Terugkeer naar Frankrijk?

Carcès als navel van de wereld

Zoals het er nu uitziet ga ik binnenkort naar de Var, naar die berg waarvan ik tientallen kilometers ver kan kijken. ’s Avonds de lichtjes van Entrecasteaux, Saint Antonin, Salernes en verder. Ik verheug me er enorm op. En ik weet dat het voor slechts een paar dagen zal zijn en dat er nog steeds restricties zullen zijn. Maakt niet uit. Ook dan is het prima.

Ik heb natuurlijk al meer geschreven over de Var. Altijd met liefde en heel veel plezier. Al 19 jaar komen we in Carcès en het voelt altijd weer als thuiskomen. Terwijl je niet thuis bent als je er niet woont. Ik kan er niet lang genoeg zijn. De eerste week voel ik nog altijd de druk van Nederland en het werk, de tweede week kom ik al een beetje tot rust en de derde week ben ik pas echt helemaal los. Dan geniet ik het meest. Dan pas val ik samen met het tempo en de sfeer van het dorp. De routines en het kletsen met de locals.

En nu na een zeer lange tijd gaan we terug. Als het kan.

Terugkeren naar je huis op afstand is altijd opwindend en verwachtingsvol. Maanden niet geweest terwijl je wel het weer in de gaten hebt gehouden. Regen, stormen, sneeuw, wateroverlast: je hebt alles voorbij zien komen. Dat zal bij mij niet anders zijn dan bij iedereen: in mijn weerapp zit standaard Carcès en ik volg het weer. En soms vraag ik me af of het wel goedkomt met alle stormen en sneeuw en regen. We wonen in een woonbuurt met verder alleen Fransen en die houden een beetje een oogje in het zeil. Maar goed, je mag niet teveel leunen op de vriendelijkheid van je buren. Je kunt het ook anders regelen.

Wij hebben André, onze steun en toeverlaat ter plekke. Een Nederlander die al lang in het dorp woont en dan nog eens 200 meter bij ons vandaan. We hadden elkaar tot een paar jaar geleden nooit gesproken. Dat klopt dan weer wel, want om bij hem te komen moet je niet rechts de berg op, waar ons huis is, maar links de berg af. En daar kwamen we nooit. Tot we een tip kregen.

Het voordeel van André is dat hij op zijn Nederlands alle werklieden uitkiest: ze zijn betrouwbaar, ze komen op tijd en leveren goed werk.

Afijn: af en toe hebben we contact met hem om te zien of het huis alles overleeft. Wat meestal het geval is.

Maar toch, na een lange rit komen we na de winter aan en dan is het afwachten. Doet de koelkast het nog, hoe ziet het zwembad eruit, is er ergens in huis een lekkage geweest, zijn er takken uit bomen gewaaid?

Pas na jaren kom je er achter hoeveel het kost om een huis gewoon in goede staat te houden. Niet alleen in Euro’s maar ook in tijd. En zeker als je het huis deelt met meerdere gebruikers.

Wat ik heb geleerd is dat alles wat je bijvoorbeeld aan apparatuur hebt, super simpel moet zijn. Zo hebben wij een paar jaar geleden een überhippe koffiemachine gekocht. Prachtig ding en er kwam lekkere koffie uit. Mijn dag begin ik graag met café au lait (wat ik in Nederland nooit drink) bij het ontbijt. Ging super met dat ding. Heerlijke koffie en de melk was zeer schuimig. Vrienden van ons kwamen langs voor een paar dagen, en op de eerste ochtend overleed het koffieapparaat. Nog geen week oud. Design is mooi, maar praktisch gezien leidt het tot niets. Daarna een supersimpele Magimix gekocht.

Van koelkast tot wasmachine tot droger: eens in de zoveel jaar moet je de boel vervangen. Dat is niet erg maar je moet er wel rekening mee houden.

Dat onderhoud heeft ook iets knus. De lelijke plekken op het hek weer schilderen. In de zon met je blik blauwe verf op je gemak de boel schilderen. Met een laddertje tegen de muur, de dakgoten weer leegmaken. Bouten en moeren vastzetten, de gasBBQ weer aan de praat krijgen omdat alle gaatjes dichtgeslibd zijn. De ligbedden weer terugzetten bij het zwembad. Alle schorpioenen verjagen. Hier en daar een lampje vervangen. Het klokje op de oven gelijkzetten omdat er ergens ooit weer een stroomonderbreking is geweest. Naar het tankstation om de gasflessen te vervangen. En intussen een goed glas wijn erbij. Zelfs klussen is in de Var top.

Terugkeren naar Frankrijk levert dus werk op en dat is heerlijk. Het hoeft ook niet allemaal in één dag. Ok, de koelkast vervangen wel, maar de rest niet. Gewoon de tijd nemen en intussen genieten van het weer, de geur, de boulanger, het terras. Een beetje aanrommelen dus.

En precies dat wil ik een paar dagen gaan doen. En nacht doorrijden, ’s ochtends naar de Ecomarché en inslaan voor de komende dagen en dan het erf niet meer verlaten. Behalve voor de bakker.

Ik weet ook dat er weer tijden zullen komen die zorgeloos zijn. Geen idee wanneer, maar ze komen. Dat je ’s nachts weer bij het tankstation met alle anderen een espresso drinkt en een broodje koopt en weer doorrijdt. Dat de markt in het dorp weer volledig is, van matrassen tot aan sublieme kaas. Dat de restaurants weer gewoon open zijn met live muziek. Die tijden komen weer.

Tot dat moment is het kleine al heel groot. Verwacht niet teveel dan valt er ook niets tegen. Zo ga ik op pad. En met al die maatregelen is er ook heel veel tijd voor alle klussen. We gaan het zien.

On y va!

Gelukkig zijn in Frankrijk

Hoek Bd St Germain-Rue Thénard

Ik was een jaar of 26 toen ik in Parijs terechtkwam. Heel verhaal, maar ik bleef uiteindelijk een maand of vier. Ik woonde in de Rue Cujas op nummer 19, in het Grand Hotel Saint Michel op de derde etage aan de voorkant. Toentertijd een woonhotel waar ik voor Ffr. 10,– per nacht kon wonen. Omgerekend van dat zo’n Hfl. 3,50, dus voor honderd gulden per maand had ik een onderkomen. (Tegenwoordig betaal je voor een kamer een begintarief van €230 per nacht).

Een oude mevrouw, ze heette naar ik me kan herinneren Mme. Salvage, maakte ’s morgens soep en dan rook het hele gebouw naar soep. Als je wilde kon je ’s avonds een boule soep bestellen.

De kamer die ik had was groot, het waren eigenlijk twee kamers. In de woonkamer stond een grote tafel met groen ingelegd leer zonder stoelen. Verder stonden er twee oude leren fauteuils voor het raam en er waren twee bedden. Eén bed in een aparte ruimte en suite.

Op een dag stroomde er water langs mijn muur en ik ging naar beneden om dat te melden. Ach, dat was de idioot op de vierde was het antwoord. Een “filosoof” die de gewoonte had heel lang in bad te zitten en dan vergat hij wel eens het water uit te zetten. Kon gebeuren.

Zo dus ongeveer was de sfeer. Het waren de jaren 80.

Op een ochtend, ik stond altijd heel vroeg op, liep ik vanuit mijn hotel richting de Bd Saint Germain. Mijn doel was simpel: eerste bij een tabac een pakje Boyards maïs kopen en dan door naar de Place Maubert om brood, kaas, worst en wijn te kopen en gewoon even over de markt slenteren. En koffie bij Le Village Ronsard.

Het zou een warme dag worden en de stad was heiïg.

Ik kwam aan op de hoek op de foto en toen gebeurde het. Er overviel mij een diep geluk, een gevoel waarin alles samenviel en ook nog eens mijn kant op. Een geluk zoals ik niet eerder had gevoeld. Het vroege verkeer kwam voorbij, ik rook de uitlaatgassen, ik keek beide kanten op op de boulevard en alles klopte. Ik was in Parijs en Parijs was in mij.

Sinds die ochtend mis ik Parijs, altijd weer.

Zoals gezegd: ik was er een maand of vier. Niet altijd even gelukkig maar meestal wel. Ik heb iedere hoek en straat in mijn quartier leren kennen. Ik ging voor weinig eten bij een Algerijn in de Rue Boutebrie. Fantastische couscous voor weinig. Ik kocht een mooi pennetje op de Bd Saint Michel en later mooi papier (5mm ruitjes, lichtpaarse lijntjes) bij Gibert. Ik zat uren op de Place Contrescarpe en at in de Rue Mouffetard. Wandelde dagen in de voetsporen van Sartre. Baguette met worst en kaas, weggespoeld met goede rode wijn in de Jardin de Luxembourg. Alles was zoals het moest zijn.

Maar hoezeer ik ook alles deed, het gevoel van die ochtend is nooit meer teruggekomen als ik in Parijs ben. En ik ben er nog heel vaak geweest.

Dit soort momenten blijven je bij en moet je koesteren. Aan mijn herinnering zal wel het een en ander niet kloppen, want zo gaat dat met herinneringen. Feitelijk dan. Want gevoelsmatig klopt het nog steeds, en nog steeds kan ik die ochtend voelen, ruiken en ervaren.

Ik heb nu de luxe van een berg in de Var, waar ik uit kan kijken over de bergen van de Provence. Totaal anders dan de drukke stad en in het geheel geen Parijs. Alles is anders. Maar ook daar is het heel vroeg opstaan, terwijl het nog koel is op een dag die heel warm gaat worden, en wandelen, een heerlijk ritueel. Geen Place Maubert, maar wel een heel goede boulanger, de beste worst en een café Central om wat te drinken.

En soms, op weg naar het zuiden, doen we Parijs aan voor een nacht of drie en dan geniet ik weer met volle teugen. De zonen kennen het inmiddels goed en vinden het een geweldige stad. We eten couscous. Inmiddels koop ik geen sigaretten meer, maar als er nog Boyards zouden zijn, dan zou ik zeker een pakje kopen. Als we dan weer de stad uitrijden, nog zo’n 700 km voor de boeg, dan overvalt me altijd hetzelfde gevoel.

Paris me manque.

4 mei: verschrikkelijk

Het Monsterboekje van mijn vader

Mijn vader was 17 toen de oorlog uitbrak. Hij was 20 toen hij in het kamp verdween. Hij was 21 toen hij door ingrijpen van de toenmalige geneesheer directeur van het Stads en Academisch Ziekenhuis Utrecht uit Kamp Amersfoort werd geplaatst bij de Luchtbescherming van het SAZU. Bij dat SAZU ging hij werken op 7 augustus 1944. Vijftien jaar later, op 7 augustus, kwam ik in datzelfde ziekenhuis ter wereld.

De man die de Entlassungsschein ondertekende was commandant Karl Berg. Dezelfde man die samen met Josef Kotalla (door mijn vader altijd Kotälla genoemd) ervoor gezorgd had dat mijn vader geen gevoel meer had in zijn rug. Door het slaan.

Tussen de droom van mijn vader om te gaan varen en die zevende augustus 1944 is veel gebeurd. Opgepakt en ontsnapt, in Wenen terechtgekomen en, om uit handen te blijven van de Duitsers, te voet naar Bretagne gegaan. Daar met een kameraad besloten terug te keren naar Nederland om in het verzet te gaan en weer opgepakt. Het doel was hem naar Buchenwald te deporteren, maar daar kwam dus iemand tussen.

Ik kan hier nog veel meer over vertellen maar dat doe ik niet.

Wat ik wel wil vertellen is dat ‘den oorlog’ nooit uit zijn en ook niet uit mijn leven is verdwenen. Ieder jaar rond eind april begon de slechte tijd. De slapeloze nachten waarin ik hoorde hoe hij zijn bed uitging. We woonden heel klein, op Zuilen in Utrecht, en de planken kraakten. Het zwijgen over de oorlog en de spanning tot en met de 4de mei. Ieder jaar opnieuw een donkere week. En dan, op de 5de mei zie hij: ‘zo, dat hebben we ook weer gehad’.

Dat je als kind dat natuurlijk ziet en het ook ergerlijk vindt. Je snapt er niks van en, wat je ook vraagt, een antwoord komt er niet. ‘Laat je vader maar’, zei mijn moeder dan.

Mijn vader heeft gezien hoe kameraden van hem werden vermoord in het kamp en hij kon niets doen. Een grote sterke man, bokser en worstelaar, en toekijken hoe iemand dood wordt geslagen. Later zei hij ‘twee, drie moffen had ik makkelijk kunnen hebben. Maar geen tien’. De onmacht.

Toen in de jaren 70 Van Agt ‘De drie van Breda‘ vrij wilde laten, zei mijn vader ‘lang gaan die het niet redden buiten de gevangenis’. Geen dag dat de oorlog er niet was.

Op een dag liep ik met hem in een winkelcentrum toen iemand riep ‘hé, Ben! Ben Koopman!’. We keken om en daar zat een man in een rolstoel met zijn zoon erachter. De man vroeg of mijn vader naar de herdenking in het PDA kwam. Mijn vader zei dat hij daar over moest denken. We liepen verder en ik vroeg ‘en?’ ‘Ik pieker er niet over’, zei hij, ‘dan eindig ik ook in een rolstoel’.

En hier sta ik, zijn zoon. De zoon van Ben Koopman. 14 jaar na zijn dood. Inmiddels ben ik mijn vader. Ik haat deze week tot en met 4 mei. Hoe ik het ook doe en wat ik ook probeer, ik vind deze week verschrikkelijk. En ik kan denken dat met mij de oorlog overlijdt als ik ga, mijn gezin ziet dat anders. Zonder dat ik dat ooit heb gewild weten zij ook dat deze week voor mij lastig is. Onbestemd, ongenaakbaar, onprettig.

Op 5 mei denk ik ieder jaar: ‘zo dat hebben we ook weer gehad’.

50 man

Al weken kijken we naar de Nederlandse politiek en verbazen we ons. Na de verkiezingen zijn we met elkaar in een situatie geraakt die steeds merkwaardiger wordt.

Nu vond ik de uitslag van de verkiezingen al merkwaardig. De groei van de VVD terwijl er zoveel mis is gegaan onder alle kabinetten Rutte, de groei van D66 door een lijsttrekker die zich anders dan normaal gedroeg en de groei van een fractie met fascisten. Een raar onkritisch land zijn we met elkaar.

Maar na de verkiezingen is het niet beter geworden.

Rutte is zijn positieve karma wat verloren. Steeds vaker rommelt hij en je ziet dat hij er steeds minder mee wegkomt. Kaag blijkt gewoon een ouderwetse machtspolitica. De Tweede Kamer stort zich op details en vergeet dat we in een grote crisis zitten met Corona, dat de klimaatproblemen niet weg zijn en vergeet ook en masse dat er duizenden, tienduizenden burgers zwaar gedupeerd zijn door de overheid. En vergeet ook dat er geen verbetering zichtbaar is in het handelen van de overheid.

De Tweede Kamer vergeet dat zij er namens ons zit en dat zij aan de macht is. Dat zij het voor het zeggen heeft in dit land. En wat doet de Tweede Kamer: de dekstoelen heen en weer bewegen.

En dan denk ik aan de woorden van mijn beste vriend Jan en weet dat hij gelijk heeft en dat die woorden precies van toepassing zijn op Den Haag:

Een organisatie met meer dan 50 man heeft geen buitenwereld meer nodig.

Ziek zijn in Frankrijk

Het begon met een pijnlijk plekje en het plekje werd steeds pijnlijker. En roder, en dikker. En, zoals we gewend zijn, dat gaat wel weer over voordat je een meisje bent zoals mijn moedertje altijd zei. Maar deze keer niet.

Ik besloot de dokter in ons dorp te bellen. Er is een aantal doktoren, en dokter K woont 200 meter van ons af en dus belde ik hem. Ik kon snel terecht. Heel snel. Direct eigenlijk.

In de hoofdstraat van Carcès kom je via een poortje bij een oud huis met een al even oud interieur. Dokter K is een wat oudere man die in een donkere kamer achter een groot bureau zit. Vriendelijk en hij neemt alle tijd. Zo’n dokter die als medicijnman je al direct op je gemak stelt en niet alleen de plek onderzoekt maar gewoon de tijd voor je neemt. Alles ging zeer relaxed en vooral efficiënt.

Tot zover herkenbaar.

Tot het uitschrijven van een recept. Waar je in Nederland een A5 briefje krijgt of een mailtje naar de apotheker gaat, liep ik de deur uit met twee volgeschreven A4-tjes. Met vulpen in zwierig handschrift, geneesmiddel na geneesmiddel. Ik liep de straat omhoog naar de Pharmacie en daar kreeg ik een boodschappentas medicatie mee. Voor een bult. Van tincturen, antibiotica tot aan een zalf met cortisonen. Geen probleem.

Ziek zijn in Frankrijk pakt anders uit dan in Nederland. Nu weet ik uit onderzoek dat ieder land “eigen” meest voorkomende ziekten heeft. We lijken erg op elkaar maar toch pakken lichamelijke kwalen verschillend uit per land. Nederland is grootverbruiker van paracetamol en maagzuurremmers bijvoorbeeld (hier wel in de supermarkt te koop, in Frankrijk niet), Frankrijk heeft een arsenaal pillen voor leverproblemen en allerlei middeltjes voor de bovenste luchtwegen. Verstuiver, druppels en wat al niet.

Wat me het meest opvalt in de keren dat ik een beroep moest doen op de gezondheidszorg is de rust die heerst. Je zou bijna zeggen een gebrek aan tomeloze efficiëntie die bij ons zo normaal is.

Zo gebeurde het ooit op de dag van aankomst ik ’s morgens naar het dorp reed, ontbijt regelde en ging ontbijten met een brak gezin. En bij de eerste hap van mijn tartine Nutella lag een stuk kies los in mijn mond. Hoppa. Het voelde als een rotsblok. Ik de lokale tandarts gebeld, het zal rond 10 uur zijn geweest en de beste man bleek op zaterdag te werken.

Nu moet ik nog iets zeggen over de tandarts. Ik kende hem al van het terras. Een jonge grote kale vent met een wat nors voorkomen. Wat hem voor mij won, was het feit dat hij altijd in muscle cars rijdt. Een grote zwarte Camaro SS, Dodge Challenger of Charger. Altijd zwart en altijd scheef geparkeerd. Ik mocht de man wel.

Ik kon direct komen. Ik liep de wachtkamer in en daar zat een aantal dorpsbewoners waarvan in een aantal kende. Ik legde uit waarom ik er zat en ik kreeg direct voorrang. Want ja, een gebroken kies is heel vervelend en ik moest weer terug naar het ontbijt! Mijn verwachtingen waren laag. Beelden van de schooltandarts met een voetaangedreven boor kwamen naar boven. Carcès is nou eenmaal niet het centrum van de wereld, dus wat kon ik verwachten.

Ik werd geroepen en liep een hypermoderne ruimte binnen. Een camera werd op mijn mond gericht zodat ik op een scherm kon meekijken en hop, hop, hop er werd een nieuw stuk kies geboetseerd en aangebracht. Uitharden met blauw licht, ik kon alles zien, en ik mocht afrekenen. Ik was klaar voor €34. Ik groette alle mensen in de wachtkamer, bedankte hen en liep opgelucht naar buiten. Een kwartiertje en een klein prijsje.

Efficiënt, zeer vriendelijk, heel laagdrempelig. Direct contact ook zodat je weet waar je aan toe bent.

Dat niet alles even modern is weet ik inmiddels ook.

Ooit viel mijn jongste zoon ’s avonds op de rand van een trap en zijn hele kin lag open. Ik, zoals het hoort, naar de Pompiers in het dorp. Daar ontfermde de hele ploeg zich over hem en hij stond in het middelpunt van de belangstelling. Er moest en zou een ambulance bij gehaald worden, want het was een kind en daar neem je geen risico mee.

De ambulance moest komen uit Cotignac en daarna reed ik door de donkere nacht achter de ambulance aan naar Brignoles. Daar in het ziekenhuis zag ik ook die andere kant. Oude wachtkamers met flets licht en bijbehorende muren. We gingen zitten in een leren fauteuil (?) van het soort dat mijn vader ook altijd had. Maar ook daar relaxte mensen die direct vonden dat we voor moesten gaan. Étrangers én een kind! Dus hoppa naar binnen, een roesje, hechten, nog een half uurtje wachten en we mochten weer naar huis. En ook nu direct de rekening die volgens mij €80 was.

Ziek worden in Frankrijk is niet iets waar je tegenop hoeft te zien. Men is relaxt, gericht op jou en je kwaal. Het gemak waarmee gebruik wordt gemaakt van medicatie is onnederlands. Helemaal niet “kijk het nog even aan” of iets dergelijks. Het is gewoon direct pillen, zalfjes en tincturen. En als de pharmacien een goede bui heeft krijg je er nog het een en ander additioneel bij.

Wat me ook opvalt is de afwezigheid van de bureaucratie waar Frankrijk ook groot in is. En, zeker, ik heb niet de ervaring van een inwoner van Frankrijk. Die kan best anders of negatiever zijn. Maar van alle keren dat ik of mijn familie gebruik moest maken van de zorg ging dat vlekkeloos en vriendelijk.

Het beste blijft natuurlijk om niet ziek te worden en te genieten van alles wat Frankrijk te bieden heeft.

AstraZeneca en Goede Vrijdag

Op Goede Vrijdag kreeg ik om 18:37 uur een oproep en toevallig stond mijn telefoon op geluid. Ik was aan het koken en verheugde me op het weekeinde. Ik nam op en het werd een gesprek van 22 seconden.

“Met Dick Koopman”

“U spreekt met de assistent van dokter XX. Wij hebben vaccins over, wilt u zich laten vaccineren?”

“Jazeker”

“Kunt u nu komen?”

“Jazeker!!!”

Ik deed het gas uit, sprong in mijn auto en 5 minuten later melde ik me bij de praktijk. Ik kreeg een formulier van twee pagina’s dat ik moest invullen. Daarnaast een bijsluiter die ik moest lezen. Bijwerkingen netjes op een rijtje. Het ging om het AstraZeneca vaccin.

Na het lezen kreeg ik de prik en mocht ik buiten in een tent 15 minuten wachten. Er zat een medisch geschoolde oppasser die mij tegenhield toen ik na 5 minuten wegwilde. 15 waren het er! Naast mij waren er nog twee patiënten die gebeld en gevaccineerd waren. Ik vroeg waar de bitterballen waren en of dit een vrijmibo nieuwe stijl was.

Mijn gevoel voor humor werd niet gedeeld.

Na een kwartier werd ik vrijgelaten en ging ik naar huis, verder met koken.

Toen mijn gezin thuis kwam werd ik vol ongeloof gefeliciteerd en we constateerden dat de vaccinatiegraad 25% was. Althans, in dit huis.

Had ik bijwerkingen? Een beetje. Ik werd moe en ik voelde me wat misselijk. Na twee dagen was dat voorbij.

En nu ben ik gevaccineerd en ben ik zo blij als een baby. Ik gedraag me nog steeds hetzelfde, ik hou rekening met alles en ik doe geen gekke dingen. Ik voel me veel minder kwetsbaar. Vrijer in mijn hoofd en hart. Dit is het enige middel om uit onze situatie te komen. De enige. De rest is allemaal symptoombestrijding.

Ik gun iedereen op heel korte termijn een vaccinatie. Op naar een gezamenlijke vrijheid.

Dag 9: het begin

De eerste weken na het afscheid zijn vreemd. Leeg, zoals voor mij de eerste januari altijd is. Alles achter de rug en het nieuwe is nog niet begonnen. Koude leegte. Ook bevrijd overigens. En dan de momenten dat je denkt ‘even mijn moedertje bellen’ en dat niet meer kunt.

Het einde van iemand die je liefhebt is een nieuw begin van en voor jezelf. Veel moet je opnieuw uitvinden en het afscheid van alles wat was kan lang duren. En op een dag krijg je rust.

Dit is het negende en laatste gedicht van De Reis.

  1. De aankondiging
  2. De voorbereiding
  3. Het feest
  4. Het vertrek
  5. De reis
  6. De bestemming
  7. De aankomst
  8. Het achterblijven
  9. Het begin

Het begin

Nu, na maanden van dwalen

Sta ik hier

Aan de kust. Het waait,

Het is december in dit land.

Ik ben gelopen tot het

Einde in zicht kwam,

De meeuwen, zielen

Van hen die mij zijn

Voorgegaan, zeilen in de

Wind. Ik zoek een 

Aandenken en vind

Drie schelpen.

Ik sta te 

Huilen als een kind

Dat de handen nooit

Meer gevuld weet,

U ruist door de wind

U vliegt voor mij langs

U bent in de grijze lucht.

De dood, dag 8: achterblijven

De eerste dood en begrafenis die grote impact op mijn leven hadden, was in 1993, net voor Kerst. De dag na de begrafenis was leeg, kaal en heel vreemd. Ik kon niets meer doen of betekenen voor degene van wie we afscheid hadden genomen. Daarna had ik dezelfde ervaring met onze moeders en in 2007 met mijn vader. Mensen die zo belangrijk voor je zijn en die opeens weg zijn, begraven of gecremeerd. In een roes doe je alles wat je moet en kunt doen en dan opeens ligt alles achter je. Je wordt wakker met het besef dat die leegte die je voelt blijvend is. Je blijft achter met alle andere achterblijvers. Daarover gaat dit, voorlaatste, gedicht.

  1. De aankondiging
  2. De voorbereiding
  3. Het feest
  4. Het vertrek
  5. De reis
  6. De bestemming
  7. De aankomst
  8. Het achterblijven
  9. Het begin

Het achterblijven

Wat moet er gebeuren

Nu de reis ten einde is,

En wij hier met lege handen.

Het perron wordt leger en leger, de

Mensen keren huiswaarts,

Geen huis zal ons nog bergen

Noch beschutting bieden.

En uw ziel zal dwalen

Zolang wij dwalende zijn

Uw ziel zal dolen

Zolang wij verscholen zijn

In het verdriet, en niet

De wereld de onze maken.

Ons leven verzaken.

Door te doen alsof wíj

Gestorven zijn 

En niet u, o vrouw.

De dood, dag 7: de Aankomst

“Gaat het wel goed met je”, vroeg een vriend. “Al dat geschrijf over de dood!” Het gaat heel goed met me en de reden dat ik dit doe is steeds dezelfde: woorden geven aan het gemis van twee moeders. En een beetje een monument oprichten voor hen, hoe klein ook.

Dus hou vol!

Na alle stappen die je meemaakt na het verlies van een dierbare, komt ook de dag van de begrafenis of crematie. Een rare dag die later voelt als een gat. Op die dag zelf doe je alles wat je kunt om nog liefde te tonen, om zorgvuldig te zijn en te laten zien waar je liefde zit voor degene die je begraaft. Nog wat woorden en te veel spanning voor echt verdriet.

  1. De aankondiging
  2. De voorbereiding
  3. Het feest
  4. Het vertrek
  5. De reis
  6. De bestemming
  7. De aankomst
  8. Het achterblijven
  9. Het begin

De aankomst

Over uw aankomst hebben

We samen gesproken: u

Wilde gedragen worden,

Omdat u niet meer zou lopen

Langs het smalle pad waar u

Zo vele malen was.

En ik draag u op mijn schouders

Ik voel de last,

Mijn spieren vertellen mij

Wie u voor mij was:

O, oneindig liefhebben

Tot voorbij ons kleine leven.

En in de kerk achter ons

Zingt een koor van Jerusalaïm,

Stad van het licht.

Uw leven is verdicht

Tot een dunne lijn.

Waar u reeds woont

Zullen wij weer samen zijn.

De dood, dag 6: De Bestemming

Sacramenten zijn belangrijk. Natuurlijk voor Rooms-Katholieken alle Heilige Sacramenten, van Doop tot Ziekenzalving. Maar als je een sacrament ziet als een heilige of betekenisvolle handeling dan herken je natuurlijk veel meer sacramenten. Of je gelovig bent of niet. Op zondag altijd samen ontbijten om de dag te beginnen met het gezin, elkaar altijd gedag kussen voor je de deur uitgaat. Ik zie ook dat ieder van ons rituelen heeft: ik begin de dag altijd met twee sneden brood en vijf espresso. Geen dag zonder. Mijn leven zit vol rituelen maar die zijn zo ingesleten dat ze gedachteloos voorbij gaan. Een sacrament zonder religie is bijvoorbeeld die kus bij het weggaan. Dat doe je niet gedachteloos, op automatische piloot. Je geeft welbewust waarde aan die handeling.

Bij onze moeders werden handelingen tot routines tot sacramenten. Mijn kus op het voorhoofd van mijn moedertje bij komen en gaan. Iets langer dan nodig aangehouden zodat er een moment samen ontstond. Een heilig verbond.

Bij mijn schoonmoeder waren er vele. Zij was heel gelovig en liet op enig moment de pastoor komen voor de ziekenzalving. Wij waren daarbij aanwezig.

Dit is na het gedicht van gisteren, De Reis, het zesde gedicht van negen.

  1. De aankondiging
  2. De voorbereiding
  3. Het feest
  4. Het vertrek
  5. De reis
  6. De bestemming
  7. De aankomst
  8. Het achterblijven
  9. Het begin

De bestemming

De avond voor uw aankomst

Zijn wij tezamen, de priester

Spreekt in vervlogen taal

En met eeuwenoude gebaren,

Dit geloof moet u bewaren

Voor de angst in de bestemming

Die sterven heet.

U ligt in bed,

De handen opengevouwen

Wachtend op de zalving van

Een Heilig Sacrament,

Is dit dan wie u bent,

Of hebt u ons nu al verlaten,

Voor een ander leven:

Als de priester uw handen raakt

En de woorden zegt die we zullen

Vergeten, kijkt u nog eenmaal

Mij aan: u bent er weer,

Zij het voor slechts heel even.