• Over

Dick Koopman

~ Durf te denken

Dick Koopman

Auteur Archief: Dick Koopman

Economisme is goed (maar moeilijk)

15 maandag jun 2015

Posted by Dick Koopman in economie

≈ 2 reacties

Tags

burger, burger en politiek, economie, economisme, jesse klaver

Er bestaan heel erg veel fuzzy woorden. Woorden waarvan je in eerste instantie denkt dat zij heel helder zijn maar als je goed kijkt is dat helemaal niet zo. Veel woorden zijn grijs: vaderlandsliefde, liefde, haat, kwaliteit et cetera.

Grijze woorden definieer ik als woorden die oppervlakkig gezien een helder beeld oproepen bij mensen maar die moeilijk, vloeibaar, onduidelijk worden als je er een definitie van probeert te geven. Laat staan als je er een operationalisatie van wilt geven. Dan blijkt ieder woord een deur te openen naar leefwerelden, geschiedenissen, emoties, normen en waarden.

Neem het woord economisme.

Jesse Klaver gebruikt het te pas en te onpas als iets negatiefs. Economisme is volgens hem “dat elk aspect van ons leven (wordt) teruggebracht tot een simpele rekensom”. (klik hier)

Een bewering waar menigeen instemmend op zal reageren. Inderdaad wordt tegenwoordig alles uitgedrukt in Euro’s. Files kosten zoveel Euro, ziekteverzuim idem, blijven zitten is ook al heel duur. Economisme wordt zo identitiek aan het terugbrengen van de volheid van het leven tot een rekensom met een positief of negatief saldo. Iedere kwaliteit verdwijnt daarmee achter de economische horizon.

Maar is dat wel zo? Is het niet een opsomming van (alweer) grijze woorden?

Stel dat economisme wordt gedefinieerd als het objectief vaststellen van voor- en nadelen van gebeurtenissen en plannen en dat op basis daarvan een rekensom wordt gemaakt. Valt het positief uit dan gaan we door, negatief dan stoppen we. Een rationeel beslissingstraject waar een voorwaarde uitrolt om tot een besluit te komen.

Stel bijvoorbeeld dat de politiek als uitgangspunt heeft dat de resultaten van beleid het grootste geluk voor de meeste mensen moet genereren. Dan is een aantal stappen nodig, een aantal vragen moet worden beantwoord.

Wat is het grootste geluk? Drukken we dat uit in geld (belastingen), in extra jaren leven (gezondheidszorg), toegang tot de arbeidsmarkt (uitkeringen) et cetera? Er moet besloten worden, vooraf, wat de eenheden zijn van de rekensom.

Daarna moet besloten worden welke variabelen meewegen in het bepalen van die eenheden. Is het simpel, extra jaren leven, of ingewikkeld, extra jaren leven zonder ernstige aandoeningen?

Er moet bekeken worden wat de negatieve effecten zijn van het beleid. Stel dat roken compleet wordt verboden met een positief effect op de lengte van ons leven. Welke groepen leveren dan geluk in omdat zij niet meer mogen en kunnen roken. Hoeveel mensen zijn dat, hoe meet je het ingeleverde geluk en hoe weeg je dat in je berekening. Lastig, maar wel te doen.

Het terugbrengen van effecten in meetbare eenheden is niet simpel, wil je het goed doen, maar wel aan te raden. De uitkomst van iedere rekensom is dan input voor een besluit.

Het mooie hiervan is dat alle vooronderstellingen openbaar moeten zijn. Alle normen en waarden, alle uitgangspunten, alle cijfers. Ieder punt is op zich onderwerp van discussie. Je wordt met elkaar gedwongen helder te zijn in jouw kosten en baten, je zult met elkaar moeten discussiëren over gemeenschappelijkheden en verschillen. Je zult moeten komen tot een economistische businesscase. Zelfs over ethische onderwerpen.

Economisme dwingt zo tot helderheid, duidelijkheid en scherpte. Vooral ook over je eigen vooronderstellingen en impliciete waarden en normen. Het zou een verbetering zijn van ieder debat, vooral in de politiek.

Ik pleit dan ook voor veel meer economisme!

Haatimams zijn hip

09 dinsdag jun 2015

Posted by Dick Koopman in de open samenleving

≈ Een reactie plaatsen

Tags

communicatie, democratie, haatimams, imams, participatiesamenleving

Sinds enige tijd is er een nieuw woord aan de Nederlands taal toegevoegd, niet echt een verrijking maar iedereen heeft het erover: haatimams. Je kunt bijna stellen dat zij hip zijn.

Gisteren nog hoorde ik een discussie op de radio waarbij voor- en tegenstanders aan het woord kwamen. De tegenstanders van haatimams willen hen de toegang tot Nederland ontzeggen. Waarom? Omdat zij dingen zeggen die niet stroken met onze waarden en normen. Wat grosso modo ook wel zo is overigens.

De voorstander zat met volle retoriek te bagatelliseren wat er zoal beweerd wordt over homo’s, vrouwen, joden et cetera. En er wórden idiote uitspraken gedaan, die hoef je niet weg te poetsen.

Het was geen discussie maar gewoon heel luid langs elkaar heen praten. De stellingen waren ingenomen en de heren, het waren heren inderdaad, waren er met nog geen tien paarden uit te krijgen.

Wat valt me op aan deze discussie?

Allereerst de term, het frame. Dat frame is in de jaren ingeburgerd geraakt zonder te beseffen dat het een heel onduidelijke term is. Natuurlijk, het bekt lekker en we snappen wat bedoeld wordt, maar wie precies wordt er nu mee bedoeld? Dat moet je weten wil je mensen de toegang weigeren. En wanneer wordt een mening haat? En wie bepaalt dat?

Dat frame is overigens nog het minste probleem. Een groter probleem is vast te stellen wat nou precies wél en wat precies niet gezegd mag worden. De kern van een open democratie is nu juist dat er allerlei groepen en mensen zijn die dingen zeggen die niet stroken met huidige waarden en normen. Zo ontstaat namelijk verandering. Zonder dat versteent een samenleving en wordt een tweede Noord-Korea.

Dus: wanneer is iets nou zo erg, dat je er vooraf mensen de mond over mag snoeren? In Nederland gaat dat voor geen enkele uitspraak op. Nooit. Men mag alles zeggen wat men wil. Ook als men oproept tot haat. De rechter is er voor om te bepalen of het mocht volgens de wet en als dat, achteraf, niet zo blijkt te zijn dan volgt er straf.

Dat is de volgorde. Denken, spreken, al of niet strafbaar zijn en dan eventuele consequenties.

Ik vrees dat het niet anders is, hoe de ene meneer ook zijn best deed. Als iedereen met een afwijkende mening, hoe schokkend ook, de toegang tot Nederland moet worden ontzegd dan vrees ik het ergste. En wie maakt uit wat die afwijkende mening is? Vandaag de beurt aan de imams, en over een tijdje?

De kern van de opmerkingen van de tegenstander komt hierop neer: er zijn mensen die dingen zeggen die niet stroken met mijn eigen opvattingen, die dingen zijn erg, zo erg dat ik wil dat zij niet meer gezegd kunnen worden in Nederland. Omdat er dingen gezegd worden waar ik het apert mee oneens ben ontzeg ik die mensen toegang tot Nederland. Ik weet immers wat goed is en wat fout is. Ik, tenslotte, heb een mening die wel door de beugel kan.

Je voelt al direct aan dat dit soort particularisme niet echt werkbaar is. Vrijheid van meningsuiting geldt altijd voor díe meningen waar je het totaal mee oneens bent. Juist dan moet je te vuur en te zwaard verdedigen dat echt iedereen alles mag zeggen. En juist dan moet je de discussie aangaan over het doel en het effect van bepaalde uitspraken. Daarover moet de discussie gaan. Laat ieder zeggen wat hij of zij wil en bestrijdt elkaar met woorden en argumenten. Dat is het enige dat telt in een open democratie.

En anders is er altijd nog de rechter.

The best burger in town revisited

08 maandag jun 2015

Posted by Dick Koopman in culinair

≈ Een reactie plaatsen

Tags

eten, hamburger, recept, saus

Schreef ik vorige week nog over de beste hamburger ooit, intussen moet ik er de lekkerste saus aan toevoegen! Geïnspireerd door dit weekeinde.

Nog even het recept, en daarna de saus:

Wat heb je nodig per persoon:

200 gram kwalitatief geweldig rundvleesgehakt, liefst vers (eenmaal) gedraaid

boter

uien

broodje

Neem het vlees uit het papier en -let op!- plet het voorzichtig tegen de draad in. De uiteinden van het gedraaide gehakt moeten boven en onder zitten! Zo krijg je een heerlijke malse losse structuur. Dit lijkt een detail maar maakt het verschil.

Smelt in een goede pan de boter en als de boter bruin wordt leg je de burger erin. Laten liggen. Niet bewegen.

Snij de uien heeeeel dun en duw er wat van op de rauwe kant van de burger. Draai om en bak langzaam verder tot veerkrachtig gaar. Bak wat uien mee tot bruin.

Neem een heerlijk broodje, doe de burger erop, de uien er overheen en eventueel een beetje zout.

De saus!

Nodig per burger:

1 tl mosterd

1 tl ketchup

1 el mayonaise

1 tl kleingesneden augurk

tabasco naar smaak

O, en een laagje jalapeñopeperschijfjes op het broodje is een aanrader.

Meng alles losjes door elkaar en je hebt geweldige hamburgersaus!

Het recht op verkeerde keuzes

05 vrijdag jun 2015

Posted by Dick Koopman in Autonomie

≈ Een reactie plaatsen

Tags

burger, burger en politiek, gezondheid, keuzes, KWF, leven

Vandaag is in het nieuws de campagne van het KWF om kinderen meermaals per dag met zonnebrandmiddel in te smeren op een zonnige dag. Ouders moeten dat ’s morgens doen en gedurende de dag, zo om de twee uur, moeten leerkrachten dat doen.

Een zinnige campagne nietwaar: iedereen wil zijn kind optimaal beschermen.

Deze week kreeg ik van mijn huisarts een brief met een code. Ik moest allereerst mijn buikomvang meten, mijn gewicht vaststellen en vervolgens een test doen. Uit die test kan komen dat je in een risicogroep zit. Als dat zo is moet ik onverwijld contact opnemen met mijn huisarts voor allerlei tests.

Een zinnige brief nietwaar, preventie is goed.

Gisteren nog hoorde ik de weerman op de radio zeggen dat het vandaag, na veel warmte, wel eens heel slecht weer kan worden. Dat we rekening moeten houden met windstoten, hagel, ernstige regen en wat dies meer zij.

Verstandige man, je zal maar door slecht weer worden overvallen.

Twee maanden geleden kreeg ik een brief van de gemeente waarin het energielabel voor mijn huis werd vastgesteld. Op basis van gegevens van voor de verbouwing. Een waarschuwing zat erbij. Ik moest mijn huis opnieuw laten keuren want anders…

Best slim want je zal je huis maar willen verkopen met zo’n waardeloos label.

Ik kan doorgaan tot ik een ons weeg. Dagelijks vliegen mij de waarschuwingen om de oren. Vroeger betrof dat meestal reclames om mij duidelijk te maken dat ik zonder product X een waardeloos leven zou hebben.

Tegenwoordig, sinds het begin van deze eeuw, gaat het zo ongeveer om alles. Van heel klein (verkeersbord op een plek waar ik nooit ben geweest met de tekst: ‘pas op, verkeerssituatie gewijzigd!’ Wat dan? Hoe dan?) tot heel groot (mijn kind kan later kanker krijgen als ik hem nu niet goed insmeer).

Ik ga hier niet argumenteren dat je je kinderen voor de wolven moet gooien. Het gaat dan om een ander mens dat je moet beschermen. Dus doe ik mee. Maar als het over mezelf gaat? Heb ik niet het volste recht verkeerde keuzes te maken?

Ik hoor al tegengeluid: ja maar dat is slecht voor je. Of, ja maar dat kost de samenleving geld. Wat slecht is voor de mens is tamelijk fluïde: in het ene decennium staat cholesterol hoog op de agenda, in het andere vrije radicalen. Over kosten kan ik kort zijn: in leven zijn kost geld, altijd, en de dood levert nog eenmaal een kostenpost op. De eerste en de laatste jaren van een mens zijn het duurst. Ook als die laatste jaren rond mijn negentigste liggen.

Waar het mij meer om gaat is de autonomie van de mens. Het recht om keuzes te maken die momenteel als minder slim worden gezien. Wél in de zon zitten en bruin worden zonder factor 50. Níet vier keer per week sporten. Ik pleit ervoor dan ieder individu voor zichzelf iedere keuze mag en kan maken en dat als hij of zij dat doet de wijzende vinger achterwege moet blijven. Niet van degenen die van hem of haar houden maar wel van ieder ander. Autonomie is een groot goed ook al leidt dat tot een korter leven.

Het vraagt wel iets anders om autonoom te zijn: kennis. Gewoon ‘nee’ zeggen is simpel en kinderachtig. Dat is geen autonomie maar dwarsliggen. Werkelijke autonomie vereist informatieplicht. Weten waar je het over hebt, de keuzes op een rij hebben en vervolgens kiezen en doen.

Het recht op verkeerde keuzes is kortom hard werken.

The best burger: the secret

26 dinsdag mei 2015

Posted by Dick Koopman in culinair

≈ Een reactie plaatsen

Tags

burger, eten, hamburger

Kijk, er wordt heel veel gepraat en geschreven over hamburgers. Welke zijn lekker en welke niet. Het is echt heel simpel om de beste hamburger te maken en dat ga ik hier vertellen.

Wat heb je nodig per persoon:

200 gram kwalitatief geweldig rundvlees, liefst vers (eenmaal) gedraaid

boter

uien

broodje

Neem het vlees uit het papier en -let op!- plet het voorzichtig tegen de draad in. De uiteinden van het gedraaide gehakt moeten boven en onder zitten! Zo krijg je een heerlijke malse losse structuur. Dit lijkt een detail maar maakt het verschil.

Smelt in een goede pan de boter en als de boter bruin wordt leg je de burger erin. Laten liggen. Niet bewegen.

Snij de uien heeeeel dun en duw er wat van op de rauwe kant van de burger. Draai om en bak langzaam verder tot veerkrachtig gaar. Bak wat uien mee tot bruin.

Neem een heerlijk broodje, doe de burger erop, de uien er overheen en eventueel een beetje zout.

Doe verder erbij wat je wilt maar nooit teveel. Niet teveel saus, sla, tomaten etc. Eigenlijk is een burger op deze manier zo het lekkerst.

Hamburger

Amerikaanse oppervlakkigheid: I love it.

18 maandag mei 2015

Posted by Dick Koopman in Geen categorie

≈ Een reactie plaatsen

Tags

communicatie, New York, ontbijt, optimisme

Terug uit New York City. Een grandioze ervaring die ik niet snel zal vergeten. En, belangrijker, ik zal zeker teruggaan. Meerdere malen.

Vooraf van veel mensen te horen gekregen waar we allemaal moesten gaan eten, welke bars ok waren en welke dingen we allemaal moesten bezichtigen. Niet alles gedaan maar automatisch ga je toch alle highlights af. En ook de lowlights. Smerig gegeten in een Italiaanse fastfoodketen. Je zag het er niet aan af maar het was niet te doen.

De stad leeft. Daar hadden de vrienden gelijk in.

Ik was ook gewaarschuwd voor de Amerikaanse oppervlakkigheid. Iedereen vraagt hoe het met je is, alles is great maar het gaat niet echt diep die interesse. Het is niet de bedoeling dat je antwoord geeft op een samenhangende geïnteresseerde manier.

Dat was de waarschuwing. En nu de ervaring.

Het is waar. Iedereen bejegent je op dezelfde joviale manier, alles is great en het leven is verukkulluk. Ik merkte alleen al heel snel dat die jovialiteit iets met mij deed. Ik werd jovialer, makkelijker. Ik zag bij alles in dat het leven inderdaad de moeite waard is. Dat er heel veel moois schuilt in kleine zaken, zoals een bagel met cream cheese. Die oppervlakkigheid maakte dat ik lichter door het leven ging. Het is aanstekelijk. Wat ook lekker is, is het uitblijven van zware gesprekken. Die heb je niet.

De doorman bij het appartementencomplex, een oudere man van boven de zeventig, begroette ons iedere dag hetzelfde: “Hi wonderful family, have a great day.” En verdomd, je voelt je een mooi gezin en je gaat een geweldige dag tegemoet. Dat kan niet anders meer!

Het meisje dat iedere dag bij het ontbijt een sloot cappuccino klaarmaakte vertelde ik dat we na het ontbijt zouden vertrekken. “Oh no, that can’t be true. You are such a wonderful guest!”. Grote bruine ogen en een brede glimlach. Het was mooi ontbijten daar iedere ochtend bij The Bread Factory W 43 str, 9th Ave.

Is het oppervlakkig? Yep, enorm. Is dat erg? Nope.

Stel nu dat wij onze zware mentaliteit, gevormd door de wijdse blik over het oude en het nieuwe land, achter ons zouden laten. Dat we elkaar te allen tijde onverschrokken positief zouden bejegen. Dat we elkaar een mooie dag toewensen. Stel dat we dat doen, zou het leven dan in ieder geval minder zeikerig worden? Ik denk het wel.

Dus: blijf oppervlakkig in het openbare bestaan maar geef er altijd een positieve, optimistische draai aan. Het leven is mooi, voor iedereen. Iedere dag weer opnieuw zo beginnen. Laten we elkaars doorman zijn.

De politiek voorbij: geen bed, geen bad laat staan brood

22 woensdag apr 2015

Posted by Dick Koopman in Geen categorie

≈ 1 reactie

Tags

bad, bed, brood, burger, burger en politiek, communicatie, frame

In de jaren tachtig van alweer de vorige eeuw schreef Jean Baudrillard een boek: In de schaduw van de zwijgende meerderheden. (http://nl.wikipedia.org/wiki/Jean_Baudrillard)

Dit boek maakte op mij grote indruk. Echt Frans. Moeilijk te doorgronden neologismen, zoals simulacra, en dwingend geschreven. Maar dat was niet de reden waarom ik onder de indruk was. Dat kwam vooral door de observaties van Baudrillard over de afstand tussen politiek en burger. En zijn woorden hebben niets aan kracht verloren.

Wat zegt hij hierover?

Allereerst zegt hij dat wat wij allen zien als de werkelijkheid, helemaal niet werkelijk is. Wij zien een door ons geconstrueerde werkelijkheid. Woorden verwijzen altijd naar iets anders. Tegenwoordig zouden we dit framing noemen als het gaat over politiek. Het compromis over de bed, bad, brood regeling wordt gepresenteerd als een inhoudelijk goed compromis waarin Nederland weer op de goede weg is. Beide partijen kunnen vertellen hoe zij geheel volgens eigen uitgangspunten een goed compromis hebben behaald. Beide partijen komen als winnaar uit de bus. Zo creëren we met elkaar een nieuwe werkelijkheid die de echte werkelijkheid probeert te verbergen. Dat gebeurt steeds weer.

Politici en spindokters blinken hierin uit. Verhalen komen tot stand, met een eigen jargon. We “voeren oorlog” tegen ideeën van anderen, “eerst het zuur, dan het zoet”, “Nederland is een tè gek land”, de rijksbegroting is eigenlijk “een huishoudboekje”, een nederlaag is eigenlijk winst omdat de nederlaag minder groot is dan verwacht. Et cetera.

Baudrillard komt met een prikkelende stelling over de kloof tussen politiek en burger. Politici zeggen continu dat ze de burger blijkbaar nog niet goed genoeg hebben uitgelegd wat zij bereikt hebben. Immers de burger stemt niet meer op hen, dus moet er iets niet goed gaan. Er gáát ook iets niet goed maar anders dan politici denken lopen burgers niet hijgend achter de politiek aan, zij zijn de politiek al lang voorbij.

De burger heeft de politiek achter zich gelaten. Dat is de kern.

De keizer herkent het frame, herkent de verbloeming van de werkelijkheid, herkent ook het gebrek aan oprechtheid. Niet uit onbegrip of uit ongeïnformeerdheid maar juist doordat hij compleet is geïnformeerd. De woorden hebben iedere relatie met de werkelijkheid van alledag verloren en dus is wat gezegd wordt niet meer interessant of legitiem.

Plat gezegd: kiezer denken klets maar raak in je eigen wereldje, mijn wereld is een andere. De politiek loopt hijgend achter de burger aan maar weet dat nog niet.

Er zit maar één ding op voor de politiek: zeg hoe het is, verbloem niet. Verlies is verlies, een compromis wordt bereikt om macht te behouden, standpunten worden uitgeruild om met elkaar door te kunnen gaan. Wees helder om weer bij de kiezer in de buurt te komen.

Dat zou in ieder geval opleveren dat de ruimte voor extreme opvattingen minder wordt. Op links en op rechts. Die opvattingen zijn namelijk altijd gemakzuchtig simpel. De wereld is niet simpel. De kiezer is ook niet simpel. Die wil gewoon serieus worden genomen en op ooghoogte verder kunnen praten.

Iedereen weet dat het huidige compromis over bed, bad en brood geen enkele relatie met de werkelijkheid heeft. Als ik dit schrijf zeggen burgemeesters op televisie gewoon dat ze doorgaan met hun eigen opvang. Zij benoemen de werkelijkheid zoals die is. Die werkelijkheid is dat er illegalen in Nederland zijn en blijven komen, die opgevangen moeten worden, op welke manier ook. Anders krijg je zwervende mensen en dat wil niemand. Dat weet de landelijke politiek ook.

Kortom: praat de burger, de kiezer niet na in een poging zijn gunst te krijgen. Kom met het eigen verhaal zoals het is, precies zoals het is. Ook als het niet modieus is. De onverbloemde werkelijkheid maakt meer indruk dan verbloemende taal en framing. Mensen krijgen respect voor dat verhaal, zelfs als zij het er niet mee eens zijn.

Doen.

Ik heb dit niet geschreven: neuromarketing voor sceptici

26 donderdag mrt 2015

Posted by Dick Koopman in Communicatie, Marketing

≈ Een reactie plaatsen

Tags

communicatie, marketing, neuromarketing, Paul Postma

Een jaar of 12 geleden las ik een boek van een Deens wetenschapsjournalist, Tor Nørretranders: ‘Het bewustzijn als bedrieger’. Nørretranders gebruikt experimenten uit de neurologie om plausibel te maken dat niet ‘ik’ maar ‘iets’ in mij al een besluit had genomen tot handelen voordat ‘ik’ dat doorhad. Uit onderzoek bleek namelijk dat als ik mijn arm optilde er in mijn brein al een zogenaamd actiepotentiaal te meten was dat een halve seconde voorliep op mijn bewustzijn. Dat is raar. Mijn brein besluit dus zaken buiten ‘mij’ om. Dat het ging over onschuldige zaken zoals het optillen van mijn hand of een kopje. Het besluit tot het afsluiten van een aflossingsvrije dan wel lineaire hypotheek, bleef buiten beschouwing. Laat staan het besluit of ik met mijn hele gezin in New York ga wonen vanwege een nieuwe baan.

Neuromarketing: hot en hip
Een inzicht was geboren. Op dat inzicht is de laatste jaren vrolijk voortgeborduurd. In ‘Ben ik dat’ onderzoekt Mark Mieras wat nieuwe inzichten kunnen zijn als je met een fMRI in je brein kijkt. Dick Swaab (‘Wij zijn ons brein’) en vooral Victor Lamme (‘De vrije wil bestaat niet’) zijn niet meer onderzoekend maar stellend. Er is geen twijfel meer mogelijk: vrije wil is een illusie. Echte besluiten vinden plaats in ons brein. Door inzicht in de werking van ons brein, via een fMRI (plaatjesmachine), kunnen we afleiden wat we gaan doen.
Ook in ons marketingvak is dit doorgedrongen. Neuromarketing is hot en hip. Niet dat wij zijn gepromoveerd op de werking van de hersenen maar het is wel spannend. Een kijkje nemen in de kathedraal van je ‘ik’ is zoiets als de eerste beelden uit de ruimte zien.

Ontbreken van vrije wil
Enige tijd geleden woonde ik een symposium bij over neuromarketing. Het was druk. Victor Lamme sprak en liet zien welke gebieden in het brein geactiveerd dan wel geïnhibeerd worden door bepaalde prikkels. De zaal was opgewonden want dit was eindelijk het antwoord op dé vraag van iedere marketeer: hoe zorg ik ervoor dat mensen mijn product kopen?
Het was een nogal eenzijdige sessie. Ik zag wel dat er iets gebeurde in het brein, maar wat betekende dat voor mij in mijn werk als CMO. Hoe ga ik dat toepassen zonder een fMRI-scan in mijn kamer? Natuurlijk was er meer. Lamme bleef stellig over het ontbreken van de vrije wil. Op mijn vraag wie zijn boek dan had geschreven en wie daartoe besloten had bleef het stil.
Dat is natuurlijk de kern van de zaak. Als aankopen tot stand komen in een onbewust proces, van een simpele aankoop tot een complexe, hoe weet ik dan wat de redenen en motieven tot aankoop zijn en vooral, hoe kan ik die beïnvloeden? Vanuit mijn vrije wil als marketeer, zal ik maar zeggen.

De kunst van het simpel maken
Gelukkig sprak Paul Postma ook op dat symposium. Paul verstaat de kunst van dingen simpel maken op een ironische manier zonder op de stoel te willen zitten van bijvoorbeeld de neuroloog. In zijn boek ‘Anatomie van de verleiding’ geeft hij een geslaagd overzicht van alle neuromarketinginzichten – naast fMRI-scans – over het gedrag van de consument.
Allereerst erkent hij het belang van neuromarketing. Het brein speelt een grote rol bij het tot stand komen van beslissingen. Hij beschrijft zeer overzichtelijk de stand van zaken en de betekenis daarvan voor ons marketeers. De kern van zijn betoog is dat het maken van keuzes met behulp van neuromarketing nauwkeuriger zijn dan zonder. Ga niet uit van logica, luister niet naar wat de klant zegt en schakel je eigen voorkeuren uit: drie pijlers van betere besluiten. Vervolgens gaat Postma in op de structuur van ons brein. Wat hij knap doet, is inzichten uit de neurologie steeds vertalen naar betekenis daarvan voor de marketeer. Wat kun je ermee en wat kun je er niet mee? Dat levert een goed leesbaar en met voorbeelden gelardeerd betoog op.

Verplichte kost
De echte toegevoegde waarde zit in de kern van het boek. Postma beschrijft echte mensen waar je als marketeer wat van wilt snappen. Hij maakt duidelijk dat neuromarketing veel rijker is dan de plaatjesproducerende fMRI. Hij stelt daarbij de vraag “..hoe leer ik de werking van het brein kennen door (1) de persoon waar te nemen, door (2) de reactie te meten, en door (3) in het brein zelf te kijken?” Hij geeft in heldere taal een overzicht van alle methoden die er zijn. Verplichte kost voor marketeers.
Postma gaat in op de toepassing van al die inzichten. Hij legt commerciële processen langs de mogelijkheden van neuromarketing om ze op die manier te verbeteren en verrijken. Het leest lekker en is zeer informatief. Wat mij betreft een goede toevoeging op zijn eerdere boek over ‘Personal sales management’.
Tenslotte vindt de lezer onder ‘Cases, praktijk en ervaringen’ een veelheid van voorbeelden uitgewerkt met conclusies waar iedere marketeer iets mee kan. Over de opzet van teksten, een website, kidsmarketing et cetera. Postma brengt de beschreven inzichten samen met zijn rijke kennis van ons vak. Treffend en goed geschreven neemt hij de lezer mee in verrassende inzichten.

Evenwichtig overzicht
Het boek van Paul Postma is wat mij betreft een must read. Tegenover modieus geleuter – nu weten we echt hoe het zit – is er eindelijk een evenwichtig overzicht van de stand van zaken met voldoende cases en toepassingen. Eenmaal uitgelezen heb je het gevoel dat je op de hoogte bent en dat je er iets mee kunt in je dagelijkse werk. Zoals Postma zelf schrijft: “De kracht van neuromarketing (..) laat dingen zien die je niet wilt weten. Maar soms is scepsis terecht, want er wordt intussen ook veel onzin geventileerd onder het mom van neuromarketing.”
Ik blijf overigens wel zitten met de vraag wie of wat besloten heeft uit mijn naam dit boek te recenseren?

Lekker beledigen

19 donderdag mrt 2015

Posted by Dick Koopman in Communicatie

≈ Een reactie plaatsen

Tags

beledigen, communicatie, frame, vrijheid van meningsuiting

Kun je iemand beledigen? Dat vroeg ik me laatst af.

De aanleiding was natuurlijk de enorme hoeveelheid mensen die zich beledigd voelen. De ene keer door opmerkingen, de volgende keer door te weinig aandacht voor het verleden, een andere keer door het gebruik van een cartoon. De wereld zit vol met beledigde mensen. Als je niet beledigd bent hoor je er gewoon niet bij zo lijkt het.

Dus: kun je iemand beledigen?

Stel je voor. Je bent erg trots op je nieuwe auto. Die is heel mooi en heel duur. Je hebt er moeite voor gedaan. Gespaard, hard gewerkt. Noem maar wat. De buurman komt op zaterdag een kijkje nemen en vindt die auto helemaal niks. “Dat je die hebt gekocht!” Ben je dan beledigd?

Je gaat naar een feestje met een cadeau. Een boek zou dat in mijn geval zijn. Je geeft het aan de jarige en die blijkt het al te hebben. Beledigd? Of: de jarige bekijkt het en vindt het helemaal niks en zegt dat ook. Beledigd? Of nog erger: de jarige pakt het niet uit en gooit het op een stapel oude kranten in een krantenbak. Dit komt al wat meer in de buurt van een beledigende handeling.

Stel je voor dat je altijd vrijwilligerswerk doet maar een beetje onder het maaiveld. Mensen weten dat niet echt van je. Nu zegt iemand dat het tijd wordt dat je eens iets voor je medemens gaat doen, omdat je altijd alleen maar aan jezelf denkt. Beledigd?

In de straat wordt Sinterklaas gevierd. Je kind wil bij Sint op schoot klimmen. Sint, in wie jij je buurman herkent, zegt dat hij dat niet wil omdat je kind een ettertje is.

Hmmm. Dit zijn nog maar futiele voorbeelden. Ik heb het niet eens over Zwarte Piet of over Charlie Hebdo. Eigenlijk gaat het nergens over maar we herkennen het wel als situaties waarin men zich beledigd kan voelen.

Er zijn bij opmerkingen, handelingen grosso modo twee mogelijkheden: ze zijn waar of ze zijn niet waar.

Stel je kind ís ook een ettertje, waarom voel je je dan beledigd als iemand dat zegt? Het is immers waar. Of iemand zegt het terwijl het niet waar is. Waarom zou je dan beledigd voelen. De ander kletst immers uit de nek.

Je kunt inhoudelijk een discussie hebben over het waarheidsgehalte maar dan houdt het ook op. Je kunt ook zeggen dat je het niet leuk vindt.

Iemand die zich beledigd voelt weigert dat gesprek en kiest voor de makkelijke gemakzuchtige weg, die van emotionele beïnvloeding. Beledigd voelen is geen reactie op iets dat gebeurt, maar een actie om dat gebeurde naar je hand te zetten. De beledigde wil de situatie zo manipuleren dat de ander in het diskrediet komt en hij als overwinnaar uit de bus komt. En hij doet dat vanuit een ethisch standpunt: het is slecht mij te beledigen. Beledigen is sowieso slecht, daar is iedereen het mee eens.

Tot je het omdraait. Het is onmogelijk iemand te beledigen die niet beledigd kan worden. Die er voor kiest zich niet te laten beledigen. Daarmee blijkt het absoluut mogelijk je beledigd te voelen door wat dan ook. Maakt niet uit wat er gebeurt, mensen voelen zich beledigd.

Lekker beledigen bestaat niet eens. Het recht op beledigen is een leeg recht. Wel bestaat het recht op alles zeggen wat je wilt, vrijheid van meningsuiting. En dat recht is absoluut en altijd. Daarnaast bestaat het recht van iedereen om zich beledigd te voelen. Dat ook is absoluut. Doe alleen niet alsof het de schuld van de ander is.

Beledigen doe jezelf.

Deeleconomie: frame of werkelijkheid?

27 vrijdag feb 2015

Posted by Dick Koopman in deeleconomie, economie

≈ 1 reactie

Tags

deeleconomie, frame, kapitalisme

Wij zijn zo blij met elkaar dat er iets is ontstaan dat deeleconomie heet. Een sympathieke naam voor een sympathiek verschijnsel. We gaan dingen delen zoals we eerder ervaringen met elkaar deelden. Dat is een stuk sympathieker dan al dat gedoe waar geld tegenover moet staan.

Intussen valt er veel onder de deeleconomie en noemen we nieuwe verschijnselen, meestal internet-based, deeleconomie. Maar het wringt wel bij mij. Want wat verstaan we er nou onder en wat niet.

De kern is dat ik iets deel met een ander en niet dat ik iets produceer om vervolgens te verkopen. Het gaat niet om een bedrijfje bijvoorbeeld dat fietsen maakt en die vervolgens verkoopt. Het gaat om mij die het een ander mogelijk maakt gebruik te maken van mijn fiets als ik die zelf niet nodig heb. Mijn fiets, mijn maaimachine, mijn hogedrukpan. Maar ook bijvoorbeeld het eten dat overblijft nadat ik met mijn gezin heb gegeten. Of mijn auto die meestijds ongebruikt voor de deur staat. Ik deel mijn eigendom met een ander. Er schuilt iets altruïstisch in.

Het is ook sympathiek en slim. Omdat wij allen in ons leven de overvloed delen hoeft er minder te worden geproduceerd. Die overvloed delen we met een ander. Als je dit structureel zou doen zou er, logischerwijs, minder gekocht worden en minder overproductie zijn.

Eigenlijk heel ouderwets. Van de tijd dat niet iedereen het breed had en je zorgde dat de buurvrouw ook te eten had. Of boeren die samen tijdens de hooibouw het hooi binnenhalen. Vandaag bij mij, morgen bij jou.

Niets mis mee.

Toch is dit romantische beeld niet kloppend met de werkelijkheid. Veel initiatieven die deeleconomie worden genoemd zijn in feite nieuwe verdienmodellen binnen onze economie. Stel je voor dat ik mijn auto uitleen aan mijn buurman die eens in de week zijn moeder bezoekt in het verpleeghuis: dat is deeleconomie. Stel je nu eens voor dat ik die verhuur van eigen auto’s inclusief chauffeur breed organiseer via een platform en een app. Dat ik daarmee volume bereik niet alleen bij mij in de straat maar over de hele wereld. Dat is gewoon een nieuw verdienmodel met eigen spelregels.

Spelregels die ouderwets simpel zijn. Wie niet werkt zal ook niet eten en je moet zelf regelen dat je niet in de problemen komt. Ouderwets omdat ons economisch systeem ooit zo is begonnen -individuele afspraken tussen mensen- en simpel omdat je weet waar je aan toe bent.

Zo zijn er volop initiatieven die deeleconomie worden genoemd die het niet zijn. Dat is niet erg maar het is wel goed om hier duidelijk over te zijn. Al was het alleen al omdat de echte deeleconomische initiatieven daarmee recht wordt gedaan.

Er zijn dus drie soorten economische interactie tussen mensen.

De eerste is die wij het best kennen omdat die al heel oud is: bedrijven produceren goederen, diensten, ervaringen die wij tegen betaling afnemen. We verdienen geld, spenderen dat en consumptie en productie zijn gescheiden.

De tweede is het echte delen. Ik produceer niets, ik hou iets over. En dat wat ik overhou schenk ik aan een ander. Variërend van tijd (ik zorg voor een ander) tot spullen (ik leen mijn hark uit) tot expertise (ik doe de belasting voor een ander). Er ontstaat een soort wederkerigheid om niet. Er ontbreekt een financiële relatie. Op een ander moment kan ik wellicht wat lenen van de ander.

De derde noemen we deeleconomie maar is een nieuw soort peer-to-peer kapitalisme. Mogelijk gemaakt door een derde partij, dus niet zuiver peer-to-peer, die daar geld aan verdient. We delen niets maar verkopen datgene we over houden. Als ik op vakantie ben hou ik voor drie weken mijn huis over. Dat kan ik verhuren via een derde partij. Ik hou mijn auto over en verkoop die voor een bepaalde periode. De ruil is er een tussen mijn teveel en het geld van een ander. Waar de echte deeleconomie een morele dimensie heeft ontbreekt die hier volkomen. Ik betaal en daarmee uit.

Dit derde soort is momenteel wel interessant omdat het bestaande regels overhoop gooit. Niet alleen is er geen scheiding meer tussen consument en producent maar het onttrekt zich ook aan allerlei regelgeving, zekerheden en gebaande paden. Dit nieuwe laagdrempelige, nauwelijks gereguleerde kapitalisme is een uiting van een gedemocratiseerd kapitalisme.

Ik volg het dan ook nauwlettend omdat het schuurt met de status quo. Disruptiveness wordt dit ook wel genoemd. Maar wat het eigenlijk is is het ontstaan van een nieuwe economische wereld met nieuwe regels en met nieuwe problemen. Het feit dat iedereen de kans heeft producent te zijn schept mogelijkheden. Internet maakt deze nieuwe economische orde snel en eenvoudig toegankelijk voor iedereen. De oude wereld voelt het wringen. Toetreden tot een branche of sector blijkt opeens veel eenvoudiger dan de bestaande partijen dachten en er ontstaat onzekerheid. Het blijkt dat je opeens via internet een nieuwe krachtige speler in bijvoorbeeld de reisbranche kunt worden.

Mijn verwachting is dat een fusie zal ontstaan in de komende jaren tussen oud en nieuw. Snelheid en durf uit de nieuwe economie gecombineerd met zorgvuldigheid en doordachtheid van de oude.

Deeleconomie is dus veelal een frame dat afleidt van waar het werkelijk om gaat: een revitalisering van het kapitalisme. Deeleconomie is werkelijkheid waar het gaat om mensen die elkaar willen helpen en ten dienste willen zijn. Nauwelijks opgemerkt omdat er geen geld mee wordt verdiend.

Brecht dichtte al:

Denn die einen sind im Dunkeln
Und die andern sind im Licht.
Und man siehet die im Lichte
Die im Dunkeln sieht man nicht.

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Abonneren

  • Berichten (RSS)
  • Reacties (RSS)

Archief

  • april 2026
  • maart 2026
  • februari 2026
  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • februari 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014

Categorieën

  • Autonomie
  • Brexit
  • Burger serieus nemem
  • Burger serieus nemen
  • Commissie Stiekem
  • Communicatie
  • crisis
  • culinair
  • de open samenleving
  • deeleconomie
  • Durf te denken
  • economie
  • Europa
  • Fatsoen
  • filosofie
  • Geen categorie
  • GeenPeil
  • Grexit
  • griekenland
  • Gutmensch
  • Klant centraal
  • leven
  • Lezen
  • Literatuur
  • Maatschappij
  • Management
  • Marketing
  • mensbeeld
  • nationalisme
  • New Business
  • Ondernemen
  • Onderwijs
  • organisaties
  • Parijs
  • PEGIDA
  • politiek
  • Politiek correct
  • Populisme en de Grondwet
  • referendum
  • religie
  • Retail
  • seculaire religie
  • terreur
  • Toeristen
  • Turkije
  • twitter
  • Verlichting
  • vluchtelingen
  • Zwarte Piet

Meta

  • Account maken
  • Inloggen

Blog op WordPress.com.

  • Abonneren Geabonneerd
    • Dick Koopman
    • Voeg je bij 51 andere abonnees
    • Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.
    • Dick Koopman
    • Abonneren Geabonneerd
    • Aanmelden
    • Inloggen
    • Deze inhoud rapporteren
    • Site in de Reader weergeven
    • Beheer abonnementen
    • Deze balk inklappen
 

Reacties laden....