Paris boulevard with autumn trees, café, bookshop, pedestrians, and traffic

Het is 1 september. Een prachtige dag en een prachtige datum. La grande rentrée: de terugkeer na alle vakanties. Het leven begint weer. Zo voelt dat voor mij.

In mijn vroege jeugd keek ik altijd uit naar het einde van de grote vakantie. Bij V&D mocht ik dan met mijn moeder nieuwe schriften en pennen en passers en potloden en gummetjes en nog veel meer kopen om weer naar school te gaan. En nee, school als instituut vond ik helemaal niets. Een grote disciplineringsfabriek (zo noemde ik dat toen overigens nog niet, Foucault was voor mij onbekend) waar ik moest doen wat anderen zeiden. Dus niet daar verheugde ik me op, maar wel op iets anders.

Ik ging weer dingen leren, nieuwe dingen of een verdieping op wat ik al wist. Ik kon weer urenlang schrijven in mooie schriftjes, boeken lezen en daarover overhoord worden. Ik voelde het bloed weer gaan stromen, na maandenlange stilstand in de zon.

Toen ik naar de universiteit mocht werd dat nog veel sterker. Al die kennis, al die boeken. Een leven dat draait om leren, nieuwe kennis opdoen, examens afleggen om te zien hoe ver je bent.

Dat gevoel is er nog. Op 1 september begint voor mij het jaar. Ik zit vol met ideeën, wil dingen anders gaan doen, heb zin in het ontdekken van een nieuwe filosoof, auteur, keuken. Maakt niet uit. Creatieve onrust is het. Ik verheug me op een nieuw jaar dat loopt tot juli volgend jaar. September is het begin van heel veel.

De sfeer heb ik aan AI gevraagd te vangen in een beeld. Dat beeld staat hierboven. Zo beleef ik de herfst. In een stad, winkelend, boekhandel in, boekhandel uit. Op een terras in de lauwe herfstzon zitten met de geliefde en een glas champagne drinken.

Herfst is voor mij ook weer beginnen met mijn bedrijf. Nieuwe dingen, nieuwe ideeën hebben en in gang zetten. Een team enthousiasmeren, meekrijgen en dingen doen waarvan iedereen dacht dat die niet zouden lukken. En toch slagen.

September is een mooi begin van een mooie tijd. Herfst.

PS: die ‘foto’ is niet simpel tot stand gekomen. Eerst reden auto’s op dezelfde rijbaan alle kanten op. Was er opeens een fietser tussen al het verkeer in. Mensen deden rare dingen en in het uiteindelijke plaatje zie je de fietser op het trottoir lekker op de boekhandel af fietsen. Als je ziet hoeveel werk we besteden aan het instrueren van AI, en hoeveel genoegen we nemen met ‘net niet’ wordt het mij droef te moede.