• Over

Dick Koopman

~ Durf te denken

Dick Koopman

Auteur Archief: Dick Koopman

Thuiswerken in een klooster

06 maandag apr 2020

Posted by Dick Koopman in leven

≈ Een reactie plaatsen

Tags

Benedictus, corona, klooster, thuiswerken

Pietro Perugino cat48l.jpg

Huh, thuiswerken in een klooster? Wie van ons woont er nou in een klooster? Ik niet in ieder geval. En toch werk ik thuis alsof ik in een klooster werk. Alsof ik een Benedictijner monnik ben, maar dan met een gezin en een eigen huis. Daar kun je dus wel het een en ander op afdingen. Maar wat bedoel ik nu eigenlijk? En hoezo werk ik thuis als in een klooster?

Laat ik beginnen met wat achtergrond hierbij.

Sinds Benedictus zijn Regel schreef zijn kloosters daarop gebaseerd. Het is de perfecte handleiding voor time management, leidinggeven en ritmiek in het bestaan. Als je de regel volgt, en ik tracht dat al geruime tijd zo goed mogelijk te doen, dan merk je dat je minder stress hebt, dat je meer grip krijgt op je dagelijkse leven en dat je meer tijd hebt om over dingen na te denken. Als manager is het voor mij ook een richtlijn. Het hoofdstuk over het zijn van een goede Abt helpt enorm.

Wat betekent dat voor alle mensen die thuis werken? Zoals ikzelf. Nu, voor de vierde week, zit ik aan tafel. Ik begin iedere werkdag met een gezamenlijke call en als ik niet oppas dan ga ik van call naar call tot een uur of 17.30, 18.00 uur. Videocalls en gewone per telefoon. Soms als ik zit te videoconferencen word ik weer gebeld. En zo maar door.

Wat zou Benedictus hiervan zeggen? Welke tips zou hij geven.

Allereerst een ijzeren ritme in de dag inbouwen. Begin de dag op hetzelfde tijdstip, sta op hetzelfde tijdstip op en doe daarna de dingen die je altijd doet om de dag aan te vangen. Voor mij is dat douchen, scheren, aankleden en ontbijten. Drie espresso’s in één beker, twee sneden brood. De krant erbij en lezen wat er gebeurd is.

Voor een ander is dat wakker worden en sporten, of youtube kijken of wat dan ook. Het maakt niet uit. De kern is steeds: doe alles met aandacht! Opstaan en douchen en scheren: met aandacht. Wees in het moment. Ik ben er inmiddels in getraind en het werkt heel goed. Je bewust zijn van weer een mooie dag! Wakker worden! Je bent er nog steeds en je kunt van het leven genieten! De vogels zingen, de zon schijnt, het huis is nog stil.

Daarna zorg ik dat de tafel waaraan ik werk een echt werkdeel heeft. Er mag van alles op liggen maar waar mijn laptops staan is opgeruimd, leeg. Voor negen uur heb ik in principe geen afspraken. Daarna verloopt alles zo veel mogelijk in vaste blokken met steeds een kwartier ertussen. Alleen op die manier kun je iets goed afsluiten en je voorbereiden op de nieuwe afspraak. Bij een nieuwe afspraak denk ik na over het onderwerp, wat ik ervan vind, welke vragen ik heb en welk besluit er moet worden genomen.

Benedictus spreekt over werken in de tuin. Als dan de bel gaat voor het gebed, zo zegt hij, maak je het gereedschap schoon en je legt het netjes weg. Daarna ga je in stilte naar de kapel en tijdens de wandeling laat je de tuin achter je en bereid je je voor op het gebed. Alleen dan kun je vol aandacht bidden, bij God zijn.

Je hoeft niet gelovig te zijn om dit na te volgen. Het werkt perfect.

Je dag kun je dus goed indelen, net als je week. Zorg voor gaten in je agenda omdat er altijd iets tussendoor komt. Maar ook opdat je tijd voor jezelf hebt. Ik heb bijvoorbeeld een legpuzzel onder handbereik. Heerlijk hersenloos stukjes zoeken en passen. Plan je lunch, een wandelingetje. Een half uur ‘wheeler dealers’ op tv. Muziek. Maakt niet uit. Plan!

Alles mag.

En als het dan einde van de middag is dan kijk ik nog een keer naar mijn mail, check ik of ik alles heb gedaan en kijk naar mijn agenda voor de volgende dag. Daarmee weet ik wat gaat komen en ik kan inschatten hoe belangrijk alle items zijn. Ik check ook nog een keer of alle actiepunten bij de juiste mensen terecht zijn gekomen. Ik sta even stil bij wat die dag is bereikt, besproken of gewoon weggewerkt. Geen losse eindjes. Geen dingen die me vannacht komen bezoeken in de vorm van vervelende stemmetjes.

Ik weet dan al wat ik ga koken, dat bedenk ik ’s morgens, en ook dat doe ik met dezelfde aandacht. De mise en place klaarmaken, een glaasje wijn inschenken, relaxen en beginnen. Daarna lekker eten met het gezin en in de herrie die wij met elkaar maken de dag bespreken. Iedereen door elkaar heen, snel, gevat, reagerend en met heel veel lol.

Op vrijdagmiddag rond 17.00 uur pak ik mijn laptops in, haal alle stekkers eruit en doe alles in mijn tas die ik vervolgens in de kast zet. Ritueel stoppen met werken. Vooral nu in quarantaine, merk ik hoe belangrijk het is dat je heel bewust weekeinde kunt vieren. Dat de dagen niet gedachteloos in elkaar overlopen.

Op zater- en zondag hou ik op vaste tijden mijn mail en berichten in de gaten. Niet de hele dag maar om de paar uur.

De kern is dat je alles met aandacht doet. Dat je je niet alleen van alles voorneemt te doen maar ook werkelijk begint me de dingen. Dat je de dingen niet rommelig doet. Dat je dingen begint én afmaakt. Het zijn stappen die je zet: wat je in feite doet is goed luisteren. Je luistert letterlijk goed naar je collega’s, maar ook naar de urgentie van zaken, de inhoud. Het eerste woord van de regel is niet voor niets ‘luister’!

’s Avonds doe ik al jaren iets wat ik ook van Benedictus heb geleerd: heilig lezen. Een uur in stilte lezen. In het begin lees ik op hoge snelheid, zoals ik altijd doe. Maar ergens na zo’n drie kwartier lees ik steeds langzamer en laat ieder woord tot me doordringen. Ik vertraag in mijn lezen en kijk wat de woorden die ik lees betekenen voor mij en mijn leven. Ik probeer naar binnen te keren.

Op dat punt gekomen leg ik mijn boek weg en ga ik slapen. Heel zachtjes op de achtergrond ‘Met het oog op morgen’, en langzaam wegdommelen.

Ik woon dus niet in een klooster, maar gebruik een oude regel van 1500 jaar geleden als leidraad voor mijn alledaagse wereldlijke leven. Het helpt me, het geeft rust, het geeft aandacht en focus en het houdt me evenwichtig. Maar niets hoeft. Denk maar aan de woorden van Benedictus in hoofdstuk 18 waarin hij heel streng de weekvolgorde van de psalmen voorschrijft.

‘Als deze volgorde je niet bevalt, doe dan maar een andere. Prima! Zo lang je er maar voor zorgt dat ze allemaal aan de orde komen.’

Het heet een regel, maar je bent er zelf bij. Je eigen regel dus.

Zaterdag in Carcès, deel 2

31 dinsdag mrt 2020

Posted by Dick Koopman in leven

≈ Een reactie plaatsen

Tags

Carcès, zaterdagmarkt

(Droomblogs in een coronacrisis. Vervolg op deel 1)

Rechts op de Avenue Ferrandin is een aantal huizen. In één ervan woont de pastoor. Ik hoop hem nog even tegen te komen want het is een apart geval, onze pastoor. Jaren geleden was de kerk zo goed al leeg en toen kwam hij in het dorp. Abbé Augustin Gempp heet hij, een nog jonge vent. Groot en breed en altijd in soutane. En getooid met een zonnebril. Oranje of roze. Hij is zeer zichtbaar in het dorp. Hij is er altijd, wandelend, pratend met iedereen. Sinds hij er is zit de kerk weer redelijk vol. Best bijzonder wat een mens kan doen met en voor anderen.

Ik loop verder en zie rechts de plataan met het ingegroeide bord van een oliemerk, Kervoline. Stamt uit de jaren 30 en is dus in 90 jaar voor een groot deel opgeslokt door de plataan. Links is de weg het dorp weer uit, richting Le Val en Brignoles. Rustig nog. Hoe anders is deze weg als er ’s zomers kermis is! Dan loopt iedereen uit om ’s avonds eendjes uit het water te halen of te schieten op ballonnen.

De markt komt dichterbij. Het is nog helemaal niet druk. Langs de weg is een beperkt aantal auto’s illegaal geparkeerd. Dat wordt de komende uren anders. De markt van Carcès heeft een regionale functie. Veel lokaal bezoek en niet al te veel toeristen komen hier. De sfeer is altijd top en heel erg Frans. Hier kom ik graag vroeg mijn bed voor uit.

Op de hoek is een opvallende Française bezig met het opbouwen van haar stand met goedkope bloesjes en broeken. Zij staat hier net zo lang als ik hier kom, en ik begin mijn wandeling over de markt altijd hier. Naast de matrassenman. Verkoopt dat nou een beetje kun je denken. Het antwoord is ja, volgens hem. Een matras gaat niet eeuwig mee en hij gaat van markt naar markt. Verdient zo zijn geld.

Ik loop verder en ruik al een van de redenen om hier vroeg te komen: kip!

Ik weet niet eens of ik de kip nou echt superlekker vind maar daar gaat het niet om. Het gaat, om het maar eens modern te zeggen, om de beleving. Het hoekje om en daar sta ik in de rij. Er staan zo’n vijf mensen voor me en die bestellen van alles. Op dit moment is er namelijk nog niets klaar. En dus bestel je iets voor later. Ik ben aan de beurt en bestel een poulet fermier, een grote boerderijkip. Erbij kun je een barquette met gebakken piepers bestellen. Superlekker maar ik weet ook dat je je aderen voelt dichtslibben als je die eet. Die liggen namelijk de hele ochtend onderaan het grote spit te sudderen in al dat kippevet. Wat ik zeg: erg lekker maar moddervet. Ze verkopen nog veel meer. Hammetjes, poulet au riz, paella en veel soorten worst.

Rond 11.30 kan ik mijn kipje komen afhalen. Dat is mooi want dan heb ik een reden om terug te moeten naar de markt.

Die kip ga ik gebruiken om lekker te lunchen. De avondmaaltijd weet ik al: pizza bij Seb. Lunch met kip is heerlijk maar wat verse groenten erbij maakt het een tikkie gezonder. Dus loop ik door.

Het gekke is dat ik langs allerlei groentekraampjes loop zonder iets te kopen. Op weg naar die ene aan het einde van de markt. Ik denk dat iedereen dit zo doet. Ook staan er twee kippeboeren, maar ik koop altijd kip bij de ene en niet bij de andere. En geloof me, de kip is net zo lekker. In de loop der jaren heb ik zo mijn gewoontes. En dus loop ik de groenteboeren voorbij.

Links is het terras van Bar Le Central, daar kom ik zometeen wel terug. Net als de kerk achter de kraam met allerlei kruiden, pesto’s en olijven. Ook daar kom ik nog terug.

De straat loopt hier omhoog. Vlaggetjes hangen boven de straat, de zon schijnt, er is geroezemoes en gebabbel en ik ben gelukkig. Rechts in de Rue Maréchal Foch zit de bakker. De rij staat buiten, veelal oude dorpsbewoners. Ik loop naar binnen en de bakkersvrouw reageert verheugd: daar ben ik weer! Hoe lang ik blijf en of de baguette en de restau goed doorbakken moeten zijn of juist een beetje blond. Voor de jongste zoon neem ik een morceau pizzá fromage mee.

Het leven kan zo simpel zijn. Even je gezicht laten zien bij de kippenboer, de bakker, herkend worden, even kletsen en ik kan weer aarden. Een mens heeft niet veel nodig om gelukkig te zijn. Kleine dingetjes, gekoesterde routine. Heerlijk. Zo kom ik ook de bakker uit.

Nu nog tomaten en komkommer halen voor de lunch. In deze straat was tot voor enige jaren een groenteboer, een goede met goede producten. De man was inmiddels wat ouder aan het worden, de handel liep terug doordat ook de dorpsgenoten naar de Hypermarché gingen en hij had geen opvolger. Hij stopte en een tijd zaten we zonder. Maar zoals altijd komen er dan nieuwe initiatieven. Marie kwam. Met de beste groenten uit de buurt zo zei zij. En Marie heeft nu een levendige handel, tegenover de voormalige groenteboer.

Ik koop de lekkerste tomaten die je kunt hebben: Coeur de Boeuf. Hoewel je deze ook in Nederland kunt kopen zal de smaak niet eens in de buurt komen van deze Franse. Deze zijn zoet als pruimen en met een beetje peper en zout op een stuk brood is het een hemels gerecht.

Ik reken af en moet nog even één man een hand geven voor ik terugloop richting kerk en café.

Nog één man.

Word vervolgd.

Zaterdag in Carcès, deel 1

27 vrijdag mrt 2020

Posted by Dick Koopman in leven

≈ 1 reactie

Tags

Carcès, Var

(Droomblogs in een coronacrisis).

Carcès à visiter (83) | Provence 7

Vannacht aangekomen na een goede rit uit Nederland. Koffers uitgepakt en om drie uur lagen we in bed. Het is nu even na achten en heel zachtjes stap ik uit bed. Ik ruik door de openstaande ramen achter de blauwe luiken Frankrijk.

Toen we vannacht bij Brignoles de snelweg afreden was het aardedonker. De vijftien kilometer naar ons huis deden we, zoals altijd, alle raampjes open. De geuren van de Var, het kruidige, het aardse in de lauwwarme lucht was weer heerlijk. Muziek: Destination Ailleurs van Yannick Noah bijvoorbeeld. Of Zaz. Of om mijn oude ziel te pleasen: Joe Dassin met L’Équipe a Jojo. Franse muziek, ’s nachts rijden.

Bochtje links het dorp in, rechts de Hypermarché, langs het bejaardenhuis, rechts beetje door onder de platanen, bruggetje over, en dan nog 737 meter naar Le Sommet, ons huis. Huisnummer 737.

Gelukkiger dan dat, wordt het zo’n nacht niet.

Maar goed, het is nu even na achten en ik sta onder de douche. En natuurlijk heb ik vannacht niet de knop omgezet dus ik moet koud douchen. Ben ik ook gelijk wakker. Na het douchen en scheren even de kelder in om de knop wel om te zetten. Ik kleed me aan, kijk even bij de zonen die in diepe slaap zijn, pak een tas en ga de deur uit.

De hemel is blauw. Het wordt een mooie dag. En alweer die geuren. Ik loop het hek uit en ik ga de berg af. Het is bijna twee kilometer naar het dorp en de wandeling naar beneden is altijd een makkie. Terug doe ik in Duits marstempo. Maar dat duurt nog een uur.

Eerst langs de buurman met de honderd honden. Nee, het zijn er geen honderd maar wel veel. Eerst zaten ze aan onze kant van zijn huis. Als ze blaften kwam hij naar buiten, hard schreeuwend. Pute, merde, con en iets dat op Mímí lijkt. Weet ik veel. Mijn vriend, de kunstenaar waarover later meer, zei al: hij werkt in de wijnbouw, ruige schreeuwerd maar verder ok. We zijn toch maar gaan praten en nu zitten zijn honden achter het huis en is het stil.

Het steilste stuk heb ik achter de rug als ik linksaf ga langs het huis van de dokter, Keutchayan. Ik heb me daar ooit gemeld met een ontsteking. Hij vroeg een en ander, keek en schreef een recept uit. Nu was ik die kleine receptenbriefjes uit Nederland gewend maar van hem kreeg ik twee A4’tjes! En bij de pharmacie kreeg ik alles netjes mee, tot aan hormooncrème toe.

Maar daar had ik het niet over. Ik loop dus langs het huis van de dokter. Een groot huis met een keurig aangelegde tuin en en voorname hond. Een aardig beest dat altijd verbaasd kijkt en nooit blaft.

Hoe anders is dat bij de volgende voisins: twee luid blaffende grote honden die geagiteerd achter het hek rondspringen. Zonder hek zaten ze al lang bovenop me. Ik ben er ooit gestopt en toen heb ik de beesten rustig toegesproken. Dat het zinloos was al dat geblaf en dat ik er niet van onder de indruk raakte. Een tweetal dagen zijn ze stil gebleven. En toen begon het weer.

Ik loop door.

Interessant is het dat ik op een deel van de route naar Santiago de Compostella loop. Dat zag ik eens bij toeval op een kaartje van de omgeving. Dat vind ik erg stoer. Ik loop dus al 18 jaar een kilometer van de route. Niet dagelijks maar toch zo’n 50 dagen per jaar. Heen en weer. Dat is toch 1800 kilometer. Een mooi resultaat.

Onderaan de berg wonen twee zussen. Oudere dames met wit haar. Beiden een eigen huis met een stuk grind ertussen. Ze doen heel veel samen. De oudste van de twee heeft een tijd in Engeland gewoond en oogt ook meer Brits dan Frans. We groeten elkaar, zoals altijd.

Ik kan nu kiezen. Ik neem de korte route langs de school, brug over de river en dan rechtsaf óf ik neem de langere, linksaf langs de camping, onder de platanen door. Ik ga links. De Caramy stroomt heel relaxed op deze mooie ochtend en als ik de Avenue Ferrandin oploop zie ik de platanen. Groot, scheefgegroeid, veel schaduw en koelte leverend. Prachtig zo zonder verkeer.

De bocht door langs Le Hameau de Carcès, een van de vele wijnproducenten in het dorp en de streek. Aan mijn linkerkant het hek van de lokale pizzaman, Les Chineurs. Patou en Seb zijn inmiddels semivrienden geworden. Grote kussen, goed plekkie om te eten en altijd, altijd vriendelijk. Seb had jaren geleden keelkanker. Behandeld, bestraald en weer aan het werk. Ik zie dat hij al in het restaurant is en ik loop even naar binnen. Hij is aangekomen, wat een goed teken is. Hij oogt ook weer sterk. Omhelzing, goed dat ik er weer ben en of ik vanavond kom eten. Lijkt me een goed plan en dus reserveer ik.

In de verte, aan het eind van Avenue Ferrandin zie ik de reden van deze vroege zaterdagse wandeling. Mijn persoonlijke plezier om in mijn eentje, met het geruis van twaalf uur rijden nog in mijn oren en de naweeën van kramp in mijn linkerkuit, vroeg op de staan en te wandelen. Mijn Frankrijk, mijn miniatuurgenoegen zonder weerga.

De zaterdagmarkt.

(word vervolgd)

Het eeuwige Frankrijk verandert (*)

29 zaterdag feb 2020

Posted by Dick Koopman in leven

≈ Een reactie plaatsen

Tags

Cote&Provence, Cotignac, Frankrijk, Var

Afbeeldingsresultaat voor la france profonde carces

Enige jaren geleden verscheen een biografie van De Gaulle (van Henk Wesseling) met de mooie titel ‘De man die nee zei’. Ik kocht het boek direct en las het in één ruk uit. Dit ging niet alleen over De Gaulle maar over alle Fransen. Nee zeggen tegen heel veel.

Frankrijk is een land van heel veel tradities. Van heel grote tot heel kleine. Quatorze Juillet is altijd een groot feest en zal dat ook blijven. Niemand die het in zijn hoofd haalt iets te veranderen. Men koestert de tradities en heeft een afkeer van veranderingen. Zeker als die worden gevraagd vanuit Parijs, zoals nu door Macron. Frankrijk is zichzelf.

En dus kan ik nog steeds oefenen in zen in de supermarkt als er weer iemand betaalt met een cheque en niet met een carte bleu. Ik kan een petit blanc op het terras drinken zo om half elf in de ochtend maar als ik voor drie uur een pastis bestel is dat vloeken in de kerk. De post die nog steeds iedere dag wordt bezorgd, steak frites kan ik overal eten en zo kan ik nog heel lang doorgaan. En als er al vernieuwing dreigt gaat men staken omdat verandering altijd wordt gezien als verslechtering. En zo blijft La France Profonde geloven in een wereld die er niet meer is. 

Maar niet iedereen gelooft meer in het onveranderlijke. Jongeren trekken weg uit de dorpen en er zijn tegengeluiden en tegenbewegingen. En dan niet alleen geluiden in Parijs of Lyon. 

Ook in het klein is de oude manier van doen niet meer houdbaar. Het moet anders en dat gebeurt ook.

Neem het dorp Cotignac in de Var, niet ver van ons vandaan. Dat dorp was een jaar of vijftien geleden op sterven na dood. Het had alles: een mooie cours, schilderachtig onder de platanen en een relaxte sfeer. Toeristen kwamen er wel, maar gingen ook weer weg omdat er niets geburde. Bij de cafés aan het einde van de cours hingen jongeren die zich verveelden. Werk was schaars en zelfs de restaurants werden steeds minder ok.

Jonge mensen hebben daar verandering in gebracht. Op zeker moment gingen restaurants over in andere handen, er kwamen meer terrassen en die waren goed onderhouden. Het café waar je werd uitgescholden sloot en ook daar kwam iets anders. Er kwam een hippe wijnbar waar je buiten aan barretjes gezeten een soort tapas kon eten. Een goede wijn vestigde zich in het dorp met een heel mooie winkel erbij. 

Boven die wijnhandel werd een ‘museum’ geopend, niet groot wel mooi. In de straat naar de Mairie kwamen ateliers. Er vestigde zich een nieuwe artisanale bakker waar nu de rijen voor de deur staan. Er kwam een hotel met een mooi terras. Jonge mensen die initiatief namen om van dat mooie dorp iets mooiers te maken. Zeker, er was scepsis maar die is weg. De trots is terug.

Het ging niet vanzelf en er moest veel veranderen. Vooral mentaal. Toeristen zijn geen plaag maar een bron voor groei. Werken in de horeca is top als het druk is. Wijn verkoopt niet zichzelf maar moet je packagen in een concept. Gruwelijke woorden voor de man van middelbare leeftijd die na een borrel in zijn Lada Niva stapt en ‘bof’ roept. 

De oplettende Frankrijkganger ziet het land veranderen. Dat moet en dat is niet erg. Het zorgt ervoor dat jongeren hun idealen na kunnen jagen en Frankrijk interessant blijft. Juist de combinatie van traditie en veranderen maakt het spannend en mooi.

(*) Ook gepubliceerd in Côte & Provence, voorjaar 2020, p.35.

Le Boulanger

12 woensdag feb 2020

Posted by Dick Koopman in leven

≈ 1 reactie

Tags

Boulanger, Carcès, Charles Aznavour

Op de foto staat, met kind op de arm, een van de twee boulangers van ons dorp in de Var. Zijn vrouw staat achter hem. Een hardwerkende man die iedere ochtend vroeg op is. De hele dag zorgt hij voor verse baguettes en andere lekkernijen. Zijn Tarte Tropézienne is onbehoorlijk lekker. Vooral met goede champagne erbij.

Iedere ochtend loop ik samen met Sam, mijn jongste zoon, zo’n anderhalve kilometer naar het dorp. Eerst de bakker, dan bij Bar Le Central koffie met een glas water voor mij en een glas Cacolac voor hem en als laatste een kaarsje branden in de Mariakapel van de kerk. Wij zijn gewoontedieren.

Althans, ik. Soms laat ik hem liggen als ik merk dat er geen behoefte is aan wandelen en Cacolac.

Dit doe ik dit jaar voor het achttiende jaar. In die jaren is de bakkerij van verschillende mensen geweest, maar deze zit er alweer lang.

Je zult zeggen: ‘ja en? Wat is er zo bijzonder hieraan?’ Dat zal ik vertellen

De boulanger is ook de plek waar men elkaar treft en een praatje maakt. Zo is er een mevrouw die altijd een taartje koopt voor zichzelf. Ze is alleen, ze woont in het dorp en ze houdt van taartjes. Geduldig wacht iedereen tot ze al haar munten bij elkaar heeft gevonden om te betalen. En er is een jonge vent die iedere dag een ficelle koopt. Een ander altijd ‘un restau’. Als de klanten binnenkomen ligt het als het ware al voor je klaar.

Zo kwam Charles Aznavour ook altijd bij de bakker. Op een oude sportfiets kwam hij aanrijden, heel langzaam, zette de fiets tegen de muur en kwam binnen om een baguette bronzé te kopen. En nee, het was niet Aznavour maar het had zijn broer kunnen zijn. Klein, zelfde mond, zachte stem en ogen vol leven. Met zijn brood stapte hij weer op de fiets en reed langzaam, licht slingerend weer weg. Naar huis. De man was oud en alleen, zo zei hij zelf.

Ik zag hem vaak in het dorp.

Tot vorige zomer. Iedereen kwam ik weer tegen. De pastoor, de truffelman, de artiest (waarvan ik overigens nooit iets artistieks heb meegemaakt) enzovoort. Maar niet Charles Aznavour.

Bij de bakker vroeg ik naar hem. Hij was eerder in het jaar overleden en het dorp was uitgelopen naar de kerk. Men miste hem want het was een vriendelijk mens. Maar wel oud.

En toen kwam de pointe. De ouden gaan dood en de jongeren verdwijnen uit het dorp. Dat was de verzuchtende conclusie. En zo is het ook. Charles staat model voor een ouder wordende bevolking van een klein dorp in de Var, in Frankrijk. De ouderen komen elkaar tegen bij de bakker en groeten elkaar. De jongeren vertrekken en masse naar Marseille, naar Aix, naar Lyon. De jongeren willen een diploma halen bij een goede school en zien een toekomst voor zich maar dan niet in het dorp. En langzaam dreigen de dorpen leeg te lopen.

De boulanger overigens was hoopvol. De jongeren komen op een dag terug. Dat moet wel. Want waar kun je brood vinden van deze kwaliteit, vroeg hij. Toch zeker niet in de stad. Dat is fabrieksbrood. Een schande.

Inmiddels ben ik ook 18 jaar ouder en moet ik toegeven dat het lekkerste brood toch gewoon te vinden is in de Rue Maréchal Foch.

De hel

07 vrijdag feb 2020

Posted by Dick Koopman in leven

≈ Een reactie plaatsen

Afbeeldingsresultaat voor foto's auschwitz

Het is alweer jaren geleden dat ik in Auschwitz was. Een hotel in Krakow, een geweldige stad. ’s Avonds wat eten op het grote plein, wat rondlopen en genieten van de stad en de relaxte sfeer. De volgende dag vroeg op en in de auto.

Het was een uurtje rijden meen ik me te herinneren en we kwamen aan in het stadje Oświęcim. Niet echt kleurrijk en we waren er ook zo doorheen. Het kamp konden we niet vinden en ik besloot aan iemand te vragen waar het was. ‘Dat is er niet meer’, was het antwoord. ‘Er is nu wel een museum, misschien bedoelt u dat?’ Terechtgewezen en de weg gewezen gingen we verder.

En zo liep ik voor het eerst van mijn leven de poort met het opschrift door, Auschwitz in. Het zag er keurig uit. Mooie gebouwen met een trapje ervoor. Aangeharkt. Als je niet wist wat de geschiedenis was zou je het zo een twee drie ook niet zien. We werden ingedeeld in een groepje en zetten een koptelefoon op. En daar gingen we. Stapje voor stapje de hel in.

Stapje voor stapje de hel in.

Ik kan me niet meer herinneren in welke volgorde en op welk moment ik alles zag maar de verschrikkingen vlogen me aan. Het gebouw met alle foto’s, de ruimten met haar, brillen, prothesen, koffers (waarvan sommige met ‘Kind’ erop geschreven en één met de familienaam ‘Fam. Komkommer’) eindeloos was het. Uiteindelijk kwam ik in een ruimte die geheel gewijd was aan de aankomst van de Hongaarse Joden in 1944. Veel foto’s, heel veel foto’s. Mannen, vrouwen, kinderen. Je weet wat hun lot zou zijn.

En opeens hangt er een foto van mijn zoon, Samuel Tibor. Hij kijkt me aan vanuit een ander heelal met zijn grote bruine ogen. Zijn brede deels Hongaarse hoofd met grote donkere nieuwsgierige ogen. Op dat moment brak ik in stukken.

De rest van de dag heb ik in een waas door Auschwitz 1 en Birkenau gelopen. Uren aaneen. Ik heb op het perron gestaan, door de velden met de overblijfselen van de barakken gelopen. Ik heb stil mijn adem ingehouden in de gaskamer. De verbrandingsovens. Uur na uur.

Aan het einde van de dag in de auto terug naar Krakow. Hotel in, omgekleed en de stad in. Daar hebben we op een terras zwijgend heel veel bier gedronken en Poolse worst gegeten. En ik hou niet eens van bier.

En nu, jaren later, is het 75 jaar geleden dat Auschwitz werd bevrijd. Er zijn volop boeken verschenen, films op tv, tijdschriften. Ik heb er geen van gelezen of gezien. Ik word zo onrustig van de herinneringen aan die dag. En ik word zo boos als ik nu mensen achteloos over de holocaust hoor praten of die zelfs ontkennen. Het is ook dichtbij.

Twee ontkwamen

Het is dichtbij omdat mijn vader in 1944 op transport zou gaan naar Buchenwald. Tag der Abreise was 18.4.44. Hij was één van tenminste 180 mannen die vanuit Kamp Amersfoort zouden vertrekken. Hij had al enige tijd in het kamp doorgebracht en het was blijkbaar tijd om te gaan. Hij was nummer 177, na 176 Koopman, Arnold en voor 178 Kosterman, L. Daags voor het transport heeft de toenmalige directeur van het Stads en Academisch Ziekenhuis Utrecht (SAZU) een verzoek tot overplaatsing naar het SAZU ingediend bij Lagerkommandant Berg. De directeur kende mijn vader en wilde hem redden.

Zo gebeurde ook. Besloten werd dat mijn vader niet op transport zou gaan en hij werd eind mei 1944 ‘entlassen’. De naam van mijn vader is met een rood potlood doorgehaald. Op dezelfde lijst staat nog een naam rood doorgehaald, 164, Ketelaar, Reinder. Die ontkwam dus ook. Wat er van de anderen is geworden, ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat ik dit schrijf doordat de naam van mijn vader met een rood potlood is doorgestreept.

Mijn jeugd in stilte over de oorlog, de foto van een jongen die lijkt op mijn jongste zoon, een doorgestreepte naam, een dag in Auschwitz, herinneringen aan mijn vader: ik leef ermee en het vormt mijn oordeel over de huidige tijd en welke ressentimenten er zoal leven.

Daardoor ben ik extra kritisch op huidige rechtse praat. Op ophemelen van onze Germaanse Noordse cultuur, over het afgeven op anderen. Nationalisme dat altijd een voorbode is van vernietiging. Ik kan niet anders.

En als mensen zich afvragen wat zij gedaan zouden hebben in de oorlog, kun je altijd de vraag stellen ‘wat doe je nu?’. Ik ben dat verplicht aan mijn vader, me iedere dag afvragen ‘wat doe ik nu’.

Hij deed in ieder geval het juiste.

De dood van Kees

15 zondag dec 2019

Posted by Dick Koopman in leven

≈ 6 reacties

Kees ken ik sinds 1998, het jaar dat wij in Zeist kwamen wonen. Kees was altijd aanwezig bij de slager en vanaf het allereerste moment klikte het tussen ons. Kees was altijd een beetje brommerig en in dat gebrom zat een heel klein hartje met hier en daar wat verlangen naar vroeger.

Met Kees maakte ik altijd een praatje over Zeist, dat ik nog niet goed kende en over lekker eten. Jarenlang kwam ik iedere zaterdag en ik werd het liefst geholpen door Kees.

De echte band kwam toen ik vader werd en Kees dat wist. Vanaf dat moment gaf hij altijd een ‘stukkie worst voor het jochie’ mee, en later voor beide jochies. De worst was (runder)kookworst. De jochies thuis noemden het altijd Keesworst. Ik vertelde het hem en hij vond het top en was ook wat ontroerd. ‘Zonder Keesworst is het weekend niet compleet’ vertelde ik hem.

Kees wist altijd wat ik wilde als ik zaterdagochtend vroeg kwam. ‘Jongens sporten?’, en dan het vaste riedeltje. Rosbief voor mijn vrouw, zult en leverkaas voor mij en een bakje Duitse vleessalade. ‘Aus der Heimat’ zei hij er altijd bij.

Hij hield van fietsen, zijn gezin en familie en hij hield van liefdevol mopperen. Op de wereld en waar het naar toe gaat. Over van alles maar uiteindelijk altijd positief en met heel veel hartelijkheid.

De jongens ontgroeiden de Keesworst maar hij bleef het meegeven. Voor mij dan.

En nu is Kees dood.

Ik hoorde het van vrienden en bij de supermarkt kwam ik een collega van Kees tegen die het beaamde. Ik kom al een tijdje niet meer bij de slager. Veranderende eetgewoonten en ik had het gevoel meubilair te worden. Ligt aan mij en niet aan de slager want die is fantastisch. En wat heb ik er spijt van want wat had ik graag nog tegen Kees in willen gaan. Terugmopperen. Zeggen dat we allemaal ouder worden en dat de wereld nu eenmaal verandert. Dat het niet anders is. Een stuk Keesworst meenemen voor ’s middags thuis op brood met veel mosterd.

Nooit meer Keesworst. Ik baal daarvan. En de rest van mijn leven zal ik aan Kees denken als ik kookworst eet. Dat dan weer wel.

Winter in de Var

05 donderdag dec 2019

Posted by Dick Koopman in leven

≈ Een reactie plaatsen

Tags

Var, winter

Afbeeldingsresultaat voor carces en hiver

Lang, lang geleden zei mijn beste vriend: ‘wanneer je ook in Frankrijk bent, er is altijd iets open, je kunt er altijd eten en drinken en het is altijd gezellig’. Dat was voor ik met mijn vrouw 20 jaar geleden op kastelentocht in de Loire ging in november. Ik had een lijstje gemaakt van alle kasteelhotels en daar gingen we. We hebben heel wat hekken gezien vanaf de buitenkant, heel wat dorpen waar echt alles dicht was en heel veel verlaten D-wegen bereden. Uiteindelijk ben ik naar Tours gereden en daar bij het station een hotel geboekt. Tenslotte is er bij een station ook altijd een hotel. Het bed was brak zoals dat kan in Frankrijk, maar de stad verwelkomde ons.

Ik moest denken aan de woorden van mijn vriend toen wij enige jaren geleden besloten in de winter af te reizen naar ons huis in de Var. Ik wist natuurlijk al dat alles weer opengaat in mei en zo’n beetje oktober weer sluit. Dat het altijd wat rustiger en ingetogener wordt. Dat is ook het mooie van oktober. De rust, het mooie weer, L’été Indien en het ontbreken van toeristen.

Dus wij in de kerstvakantie, kinderen op de achterbank, op naar Carcès. De eerste dagen laafden we ons aan de rust. De kinderen waren nog klein en vermaakten zich volkomen met gamen en televisie kijken. Het was koud maar de open haard deed het prima. Op zondag besloot ik nog even boodschappen te doen. Ik naar de Mousquetaires maar die was gesloten, de gehele zondag. Dan maar uit eten. Geen restaurant was open in het dorp. Nabij in Cotignac was er één restaurant open, een prima pizzeria.

Daags erop begon het te sneeuwen en ik moet zeggen, dat is wel prachtig. Het dal zo wit te zien, de rust die er over het land komt. Alles was prachtig. En glad. De berg afrijden was een ding maar we besloten toch even naar Lorgues te gaan. Ook daar heerste diepe rust want ook daar bleek alles dicht te zijn. En zo ging het door. Mijn moedertje zaliger zou gezegd hebben ‘het is dichtgeplakt met ouwe kranten’.

De vakantie duurde korter dan gepland. Ik hield mijn familie niet meer gemotiveerd om te blijven. Je moet ook wel een sterk gestel hebben om in diepe rust en stilte je leven te slijten op een berg met als enige afleiding het uitzicht. Ik kan dat. De rest kon het niet.

Hoezeer ik het ook mis, gewoon de stilte opzoeken van een dorp in coma en heerlijk lezen en uitrusten, ik heb inmiddels niet meer de neiging in de winter naar de Var te gaan. In Les Trois Vallées kun je tenminste nog skiën. Dus doet mijn familie dat. En ik kijk dan vanaf mijn balkon naar het zuiden en weet dat een paar honderd kilometer verderop ons huis is. Op ons wachtend tot maart, april.

Noodweer in de Var

26 dinsdag nov 2019

Posted by Dick Koopman in leven

≈ Een reactie plaatsen

Tags

Noodweer, Var

Afbeeldingsresultaat voor noodweer var

De afgelopen week: enorme regenval in de Var. Ik kom daar zo op terug. Eerst even een korte terugblik.

In oktober was het noodweer in de Var. Op een dag viel er meer dan 50mm regen en dat was te merken ook. De hele dag somber en bewolkt, wolken die bleven hangen tussen de bergen en aan een stuk door regen. En opeens hield het op met zachtjes regenen, zoals mijn moedertje altijd zei. Snel alle luiken dichtgedaan toen ik merkte dat de regen alle vloeren nat maakte. Het was avond en het werd steeds erger.

In de verte, in de bergen in het noorden, hoorden we onweer. Ook dat bleef hangen en ongeveer een uur lang donderde het dat het een lieve lust was. Sommigen vinden dat heel romantisch maar dat heb ik in het geheel niet. De avonden zonder licht zijn talrijk en het wachten op elektra daarna is inmiddels legendarisch in het mooie Frankrijk. Onweer en veel regen leveren altijd stress op.

We hadden dit jaar gelukkig wat slechte bomen laten kappen dus dat zat wel goed. En toch was er een verrassing. Mijn jongste zoon werd wakker van gekletter en geklater en we bleken een enorme lekkage te hebben. In een dikke straal kwam het water naar binnen. Emmer na emmer.

Het werd een onrustige nacht.

De volgende dag het dak geïnspecteerd. En toen bleek dat de keer dat er een studio aangebouwd is, er niet geheel conform bouwvoorschriften was gewerkt om het maar netjes te zeggen. Een dakgootafvoer was ergens gewoon afgezaagd en er zat geen pijp aan vast. De lokale aannemer was dat vergeten. Daardoor liep al het water op een klein dak dat dat niet kon verwerken. Als je Frankrijk gewend bent dan hadden we dit eerder moeten of kunnen opmerken, maar ja. Dat was dus pas na een natte nacht.

En nu vorige week. In twee dagen is 250mm regen gevallen. Er zijn doden gevallen in Le Muy en Cabasse (bijna om de hoek). Straten stonden blank, auto’s spoelden weg en de regen bleef maar duren.

En ik zat in Nederland te kijken naar het nieuws.

Dat voelt niet goed, kan ik zeggen. In oktober kon ik direct ingrijpen en de hulptroepen inroepen. Nu had ik geen idee. In deze tijd van het jaar is er niemand in het huis. Hoe is het met het huis. Hoe is het met de buren, het dorp? André die beneden woont aan de Argens, hoe is het met hem? De rivier stond in oktober al heel hoog, en nu?

Allemaal vragen die je op afstand krijgt. En natuurlijk, voor de mensen ter plekke is de narigheid veel groter. Je moet er niet aan denken dat jouw huis onder water staat, dat jouw auto wegdrijft, dat jouw winkel helemaal onder staat. De wijnboeren die de bauxietgrond over de weg zien wegstromen. De mensen die daar wonen kunnen geen kant op. En voor mij is het een luxeprobleem.

Maar toch: een huis in de Var is soms een lastig bezit.

Cassis, meer dan een drankje

19 dinsdag nov 2019

Posted by Dick Koopman in leven

≈ Een reactie plaatsen

Tags

Cassis, Var

Beter dan dit ging het niet worden in de Var: regen, regen en nog eens regen. Anders dan andere jaren, 22ºC en een loom zonnetje, was het een natte oktober. Zelfs de markt op zaterdag in ons dorp was gekrompen tot 5 standjes: twee keer kip, twee keer groenten en één keer kaas. Het was niet best. Maar een goede maaltijd kon je wel bij elkaar kopen.

De dagen dreigden zich aaneen te rijgen van binnenzitten, wat wandelen, nat worden en heel veel lezen. En lekker eten en drinken natuurlijk. Niet voldoende om een gezin met opgroeiende pubers rustig te houden. Hoewel de enorme lekkage die we hadden na een bui van 55mm regen wel voor afleiding zorgde, ook voor de pubers.

En wat doe je dan? Dan kijk je gewoon waar het niet regent, en dat was aan de kust, iets voorbij Toulon richting Marseille, en je stapt in je auto. We togen naar Cassis. Honderd keer aan gedacht maar nooit eerder naar toe geweest. Een mooie rit die steeds mooier werd qua landschap. Meanderende wegen en uiteindelijk Cassis, een echt Zuid-Frans kuststadje.

Cassis is niet groot, althans het is veel kleiner dan ik dacht dat het zou zijn. Maar: het was droog! Onder een grijze dreigende hemel lag daar de zee en het stadje gaf kleur aan een grauwe dag. Wat een lekker stadje is dit.

Wat winkeltjes, niet te veel, en vooral een lekkere boulevard met veel restaurants en cafe’s. Een relaxte sfeer en leuk volk. Geen opgefokte zomersfeer maar het gemoedelijke van het najaar na een zomer keihard buffelen. De baai ingesloten tussen wat bergen waarachter de calanques lagen. Als je de pier helemaal afloopt richting de vuurtoren ruik en voel je de zee. Je kijkt om en je ziet het stadje liggen. Rustiek, kleurrijk, Frans.

Heerlijk gegeten en gedronken, nog wat gewandeld en toen door naar de calanques die ongeveer om de hoek liggen. En dat is echt een aanrader om te doen. Dat maakt je bezoek aan Cassis volkomen compleet.

Hoe een druilerige korte vakantie kan leiden tot mooie ontdekkingen. En toch: volgende keer ga ik weer voor een warme Été Indien in de Var.

← Oudere berichten
Nieuwere berichten →

Abonneren

  • Berichten (RSS)
  • Reacties (RSS)

Archief

  • april 2026
  • maart 2026
  • februari 2026
  • januari 2026
  • december 2025
  • november 2025
  • oktober 2025
  • augustus 2025
  • juli 2025
  • juni 2025
  • mei 2025
  • april 2025
  • maart 2025
  • januari 2025
  • december 2024
  • oktober 2024
  • september 2024
  • augustus 2024
  • juli 2024
  • juni 2024
  • mei 2024
  • april 2024
  • maart 2024
  • februari 2024
  • januari 2024
  • december 2023
  • november 2023
  • oktober 2023
  • september 2023
  • augustus 2023
  • juli 2023
  • juni 2023
  • mei 2023
  • april 2023
  • maart 2023
  • februari 2023
  • januari 2023
  • december 2022
  • november 2022
  • oktober 2022
  • september 2022
  • augustus 2022
  • juli 2022
  • juni 2022
  • mei 2022
  • april 2022
  • maart 2022
  • februari 2022
  • januari 2022
  • december 2021
  • november 2021
  • oktober 2021
  • september 2021
  • augustus 2021
  • juli 2021
  • juni 2021
  • mei 2021
  • april 2021
  • maart 2021
  • februari 2021
  • januari 2021
  • december 2020
  • november 2020
  • oktober 2020
  • september 2020
  • augustus 2020
  • juli 2020
  • juni 2020
  • mei 2020
  • april 2020
  • maart 2020
  • februari 2020
  • december 2019
  • november 2019
  • oktober 2019
  • september 2019
  • augustus 2019
  • juli 2019
  • juni 2019
  • mei 2019
  • april 2019
  • maart 2019
  • februari 2019
  • januari 2019
  • december 2018
  • november 2018
  • oktober 2018
  • september 2018
  • augustus 2018
  • juli 2018
  • juni 2018
  • mei 2018
  • april 2018
  • maart 2018
  • februari 2018
  • januari 2018
  • december 2017
  • november 2017
  • oktober 2017
  • september 2017
  • augustus 2017
  • juli 2017
  • juni 2017
  • mei 2017
  • april 2017
  • maart 2017
  • februari 2017
  • januari 2017
  • december 2016
  • november 2016
  • oktober 2016
  • september 2016
  • augustus 2016
  • juli 2016
  • juni 2016
  • mei 2016
  • april 2016
  • maart 2016
  • februari 2016
  • januari 2016
  • december 2015
  • november 2015
  • oktober 2015
  • september 2015
  • augustus 2015
  • juli 2015
  • juni 2015
  • mei 2015
  • april 2015
  • maart 2015
  • februari 2015
  • januari 2015
  • december 2014
  • november 2014

Categorieën

  • Autonomie
  • Brexit
  • Burger serieus nemem
  • Burger serieus nemen
  • Commissie Stiekem
  • Communicatie
  • crisis
  • culinair
  • de open samenleving
  • deeleconomie
  • Durf te denken
  • economie
  • Europa
  • Fatsoen
  • filosofie
  • Geen categorie
  • GeenPeil
  • Grexit
  • griekenland
  • Gutmensch
  • Klant centraal
  • leven
  • Lezen
  • Literatuur
  • Maatschappij
  • Management
  • Marketing
  • mensbeeld
  • nationalisme
  • New Business
  • Ondernemen
  • Onderwijs
  • organisaties
  • Parijs
  • PEGIDA
  • politiek
  • Politiek correct
  • Populisme en de Grondwet
  • referendum
  • religie
  • Retail
  • seculaire religie
  • terreur
  • Toeristen
  • Turkije
  • twitter
  • Verlichting
  • vluchtelingen
  • Zwarte Piet

Meta

  • Account maken
  • Inloggen

Blog op WordPress.com.

  • Abonneren Geabonneerd
    • Dick Koopman
    • Voeg je bij 51 andere abonnees
    • Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.
    • Dick Koopman
    • Abonneren Geabonneerd
    • Aanmelden
    • Inloggen
    • Deze inhoud rapporteren
    • Site in de Reader weergeven
    • Beheer abonnementen
    • Deze balk inklappen
 

Reacties laden....