En zo beseft iemand die weet dat het einde komt dat er echt een reis aan zit te komen. Een reis waarvan je niet eens weet waar die precies naar toe gaat en waarvan je niet eens weet hoe die reis verloopt. Ik heb het meegemaakt bij beide moeders. Ik zal niet zeggen dat er een soort berusting was, integendeel soms. Enorme opstand en boosheid. Dat heb ik gezien. Maar soms ook wel berusting. Omdat het onafwendbaar was wat er kwam.

Mijn schoonmoeder had in een bos in Salland en bepaalde boom waar zij troost uit putte. Een verbinding tussen de aarde met een nietig mens en de hemel. Daarover gaat dit gedicht.

Gisteren schreef ik over het moeten vertrekken, vandaag over de onontkoombare reis. De Reis is ook de titel van deze hele reeks gedichten.

  1. De aankondiging
  2. De voorbereiding
  3. Het feest
  4. Het vertrek
  5. De reis
  6. De bestemming
  7. De aankomst
  8. Het achterblijven
  9. Het begin

De reis

Het bos waarin we gaan

Is groot en vochtig

De bomen waken alle jaren

Over deze aarde,

Uw voeten bewegen

Het heelal, en plots 

Zet u alles stil.

Er is een van hen

Met wie u praten wilt,

De handen op de bast

De ogen gesloten

Reist u naar de toppen 

Van de boom,

Van daar ziet u uit

Over de wereld

Naar het strand, de zee

Waar het leven ooit begon,

Uw reizen is een reizen

Dat niet van deze wereld is,

Ik kijk naar u, ben stil, en weet

Dat ik u nu reeds mis.