Een leuk stel mensen op de foto. Helemaal klaar voor een Soirée Blanche bij Le Jardin Secret in Cotignac. Een avond in de wijngaarden waar je gefêteerd wordt op een heerlijke maaltijd, met heerlijke wijnen en een gezelschap dat een verrassing is. Je weet niet met wie je die avond gaat dineren. Dat stel mensen ben ik met mijn gezin en vrienden. We hadden een geweldige avond.

De foto is genomen daags nadat de laatste branden in Cotignac hadden huisgehouden. Tot vlak achter het domein was de brand gekomen. Op meters van de hoofdgebouwen. Als je Cotignac binnenrijdt vanuit Carcès dan zie je links de ravage die de brand heeft achtergelaten. Grijs, grauw, huizen die ternauwernood zijn ontsnapt, andere huizen die volledig zijn afgebrand. Het restaurant had besloten de avond door te laten gaan, ‘omdat we altijd weer opstaan’. Laten zien dat een Fransman er altijd bovenop komt. Vandaar die mooie avond.

Ook daags na alle branden hadden we onze eerste officiële apéro met de directe buren. Geaccepteerd als we zijn, hadden we een heel leuke, kleurrijke avond die in het teken stond van alle ravage. En natuurlijk ook over ons buurtje bovenop de berg. Over het feit dat we met zijn allen aan een doodlopende weg wonen. Dat we waakzaam moeten zijn en moeten zorgen voor elkaar.

Ook de gesprekken in het dorp gingen daar steeds over. Bij de bakker, op het terras. Over een mevrouw in Correns die het dorp niet meer uit kon komen. Links vuur, rechts vuur. Geen kant op kunnen. En al pratende waren er steeds drie dingen die werden benoemd.

Allereerst dat diegenen die verantwoordelijk zijn voor deze branden zwaar gestraft moeten worden. Liefst op het dorpsplein en graag zo zwaar mogelijk. De mensen zijn heel boos en weten dat de branden altijd door iemand worden veroorzaakt. De mensen in de Var zijn niet heel zachtzinnig hierin. Als je in Nederland nog ‘nou, nou, dat mag wel wat minder’ kunt denken, dat is hier niet het geval. De boosheid is er bij iedereen. De behandeling van de fikkiestokers varieert maar loopt altijd zeer slecht af voor de fikkiestoker.

Dan over de zorg voor elkaar. Iedereen heeft wel iets voor een ander gedaan. Mensen in huis genomen, extra brood gebakken voor de pompiers, geholpen met de troep opruimen, je eigen afspraken op de lange loop laten omdat anderen voor moeten. Van groot tot klein: men doet iets en daar is men trots op. We zorgen voor elkaar. Een solidariteit die onnadrukkelijk vanzelfsprekend is.

En dan het klimaat. Iedereen ziet dat het klimaat verandert, dat dat door de mens komt en dat dat leidt tot verschrikkingen. Alleen: wat is je handelingsperspectief? Wat kun je als inwoner van Carcès daartegen doen? Het vertrouwen in de grote overheid in Parijs is heel klein, het vertrouwen in de gemeenschap is groot. Er wordt dus gesproken over samenwerking tussen gemeentes om brandwallen aan te leggen. Om eerder ter plekke te zijn als er iets is. Om niet meer open te barbecuen, geen sigaretten meer weg te gooien, et cetera. Het zijn kleine oplossingen voor grote problemen. Anderen stoppen met olijven of wijn en leggen pistacheboomgaarden aan. Meegaan met de verandering. Men zoekt een uitweg, een nieuwe mogelijkheid in een wereld die op zo’n grote schaal verandert, dat je je machteloos voelt als je niet uitkijkt. En het laatste wat men hier wil is machteloos zijn.

Intussen hebben we dus een diner in de wijngaarden, een apéro met de buren, dansen we op de Grand Aïoli op de Place Respélido en drinken we ons drankje op het terras. Want ondanks alle gedoe moet je wel genieten. Omdat je niet kunt strijden op grote schaal, doe je dat op kleine schaal en geniet je desalniettemin. Want dat heb ik wel geleerd in het zuiden: tegenslagen kunnen groot zijn maar je moet altijd met elkaar wat drinken en eten. Dat helpt.

In de afgelopen twee weken is er veel regen gevallen. Dat lucht op. Brand kan heel lang in de grond blijven zitten en dan is er weinig voor nodig om de boel weer op te laten laaien. Door alle regen is die kans nu veel kleiner. Wel weet iedereen dat zulke grote branden normaal zullen worden. Ieder jaar is er ergens wel een brand, maar dat was altijd vrij beperkt. Nu wat er iets nieuws: honderd vierkante kilometer, zeventien dagen lang in brand. Het zal niet de laatste keer zijn.