijven en uiten op welke manier ook. Hoe leuk of hoe abject ook naar de mening van anderen, alles moet kunnen. Zo snel je hier mitsen en maren aan gaat koppelen heb je het over voorwaardelijke vrijheid. Dan verdwijnt de vrijheid.

Verder dat er maar één grens is aan die vrijheid en dat is het geldende recht, vastgelegd in wetten en in jurisprudentie. Dat betekent dat als er iets wordt gezegd waar een ander enorme aanstoot aan neemt, die persoon naar de rechter moet om zijn gelijk te halen. Die rechter zal dan objectief toetsend aan de wet laten weten of je over de juridische schreef bent gegaan of niet.

Dit wil niet zeggen dat alles even verstandig is om te roepen. In een volle bioscoop ‘brand, brand’ roepen is niet verstandig, tenzij er brand is. Het is echter altijd moeilijk om voorbeelden te geven van wat wel en wat niet verstandig is. Dat is contextgebonden. En het is vaak heel subjectief.

Je kunt de vraag stellen of het uiten van woorden gelijk staat aan het uiten van een mening. Is het dus nodig en noodzakelijk voor een beroep op die vrijheid dat je een mening hebt en niet zomaar het gevoel van de dag? Dat klinkt plausibel en heel redelijk, maar wie gaat dat bepalen?

Waak voor diegenen die zich beroepen op gezond verstand, fatsoen, de samenleving et cetera om de vrijheid in te perken. Ik vind ook niet alles even fatsoenlijk, maar dat is geen enkele reden om die vrijheid te beperken. Fundamenteel wordt dan namelijk de vraag ‘fatsoenlijk volgens wie?’. Met andere woorden, volgens wiens of wier standaarden moeten we dan een mening afkeuren of beperken?

Dus: vrijheid van meningsuiting is absoluut, welke mening ook wordt geventileerd. Maakt niet uit, in onze samenleving moet iedereen kunnen zeggen wat hij of zij wil. Dat is mijn overtuiging en die overtuiging is sterker naarmate ik het minder eens ben met iemand. Juist dan, bijvoorbeeld bij het roepen van “minder? Dan gaan we dat regelen!”, ben ik voor die vrijheid. Wat een prachtig land leven we dat dat soort uitspraken kunnen. En dan graag ook het harde debat daarover.

Brengt mij tot mijn laatste punt: mij valt op dat velen die zich beroepen op die vrijheid van meningsuiting, die vooral voor zichzelf gereserveerd zien. Hoe vaak de PVV al niet heeft gepleit voor een beroepsverbod voor mensen met een andere mening dan zijzelf heeft, valt niet meer te tellen. Hoe agressief men reageert op anti-Pieten protestanten en vice versa, en hoe men heden ten dage mensen bedreigt voor een mening: dit zijn voorbeelden van vrijheid voor zichzelf  en niet voor anderen. De gang naar de rechter in het geval Wilders vind ik een voorbeeld van hoe het hoort. Als je tegen zijn uitspraken bent moet je niet bedreigen maar de rechtsgang vinden om dat aan te vechten. Het is een grote schande dat hij al zolang moet worden beschermd vanwege zijn opvattingen. Beschermd tegen hen die niets moeten hebben van onze vrijheden. En als Wilders serieus zou menen dat vrijheid van meningsuiting absoluut was, ook voor anderen, dan zou hij in deemoed het hoofd buigen voor het recht en de uitspraak afwachten. Zo zijn de regels in dit land. Het voorbeeld geven.

Vrijheid van meningsuiting is een voorrecht dat moeite en energie kost. Het komt niet gratis en het is niet vrijblijvend. Wie denkt dat je het voor jezelf mag opeisen en anderen mag ontzeggen heeft het niet begrepen. Het heeft niets met particuliere opvattingen en normen en waarden te maken. Het is. En het is in ons land. Dát is waarschijnlijk het belangrijkste dat ons onderscheid van minder ontwikkelde landen. Van de barbaren waar je op je tenen moet lopen of zelfs moet vrezen voor je leven.

Vrijheid van meningsuiting is topsport.

Retail down the drain

Tags

, ,

Ik woon in een plaats waar de ene na de andere winkel verdwijnt. Natuurlijk de bekende ketens zoals V&D en Cook&Co maar ook de kleinere zelfstandige zaken. Gek is dat niet. Jammer wel, want ik koop graag off line bij lokale winkels.

Waardoor komt dat?

Enige maanden geleden moest mijn opgroeiende zoon een nieuw skijack hebben. Wij naar de lokale middenstand. De zoon is nogal kieskeurig en vond na lang zoeken tussen alle saaie jassen een mooie jas. Stoer en degelijk en vooral opvallend. Alleen niet in zijn maat. De retailer had hem ook niet op voorraad en dat was dan ook het laatste wat hij te zeggen had. Verder niks. Thuisgekomen op internet het merk opgezocht, de maat was gewoon beschikbaar en jas besteld. Hoppa.

Vijf weken geleden bij de lokale Praxis een lamp besteld. Ooit een spotje gekocht voor de andere zoon en de lamp was kapot. Dat was niet een standaardlamp maar een nogal aparte, zo bleek. Naar Praxis en daar werden de gegevens en mijn 06-nummer op een bestelformulier geschreven. Nooit meer iets van gehoord.

Dus in mijn plaats naar de meer lokale lampenwinkel. Zelfde ritueel. Nooit meer iets van gehoord.

In een aanpalende plaats is nog niet zo lang geleden een Rugbyshop gevestigd. Een van de senioren is een winkel begonnen in alleen maar Rugbyspullen. Gaatje in de markt. We moesten nieuwe schoenen hebben en dus naar die winkel toe. Allerlei schoenen maar niet in de juiste maat. Volgend weekeinde zouden die er wel zijn. Wij terug, geen schoenen. Volgend weekeinde zouden die er wel zijn. Weddenschap gesloten voor €10 dat dat niet het geval zou zijn. Ik heb gewonnen. Mijn nummer achtergelaten zodat hij me kon bellen zodat ik niet steeds voor niks hoefde langs te gaan. Na vier weken ben ik gebeld. Dat de schoenen er waren. Was alleen niet meer nodig, ik had ze al geregeld. Volop keuze.

Winkeliers hebben, zo lijkt het, geen zin om extra moeite te doen voor de klant. Bovenstaande voorbeelden kan ik uitbreiden. Retailers hebben steeds minder op voorraad wat op zich helemaal geen probleem hoeft te zijn. Er is weinig dat ik nú, direct nodig heb. Ik kan best even wachten. Retailers kunnen online dingen bestellen en zorgen dat ik ze krijg. Ik wil daar ook nog wel de komende week voor terugkomen.

Als klant doe ik graag een extra stap om de lokale winkeliers omzet te bezorgen.

Wat ik niet doe is accepteren dat ik niet serieus word genomen. Als winkeliers geen moeite voor mij doen, dan niet. Dan ga ik naar een andere winkel of ik ga online. En ik weet zeker dat de winkel in kwestie mij als klant kwijt is. Zo komen retailers in een negatieve spiraal waarbij het assortiment dunner wordt, de voorraden kleiner etc etc.

Retailers moeten internet gaan zien als een logistiek kanaal om hun klanten te bedienen. In de wereld is alles te koop dus “nee” verkopen is niet nodig. Doe de extra stap en zorg dat de klant krijgt wat hij wil. Simpel. Gemakzucht leidt tot het einde van de zaak.

Gemakzucht lijkt wel de rode draad bij veel retailers. Gebrek aan noodzaak wellicht.

Als winkeliers niet beter hun best doen zijn zij ten dode opgeschreven.

Beschoft gedrag

Tags

, , , ,

Ik moet eerlijk zijn. Na de verkiezing van Trump, ’s morgens zag ik het pas, had ik het gevoel dat dit goed moest zijn omdat het volk het zo gewild had. Amerika had gesproken en dit was de uitkomst. Die overtuiging heb ik nog steeds. Minder stemmen maar meer kiesmannen, zo werkt het nu eenmaal.

Ik begon zelfs te wennen aan het idee dat Trump president zou zijn vanaf 20 januari 2017. Ik ben daar van afgestapt. Van dat wennen.

Al jaren wen ik als een kikker in koud water aan het oplopen van de temperatuur. En zonder dat ik het doorhad werd het water steeds warmer en warmer. Ik ben gaan wennen aan de horken, de klootzakken, de schreeuwers, de ongenuanceerden, de onbeschoften.

Of het nu op televisie is, waar het ooit manifest is geworden met Pownews, op de radio, waar mensen geïnterviewd worden alsof ze terechtstaan voor een oorlogstribunaal of op Twitter waar het riool 24/7 open staat: de hufters zijn doodnormaal geworden.

En ik wil het niet meer. Ik kan de wereld niet veranderen en dit zal niet gelezen worden door diezelfde hufters. Als ze het wel lezen zullen zij reageren als hufter overigens. Ik stop ermee.

Ik stop er ook mee goede woorden te vinden voor Trump. Tot het tegendeel door hemzelf bewezen wordt is het een narcistische egocentrische windbuil die echt helemaal NIETS zal doen voor het volk dat hem gekozen heeft. Ook in Nederland heeft extreem rechts echt nog nooit iets maar dan ook maar iets tot stand gebracht behalve haat en tweedracht.

De politici die blij zijn met Trump: van Le Pen en Dewinter tot aan Wilders. Dat zegt toch wel iets lijkt mij. Leve het extreem rechtse front.

Al die mensen die tevens blij zijn met Trump hier in Nederland, wat willen die nu eigenlijk? Dat ook hier iemand aan de macht komt die niets weet van besturen, die lak heeft aan iedereen die het niet met hem eens is, die spuugt op anderen? Dus dat is vanaf nu het grote ideaal? Echt?

Ik merk dat mijn boosheid van deze week is weggeëbd en dat er iets anders voor in de plaats is gekomen: een weigering om begrip op te brengen voor de mensen zoals Trump en zijn klapvee. Als je slechtheid goed vindt maakt dat je slecht. Kosher is kosher en treife is altijd treife, wat de omstandigheden ook zijn.

En nee, het zijn niet alleen deze mensen. Ook de fanatici die hun kans ruiken om Sinterklaas te versjteren doen exact hetzelfde: ook zij vinden zichzelf oneindig belangrijk zonder aanziens van alle andere personen die er toe doen. De onbarmhartigheid van ieder gesprek over discriminatie, waarbij niemand dichter bij de ander komt, het staat me enorm tegen.

Het is overal. Gelukkig is het niet bij iedereen. Gelukkig ken ik genoeg mensen die beschoft zijn, een mening hebben die doordacht is ook voor wat betreft de consequenties van die mening. Die durven denken. En nee, dit zijn niet alleen de mensen waar ik het mee eens ben. Meestal zelfs integendeel. Dat is namelijk totaal onbelangrijk. Mijn meningen sterven met mij en wat ik kan achterlaten is een goed beeld van een goed mens. Als het meezit. Een Goedmensch zelfs. Dat wil ik zijn en daar doe ik mijn best voor. Wat gij wilt dat u geschiedt doet dat vooral een ander.

Ik sluit mijn ogen niet voor de onnozelen van geest die denken dat alles overwaait als je maar aardig en begripvol bent. Zoals met het jihadisme bijvoorbeeld. Dat gaat niet weg door lief te zijn. Integendeel, dat wordt sterker. Beschaving moet nooit worden verward met slapte of toeschietelijkheid. Beschaving is de weigering te worden zoals die ander die het slecht met de mens voorheeft. Beschaving is het tegendeel van onbeschoft. Wie het ook betreft.

Ik hunker naar beschofte mensen.

Wakker worden in de VS

Tags

, , , ,

Woensdag 9 november weten we wie de nieuwe president is van de Verenigde Staten. De kans dat Clinton wint wordt hoog ingeschat maar mij zou het niets verbazen als het anders is. Dat ik op woensdagochtend wakker word met het nieuws dat Trump heeft gewonnen.

Maakt het wat uit?

Vanuit Europa gezien wel. Als een diehard isolationist president was geweest in 1944 dan spraken we nu Duits. Het is niet handig. Verder doet de man er alles aan om zo ongenuanceerd als mogelijk over te komen. Clinton is in Europese termen al rechts, Trump is uiterst rechts.

In mijn bedrijf heb ik een Amerikaanse uit Texas werken. Jong is ze en zij heeft in de voorronden gestemd op Bernie Sanders. En nu op Clinton. En zeker niet omdat die zo warm of sympathiek of betrouwbaar is. Gewoon om niet op Trump te hoeven stemmen.

En dan: een van de twee zal het worden. President worden van een verscheurd land waarin de leiders elkaar voor rotte vis uitmaken. Waar Trump belooft de andere kandidaat op te sluiten zo snel hij president is. Waar zijn aanhangers roepen dat ze opgeknoopt moet worden. Van zo’n land wordt een van de twee president.

Waar Trump zegt dat alles rigged is, tot de FBI toe. Iedereen liegt en bedriegt behalve hijzelf. Hele bevolkingsgroepen worden als inferieur en onbetrouwbaar weggezet. Landen worden voor gek verklaard. Je kunt veel van Clinton zeggen en vinden, maar daartegen kan ook zij niet op. Veel verder dan roepen dat Trump altijd liegt is zo’n beetje de max. Van zo’n land wordt een van de twee president.

De VS zullen nog lang verscheurd blijven. Nog lang zullen groepen elkaar niet vertrouwen. Binnen families zijn er al ruzies vanwege wie men aanhangt. Echt beangstigend is dat. Stel dat Clinton wint, dan zal 50% haar haten en wegwensen. Trump zal claimen dat er gesjoemeld is en het land zal gedurende langere tijd onbestuurbaar zijn.

Als Trump wint zullen democraten willen verhuizen en alles bevend afwachten wat hij gaat doen. Maar ook de republikeinse partij zit dan met een probleem. Velen in de partijtop hebben zich van hem afgekeerd en wat moeten zij nu doen? Realpolitiker zijn en gewoon doorgaan met de orde van de dag? Wat doe je dan?

Deze dag zou een hoogtepunt van een grote democratie moeten zijn maar is het niet.

De manier waarop je campagne voert geeft uiteindelijk moreel het resultaat dat je er zelf in hebt gestopt. Als je schreeuwt, verdacht maakt, het over nepverkiezingen hebt dan krijg je een neurotisch wantrouwend volk. Het was geen fraaie vertoning. De potentiële winnaar moet beseffen dat hij of zij president zal zijn van iedereen. En dat wordt moeilijk en ongeloofwaardig.

De VS is het land waar trends beginnen. De grofheid in de politiek is ook al zichtbaar in Nederland. Ik hoop niet dat we een voorproefje zien van wat wij gaan meemaken tot maart 2017. Ik heb er een hard hoofd in helaas.

Ik ben tegen grofheid en voor feiten en discussie. En ik ben blij morgen niet wakker te worden ergens in de VS.

Fatsoen is basis voor alles.

 

 

 

Politici die hun graf graven

Tags

, , , , ,

Helderheid, transparantie, doen wat je zegt en zeggen wat je doet, openheid, je hart luchten, opkomen voor jezelf. Allemaal heel moderne zaken. Combineer dat met een afkeer van “oude politiek” en “de elite” en er ontstaat een dodelijke mix. Dodelijk voor de politiek waarbij politici hun eigen graf graven. Dat is wat momenteel gebeurt.

In Nederland ontspoort iedere discussie in een ja/nee discussie, welles/nietes. Feiten zijn niet belangrijk, wel subjectiviteit, het gevoel. Van de discussie over Zwarte Piet tot aan die over het handelsverdrag met Oekraïne. Het is óf het een óf het ander. Dat bekt lekker en het voedt het beest dat publieke opinie heet. Die publieke opinie is gulzig, ongenaakbaar en ongrijpbaar. Er is een duidelijk verband tussen het aantal decibel dat wordt geproduceerd en de aandacht vanuit de media. Niets doet het beter dan de onderbuik en het eigen gelijk. Er zijn heel veel voorbeelden, uit alle hoeken.

De onwaarschijnlijk grote aandacht voor een niet al te getalenteerde treitervlogger die nog niet in staat is geweest welke opleiding dan ook positief af te sluiten is een voorbeeld. De aandacht voor een relatief kleine groep die zich verzet tegen Zwarte Piet en daarin zelotisch fanatiek is. De aandacht voor allerlei splinterclubjes op rechts die allerlei tegenstrijdige dingen zeggen en vervolgens iets anders doen. Uitspraken over de rechterlijke macht die niet zou deugen. En als laatste politici die vooral met hun standpunten varen op en meewaaien met de publieke opinie.

Dát de politici meewaaien met die publieke opinie staat dus niet op zich. Maatschappelijk is er een trend waarin mensen hun eigen mening en gevoel het allerbelangrijkst vinden, ver verheven boven de mening en gevoelens van anderen. Maar dat politici hieraan meedoen is dom en uiteindelijk gevaarlijk voor diezelfde politiek.

Waarom?

Ieder land moet worden bestuurd. Anders dan velen denken is dat niet hetzelfde als bijvoorbeeld het leiden van een bedrijf of een huishouden. Besluiten die nu worden gemaakt hebben gevolgen tot in lengte van decennia. Besluiten leiden vaak tot wetgeving waarna iedereen met diezelfde wetgeving te maken krijgt. Besturen betekent ook dat er inclusief moet worden gedacht: met iedere inwoner van Nederland moet rekening worden gehouden. Je kunt het wel anders willen maar het kan niet anders. Althans, als je niet wilt vervallen in een samenleving met officieel benoemde tweederangs burgers, zoals de PVV wil. Als je dat doet glij je af naar een populistische dictatuur.

Politici moeten dus rekening houden met diegenen die zij niet per sé vertegenwoordigen. De regering moet dat zelfs altijd, iedere dag weer ómdat zij er zijn voor iedereen.

Sterker nog, na iedere verkiezing zullen politici moeten samenwerken om een regering te vormen en om wetten aangenomen te krijgen. Iedere politicus die democraat is weet dat en zal daar ook op aansturen. Zo werkt het, zo komt een samenleving tot stand. Samen leven betekent samen er uitkomen en een beetje naar elkaar opschuiven.

Waardoor graven politici hun eigen graf? Door mee te blèren met het populisme (CDA: nee is nee in het referendum, ook al denken wij er zelf heel anders over) en hun toonhoogte over te nemen (“pleur op”) suggereer je dat de simpele oplossing bestaat én dat jij er voor gaat zorgen. Er komen verkiezingen aan en dus zal dit geblèr toenemen is mijn voorspelling.

De dag na de verkiezingen gebeurt er direct iets anders. Standpunten worden afgezwakt, men gaat elkaar opzoeken om een coalitie te vormen en alle beloftes blijken niets waard. De mensen raken verder teleurgesteld. De populisten stijgen in de peilingen, de gevestigde politiek gaat weer stevige dingen vinden tegen de tijd dat er verkiezingen komen en daar gaan we weer.

Hoe kunnen politici dit graven van hun eigen graf stoppen?

Door leiderschap te tonen. Door gewoon te zeggen: jongens het referendum was raadgevend, dank voor de raad maar we doen er niets mee. Door niet meer pleur op te roepen maar door helder uit te leggen dat al die Jihadgangers Nederlanders zijn en dat daar het strafrecht voor geldt. Dat er een wetsvoorstel wordt ingediend om die Jihadisten het Nederlanderschap af te nemen. Dat het aanvaarden van zo’n voorstel lang gaat duren. Dat dat zo moet omdat we in een rechtsstaat leven.

Door bij ieder voorstel vanuit populistische hoek te vragen: hoe moet dat dan gebeuren? Hoe past dat binnen de wet? Hoe wilt u dat betalen en welke andere keuzes maakt u dan? Hoe wilt u dat uitleggen aan iedereen die het betreft? Et cetera.

Ik vind dat er geen enkele rekening moet worden gehouden met makkelijk gepraat vanuit de onderbuik. Altijd mag worden gevraagd naar feitelijke onderbouwing van de analyse én de uitwerking. Mensen gaan dat dodelijk saai vinden en zullen het wantrouwen. “Zie je wel dat er geen rekening wordt gehouden met mijn mening”. Het zal zeker gebeuren.

Politiek geen beter land dan een saai land. Voor opwinding verhuize men naar Venezuela, een buurland. Of Syrië. Of 80% ergens op de wereld. Nooit saai, maar totaal onleefbaar naar onze maatstaven.

Veel geluk.

 

Nederland schaft zich af

Tags

, , , , , ,

Terwijl heel Europa het handelsverdrag met Oekraïne heeft goedgekeurd moet Rutte de boer op om iets van een clausule toe te voegen. Een clausule dat wij trotse Nederlanders “nee” hebben gestemd bij een referendum. Dat dat referendum raadgevend was en dus totaal kan worden genegeerd doet er niets toe. Rutte gaat helemaal niets voor elkaar krijgen bij de andere lidstaten. Die vragen zich af of dat Nederland wel goed bij het hoofd is. Of we niet zien dat er echt belangrijker zaken zijn dan dat verdrag. Problemen laten bij wie ze thuishoren en dus blijft het het probleem van Rutte.

Dit weekeinde waren er demonstraties tegen CETA, het handelsverdrag met Godbetere Canada! Een van de meest verlichte en fatsoenlijke naties ter wereld. Tegen CETA want, zo zeggen demonstranten, “wat moeten we met al die spullen uit Amerika en Canada?“. En ook: “het wordt allemaal maar achter gesloten deuren bekonkeld”.

Dan heb ik het nog niet over TTIP, het akkoord met de VS. Ook dat ligt geheel onder vuur.

Er is al geroepen dat als die verdragen toch door lijken te gaan er gewoon een nieuw referendum komt om te zorgen dat het allemaal niet door kan gaan. Geïnspireerd door het Oekraïne-referendum. Het zij zo.

Nederland is een klein land waardoor er enorm veel buitenland is. Daar drijven we al eeuwen handel mee. Veel geld wordt verdiend met export, zowel in als buiten Europa. Nederland voert per jaar voor zo’n €420 miljard uit, 71% naar de EU en 29% naar buiten de EU (€122 mrd). Er wordt voor €50 miljard meer uitgevoerd dan ingevoerd. Dit betekent dat export voor Nederland een belangrijke pijler is voor groei, voor banen, voor vooruitgang. Aan diensten alleen al wordt per jaar €122 miljard geëxporteerd, waaraan €66 miljard wordt verdiend. En dan heb ik het nog niet eens over het geld dat wordt verdiend met overslag van goederen en personen (havens en luchthavens).

Daarnaast ontdekken we ook steeds meer het buitenland. Per jaar geven we met elkaar €6,6 miljard uit in het buitenland.

Het buitenland is ook van belang om spullen en diensten te kopen. Onze import is zo’n €370 miljard per jaar. Zonder die import geen auto’s om in te rijden, geen koelkast, gasfornuis, groene asperges uit Peru in de winter, ga maar door.

Waarom dit leeglopen op cijfers? Ik denk dat niet goed bekend is hoezeer onze economie drijft op het buitenland dat wij zo hardnekkig buiten de deur proberen te houden. Zonder dat buitenland zou Nederland een onbeduidend tweede Luxemburg zijn of iets van dien aard.

En dit betreft alleen im- en export. Wat te denken van de gezondheidszorg waar we kennis delen met en halen uit het buitenland. De ruimtevaart, defensie, veiligheidsdiensten, onderwijs? Ik kan blijven doorgaan. Nederland wordt mede gedefinieerd door het buitenland. En het slechte nieuws is: je kunt dat buitenland niet kiezen. Het is er, het is een gegeven. We zijn ervan afhankelijk.

Omdat dat zo is moet je altijd de vlucht naar voren kiezen, altijd initiatief nemen, altijd sneller en feller zijn dan de rest. Handelsverdragen? Akkoord en dan met zoveel mogelijk invloed, zoals de muis op de brug tegen de olifant zei. Nooit afkeuren of verwerpen. Zeker niet met beschaafde landen. Mijn stelling is dat handelsverdragen altijd beter zijn dan geen verdragen. Dat ze leiden tot groei en groei is goed. Een goed verdrag reguleert onderlinge verhoudingen en gedrag zodat er een werkend mechanisme ontstaat.

Nederland schaft zich af, als het verdragen gaat verwerpen. Oekraïne leidt er al toe dat we bekend staan als een land waar moeilijk verdragen mee te sluiten zijn. Blijkbaar. Als CETA nu ook zou sneuvelen omdat we tegen zijn, dan zal Nederland op den duur marginaliseren in de internationale economie. Wij schaffen onszelf dan langzaam af.

“Altijd maar groei, groei, groei” verzuchtte een van de demonstranten. “Ja, graag” zeg ik dan. Groei, veel groei. Alleen met groei kunnen we behouden wat we hebben. De rest is stilstand.

Demonstreren voor stilstand. Best raar.

 

Wulders of Trimp

Tags

, , , ,

Stel, je gaat met een paar vrienden Risk spelen. Of een ander spelletje, maakt eigenlijk niet uit. Je hebt maanden geleden al afgesproken voor een avondje, je hebt hapjes in huis gehaald, drank en dan komen ze. Je gaat aan tafel zitten, legt het bord op tafel en je begint.

Een van de vrienden, laten we hem Wulders noemen, of Trimp, is altijd wel een goede aanwinst in je clubje. Altijd een grote bek, altijd tegendraadse opmerkingen, altijd gevat, altijd ook leuke woordgrapjes als hij iemand kan afzeiken. Ook altijd op of over het randje. Soms genant. Jij weet inmiddels ook wel dat hij zelf niet zo heel veel kan hebben. Eigenlijk niks. En dat is al tijden zo.

Zo was er eens een nieuw iemand in het clubje, geïntroduceerd door een van de vaste vrienden. Die persoon was erg leuk maar zijn afkomst was duidelijk anders dan van het vaste clubje. Wulders of Trimp ging tekeer toen hij zich die ene keer aansloot. Of we gek geworden waren? Of we niet wisten dat dit soort gasten nooit alleen zou komen. Ja, deze keer. Maar als het leuk zou worden en we waren aan hem gewend dan kwamen ze vrienden ook. En dat terwijl die allemaal ook uit die andere stad kwamen waar je niets mee te maken moest hebben. Ze zouden alle drank en eten opmaken en ieder spelletje winnen. Gelopen race. Die nieuwe voelde het en bleef voorts weg. Hoe vaak hij ook werd uitgenodigd.

Best gek trouwens, want als je Wulders of Trimp een op een had was ie altijd erg aardig en zelfs hoffelijk. Vriendelijk. Gewoon een leuke vent. Maar in gezelschap gebeurde er altijd iets dat zeer onaangenaam was. Dan namen zijn meningen hem over en kon hij zich ook niet meer bedwingen. Het gevolg was dan ook dat de stilzwijgende afspraak in het clubje was om sommige onderwerpen te mijden. Ook deze avond.

Dus: alles ligt klaar, iedereen is in een opperbeste stemming en terwijl je zo’n tien minuten bezig bent zegt Trimp of Wulders opeens: “ik laat later weten of ik de spelregels wel zal volgen. Hangt van de uitkomst af.”

Iedereen kijkt hem aan. Vragend. “Wat bedoel je?”

“Nou”, gaat hij verder, “tot nu toe lijkt het erop dat jullie vooraf altijd alles al bekokstoofd hebben zonder mij er in te betrekken. Iedere keer dat wij bijeen zijn wordt niet aan mij gevraagd welk spel we gaan doen. Er wordt nooit aan mij gevraagd wat we zullen drinken. En achteraf hebben jullie altijd plezier over de verliezende partij. Vooral als ik dat ben. Mijn conclusie is dat dit spelletje rigged is en dus kijk ik wie wint. Als ik verlies dan deugen jullie niet.”

Jullie zeggen dat ie nu al niet tegen zijn verlies kan. Niets van waar want verliezen kán Trimp of Wulders nu eenmaal niet. En als hij wel verliest dat accepteert hij de spelregels niet omdat die dan dus niet kunnen deugen.

Verbluft blijft iedereen zitten. Ok, hij was al niet de makkelijkste maar dit slaat echt alles. De sfeer is er uit. Het spelletje wordt gestopt, en de avond gaat uit als een nachtkaars.

Wulders of Trimp staat boos op en gaat weg.

Later horen jullie dat hij overal zegt dat jullie een cordon sanitaire hebben opgericht. Dat jullie hem demoniseren. Dat hij niet eens meer mee mag doen. Dat iedereen zich tegen hem keert en dat dat alles het bewijs levert voor zijn gelijk. Dat het niet aan hem ligt. En er zijn mensen die hem geloven. Mensen die hetzelfde ook altijd meemaken.

Zuchtend laat je hem zijn gang gaan. Tegen zoveel idiotie kan een goed werkende geest en een oprecht hart niet op. Uitnodigen doe je hem niet meer.

Wulders of Trimp zal tevreden grijnzen. “Zie je wel”, mompelt hij in zichzelf terwijl hij ’s avonds alleen thuis zit te winnen met Risk.

 

Kloosterleven

Tags

, , , , , ,

img_7812

Zo’n 10 kilometer van Carcès ligt Le Thoronet. Een dorpje in het hart van de Var waar echt helemaal niets te doen is. Als je denkt, kom we gaan een wijntje drinken, dan rij je in een bocht omhoog het dorp in en in een bocht omlaag het dorp weer uit. Niets. Geen terras is open.

Maar even buiten het dorp ligt een van de mooiste abdijen die ik ken. L’Abbaye du Thoronet.

Lang geleden inmiddels stond ik in Vezelay bij het standbeeld van Bernardus van Clairvaux. Daar had hij opgeroepen tot de Tweede Kruistocht om het Heilige Land te bevrijden van de Moren. Het gevolg was een bloedige strijd. Die Bernardus was geen vrolijk type. Integendeel. En na de mislukking van die Tweede Kruistocht werd het er niet beter op.

In de Bourgogne was de grootste abdij die van Cluny, een Benedictijner abdij. Benedictus had in de vijfde eeuw zijn Regel geschreven: voorschriften voor het leven in een klooster. Gebaseerd op deze regel was Cluny gesticht en gebouwd. Bernardus vond, en velen met hem, echter dat Cluny veel te werelds was geworden, teveel pracht en praal. En daar hield hij niet van. In Citeaux , in de Bourgogne, bestond al een klooster dat zich afzette tegen Cluny. Dat klooster had een aantal zusterkloosters en van een daarvan, in Clairvaux, werd Bernardus abt. Met zijn heilige vuur heeft hij er voor gezorgd dat hij het gezicht werd van de orde der Cisterciënzers én dat er uiteindelijk meer dan driehonderd Cisterciënzer kloosters kwamen. Bernardus dacht groot, groots een meeslepend.

Maar Bernardus wilde meer dan dat. Ook moest de eenvoud en de onderwerping aan God tot uiting komen in de manier waarop gebouwd en ingericht werd. Streng en sober, simpele materialen, alles volgens de Gulden Snede (Fibonacci!) gebouwd. Perfecte verhoudingen en een inrichting die tot introspectie en stilte moest leiden. Niets mocht afleiden van de eigenlijke opgave waarvoor de monnik stond: leven in en ten dienste van God. Hij nam het Ora et Labora letterlijk: monniken en monialen moesten bidden en werken. Zicht richten tot God met de voeten in de modder. En bouwen aan nieuwe kloosters.

Dat is nu zo’n negenhonderd jaar geleden. En na al die tijd, en na alle verwoestingen staat de abdij van Le Thoronet uit steen gehouwen midden in de Provence, tussen de wijngaarden van Sainte Croix. Als je het terrein oploopt, na het onontkoombare winkeltje, voel je direct de harmonie en de stilte. Ondanks de aanwezigheid van wat (of wat te veel) toeristen is het stil. Mensen voelen dat je hier niet moet schreeuwen, dat je de rust moet overnemen. Binnen in de gebouwen zie je wat bouwen volgens de Gulden Snede doet. Iedere kerk heeft hetzelfde: van binnen is hij veel groter dan van buiten (wat de kerk gemeen heeft met de gemiddelde tas van een vrouw). Dat komt door het uitgekiende gebruik van geometrische vormen en uitgangspunten.

Iedere ruimte, iedere gang straalt dezelfde sfeer en verstilling uit. Als je je ervoor openstelt dan voel je wat het geweest moet zijn om hier te wonen en te leven met andere monniken. Buiten werken in de tuin, of binnen in de keuken of bibliotheek. Met elkaar de stilte voelen en maken die nodig is. Nog steeds is het hier een plek waar het bestaan van God plausibel wordt, op een niet opdringerige manier. Schetsend, wenkend.

Bernardus en de Cisterciënzers hebben veel moois in de wereld gesticht en achtergelaten. Als we al praten over een westerse cultuur dan is een van de bronnen hier te vinden. En het mooie is dat als je er eenmaal bent, de wereld waar zoveel wereldse ellende heerst heel ver weg is. Wat overblijft is de stilte in jezelf en de drang naar schoonheid. Hoe mooi kan het zijn of worden?

Een plek waar de wereld buiten volstrekte buitenwereld is.