Veel vakantie was dit jaar al in het Covid-water gevallen. Geeft niet, het is hoe het is en zolang er geen vaccin is, zullen we ons moeten aanpassen. Toch hadden we bedacht een week naar Catalonië te gaan en dan door te gaan naar ons dorp in de Var.
Twee dagen na boeken werd Spanje oranje verklaard en dat wilden we niet. Dus snel nog even een nachtje Dijon en drie nachten Nice geboekt. En dan door naar de Var. En Marseille vooral rechts laten liggen.
Dijon was top. Iedereen liep buiten en binnen met een mondkapje. Mensen hielden afstand en we hebben de stad weer eens helemaal kunnen zien. Het blijft een mooie historisch belangrijke stad. Een stad ook waar je in een dag doorheen bent. En wat vooral opviel was de ingetogen drukte. Zeker, overal was het druk maar altijd op afstand. De restaurants hadden er alles aan gedaan de gasten op afstand te zetten en de bediening was top. Rond de Hallen was het een drukte van belang, maar wel op z’n 2020’s.
Vanuit Dijon door naar Nice. Een stad die ik niet goed kende. Goed hotel geboekt net naast het centrum. Wat direct opviel in het hotel waren de ver doorgetrokken Covid-maatregelen. Je kwam gewoon niet binnen zonder een mondkapje dat ook over de neus zat. En in het hotel was het vriendelijk streng. We gingen de eerste middag wandelen en werden door gendarmes aangesproken dat mondkapjes buiten ook verplicht waren. Daar hield overigens 98% van de mensen zich aan. Vanaf dat moment hebben we steeds met een mondkapje gelopen.
Dat is met 37 graden geen feestje maar het moest. Wandelen naar het Musée Marc Chagall, wat een absolute aanrader is. Eenmaal buiten het centrum mag het mondkapje af en dat klopt ook omdat er weinig drukte is. Bj het museum alles weer op etc etc.
Opvallend is ook dat overal goede en goed gevulde pompjes met gel staan. Dat is bij mijn lokale Jumbo in Nederland wel anders. Daar staan wat vieze halflege flessen waar iedereen aanzit met een grote rol beduimeld keukenpapier ernaast. Frankrijk neemt de boel serieus en investeert dus ook in middelen. In Nederland moet het weer voor een duppie.
Alle voorbereidingen voor de Tour de France waren volop aan de gang. Op de Place Masséna werden tribunes gebouwd en zelfs de stoeltjes op de promenade waren geschilderd in de kleuren van alle truien.
Alles was letterlijk en figuurlijk geel.
En dan, vijf dagen voor de start van de Tour, wordt Nice oranje. Opeens is het een gebied van waaruit je in quarantaine moet. En er is niet zoveel veranderd. De drukte was er, maar net zoals in Dijon. Afstand en overal mondkapjes. De reden dat het verandert is de Tour. En heel eerlijk, als ik Nice zie moet ik er niet aan denken dat er duizenden mensen bijkomen voor de Tour. Onhoudbaar wordt het dan.
En zo kan een code dus ook heel preventief worden gebruikt. Je kunt gewoon naar Nice maar je moet daarna wel twee weken in quarantaine. Dan ga je dus niet.
Wij zitten alweer lang hoog en droog en warm in de Var waar het code geel is. Mocht er iets veranderen dan blijven we gewoon op ons eigen erf. Geen enkel risico is toch het best. En over een paar dagen weer naar huis in Nederland.
We kunnen alleen maar wachten tot een vaccin. In de tussentijd moeten we vriendelijk en met respect met elkaar omgaan. Ik zou willen dat ook in Nederland een verplichting bestond om binnen altijd en overal mondkapjes te dragen. Het is zo duidelijk en het leidt tot een relaxte samenleving.
155. Dag 155 tijdens deze coronacrisis. Als iemand mij 156 dagen geleden had gezegd dat dit ons leven zou worden, had ik het niet geloofd. Maar hier zijn we met zijn allen. Over een maand werken we een half jaar vanuit huis en ontmoeten we elkaar achter het scherm.
Ik mag leiding geven aan een klein team jonge professionals. Samen hebben we een scale up, Homies Alarm, waar we zorgen dat mensen heel veilig kunnen wonen en leven. Simpel en heel modern. Vrijwel ieder alarmsysteem kan op ons worden aangesloten en daarna kun jij met je eigen netwerk zorgen dat je geholpen wordt als het nodig is. Door je eigen netwerk of door een professionele alarmopvolging. Goed en niet duur. Bij brand, bij inbraak of als je gewoon hulp nodig hebt. Onze klanten zijn tevreden en voelen zich veel veiliger dan voorheen. We voorkomen branden (al 3) en inbraken. We groeien en zien nieuwe kansen voor groei.
Begin maart waren we nog iedere werkdag bij elkaar. Niet iedereen was er altijd maar grosso modo was het contact dagelijks en intensief. En toen kwam corona. Sindsdien werken we vanuit huis.
Hoe kijken we terug?
We zijn dus 155 dagen verder. De eerste weken gingen als een speer voorbij. We zijn direct begonnen met een dagelijkse meet up. Om 08.30 uur hebben we het team ‘klanten’, om 09.30 het team ‘development’.
Het team klanten zit onze PO voor en we nemen de planning door. Communicatie, sales en klantenservice zitten bij elkaar en nemen alle tickets door en we bespreken de back log. Het team development wordt gevormd door back-end, front-end, service design en design. Ook zij nemen alle tickets door en bespreken hun back log.
Het totaal wordt gemanaged door de PO en de sprints duren twee weken. Iedere twee weken hebben we een retro en een demo. En het goede nieuws is dat we altijd iets te ‘demoën’ hebben.
Het is een klein team. Voor iedere functie is er één collega. Dat betekent dat je helemaal zelf verantwoordelijk bent voor jouw deel van het hele proces. Dat levert soms druk op en stress. Wat het ook oplevert is eigenaarschap: het is ook helemaal van jou en je kunt shinen en fouten maken. Alles kan. Fouten maken doet iedereen, dus no worries. Wel zorgen dat de fout wordt geanalyseerd en dat die analyse wordt gedeeld met het hele team. En hetzelfde doen we met alle successen. Zo leren we veel van elkaar.
Dit doen we nu al 155 dagen on line. De dagelijkse meet ups, iedere dag spreken we elkaar. Het bij elkaar zitten op deelonderwerpen, het doornemen van de voortgang, het bespreken van problemen, het hebben van ongelooflijk veel fun, het kletsen over niets: alles doen we via teams. Alle klantcontacten gaan gewoon door, evenals de verkoop. We regelen dingen voor hen, helpen hen en zorgen ervoor dat zij met tips over veiligheid de zomer doorkomen.
Waar we in het begin vraagtekens hadden bij het online werken, zijn die geheel verdwenen. Er wordt harder en vooral met meer focus en aandacht gewerkt dan eerder. Je zou bijna denken dat we dit heel lang kunnen volhouden.
Hoe kijken we vooruit?
Wat we dus zien is dat alles prima doorloopt. De mensen zijn super gemotiveerd en niemand haakt af. Maar toch.
Wat we ook zien hoe moeilijk innoveren is met alleen on-line contact. Natuurlijk bespreken we nieuwe dingen en zolang die als line extension kloppen gaat dat goed. Maar als Homies moeten we meer doen. We worden binnenkort actief in de zorg (je eigen netwerk altijd dichtbij, en je eigen GPS tracker met alarmknop), we hebben Buurtkring mogelijk gemaakt en we zijn een samenwerking gestart met KlikAanKlikUit. Dat zijn echt nieuwe dingen en innoveren is niet altijd een strak proces.
Natuurlijk, alle stappen die je zet zijn gestructureerd. Van idee tot testen, bijstellen et cetera. De stappen vormen het skelet en dat is heel mooi. Het vlees op de botten komt veel fuzziër tot stand. Je praat met elkaar, je zegt iets en denkt tegelijkertijd ‘nee, dat is bullshit’, je bedenkt wat anders. Anderen reageren op je, er vallen stiltes, je wandelt naar de koffie en opeens is er die ene inval. Dat geniale moment dat overigens nooit wordt omgezet in iets echts omdat het niet geniaal was. Maar wel de deur openzette voor veel betere ideeën. Dat organische, bijna intuïtieve zoeken en vinden gaat niet lekker via teams.
Via video mis je elkaars mimiek, wenkbrauwen, wegkijken, opveren, nadenken. Je hebt een uur en in dat uur heb je een agenda en die werk je af.
Innoveren tijdens Corona is dus een dingetje en dat voelen we als team met ambitie volop.
We moesten het dus anders doen.
Wat zijn we anders gaan doen?
We hebben een scheiding gemaakt tussen alle lopende zaken en de echte veranderingen. Als er geïnnoveerd moet worden, als het echt anders moet, dan komen we bij elkaar. Altijd en petit comité, met heel veel ruimte en de ramen letterlijk open.
Ik heb bij ons op kantoor op de meeste bureau’s NO GO stickers geplakt, handgel en spray neergezet en huisregels geschreven. Met maximaal 5 mensen op 200m2 mag er bij elkaar worden gekomen met een duidelijk onderwerp.
Zoals bijvoorbeeld zorg. We hebben voor de zorg IoT GPS-trackers besteld om te testen en de resultaten daarvan bespreken we, maar we laten ook aan elkaar zien hoe het ding werkt. Gaan ouderen ermee lopen? Hoe zwaar, hoe groot is ie? Hoe voelt ie aan? De service designer kijkt er eens goed naar, kijkt welke plek die tracker inneemt in de customer journey. We bedenken oplossingen, toepassingen. We praten over communicatie met de doelgroep, over USP’s. We interviewen de doelgroep, die het top vindt mee te werken aan een vernieuwing. Mensen willen graag contact en het betrekken van je klanten bij innovatie is niet alleen dankbaar maar momenteel ook belangrijker dan het was. Het wordt heel erg op prijs gesteld. Je laat hen namelijk ook voelen dat de wereld toch ook gewoon doorgaat.
We vinken alle items af om tot een MVP te komen en doen dat op een energieke, wendbare manier. Kritisch en met heel veel fun. We houden afstand, we wassen handen, we laten elkaar voorgaan in de gang en gaan per persoon met de lift.
En het werkt. Mensen blijven niet langer dan nodig. Iedereen houdt zich aan de afspraken en is uitermate voorzichtig. Als je je wat minder voelt kom je niet en bel je toch maar in. De dynamiek die ontstaat is precies dat wat ontbreekt on-line. En we vinden dit top. Het is fijn elkaar weer fysiek te zien, te zien hoe iedereen in zijn professionaliteit verder is gegroeid. Hoe zelfstandig men is geworden in de afgelopen maanden. En hoe we elkaar nodig hebben als team om je fijn te voelen en met de business verder te komen.
En nu?
Ik ga er vanuit dat deze coronasituatie nog maanden kan duren. We hebben onze werkwijze dus afgesproken tot het anders kan of moet. We blijven alle lopende zaken via teams doen en we zien nu al dat een aantal vernieuwingen al min of meer running business zijn geworden. Ook die komen terug in ons on-line leven.
De basale behoefte aan elkaar blijft ook bestaan. We zijn goed doordat we omringd worden door anderen die ons beter maken. Kwaliteit ontstaat ook door elkaar op de huid te zitten en door elkaar uit te dagen geen genoegen te nemen met gewoon goed. De scherpte, de innovatie en de fun zijn hard nodig. Zo lang het kan blijven we dus onder allerlei restricties zo nu en dan bij elkaar komen. Met een agenda met een onderwerp maar zonder vaste punten.
De kern is dus heel simpel. Wil je vooruit komen dan doe je dat samen. Zeker als start up of scale up heb je weinig legacy waarop je kunt terugvallen. Dus moet je de brug bouwen terwijl je erop loopt. En dat doe je samen. Vaak on-line maar ook af en toe fysiek bij en met elkaar.
Wat de toekomst ook wordt: ik heb vertrouwen dat we de juiste stappen zetten en dat op enig moment we weer ‘normaal’ kunnen leven en ondernemen. Tot dat moment is het gewoon innoveren tijdens Corona.
Want we móeten niet alleen door, we gaan ook gewoon door.
Al enige maanden heb ik mondkapjes in huis. Ooit een doos met 50 stuks gekocht omdat je maar nooit weet. Een paar gebruikt door de oudste zoon in het openbaar vervoer, en dat was het dan weer in Nederland.
En als ik alles lees wat er te lezen is over mondkapjes dan krijg ik geen eenduidig beeld. Nu is virologie niet mijn specialisme dus daar zal ik me sowieso niet aan wagen. Ook ben ik niet afgestudeerd in de wetenschap der aerosolen, dus ook daar zal ik geen uitspraken over doen. Ik kan hierin niet anders dan volgen.
Ik heb wel verstand van groepsdynamica, sociale psychologie en sociologie. Ik kan gedrag van mensen in een groter verband plaatsen en dat op die manier proberen te snappen. Dat is dus wel wat ik de hele dag doe, als een soort tweede natuur inmiddels.
De afgelopen dagen ben ik met mijn jongste zoon in Duitsland geweest, in Düsseldorf. We hebben de eerste dag 14 kilometer gelopen door de stad. Van de Altstadt tot en met Klein Japan. Dat is heel goed te doen. We hebben lekker geluncht in de Altstadt, op een terras in de drukte. Gedronken aan de rand van een drukke weg bij een klein barretje, gegeten bij een Koreaans restaurant en geslapen in een lekker hotel. De tweede dag zijn we naar de Classic Remise gegaan om ons onder te dompelen in mooie en minder mooie auto’s. We zijn heel veel op straat geweest en veel in de horeca, buiten én binnen. We zijn een warenhuis binnen geweest, Manufactum, en hebben daar een en ander gekocht.
We hebben kortom heel veel tijd doorgebracht met en tussen anderen.
En hoe is dat in Duitsland?
Nou, dat is heel prettig. Binnen, overal, is een mondkapje verplicht. Zoals ik al zei: ik heb geen verstand van de medische werking ervan! Wat die plicht wel doet is iedereen er én besmettelijk én solidair laten uitzien. Overal zie je hetzelfde beeld: mensen met een mondkapje die in een binnenruimte rekening met elkaar houden. Afstand houden. Bij iedere ingang hangt een automaat met gel. We hebben geen lege automaat aangetroffen. Anders dan in Nederland, zoals bij mijn lokale Jumbo, waar het veelal een bende is, is het in Duitsland goed geregeld. Goed werkende en volle dispensers.
Het mondkapje is het symbool dat zegt: ik kan iets onder de leden hebben zonder dat ik het weet én ik wil niet dat anderen door mij ziek worden. Het is het symbool van een solidaire samenleving. Een samenleving die qua kennis in verwarring is, door het volstrekt nieuwe karakter van Covid19 en waar mensen een leidraad moeten krijgen.
Als voorbeeld het Koreaanse restaurant. Als je binnengaat dan zet je je mondkapje op en je reinigt je handen. De tafels staan ver uit elkaar en er zitten schotten tussen. Je krijgt een formulier waarop je je naam, adres en mobiele nummer schrijft zodat je traceerbaar bent in geval van. Als je eet, eet je heel relaxt. Als je naar het toilet gaan, en dus het restaurant doorloopt, doe je je mondkapje weer op.
Iedereen doet dat en niemand doet dat niet. Dat brengt rust. En als we iets kunnen gebruiken is het wel rust in deze tijden. Duidelijkheid, discussie over de juiste dingen en niet over een verlies aan vrijheid als zo’n kapje draagt.
Dat argument in Nederland overigens is een diep egoïstisch argument. Je draagt geen kapje voor jezelf maar juist voor alle anderen. En als iedereen dat doet krijg je terug wat je erin stopt.
Het effect buiten was ook wonderlijk rustgevend. Geen mensen die tegen elkaar op lopen. Als het op een plek druk wordt op straat wachten mensen tot anderen weer voorbij zijn zodat het weer veilig is.
Het gedrag van mensen, ook van mij en mijn zoon, wordt heel erg inclusief. Je denkt actief aan alle anderen als je je kapje opdoet. Soms vergaten we het overigens. Als we in het hotel de gang opliepen was een kapje ook verplicht. Als we het vergaten deden we het snel op. Het went snel die disciplinering.
Ik ben niet zo van de discipline die wordt opgelegd. In dit geval maak ik een uitzondering. Als iedereen op deze manier laat zien dat de ander ertoe doet maakt dat samenleven eenvoudiger. Niet uitgaan van je eigen leven (‘ik vind dat niet nodig’) maar van dat van iedereen.
Ik ben erg voor Duitse toestanden hierin. Het voelt prettig, eenduidig en ja, ook eenvormig. Dat is dan maar even zo.
Nee, niet de chips hierboven waren niet ok. Integendeel. Maar daarover later.
Eerst maar even hoe we tot de chips gekomen zijn.
Gewoon een avond met vrienden afgesproken bij een strandtent in Den Haag. Laan van Poot auto geparkeerd en hoppa de duinen in. Stuk lopen en daar waren de vrienden. De aanleiding was 50 jaar vriend!
Corona, dus hoewel zij gereserveerd hadden moesten we wachten en er moesten nog tafels bij elkaar worden gezet. Het begon allemaal wat rommelig. Maar goed.
Een bekentenis.
Ik moet eerst een bekentenis doen. Ik was al wat chagrijnig. Ik heb het nooit zo op strandtenten. De mensen zijn er te uitgelaten, er zijn altijd honden en het is altijd een rommeltje in bediening en eten. Ze blinken nooit uit in iets lekkers en het hoogtepunt is gewoon friet met saté.
Maar deze kaart beloofde echt wat anders. Wagyu carpaccio, veel vegan en redelijk divers. Voor elk wat wils.
Toen we gingen bestellen bleek de helft op te zijn. Ik wilde graag vegan curry maar die was helaas op, en zo ging het nog een paar keer. Maar ja, het is coronatijd dus dat kan gebeuren. Uiteindelijk had iedereen besteld.
De zoon.
Nou heb ik een zoon (17) met een klein probleem. Hij is allergisch voor melkeiwitten. Dodelijk allergisch. Dus niet zoals in intolerantie dat je aan de rees raakt en buikpijn hebt, nee, hij overlijdt ten gevolge van melkeiwitten. Sinds enige jaren laat ik ook niet na dit te benadrukken in restaurants. Let op! Laat me alle verpakkingen zien! Kijk uit voor kruisbesmetting! Et cetera. Hilarisch is wel dat veel koks denken dat hij ook geen eieren mag hebben. (Boter, kaas en dus eieren).
Afijn dat is mijn zoon.
We letten altijd extra op. Zo ook in deze strandtent. Vooraf gezegd, met de bediening gesproken en met de chef en de eigenaresse. Dat moet want niemand kent deze allergie en dat is niet vreemd. En eigenlijk werkt de horeca altijd mee. We hebben nooit problemen en iedereen is professioneel klantvriendelijk.
De strandtent.
Ook nu leek het daarop. De chef had de fles met saus gelezen en daar zat geen melk in. Bij navraag werd mijn vrouw weggebonjourd en de eigenaresse zei nog fijntjes dat het natuurlijk in orde was.
Niet dus.
Na iets minder dan een half uur kon ik met de zoon door de duinen naar de auto lopen. Ik was heel trots op hem. Hij zei ‘pa we gaan want dit wordt heel heftig’. Toen ik vroeg of hij een epipen wilde zetten was het antwoord nee maar ik moest wel 112 bellen. Pas bij de auto zette hij zelf de pen en zei nogmaals dat het heel slecht met hem ging.
Snel en veel te langzaam was de ambulance er en men is zo’n 45 minuten met hem bezig geweest. Het personeel top en in alle rust en ik zag mijn zoon wegzakken. Als ouder sta je erbij dood te gaan. Het heet een anafylactische shock. Een soort shut down van het lichaam waarbij je hartslag op ziet lopen, bloeddruk ziet dalen en zuurstof gevaarlijk laag ziet worden.
Het Haga-ziekenhuis.
Met loeiende sirenes zijn we naar het ziekenhuis gegaan waar hij op de high care heel goed werd behandeld. We moesten blijven ’s nachts en ik mocht erbij blijven. Dat was heel mooi. Toen hij aan me vroeg of ik een oplader bij me had wist ik dat het allemaal weer goed kwam.
De nacht doorgebracht met melkvrije chips, veel cola en Top Gear en de volgende dag naar huis. Veel geslapen. Hij, maar ik ook.
Het verzorgend personeel was weer top. Louter lieve mensen die zorgen dat je je goed voelt en daar alles voor doen. Een topziekenhuis.
Daarna.
Toen mijn vrouw iets zei tegen de eigenaresse van de tent, zei die ‘ja maar met zo’n kind moet je ook niet uit eten’. De chef werd boos en reageerde alsof mijn vrouw iets verkeerd had gedaan. De volgende dag is er contact geweest met de eigenaresse. Of zij nog iets kon betekenen. ‘Nee’, zei mijn vrouw, ‘maar één ding: laat het 99 keer overdreven zijn met alle bezorgde ouders, de 100ste kan een dood kind opleveren. Neem dus altijd iedereen serieus en handel goed.’
En ik? Ik sla mezelf voor mijn kop dat ik niet de fles met saus heb bekeken en dat ik niet gewoon friet heb besteld voor hem. Ik kan nooit verslappen in mijn alertheid en hij zelf overigens ook niet.
127 dagen sinds mijn begin van de ‘lock down’. Tussen aanhalingstekens omdat de lock down in Nederland natuurlijk peanuts was vergeleken bij andere landen. Wij hoefden niet massaal echt binnenshuis te blijven, week na week. Dus tussen aanhalingstekens.
127 dagen omdat mijn lock down een week eerder begon dan de rest van mijn dorp. Een partner die werkt in het zuiden van Nederland en een rauwe keel maakten dat ik besloot een week eerder thuis te blijven. De week erop ging heel Nederland dicht.
127 dagen: als je het zegt schrik je er van. Ik kan me nog herinneren dat we tegen elkaar zeiden dat het wellicht tot april en misschien tot en met mei zou gaan duren. Dat was een naar vooruitzicht. En hier zitten we: begin juli is het.
Nog twee weken eerder is het dat ik wegreed uit Les Ménuires, na een week onbezorgd in de sneeuw. Toen niet onbezorgd, maar met terugwerkende kracht wel. Deze tijd zet alles in een nieuw licht. De wereld voor covid19 was onbezorgd, licht, makkelijk, gezellig. Normaal dus. Het is al heel lang niet normaal.
En dan opeens een weekeindje weg in Friesland, Beetsterzwaag. De aanleiding was de tachtigste verjaardag van mijn schoonvader. Hadden we al veel eerder willen doen maar toen (maart) kon het opeens niet meer. En nu dus wel. Het hotel was compleet covidproof: looproutes, overal desinfecterende middelen, 50% bezetting, de tafels ver uit elkaar, maximaal vier mensen in het zwembad. De gasten hielden gepast afstand en waren zeer welwillend. De kamer was top en het diner was de ster meer dan waard. Alles klopte dus.
Dat weekeindje voelt nu, achteraf, aan als een week weg. Hoe je bijna vergeet hoe lekker het is om in een goed hotel te zitten waar alles geregeld is. Hoe het is om met een glas wijn het gazon op te lopen en ergens in de zon te gaan zitten. Hoe je ’s avonds het restaurant binnenloopt en het ene na het andere fantastische gerecht met een topwijn erbij geserveerd te krijgen.
De natuur, de Hollandse luchten boven de bossen. De ooievaars die langzaam overvliegen en op het nest gaan zitten klapperen. De wespen die en masse op het suikerbrood zitten. De geur van het gras. Alles. Alles opzuigen alsof het nieuw is.
Een weekeindje weg heeft het effect van een ouderwetse vakantie die oneindig leek te duren. Na zoveel dagen dagelijkse routine die oneindig lijkt te duren.
Frankrijk. Waar de stranden heerlijk zijn omdat het Franse stranden zijn. De breedte van de stranden bij Lacanau, Mimizan, de golven. Het wisselvallige weer. Zuid-Frankrijk met fijne badplaatsen als Cassis, Sainte-Maxime. Tarte Tropézienne eten op de boulevard. Ach, het Franse strand.
Vaak zul je me er echter niet vinden. En dat ligt niet aan de bedjes die je voor veel te veel geld kunt huren, of het zand dat echt overal zit als je weer eenmaal in de auto naar huis zit. In mijn geval is het wat anders.
Laat het me uitleggen.
Ik woon in een dorp in het midden van het land, een dorp met nogal wat welgestelden die allen van het goede leven genieten. Ik ken er nogal wat en als je elkaar tegenkomt is het altijd gezellig.
En nu weer terug naar de Franse kust.
Jaren geleden gingen we naar Sainte-Maxime. Meestal nemen we daar de boot naar Saint-Tropez maar die dag hadden we een beter idee. We zouden gaan lunchen op het strand, net buiten het centrum ligt La Voile. Een tent met valet parking service en dat leek me wel handig. Geen gedoe met parkeren en gewoon gratis. Hoe mooi kan het zijn.
Afijn, autosleutel afgegeven, bedjes gehuurd en daar lagen we. Beetje op elkaar gepakt maar dat neem je er dan maar bij. De jongens waren blij, gingen direct de zee is en ik erachter aan. Heerlijk. Je zwemt de zee in, je kijkt om en daar ligt het dorp onder de Provençaalse zon. Geel, bruin, kleurrijk blakerend, prachtig. Ik word daar gelukkig van. Na enige tijd ging ik de zee uit keek om me heen en zei tegen mijn vrouw ‘daar verderop zitten de Berkjes’. Een familie uit mijn dorp. Beetje zwaaien want wij waren ook gezien. Even later zegt mijn vrouw ‘en daar zul je de Bordewijkjes hebben!’. En verdomd ze waren het.
Die ochtend schoven Martijn nog aan, heeft een huis in Sainte-Maxime, en de familie De Wolf. En voor we het wisten waren we uitgenodigd om te lunchen en zaten we aan een lange tafel onder de parasols aan het strand. Het was gezellig. Het was net thuis in Nederland.
Het was ook de laatste keer dat ik dat deed, en dat heeft niets met al die mensen te maken. Daar is niets mis mee. Het ligt aan mij. Er zijn twee soorten vakantiegangers: zij die met zoveel mogelijk mensen op pad gaan en dat heerlijk vinden. Samen een villa huren en twee weken iedere avond met elkaar feest vieren. En er zijn vakantiegangers die dat nu juist allemaal niet willen. Gewoon met elkaar op een fijne plek genieten van het leven. Zonder dat het leven van alledag er ook is.
Ik behoor tot die laatste groep.
Dus wat te doen?
Simpel: een alternatief hebben. En dat is er. Ons huis in de Var ligt precies tussen de kust en het Lac de Sainte-Croix in. Een meer aangesloten op de Gorges du Verdon. De volgende keer gingen we dus naar het noorden, door Aups, en dan na een beetje touren ben je er. Het meer. Je ziet het, als je door de bergen aan komt rijden in een bocht in de weg voor je liggen. Prachtig blauw, spiegelend. We parkeerden ergens bij Les Salles-sur-Verdon.
Spullen mee en je loopt tussen louter Fransen naar een kiezelstrand waar de rust over je neerdaalt. De bergen, het blauwe koude heldere water, de afwezigheid van toeristen (nou ja, vier wel) en vooral de sfeer. Bij de plek waar wij zitten heeft een surf dude op leeftijd een tentje waar je broodjes en drank kunt kopen. Je bestelt wat, hij mompelt iets en dan ga je zitten wachten op een van de stoeltjes onder de bomen. En het kan dan tien minuten duren maar ook zomaar meer dan een half uur. Hangt van zijn energieniveau af.
De loomheid hangt over de mensen. Er wordt uitgebreid geluncht, het zijn tenslotte Fransen, en een beetje gebabbeld. Loom dus. Hier en daar een fles champagne, in ieder geval altijd wijn.
Je huurt een waterfiets en je gaat een uurtje dobberen. Beetje ervan af springen, wat zwemmen en weer opdrogen. Meer is het echt niet. Geen opwindende plek.
Een paar jaar geleden had men iets geks bedacht: een gigantisch opblaaskasteel op het water! Lang geduurd heeft dat niet, want op dag drie brak iemand zeer stevig arm en schouder toen hij ervan af sprong. Het kasteel hebben we niet meer gezien.
En ach, waar gaat het allemaal over? De dorpsbewoners in Sainte-Maxime zijn aardige mensen en de sfeer is goed. Maar mijn thuis meenemen op vakantie vind ik echt niks. En nee, bij het Lac is geen valet parking, geen dure bedjes te huur en mondain is het ook al niet. Maar wat is het heerlijk om zonder drukte zo te kunnen genieten van zon, zee en, ja, kiezels.
Vandaag de geboortedag van mijn vader. 101 zou hij nu zijn. Ik ben blij dat hij dit allemaal niet meemaakt. De winter gaat flink tekeer. Gisteravond is het gaan sneeuwen en het sneeuwt nog steeds. In een paar dagen tijd is er bijna dertig centimeter gevallen. Vannacht was het -13ºC. Ik kan me nog herinneren dat het jaren geleden zo koud was op wintersport in Les Ménuires. Wintersport, hoe lang ben ik er al niet geweest. Maar koud is het wel.
Woensdag 16 februari.
Vandaag wat hout naar binnen gehaald. De open haard draait overuren. Ik ben best trots op het feit dat ik een ombouw heb gemaakt met een warmtewisselaar zodat we toch gewoon kunnen douchen. De jongens zijn er blij mee. Ik weet nog dat we van het gas af moesten vorig jaar zonder dat ik direct een alternatief had. Geprobeerd zonnepanelen aan te schaffen maar er was schaarste. We staan op de wachtlijst dus ze komen wel maar geen idee wanneer. Dan maar zo. De jongens kunnen gewoon douchen en het huis is warm. De oudste had het zich wel anders voorgesteld ooit: studeren in Eindhoven, maar ze wonen beiden nog steeds thuis. Waarom zouden ze ook weg willen? Alle colleges nog steeds on line en mijn eten is top. En ik vind het top, iedereen dichtbij.
Donderdag 17 februari.
Gisteravond de persconferentie. Rutte deed het weer goed. Na de verkiezingen van vorig jaar is er een rust over de politiek gekomen. De vier doen het goed samen. En de rest van de partijen heeft het nauwelijks gered. Milieu bleek niet echt nog meer een item te zijn omdat de lucht schoon was en we na de ramp in Rusland sowieso van het gas af moesten. En alle extremistische partijen zijn gereduceerd tot splinters. Was ik erg blij mee. Gewoon ouderwetse partijen die gedegen politiek willen bedrijven. Ik had al niks met die politieke toeristen.
Maar het blijkt ook dat er nog steeds nieuwe gevallen zijn. Volgens mij is de gemiddelde leeftijd in Nederland flink gedaald maar dat weet ik niet eens zeker. Ik volg de cijfers al lang niet meer. De IC’s zijn en blijven op sterkte en dat is goed. Vorig jaar ging het allemaal best prima tot iedereen weer ging reizen. Wij niet, althans niet ver. Frankrijk was weer top maar we mochten nauwelijks het huis uit. Wel boodschappen en dan weer snel terug. Maar met elkaar lekker eten en drinken en spelletjes doen was lekker. 1300 kilometer in de auto was wel een gedoe, vooral onderweg. Om de beurt naar de plee langs de poortjes met UV. Na mei vorig jaar zijn we gewoon niet meer weg geweest.
Dat iedereen weer ging vliegen heeft ons de das omgedaan. Met alle toeristen die terugkwamen uit de VS en Afrika waren we weer terug op het niveau van november 2020. Dat was dikke shit.
De persconferentie leverde trouwens weinig nieuws op. De nieuwe voorraad mondkapjes wordt vanaf morgen weer aan huis afgeleverd, dus we kunnen weer boodschappen doen. Verder veel video met de vrienden en vooral vanuit huis werken.
Vrijdag 18 februari.
Uitgeslapen want geen vroege vergaderingen. Ik kijk uit naar morgen want dan hebben we de wekelijkse vriendenborrel. Die wordt steeds uitgebreider. Ieder van ons kookt een gang en die leveren we bij elkaar af en dan met elkaar eten en drinken en vooral zeiken over elkaars eten. “Beetje boers”, “iets teveel Ottolenghi” etc etc. Erg leuk en we worden steeds creatiever. Zelf nu in het derde jaar lock down blijven we met elkaar optrekken en dronken worden.
Het is weer een koude dag. De hemel is helderblauw na de afgelopen dagen sneeuw. De laatste jaren lijkt de lucht toch veel blauwer dan ik me kan herinneren in mijn leven. Ik zal het me wel verbeelden.
Zaterdag 19 februari.
De bezorging van de groothandel is net weg. Ik heb weer alles in huis. Eten en drinken. Ik ga zo buiten op hout koken want ik heb de gasflessen nog niet omgeruild. Ik mag pas volgende week. Het went, dat koken op hout. Het is wel koud maar daar kun je je op kleden. Alles krijgt een lekkere rooksmaak. Das ook het nadeel trouwens. Vanavond maak ik het tussengerecht. Lekkere risotto met truffel. Hoe we het land op afstand laten werken blijft een wonder. Ik heb gewoon verse truffel en een topwijn erbij. De ongemakken zijn klein.
Waar ik blij mee ben is dat mijn boekhandel er nog steeds is. De enige nog in het dorp. De rest is failliet gegaan. Veel winkels zijn sowieso verdwenen maar er zijn er ook veel bijgekomen. Online shops hebben nu een eigen afhaalplek in het dorp. Er zijn afhaalrestaurants die goed draaien en ook thuis bezorgen. We zijn met elkaar heel creatief geworden met elkaar. Maar sneu is het wel voor de rest. We hebben hier in het dorp een aantal anderhalvemetercafé’s gelukkig. In een ervan, ‘5 feet down’, kom ik af en toe met de mannen. Wel spaarzaam want voor ik het weet zijn mijn tokens op en dan moet ik weer maanden wachten.
Zondag 20 februari.
Op de BBQ croissants gebakken! En ze zijn weer gelukt. Krant lezen en dan ga ik de familie maar eens wakker maken. Weer een zondag als alle andere. Wandelen, genieten van de natuur want ook vandaag is het snerpend koud én heel helder. Even naar de Mariakapel om een kaarsje te branden voor de doden. Blijf ik doen. Vroeger deed ik dat in Kevelaer maar dat kan niet meer. Ik ben benieuwd wanneer Duitsland weer opengaat. Ik mis de zult.
Afgelopen week heb ik een familielid begraven. De tijd ligt niet zo lang achter ons dat we dan met elkaar naar een begraafplaats gingen, stonden te wachten in een hal voor we naar binnen mochten en dan een uur aanwezig waren bij de afscheidsdienst. Daarna nog bijpraten in een zaaltje en dan weer naar huis.
Dat is nu toch een beetje anders. Er mochten maximaal 30 mensen aanwezig zijn en dit familielid had een grote familie. Dat betekende dat ik kon inloggen op een site om live mee te maken wat er gebeurde. En dat is best vreemd.
Om een aantal redenen.
Allereerst ben je na een week of zeven online vergaderen en meeten gewend dat je camera aanstaat en dat je gezien en gehoord wordt. Dat is nu helemaal niet het geval terwijl je echt heel keurig stil blijft zitten met de camera aan, maar je microfoon uit. Hoe we in korte tijd nieuwe gewoonten ontwikkelen.
Daarnaast mis je de mensen om je heen. Een lachje, een knikje, even je hand op een schouder leggen ter troost. Het is er allemaal niet. Gewoon vanachter mijn tafel waar ik de ochtend werkte en na de dienst weer verder zou gaan keek ik toe. Vanuit allerlei hoeken ook nog eens. Waar je in aanwezigheid aan je stoel bent gekluisterd, krijg je nu allerlei camerastandpunten. Je ziet echt alles.
Je mist ook de sfeer van een aula. Niet dat dat mijn favoriete plek is, maar bij een begrafenis maant een aula je tot nederigheid en aandacht. Al in de auto naar de begraafplaats toe verandert je gesteldheid, je gemoed. De wandeling naar de aula maken je nog bewuster van de eindigheid van het leven. Je bent er niet voor jezelf en je wilt zo ingetogen als mogelijk afscheid nemen.
En als laatste de muziek en de toespraken: in een aula zit je daar als het ware middenin en achter je laptop niet.
En toch was het een mooie dienst zo van een afstand. De muziek klopte volkomen. Er werden herinneringen opgehaald die ik volkomen herkende. De overledene kwam helemaal aan bod. Mooi, open en eerlijk. Het was niet altijd een makkelijk mens en dat kwam naar voren. De ruwe bolster, blanke pit. De grote mond en talloze onafgemaakte projecten. Eerlijk en met liefde gebracht. Met humor ook.
Na een klein uur was het voorbij. De mensen verlieten de aula langs de kist. Sommigen legden hun hand erop, anderen liepen snel door. Ieder op de eigen manier.
En wat er toen gebeurde..
En wat er toen gebeurde heb ik met dubbele gevoelens gadegeslagen. Bij een normale uitvaart verlaat je de zaal en mogen de meest intieme relaties nog even achterblijven om in stilte afscheid te nemen. Dat werd eveneens integraal uitgezonden. En dat was best gek. Ik zag mijn familie opstaan en elkaar bij de kist troosten. Even de bloemen verleggen. Met elkaar praten. Armen om elkaar heen geslagen. Heel de intimiteit van dat moment werd openbaar. Ik vond dat aan de ene kant voyeurisme dat niet kies was.
En toch stopte ik niet met kijken.
Want er was ook een opmerkelijk positieve kant aan: ik voelde op dat moment hoezeer je via videobegraven bij de levenden betrokken bent. Veel meer dan normaal. Normaal ben je er voor de dode om afscheid te nemen met respect. Maar omdat er zoveel techniek zit tussen wat er in een aula gebeurt en jou als kijker ontbreekt die intimiteit volkomen. Wat je wel meekrijgt zijn alle beelden van de aanwezigen. Volop. Alles en iedereen zie je en daarmee ben je meer met hen bezig dan in een normale setting.
En die laatste minuten zag ik de mensen van wie ik hou in al hun kwetsbaarheid bij de kist staan, bloemen verleggend, de kist aanrakend, strelend, elkaar aanrakend. Dat was ontroerend mooi. Iets wat je verder niet ziet in normale omstandigheden.
Overigens ben ik van mening dat de uitzending moet stoppen als iedereen de aula verlaat. Dat is toch de betere optie.
De straat verder omhoog en daar zit hij, de truffelman. Jaren geleden had hij een winkel in visuitrusting en wapens. Toen kwam de crisis en hadden mensen al een hengel of een gun. Hij verkocht niets meer. Van zijn spaargeld heeft hij toen land en een hond gekocht en zoals gehoopt had hij beet: truffels! En nu verkoopt hij door de hele Var op markten truffels. Goede geurige truffels voor een mooie prijs.
Ik schud zijn linkerhand, zijn rechter is niet helemaal ok, en koop drie truffels voor €15. Geen geld. Hup, in de tas met het brood en op naar het terras van Bar “Le Central”.
Ik wandel de straat weer af naar beneden. In een half uur is het al drukker geworden. Het geroezemoes is toegenomen, mensen staan met elkaar te praten. De pastoor is er ook weer. Ik groet hem. Onder zijn arm een fles wijn, gekregen van een lokale wijnboer. Zo scharrelt hij zijn maaltijd bij elkaar. Wat brood, een stuk kaas, een lekker worst…oh wacht, worst! Ik zou bijna worst vergeten. Drie worsten voor €10, het is weer geen geld. Ik koop er drie: een sanglier, een au romarin en een noix. Hop in mijn tas.
Het terras is nog redelijk leeg om deze tijd, het is vroeg. Mijn vriend de artiest zit er al achter een glas witte wijn. Ik ken zijn naam niet, we praten al jaren wat met elkaar. Hij ziet eruit als de Franse broer van Steven Seagal. Ruwe bolster, blanke pit. Hij zegt dat hij artiest is maar hij is erg vaag waarin dan. Maakt niet uit. Aardige vent die hier altijd zit. We wisselen wat woorden uit.
Comme d’habitude wordt mij koffie met een glas water gebracht. Ik zit en kijk mensen, zoals iedereen in Frankrijk op een terras doet. En als ik uitgekeken ben leg ik geld op tafel, sta op en loop naar de kerk. Iedere dag steek ik hier een of meerdere kaarsjes aan. Voor de levenden en voor de doden. Het schijnt ook te werken als je er niet in gelooft.
Het schijnt ook te werken als je er niet in gelooft.
Zoals altijd komt er een grote rust over me als ik de treden afga de kerk in. De kerk is niet groot maar voor een dorp als dit zeker voldoende. Er klinkt altijd muziek uit de luidsprekers, zacht en bijna onhoorbaar. Boven de ingang is een soort caveau op hoogte gebouwd met daarin het orgel. Sinds de nieuwe pastoor er is, zijn er lichteffecten aangebracht. Langzaam gaat het van rood naar blauw, paars, geel, groen en weer terug. Een beetje kermis maar wel leuk. Ik kijk naar boven en het is paars.
Ik koop een kaars en loop met knerpende zolen door de kerk naar de Mariakapel. Ik steek de kaars aan en zet die neer bij Maria. De eerste in deze week. Morgen brandt de kaars nog net als ik er een nieuwe naast zet. Ik blijf even stil staan, draai me om en loop weer de zon in.
De straat verder uit, langs de kippenboer en weer rechts op weg naar huis. De tas met brood en worst en truffels gevuld. Ik weet dat als ik eenmaal thuis ben ik nog naar de Hypermarché ga om de rest te komen voor de komende week. Drank, chips, koffie, thee, van alles en nog wat en een fles whisky. Dan is het leven klaar om mee te beginnen.
Intussen wandel ik weer langs Les Chineurs, groet Seb voor de tweede keer en moet ik nog anderhalve kilometer. Onder de platanen door, de brug over en de Chemin Caramy op naar boven. Het eerste stuk, langs de zusters, is heel relaxed. Vlak bij ons huis gaat de weg omhoog met een procent of 25 schat ik. Ik voel mijn benen na een nacht in de auto. Heerlijk. De bocht door en het hek bij het zwembad door. Het zweet op de rug.
De familie slaapt nog. Het is diepe stilte in huis. Ik doe alle luiken heel zachtjes open, het licht stroomt het huis in, pak koffie en een kontje van de baguette. Ik loop naar buiten het overdekte terras op. Het is koeler dan ik dacht. Ik ruik de Var in de ochtend. Ik hoor de vogels en verder helemaal niets.
Zo nog naar de supermarkt, het kippetje halen op de markt en we zijn klaar voor een week hier in de Var.
Ik zit alleen op het terras en ben intens gelukkig.