• Over

Dick Koopman

~ Durf te denken

Dick Koopman

Tag Archief: Carcès

Zaterdag in Carcès, laatste deel.

21 dinsdag apr 2020

Posted by Dick Koopman in leven

≈ 2 reacties

Tags

Carcès, Var, zaterdagmarkt

(Droomblogs in een coronacrisis)

Die ene man dus, daar moest ik nog even langs.

De straat verder omhoog en daar zit hij, de truffelman. Jaren geleden had hij een winkel in visuitrusting en wapens. Toen kwam de crisis en hadden mensen al een hengel of een gun. Hij verkocht niets meer. Van zijn spaargeld heeft hij toen land en een hond gekocht en zoals gehoopt had hij beet: truffels! En nu verkoopt hij door de hele Var op markten truffels. Goede geurige truffels voor een mooie prijs.

Ik schud zijn linkerhand, zijn rechter is niet helemaal ok, en koop drie truffels voor €15. Geen geld. Hup, in de tas met het brood en op naar het terras van Bar “Le Central”.

Ik wandel de straat weer af naar beneden. In een half uur is het al drukker geworden. Het geroezemoes is toegenomen, mensen staan met elkaar te praten. De pastoor is er ook weer. Ik groet hem. Onder zijn arm een fles wijn, gekregen van een lokale wijnboer. Zo scharrelt hij zijn maaltijd bij elkaar. Wat brood, een stuk kaas, een lekker worst…oh wacht, worst! Ik zou bijna worst vergeten. Drie worsten voor €10, het is weer geen geld. Ik koop er drie: een sanglier, een au romarin en een noix. Hop in mijn tas.

Het terras is nog redelijk leeg om deze tijd, het is vroeg. Mijn vriend de artiest zit er al achter een glas witte wijn. Ik ken zijn naam niet, we praten al jaren wat met elkaar. Hij ziet eruit als de Franse broer van Steven Seagal. Ruwe bolster, blanke pit. Hij zegt dat hij artiest is maar hij is erg vaag waarin dan. Maakt niet uit. Aardige vent die hier altijd zit. We wisselen wat woorden uit.

Comme d’habitude wordt mij koffie met een glas water gebracht. Ik zit en kijk mensen, zoals iedereen in Frankrijk op een terras doet. En als ik uitgekeken ben leg ik geld op tafel, sta op en loop naar de kerk. Iedere dag steek ik hier een of meerdere kaarsjes aan. Voor de levenden en voor de doden. Het schijnt ook te werken als je er niet in gelooft.

Het schijnt ook te werken als je er niet in gelooft.

Zoals altijd komt er een grote rust over me als ik de treden afga de kerk in. De kerk is niet groot maar voor een dorp als dit zeker voldoende. Er klinkt altijd muziek uit de luidsprekers, zacht en bijna onhoorbaar. Boven de ingang is een soort caveau op hoogte gebouwd met daarin het orgel. Sinds de nieuwe pastoor er is, zijn er lichteffecten aangebracht. Langzaam gaat het van rood naar blauw, paars, geel, groen en weer terug. Een beetje kermis maar wel leuk. Ik kijk naar boven en het is paars.

Ik koop een kaars en loop met knerpende zolen door de kerk naar de Mariakapel. Ik steek de kaars aan en zet die neer bij Maria. De eerste in deze week. Morgen brandt de kaars nog net als ik er een nieuwe naast zet. Ik blijf even stil staan, draai me om en loop weer de zon in.

De straat verder uit, langs de kippenboer en weer rechts op weg naar huis. De tas met brood en worst en truffels gevuld. Ik weet dat als ik eenmaal thuis ben ik nog naar de Hypermarché ga om de rest te komen voor de komende week. Drank, chips, koffie, thee, van alles en nog wat en een fles whisky. Dan is het leven klaar om mee te beginnen.

Intussen wandel ik weer langs Les Chineurs, groet Seb voor de tweede keer en moet ik nog anderhalve kilometer. Onder de platanen door, de brug over en de Chemin Caramy op naar boven. Het eerste stuk, langs de zusters, is heel relaxed. Vlak bij ons huis gaat de weg omhoog met een procent of 25 schat ik. Ik voel mijn benen na een nacht in de auto. Heerlijk. De bocht door en het hek bij het zwembad door. Het zweet op de rug.

De familie slaapt nog. Het is diepe stilte in huis. Ik doe alle luiken heel zachtjes open, het licht stroomt het huis in, pak koffie en een kontje van de baguette. Ik loop naar buiten het overdekte terras op. Het is koeler dan ik dacht. Ik ruik de Var in de ochtend. Ik hoor de vogels en verder helemaal niets.

Zo nog naar de supermarkt, het kippetje halen op de markt en we zijn klaar voor een week hier in de Var.

Ik zit alleen op het terras en ben intens gelukkig.

Zaterdag in Carcès, deel 2

31 dinsdag mrt 2020

Posted by Dick Koopman in leven

≈ Een reactie plaatsen

Tags

Carcès, zaterdagmarkt

(Droomblogs in een coronacrisis. Vervolg op deel 1)

Rechts op de Avenue Ferrandin is een aantal huizen. In één ervan woont de pastoor. Ik hoop hem nog even tegen te komen want het is een apart geval, onze pastoor. Jaren geleden was de kerk zo goed al leeg en toen kwam hij in het dorp. Abbé Augustin Gempp heet hij, een nog jonge vent. Groot en breed en altijd in soutane. En getooid met een zonnebril. Oranje of roze. Hij is zeer zichtbaar in het dorp. Hij is er altijd, wandelend, pratend met iedereen. Sinds hij er is zit de kerk weer redelijk vol. Best bijzonder wat een mens kan doen met en voor anderen.

Ik loop verder en zie rechts de plataan met het ingegroeide bord van een oliemerk, Kervoline. Stamt uit de jaren 30 en is dus in 90 jaar voor een groot deel opgeslokt door de plataan. Links is de weg het dorp weer uit, richting Le Val en Brignoles. Rustig nog. Hoe anders is deze weg als er ’s zomers kermis is! Dan loopt iedereen uit om ’s avonds eendjes uit het water te halen of te schieten op ballonnen.

De markt komt dichterbij. Het is nog helemaal niet druk. Langs de weg is een beperkt aantal auto’s illegaal geparkeerd. Dat wordt de komende uren anders. De markt van Carcès heeft een regionale functie. Veel lokaal bezoek en niet al te veel toeristen komen hier. De sfeer is altijd top en heel erg Frans. Hier kom ik graag vroeg mijn bed voor uit.

Op de hoek is een opvallende Française bezig met het opbouwen van haar stand met goedkope bloesjes en broeken. Zij staat hier net zo lang als ik hier kom, en ik begin mijn wandeling over de markt altijd hier. Naast de matrassenman. Verkoopt dat nou een beetje kun je denken. Het antwoord is ja, volgens hem. Een matras gaat niet eeuwig mee en hij gaat van markt naar markt. Verdient zo zijn geld.

Ik loop verder en ruik al een van de redenen om hier vroeg te komen: kip!

Ik weet niet eens of ik de kip nou echt superlekker vind maar daar gaat het niet om. Het gaat, om het maar eens modern te zeggen, om de beleving. Het hoekje om en daar sta ik in de rij. Er staan zo’n vijf mensen voor me en die bestellen van alles. Op dit moment is er namelijk nog niets klaar. En dus bestel je iets voor later. Ik ben aan de beurt en bestel een poulet fermier, een grote boerderijkip. Erbij kun je een barquette met gebakken piepers bestellen. Superlekker maar ik weet ook dat je je aderen voelt dichtslibben als je die eet. Die liggen namelijk de hele ochtend onderaan het grote spit te sudderen in al dat kippevet. Wat ik zeg: erg lekker maar moddervet. Ze verkopen nog veel meer. Hammetjes, poulet au riz, paella en veel soorten worst.

Rond 11.30 kan ik mijn kipje komen afhalen. Dat is mooi want dan heb ik een reden om terug te moeten naar de markt.

Die kip ga ik gebruiken om lekker te lunchen. De avondmaaltijd weet ik al: pizza bij Seb. Lunch met kip is heerlijk maar wat verse groenten erbij maakt het een tikkie gezonder. Dus loop ik door.

Het gekke is dat ik langs allerlei groentekraampjes loop zonder iets te kopen. Op weg naar die ene aan het einde van de markt. Ik denk dat iedereen dit zo doet. Ook staan er twee kippeboeren, maar ik koop altijd kip bij de ene en niet bij de andere. En geloof me, de kip is net zo lekker. In de loop der jaren heb ik zo mijn gewoontes. En dus loop ik de groenteboeren voorbij.

Links is het terras van Bar Le Central, daar kom ik zometeen wel terug. Net als de kerk achter de kraam met allerlei kruiden, pesto’s en olijven. Ook daar kom ik nog terug.

De straat loopt hier omhoog. Vlaggetjes hangen boven de straat, de zon schijnt, er is geroezemoes en gebabbel en ik ben gelukkig. Rechts in de Rue Maréchal Foch zit de bakker. De rij staat buiten, veelal oude dorpsbewoners. Ik loop naar binnen en de bakkersvrouw reageert verheugd: daar ben ik weer! Hoe lang ik blijf en of de baguette en de restau goed doorbakken moeten zijn of juist een beetje blond. Voor de jongste zoon neem ik een morceau pizzá fromage mee.

Het leven kan zo simpel zijn. Even je gezicht laten zien bij de kippenboer, de bakker, herkend worden, even kletsen en ik kan weer aarden. Een mens heeft niet veel nodig om gelukkig te zijn. Kleine dingetjes, gekoesterde routine. Heerlijk. Zo kom ik ook de bakker uit.

Nu nog tomaten en komkommer halen voor de lunch. In deze straat was tot voor enige jaren een groenteboer, een goede met goede producten. De man was inmiddels wat ouder aan het worden, de handel liep terug doordat ook de dorpsgenoten naar de Hypermarché gingen en hij had geen opvolger. Hij stopte en een tijd zaten we zonder. Maar zoals altijd komen er dan nieuwe initiatieven. Marie kwam. Met de beste groenten uit de buurt zo zei zij. En Marie heeft nu een levendige handel, tegenover de voormalige groenteboer.

Ik koop de lekkerste tomaten die je kunt hebben: Coeur de Boeuf. Hoewel je deze ook in Nederland kunt kopen zal de smaak niet eens in de buurt komen van deze Franse. Deze zijn zoet als pruimen en met een beetje peper en zout op een stuk brood is het een hemels gerecht.

Ik reken af en moet nog even één man een hand geven voor ik terugloop richting kerk en café.

Nog één man.

Word vervolgd.

Zaterdag in Carcès, deel 1

27 vrijdag mrt 2020

Posted by Dick Koopman in leven

≈ 1 reactie

Tags

Carcès, Var

(Droomblogs in een coronacrisis).

Carcès à visiter (83) | Provence 7

Vannacht aangekomen na een goede rit uit Nederland. Koffers uitgepakt en om drie uur lagen we in bed. Het is nu even na achten en heel zachtjes stap ik uit bed. Ik ruik door de openstaande ramen achter de blauwe luiken Frankrijk.

Toen we vannacht bij Brignoles de snelweg afreden was het aardedonker. De vijftien kilometer naar ons huis deden we, zoals altijd, alle raampjes open. De geuren van de Var, het kruidige, het aardse in de lauwwarme lucht was weer heerlijk. Muziek: Destination Ailleurs van Yannick Noah bijvoorbeeld. Of Zaz. Of om mijn oude ziel te pleasen: Joe Dassin met L’Équipe a Jojo. Franse muziek, ’s nachts rijden.

Bochtje links het dorp in, rechts de Hypermarché, langs het bejaardenhuis, rechts beetje door onder de platanen, bruggetje over, en dan nog 737 meter naar Le Sommet, ons huis. Huisnummer 737.

Gelukkiger dan dat, wordt het zo’n nacht niet.

Maar goed, het is nu even na achten en ik sta onder de douche. En natuurlijk heb ik vannacht niet de knop omgezet dus ik moet koud douchen. Ben ik ook gelijk wakker. Na het douchen en scheren even de kelder in om de knop wel om te zetten. Ik kleed me aan, kijk even bij de zonen die in diepe slaap zijn, pak een tas en ga de deur uit.

De hemel is blauw. Het wordt een mooie dag. En alweer die geuren. Ik loop het hek uit en ik ga de berg af. Het is bijna twee kilometer naar het dorp en de wandeling naar beneden is altijd een makkie. Terug doe ik in Duits marstempo. Maar dat duurt nog een uur.

Eerst langs de buurman met de honderd honden. Nee, het zijn er geen honderd maar wel veel. Eerst zaten ze aan onze kant van zijn huis. Als ze blaften kwam hij naar buiten, hard schreeuwend. Pute, merde, con en iets dat op Mímí lijkt. Weet ik veel. Mijn vriend, de kunstenaar waarover later meer, zei al: hij werkt in de wijnbouw, ruige schreeuwerd maar verder ok. We zijn toch maar gaan praten en nu zitten zijn honden achter het huis en is het stil.

Het steilste stuk heb ik achter de rug als ik linksaf ga langs het huis van de dokter, Keutchayan. Ik heb me daar ooit gemeld met een ontsteking. Hij vroeg een en ander, keek en schreef een recept uit. Nu was ik die kleine receptenbriefjes uit Nederland gewend maar van hem kreeg ik twee A4’tjes! En bij de pharmacie kreeg ik alles netjes mee, tot aan hormooncrème toe.

Maar daar had ik het niet over. Ik loop dus langs het huis van de dokter. Een groot huis met een keurig aangelegde tuin en en voorname hond. Een aardig beest dat altijd verbaasd kijkt en nooit blaft.

Hoe anders is dat bij de volgende voisins: twee luid blaffende grote honden die geagiteerd achter het hek rondspringen. Zonder hek zaten ze al lang bovenop me. Ik ben er ooit gestopt en toen heb ik de beesten rustig toegesproken. Dat het zinloos was al dat geblaf en dat ik er niet van onder de indruk raakte. Een tweetal dagen zijn ze stil gebleven. En toen begon het weer.

Ik loop door.

Interessant is het dat ik op een deel van de route naar Santiago de Compostella loop. Dat zag ik eens bij toeval op een kaartje van de omgeving. Dat vind ik erg stoer. Ik loop dus al 18 jaar een kilometer van de route. Niet dagelijks maar toch zo’n 50 dagen per jaar. Heen en weer. Dat is toch 1800 kilometer. Een mooi resultaat.

Onderaan de berg wonen twee zussen. Oudere dames met wit haar. Beiden een eigen huis met een stuk grind ertussen. Ze doen heel veel samen. De oudste van de twee heeft een tijd in Engeland gewoond en oogt ook meer Brits dan Frans. We groeten elkaar, zoals altijd.

Ik kan nu kiezen. Ik neem de korte route langs de school, brug over de river en dan rechtsaf óf ik neem de langere, linksaf langs de camping, onder de platanen door. Ik ga links. De Caramy stroomt heel relaxed op deze mooie ochtend en als ik de Avenue Ferrandin oploop zie ik de platanen. Groot, scheefgegroeid, veel schaduw en koelte leverend. Prachtig zo zonder verkeer.

De bocht door langs Le Hameau de Carcès, een van de vele wijnproducenten in het dorp en de streek. Aan mijn linkerkant het hek van de lokale pizzaman, Les Chineurs. Patou en Seb zijn inmiddels semivrienden geworden. Grote kussen, goed plekkie om te eten en altijd, altijd vriendelijk. Seb had jaren geleden keelkanker. Behandeld, bestraald en weer aan het werk. Ik zie dat hij al in het restaurant is en ik loop even naar binnen. Hij is aangekomen, wat een goed teken is. Hij oogt ook weer sterk. Omhelzing, goed dat ik er weer ben en of ik vanavond kom eten. Lijkt me een goed plan en dus reserveer ik.

In de verte, aan het eind van Avenue Ferrandin zie ik de reden van deze vroege zaterdagse wandeling. Mijn persoonlijke plezier om in mijn eentje, met het geruis van twaalf uur rijden nog in mijn oren en de naweeën van kramp in mijn linkerkuit, vroeg op de staan en te wandelen. Mijn Frankrijk, mijn miniatuurgenoegen zonder weerga.

De zaterdagmarkt.

(word vervolgd)

Le Boulanger

12 woensdag feb 2020

Posted by Dick Koopman in leven

≈ 1 reactie

Tags

Boulanger, Carcès, Charles Aznavour

Op de foto staat, met kind op de arm, een van de twee boulangers van ons dorp in de Var. Zijn vrouw staat achter hem. Een hardwerkende man die iedere ochtend vroeg op is. De hele dag zorgt hij voor verse baguettes en andere lekkernijen. Zijn Tarte Tropézienne is onbehoorlijk lekker. Vooral met goede champagne erbij.

Iedere ochtend loop ik samen met Sam, mijn jongste zoon, zo’n anderhalve kilometer naar het dorp. Eerst de bakker, dan bij Bar Le Central koffie met een glas water voor mij en een glas Cacolac voor hem en als laatste een kaarsje branden in de Mariakapel van de kerk. Wij zijn gewoontedieren.

Althans, ik. Soms laat ik hem liggen als ik merk dat er geen behoefte is aan wandelen en Cacolac.

Dit doe ik dit jaar voor het achttiende jaar. In die jaren is de bakkerij van verschillende mensen geweest, maar deze zit er alweer lang.

Je zult zeggen: ‘ja en? Wat is er zo bijzonder hieraan?’ Dat zal ik vertellen

De boulanger is ook de plek waar men elkaar treft en een praatje maakt. Zo is er een mevrouw die altijd een taartje koopt voor zichzelf. Ze is alleen, ze woont in het dorp en ze houdt van taartjes. Geduldig wacht iedereen tot ze al haar munten bij elkaar heeft gevonden om te betalen. En er is een jonge vent die iedere dag een ficelle koopt. Een ander altijd ‘un restau’. Als de klanten binnenkomen ligt het als het ware al voor je klaar.

Zo kwam Charles Aznavour ook altijd bij de bakker. Op een oude sportfiets kwam hij aanrijden, heel langzaam, zette de fiets tegen de muur en kwam binnen om een baguette bronzé te kopen. En nee, het was niet Aznavour maar het had zijn broer kunnen zijn. Klein, zelfde mond, zachte stem en ogen vol leven. Met zijn brood stapte hij weer op de fiets en reed langzaam, licht slingerend weer weg. Naar huis. De man was oud en alleen, zo zei hij zelf.

Ik zag hem vaak in het dorp.

Tot vorige zomer. Iedereen kwam ik weer tegen. De pastoor, de truffelman, de artiest (waarvan ik overigens nooit iets artistieks heb meegemaakt) enzovoort. Maar niet Charles Aznavour.

Bij de bakker vroeg ik naar hem. Hij was eerder in het jaar overleden en het dorp was uitgelopen naar de kerk. Men miste hem want het was een vriendelijk mens. Maar wel oud.

En toen kwam de pointe. De ouden gaan dood en de jongeren verdwijnen uit het dorp. Dat was de verzuchtende conclusie. En zo is het ook. Charles staat model voor een ouder wordende bevolking van een klein dorp in de Var, in Frankrijk. De ouderen komen elkaar tegen bij de bakker en groeten elkaar. De jongeren vertrekken en masse naar Marseille, naar Aix, naar Lyon. De jongeren willen een diploma halen bij een goede school en zien een toekomst voor zich maar dan niet in het dorp. En langzaam dreigen de dorpen leeg te lopen.

De boulanger overigens was hoopvol. De jongeren komen op een dag terug. Dat moet wel. Want waar kun je brood vinden van deze kwaliteit, vroeg hij. Toch zeker niet in de stad. Dat is fabrieksbrood. Een schande.

Inmiddels ben ik ook 18 jaar ouder en moet ik toegeven dat het lekkerste brood toch gewoon te vinden is in de Rue Maréchal Foch.

Een huis in Zuid-Frankrijk, het lijkt zo mooi.

20 zondag okt 2019

Posted by Dick Koopman in leven

≈ 1 reactie

Tags

Carcès, Var

Op een dag weet je het! We kopen hier een huis.

Dat ‘hier’ is ergens in het zuiden van Frankrijk. Je bedenkt het op een terras onder de platanen onder invloed van zo’n heerlijke pastis die je nooit voor drie uur mag drinken. Je kijkt om je heen. Leuke mensen, goede sfeer, iedereen aardig en de drank is heerlijk.

En ieder jaar geef je tenslotte weer een fortuin uit voor de huur van een huis of aan een hotel. Stel je eens voor wat je daar ook voor zou kunnen doen.

Een huis kopen dus.

Zo rond 1998 begon het ons ook te dagen. Ieder jaar de warmte tegemoet van de Provence maar wel altijd alles vooraf moeten regelen. Hoe mooi zou het zijn als je je eigen plekkie had? Ja, heel mooi. Maar vind zo’n plekkie maar eens even.

Je maakt een lijstje waar een en ander aan moet voldoen. Het huis mag geen ruïne zijn want er jaren aan verbouwen gaan we niet doen. Het mag ook niet ergens in de campagne liggen met het dichtstbijzijnde dorp op kilometers afstand. Dat dorp moet ook wel enige levendigheid hebben: een bakker, een café, een restaurantje en op loopafstand graag.

De daarop volgende jaren huur je eens een huis hier en daar en je gaat rondrijden langs alle veelbelovende dorpjes. Dan gebeurt iets nieuws. Die dorpjes zijn niet langer pittoresk om even in rond te lopen maar je probeert de sfeer voor een min of meer permanent verblijf in te schatten. De wereld is opeens anders.

Het café is toch wel wat shabby, dat ene restaurant zit nooit iemand en de steak is als een schoenzool. De bakker heeft niet de allerbeste baguette ooit en trouwens, die mensen zijn best nors. Daarbij is het vier kilometer naar dat leuke huis.

Het volgende dorp is precies wat je dacht maar er is in de verste verten geen leuk huis te vinden. Je begint niet alleen aan jezelf te twijfelen, maar aan de hele onderneming. Hmm, dat wonen in Frankrijk, is dat wel zo’n leuk idee? En wordt het niet eens tijd om door de VS te gaan trekken. Wat begon als een wenkend perspectief is het opeens niet meer.

De drang tot daden zakt wat weg en je gaat gewoon weer eens onbekommerd op vakantie. Op een mooie zaterdag rij je langs een dorpje waar markt is. Je kent het dorpje een beetje, ooit eens langs gereden. Typisch Var, de huizen, de bouw, de hoge huizen met smalle straten. Een paar cafés en een kerkje. Je parkeert de auto en loopt de markt op. Weinig toeristen, en een gezellige drukte. Op het terras van het grootste café is een tafeltje vrij, je gaat zitten en je kijkt eens om je heen. En op dat moment komt het plan weer naar boven. Is dit niet gewoon het dorp dat we bedoelden? Net wat meer dan Le Luc, net wat minder, nou ja, veel minder dan Lorgues. Veel beter dan Le Val. Niet zo toeristisch als Cotignac. Eigenlijk perfect.

Nog diezelfde dag ga je op zoek naar een huis in de buurt en dat is er ook nog eens. In een woonbuurt, het oude huis van de bakker. Op 1,5 kilometer lopen van het dorp, bovenop een bergje. Zeker, er moet heel veel aan worden gedaan maar dat kan ook. Het huis heeft potentie. En als je de bomen ervoor weghaalt en een zwembad bouwt dan heb je ook nog eens prachtig uitzicht tot aan Salernes toe. 

In vier jaar tijd van plan tot aankoop lijkt lang maar is het niet. Je bent niet 24/7 ter plekke en al die mooie dorpjes blijken in de praktijk minder mooi te zijn. Daarnaast kijk je ook met een verkeerde blik. Je moet te veel, je wil te graag. En pas als je gewoon de boel de boel laat blijk je op het terras te zitten van een café waar je jaren zult gaan komen.

Ik kom nu al 17 jaar bij hetzelfde café waar ik ’s morgens mijn koffie drink. De markt is nog steeds fijn en niet al te toeristisch. Je kunt lekker eten in het dorp. Niet top, wel lekker. Het huis is helemaal naar onze zin. Het zwembad is er gekomen en het uitzicht blijft fantastisch. Tot diep in de nacht lig ik erin en kijk ik naar de melkweg.

Tussen toen en nu ligt een lange weg van aankopen, een architect vinden, de verbouw begeleiden, kennismaken met de Franse aannemerij (positief én negatief), de aanleg van een zwembad dat tot op heden nog steeds niet perfect is. 

Tussen toen en nu ligt ook een verdiepte kennismaking met Frankrijk en de Fransen. Je blijft altijd een beetje buitenstaander en je hoort er ook gewoon bij. Niet alles gebeurt vandaag, ook niet bij bijvoorbeeld een lekkage. Morgen is ook goed. Want ach, het leven is mooi en duurt nog lang.

Een huis kopen in Frankrijk, het lijkt zo mooi. Zo romantisch en verfijnd. Je eigen plekje waar je op een stoeltje zit onder de boom met een goed glas. Die romantiek is in de praktijk toch wat minder dan in de boeken. Het is harder werken en het is duurder dan je dacht. Het kost ook meer energie en uithoudingsvermogen dat gedacht.

Maar hoe het ook zij, het was het allemaal waard. 

De Hypermarché

16 maandag sep 2019

Posted by Dick Koopman in leven

≈ 1 reactie

Tags

Carcès, dorpen, hypermarché, middenstand

Hypermarché, Intermarché, Ecomarché: er zijn nogal wat namen voor de supermarkt in Frankrijk. Die bij ons in het dorp is hierboven afgebeeld. Een mooie, overzichtelijke, goed ingerichte supermarkt. Zo was het niet altijd overigens.

Toen wij in 2002 in Carcés terechtkwamen stond op deze zelfde plek een grote schuur met een dak van golfplaat. Als het regende dan was het binnen ook nat. Het assortiment was zeer lokaal omdat het een vestiging was van Les Mousquetaires. Doelstelling was lokale producten in de schappen te hebben en dat was dan ook zo. Het was er altijd druk en na een paar jaar kwam er nieuwe verlichting. Daarmee zag het er minder boers en iets aantrekkelijker uit.

Het dorp had veel winkels. Drie supermarktjes, vier bakkers, twee slagers, een groenteboer en een Presse waar je van alles en nog wat kon kopen. Er was veel levendigheid in een heel klein dorpje. Ik deed boodschappen in het dorp en voor grotere hoeveelheden ging ik naar Les Mousquetaires. Chips, wijn, frisdrank en nog het een en ander. Dat ging prima.

Op een dag was de supermarkt gesloten wegens verbouwing. Toen ik maanden later terug was bleek wat er was verbouwd: alles. Het pand stond er zoals boven afgebeeld. Nieuw, van steen en met een goed en dicht dak. Het assortiment was nog exact hetzelfde. Toen opeens heette Les Mousquetaires Écomarché en begon het assortiment uit te breiden. De koekjesafdeling, de eerste bij binnenkomst, werd heel groot. Brood kwam erbij. Niet het beste stokbrood, nog steeds niet, maar de rest was top. Er kwam een echte betere slager met allerlei kant en klaar eten. Van Museau (heerlijk) tot aan allerlei brochettes. Ze hadden het. Er kwam een visafdeling. Niet groot maar wel goed gesorteerd en heel vers.

Je kunt er ook heel voordeling tanken en sinds twee jaar is dat 24/7 met een cardautomaat. Prima dus.

Die uitbreidingen vonden plaats in een jaar of twee, drie schat ik. En opeens heette de Écomarché Intermarché.

Het begon merkbaar te worden in het dorp. Een van de bakkers stopte ermee, en onlangs nog een. Er bleef één slager over en de groenteboer had een steeds ouder wordende clientèle. Een groenteboer die inmiddels ook is gestopt.

Het ging zo goed met de supermarkt, en vooral met de franchisenemer, dat hij de Presse in het dorp overnam voor zijn dochters. Een leuk hebbedingetje. Die bakten er vervolgens niks van en na een jaar of twee verdwenen zij weer in de anonimiteit. De Presse heeft twee jaar leeggestaan en er zit nu een makelaar. De vierde in het dorp. De supermarkt verkoopt inmiddels alle tijdschriften die denkbaar zijn en de afdeling pennen en papier is redelijk groot. Het assortiment van La Presse ligt nu gewoon in de schappen.

Tja, wat was er nou eerder, de kip of het ei. Ging het slechter met het dorp en groeide daardoor de supermarkt of was het andersom. Of is het een proces dat zichzelf versterkt? Feit is dat sinds de verbouwing en uitbreiding van de supermarkt het aanbod in het dorp is verschraald.

En niet alleen in ons dorp. Vanuit Montfort en Correns komen bewoners naar ons dorp. Regionaal heeft deze supermarkt een aanzuigende werking. En ook daar zie je de middenstand verdwijnen.

Het is het verhaal van Frankrijk denk ik. Waar je ook bent en welke stad je ook binnenrijdt, eerst zijn er immense Zones Industrielles met een enorme Leclerc, Casinó, Auchan, Intermarché of hoe ze ook allemaal heten. Eromheen allerlei winkels omdat je er toch bent: schoenen, sportartikelen et cetera. De dorpen staan half leeg.

Het schrijnendst bij ons in de buurt is Brignoles. Ooit een bruisend stadje en inmiddels een dorp in afbouw met enorm veel leegstand en hangende mensen. De ziel is er totaal uit.

Sommige dorpen vinden zich opnieuw uit. Cotignac is daarvan een heel goed voorbeeld. Carcès probeert het met een avondmarkt, met Marie die toch weer de beste groenten is gaan verkopen vanuit een heel klein winkeltje. De strijd om de klant is echter verloren aan de grote Hypermarché net buiten het dorp. En ook ik doe daar mijn boodschappen. Behalve brood en goede ham en museau. Die zijn in het dorp vele malen beter.

En ’s morgens een beetje kletsen met de bakkersvrouw is mij ook heel veel waard.

Een raar land.

26 maandag aug 2019

Posted by Dick Koopman in leven

≈ 4 reacties

Tags

Carcès, Frankrijk, gele hesjes, politiek, Var

Er zijn er die het land haten. Wat zij die dat doen erover zeggen is dat het wel mooi is maar de inwoners zo arrogant zijn. Nooit aardig. En ook dat je er niet lekker kunt eten. En ook overigens dat de dorpen saai en leeg zijn. Dat er niets te doen is. Dat het, kortom, een land is dat je beter kunt mijden.

Er zijn er die van het land houden. Die een beetje de taal spreken en er dan achterkomen dat de bewoners eerder schuchter zijn dan arrogant. Die weten dat niet alle dorpen opwindend zijn maar dat niet heel erg vinden. Dat het, kortom, een land is dat je moet omarmen zodat het land jou omarmt.

Frankrijk.

Ik hoor tot de tweede groep mensen. Ik hou van Frankrijk en ik hou van de Fransen. En zeker, de allereerste keer dat ik er was – in Parijs – trof ik niet anders dan afstandelijke norse mensen aan. Ik sprak geen woord Frans en ik ontmoette geen enkele hulp. Mijn Engels was niet goed besteed.

Dat is vele jaren her. Inmiddels spreek ik Frans, heb ik een tijdje in Parijs doorgebracht en kom ik met mijn gezin alweer 17 jaar in de Var, in een klein dorpje met een paar duizend inwoners.

En het ís een raar land. Althans, in onze ogen. De mensen hebben een hekel aan Parijs, vooral de politiek in Parijs, én verwachten dat datzelfde Parijs wel met een oplossing komt voor de lokale problemen. Die zijn groot. De armoede in de Var is groot en de crisis laat nog steeds zijn sporen na. Winkels sluiten, mensen hebben geen of weinig vangnet en als je rondloopt op de avondmarkt zie je dat er niet veel welvaart is. In een dorp verderop, Le Luc, wordt al jaren gebouwd aan een miniatuurparijs door de gele hesjes. Zij waken erover en spreken je aan als je er langskomt. Zij fulmineren tegen de politiek en eisen ingrijpen door diezelfde politiek.

Het Front National is in bijna alle dorpen de grootste.

De tradities worden in ere gehouden. La France Profonde tegen Parijs tot aan de jaarlijkse feestjes die met verve gevierd worden. Ieder jaar zijn er naast 14 juli allerlei redenen om met elkaar feest te vieren. Dan is er kermis en op het grote plein is er bijvoorbeeld een Grand Aïoli. Met elkaar eten aan lange tafels waarbij een zangeres liedjes zingt van Edith Piaf. Vals.

Deze zomer kwamen we terecht op zo’n feestje, zonder dat we dat overigens vooraf wisten. We wilden wat eten en schoven aan. Eén menu was er: koude pasta vooraf, pizza en ijs na. En wijn, veel wijn.

Het terras zat bomvol en er was een DJ. Veel muziek met heel veel lichteffecten. Het oogde allemaal wat goedkoop. Op enig moment draait hij een voor mij onbekend nummer en binnen drie minuten staan er zo’n twintig vrouwen collectief hetzelfde dansje uit te voeren. Een soort line dancing maar dan net anders. Simultaan exact dezelfde pasjes. Daarna de Macarena en nog zo het een en ander. De andere mensen, vooral mannen, op het terras klapten, zongen mee en hadden plezier. Het dorp vierde feest en hoe. ’s Avonds was er natuurlijk vuurwerk.

De volgende dag kom je elkaar weer tegen op het terras en bij de bakker. Twee zoenen en zeggen dat het een leuk feestje was. Dat er nu gewoon weer hard gewerkt moet worden. En hard werken doet men. De winkels zijn vroeg open tot laat op de dag. Veel mensen hebben werk in de wijnbouw. Slechts enkelen zijn daar rijk mee geworden, de rest zeker niet. Mensen klussen veel bij. Maken zwembaden schoon, doen klusjes. Sommigen rijden naar Nice, anderhalf uur rijden, om daar te werken.

Mijn ervaring is dat als je een beetje de taal spreekt en je best doet, de Fransen niet afstandelijk of arrogant zijn. Integendeel. Verwelkomend en open. En ik weet ook wel dat ik er nooit bij zal horen, nooit echt. Maar dat is mijn doel ook niet. Als ik dat zou willen dan moet ik er gaan wonen. Dan lukt dat wel.

Ik weet ook dat als je in oktober door de Bourgogne naar het zuiden rijdt en daar door dorpjes komt er echt helemaal niets te doen is. Geen restaurants die uitnodigend open zijn, geen flamboyante cafés. Niets. Wel in de steden, niet in de dorpjes. Dat is in de Var niet anders. Dichtgeplakt met oude kranten noemde mijn moedertje dat.

Maar als je een neus voor Frankrijk hebt dan kijk je verder. Dan zie je dat niet alles dicht is en dat je wel lekker kunt eten. De de lucht gevuld is met de geur van open vuur als de boeren zich gereedmaken voor de winter. Dat in de verte het geknal van de jacht is te horen. Dat de wijnvelden langzaam tot roodbruin verkleuren en dat de lucht steeds kouder wordt. Dát zijn de dagen waarop mijn liefde voor Frankrijk nog groter is. Het moment op het terras waar dat nog net kan qua temperatuur, met een goed glas en soms een vleug tabaksrook van de buurman die zo op Steven Seagal lijkt.

Gelukkiger kun je me niet meemaken.

Een beetje op weg naar Santiago de Compostella (*)

18 zaterdag aug 2018

Posted by Dick Koopman in leven

≈ 3 reacties

Tags

Carcès, Pelgrims, Santiago de Compostela, Var

unnamed-6

Iedereen heeft wel eens gehoord van de route naar Santiago de Compostella in Noordwest Spanje.

De pelgrimsroute die al eeuwen wordt gelopen en dan, na maanden te voet, kom je aan bij de kathedraal. Cees Notenboom heeft hier ooit prachtig over geschreven. Van zeer religieuzen tot volstrekt agnosten hebben deze route gelopen. Nu is er niet één route, maar er zijn er meerdere. Er is wel één aankomstplaats en dat maakt het zo bijzonder.

Nu zult u denken, wat moeten we met deze informatie?

Nou, dat zit zo. Ik kom toch al geruime tijd, zo’n 16 jaar, in de Var – in Carcès om precies te zijn – en ik heb weer een verborgen juweeltje ontdekt.

In de herfst, liefst oktober wanneer de natuur zo prachtig is, gaan we altijd wandelen. Kilometers door de wijnvelden of de heuvels in. We lopen dan langs een kleine Mariakapel vlakbij, langs een nog kleiner kapelletje en dan na een paar kilometer slaan we rechtsaf weer het dorp in.

Wat ik iedere dag doe, ongeacht de temperatuur, is lopen naar het dorp om brood te kopen, koffie te drinken, beetje te kletsen, een kaarsje aansteken in de kerk en dan weer naar huis. Kilometer of vier bij elkaar. Iedere dag opnieuw.
En nu, dankzij een nieuwe kaart van Carcès en omstreken heb ik ontdekt dat ik iedere dag een stukje van de route naar Santiago de Compostela loop. De gemeenschappelijke vuilnisbak staat op deze gewijde route! Elke dag een stukje. In oktober een veel groter deel, zonder dat we dit doorhadden. Wat mooi is dit. Op weg naar de kerk om een kaarsje aan te steken neem ik dit mooi mee.

Dit deel van de route (op de kaart aangegeven met voetstapjes) komt vanuit Italië, langs de kust, door Carcès, door – natuurlijk – Saint-Maximin-de-la-Sainte-Baume, dan naar Aix-en-Provence, Arles en door naar Spanje. Je kunt op elke plek instappen.
Als je ooit van plan bent dit stuk te lopen en je komt door Carcès, drink dan even wat bij Bar le Central en geniet van de rust die hier heerst. De rest van de route zal drukker zijn.

Weinig pelgrims kom ik overigens tegen.

(*) Ook gepubliceerd op www.coteprovence.nl

Onweer op zijn Frans (*)

11 zaterdag aug 2018

Posted by Dick Koopman in leven

≈ 1 reactie

Tags

Carcès, Frankrijk, Noodweer, Onweer, Provence

unnamed-5

We hadden het kunnen weten, maar wat er gebeurde hadden we echt niet voorzien.

De dag begon wat bewolkt maar we konden lekker buiten ontbijten. Snel trok het dicht en begon het te onweren, heel ver van ons vandaan. We, vier volwassenen en vier pubers, zouden gaan kanoën op de Argens, een riviertje niet ver van ons vandaan. Een uitje dat altijd de moeite waard is. Anderhalf uur minimaal, relaxed en soms ook helemaal niet relaxed, de rivier af. Maar ja, met onweer op een rivier is niet slim. Gebeld en inderdaad bleek ook de organisatie het geen goed idee te vinden.

Dus op naar Cotignac, de Troglodytes bezoeken. Eeuwenoude grotten en grotwoningen. Altijd mooi en dan vooral het uitzicht. Op de terugweg werd het donkerder en donkerder.

En eenmaal thuis in Le Sommet begon het te regenen.

Dat hield niet meer op. Met bakken kwam het urenlang de hemel uit. We hadden een kleine, voorspelde, lekkage in huis. Het zwembad en de overloop daarvan liepen over van al het water. We telden de seconden na een coupe de foudre en het ene moment liep het onweer bij ons vandaan om vervolgens weer op ons af te komen. Het werd flink koeler en donker. In de loop van de middag viel én het water én de elektra uit.

De weer-app voorspelde dat het tussen 19 en 20 uur droog zou worden. Dat was mooi, want we hadden gereserveerd bij Les Chineurs, vanwege de perfecte pizza en daarna gingen we de Marché Nocturne en de kermis bezoeken. En, hey presto!, het werd droog. Wij ons bergje af naar het dorp. Wat we toen meemaakten hadden we niet verwacht.

Het restaurant was dicht, er was geen avondmarkt en de kermis stond in diepe stilte op de Place Respélidó. Welgeteld één restaurant was open en we mochten op eigen risico buiten zitten. Toen wij er eenmaal zaten kwamen er nog zo’n twintig gasten bij. De elektra viel geregeld uit wat een enorm goede sfeer gaf op het terras. Elkaar bijlichten met de mobiel, kletsen met elkaar. Het licht ging aan en er was gejuich. Vervolgens begon het weer te onweren en te gieten en het licht viel uit. De sfeer werd steeds beter. Fransen zijn uitstekend in het opvangen en relativeren van dit soort overmacht. Aah, bof! Het is nu eenmaal zo. Relax, eet en drink. Maak het gezellig!

We zijn de avond thuis binnen aan tafel geëindigd, bij kaarslicht. Drinkend, kletsend, spelletjes spelend, met heel veel plezier. Geen online dingen, de wifi lag er immers ook uit, en pubers die opeens graag spelletjes speelden.

Laat in de avond ging het licht weer aan en bleef aan. De volgende dag was het weer ongegeneerd lekker.

Black out in de Var is on-Nederlands heftig, maar als je je overgeeft aan wat er gebeurt kun je zomaar een vreemde heerlijke dag samen beleven.

Niet dat ik uitkijk naar de volgende keer…

(*) Ook gepubliceerd op Cote & Provence

Leven in Frankrijk (*)

28 maandag mei 2018

Posted by Dick Koopman in leven

≈ Een reactie plaatsen

Tags

Carcès, Frankrijk, Vakantie, Var

2017-07-29 09.15.05

Op de camping van Saint-Maximin-la-Sainte-Baume zat ik ooit te mijmeren. Hartje zomer, naast de tent stond de Peugeot – onder de vliegjes van de lange rit. Hoe mooi kon het leven zijn? Mooier dan dit zou het in ieder geval niet worden. Altijd mooi weer, altijd overal lavendel, altijd levendige dorpjes. Het geluid van de krekels. En dan het eten. Zo smaakvol bereid en immer met verse ingrediënten. Je zal maar in de Provence wonen, verzuchtte ik.

Decennia later wonen wij – parttime – in de buurt van die camping, in hartje Var. Ons dorpje Carcès heeft maar een paar duizend inwoners. Het is er loom en relaxed. Enkele winkels, wat cafés, een paar restaurants én een lekker huis. Le Sommet heet het, omdat het bovenop een berg staat, zo’n anderhalve kilometer lopen naar het dorp. Iedere ochtend doe ik die wandeling; naar de bakker voor het brood, het café voor een espresso, de kerk om een kaarsje op te steken. Die route bewandel ik nu al vijftien jaar. Dat doe ik met veel plezier en zonder me ooit te vervelen.

Eigenwijze bouwers

Voordat het zover was hebben we menig dorp bezocht om te zien waar we terecht wilden komen. We reden langs kleine, vrijwel uitgestorven dorpen tot aan Brignoles. Dat was het niet. Wat we wél wilden? Een levendig dorpje dat niet werd overspoeld door toeristen. Ons huis moest in een gewone woonbuurt staan, zeker niet in een quartier met buitenlanders. We vonden het dorp en het huis. Vanaf dat moment begon mijn beeld van Frankrijk, van de Var, te schuiven.

Zeker, het weer was geweldig en het leven was mooi. Het regelwerk bij de notaris verliep echter minder soepel. Het aansturen van de architecten was een baan op zich; zelden zulke eigenwijze bouwers meegemaakt. Er moest veel worden gesloopt omdat het een heel donker huis was, maar de voorliefde van de bouwers voor boogjes en smalle deurtjes bleek hardnekkig. Uiteindelijk is alles gelukt en hebben we er een borrel op gedronken.

Lager tempo

De omgang met de werklui was een voorbode voor wat ging komen. Of het nu ging om de elektricien of de zwembadman; allen hadden een sterke eigen overtuiging die je met verve en kracht moest ombuigen in je eigen richting. En als dat eindelijk zo was dan vonden ze het eigenlijk maar niks. We moesten eraan wennen: in Nederland is de omgang met aannemers en aanverwanten zakelijker, steviger en duidelijker. Je spreekt wat af et voilà.

Dat bleek in de Var anders te zijn. In het begin is dat irritant en op een gegeven moment wen je eraan. Je went eraan dat je met elkaar kletst over de wereld en omstreken. Dat je filosofeert over de mens en het hebben van kinderen. Dat je begrip hebt voor het feit dat jouw elektricien weer de verkeerde relais heeft meegenomen, en morgen weer. Ah, bof! Quel truc. Je went eraan dat op het terras zo rond elf uur de eerste mensen met een petit blanc zitten te genieten en te kletsen. Je went aan het tempo dat duidelijk lager ligt dan bij ons.

Zinvol gevecht

Leven in de Var is vooral onthaasten, relativeren en oog krijgen voor het kleine. Want ja, soms moet je op je tanden bijten van ongeduld. Bijvoorbeeld als na die grote verbouwing van het zwembad de eerste roestplekken zichtbaar worden. De elektra is uitgevallen en dat de oven niets meer doet. Of als Pierre-Jean, de ecologisch verantwoorde tuinman, pas aan het werk gaat na het derde glas rosé.

Als, als, als. Maar vooral is het een leven zoals het zou moeten zijn. Want zeg nou zelf, hoe belangrijk zijn al die zaken nu echt? Morgen is het zwembad er ook nog en je weet uit ervaring dat er binnen zes uur weer elektriciteit is en dat die struiken vandaag niet gesnoeid hoeven te worden.

Leven in de Var relativeert de hectiek van het Nederlandse bestaan; van een leven dat alles nu en wel direct moet. Je drinkt nog eens een glas, gaat lekker uit eten en, hoppa, morgen komt de zon weer op. Dát levensgevoel betekent niet dat de dorpsbewoners er met de pet naar gooien in het leven. Integendeel, denk ik soms; zij hebben een feilloos gevoel voor de zinloze gevechten tegen het bestaan en de zinvolle.

Een voorbeeld. Ook in de Var heeft de crisis jaren geleden hard toegeslagen. In rap tempo verdwenen in ons dorp winkels die niet voorzagen in primaire levensbehoeften. De speelgoedzaak verdween, de ijzerwarenwinkel, het boekhandeltje. Er was een winkel in vissportartikelen en geweren. Beide werden niet meer verkocht. Mensen hadden al een hengel of geweer en een tweede zat er niet in. De eigenaar was moedeloos, maar de zomer erop heette de zaak La Truffière en had hij een stuk grond plus een hond gekocht. In het najaar kwamen wij hem voor het eerst op de markt in Salernes tegen met manden vol truffels. Hij had zichzelf en zijn business opnieuw uitgevonden. Hij had een zinvol gevecht gevoerd.

Aandacht

Als je zoals de Fransen weet dat grote zaken in Parijs worden besloten, dan houd je het in je eigen leven klein en behapbaar. Dat is precies wat die man heeft gedaan. Hij heeft zijn eigen leven opgepakt en is doorgegaan. De bewoners hebben aandacht voor de ‘kleine’ dingen in het leven, die eigenlijk zo groot en belangrijk zijn. Als er iemand overlijdt zit de kerk vol met dorpelingen omdat jij op een dag ook aan de beurt bent. Een vriend van ons, die de lekkerste pizza ter wereld maakt, werd ernstig ziek. Iedere avond kwam hij even langs bij zijn restaurant om iedereen te groeten en kort te vertellen hoe het met hem ging.

Diep inzicht


En het weer? Tja, dat is ’s zomers inderdaad fantastisch en het nodigt uit om eeuwig buiten te leven. In de winter, als het koud en guur kan zijn, zit het dorp ‘dichtgeplakt met oude kranten’ zoals mijn moeder zou zeggen. Er is dan niets te doen. Een paar winkels zijn nog open en dat is het dan ook. Je hebt het ervoor over. Als in het najaar de oogst binnen is en de wijnvelden verkleuren naar prachtig bruin, groen en rood en je ’s morgens wakker wordt met de geur van open vuren in je neus is er geen mooier leven denkbaar. Onder een warme lamp toch proberen op het terras te zitten om met de bewoners te kletsen over het weer. Veel te vroeg op de dag een borrel nemen vanwege de kou.

Leven in de Var betekent afstand doen van een Nederlands tempo. Als je je eraan overgeeft dan zijn de weldaad en het welzijn groot. Je gaat kleine dingen waarderen en de grote relativeren. Je gaat de mensen waarderen, die niet zozeer stug zijn, zoals veel Nederlanders beweren, maar wat terughoudend. Je gaat mee in het diepe inzicht dat er veel is waar je niets tegen kunt doen en dat je van de rest van je leven iets moois moet maken.

 

(*) Ook gepubliceerd in Maison en France

← Oudere berichten

Abonneren

  • Berichten (RSS)
  • Reacties (RSS)

Archief

  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • februari 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014

Categorieën

  • Autonomie
  • Brexit
  • Burger serieus nemem
  • Burger serieus nemen
  • Commissie Stiekem
  • Communicatie
  • crisis
  • culinair
  • de open samenleving
  • deeleconomie
  • Durf te denken
  • economie
  • Europa
  • Fatsoen
  • filosofie
  • Geen categorie
  • GeenPeil
  • Grexit
  • griekenland
  • Gutmensch
  • Klant centraal
  • leven
  • Lezen
  • Literatuur
  • Maatschappij
  • Management
  • Marketing
  • mensbeeld
  • nationalisme
  • New Business
  • Ondernemen
  • Onderwijs
  • organisaties
  • Parijs
  • PEGIDA
  • politiek
  • Politiek correct
  • Populisme en de Grondwet
  • referendum
  • religie
  • Retail
  • seculaire religie
  • terreur
  • Toeristen
  • Turkije
  • twitter
  • Verlichting
  • vluchtelingen
  • Zwarte Piet

Meta

  • Account maken
  • Inloggen

Blog op WordPress.com.

  • Abonneren Geabonneerd
    • Dick Koopman
    • Voeg je bij 55 andere abonnees
    • Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.
    • Dick Koopman
    • Abonneren Geabonneerd
    • Aanmelden
    • Inloggen
    • Deze inhoud rapporteren
    • Site in de Reader weergeven
    • Beheer abonnementen
    • Deze balk inklappen
 

Reacties laden....