
Het is zo’n stad waar je niet toevallig langskomt, zoals Lille of Nancy. Je moet er wat moeite voor doen en dat deden wij dan vorige zomer ook. We gingen naar Chartres! En dan door naar Carcassonne en uiteindelijk naar ons huis in Carcès.
“Chartres?” vroeg mijn gezin, “wat is daar nou te doen?”
Genoeg, en daarin zal ik jullie meenemen.
Van de Middeleeuwen naar de rivier
Je weet alleen maar van Chartres door de borden langs de weg. Maar bij het inrijden van de stad zie je direct de kathedraal. Prachtig in de zon. Dominant. Mijn reden om te gaan overigens.
We reden naar ons hotel tegenover het station, checkten in en gingen direct de stad in. Ik had iedereen al voorbereid dat het niet groots en meeslepend zou zijn. Wel mooi en interessant.
Zo bleek ook.
De sfeer in de stad is heel relaxt, en naarmate je meer naar het centrum loopt, ben je een bezig met een tijdreis. Je loopt de Middeleeuwen in. Het centrum is niet groot, maar gewoon heel mooi en lekker. Pleinen en pleintjes met terrassen en (naar later bleek) goede restaurants.
Wat het leuke van de stad is, is dat je de buurt rond de kathedraal hebt, de ‘bovenstad’, en een ‘benedenstad’. De bovenstad is echt druk, vol moet toeristen. Er is ook het meest te beleven. Op het grote plein zijn terrassen en restaurants waar je als toerist prima kunt eten. Niet top, maar gewoon ok. Blijf daar niet en ga via de Rue des Changes naar de Place Billard met de markthal (uit 1899, een prachtig bouwwerk). Daar vind je betere restaurants en terrassen. Die markthal is sowieso een bezoekje waard. Vooral op woensdag en zaterdag, als er etenswaar en veel streekproducten worden aangeboden. Toen wij er waren was er op zondag ook een brocante-markt. Erg leuk. Een boekje gekocht (Sartre in Chartres) en een mes.
Vervolgens zijn we richting rivier, de Eure, gelopen, de benedenstad in. Dat was een verademing. Wat een stilte en wat een rust. Hier geen toerist te bekennen. Nou ja, op ons na dan. We kwamen uit bij de église Saint-Pierre. Een kerk uit de twaalfde eeuw. Prachtig. Van buiten, en van binnen maakt die een wat beschimmelde indruk. Hier voel en ruik je de eeuwen. Geen opsmuk, gewoon hoe het is. Mijn aanrader is dan ook: ga de benedenstad in en laat je verrassen door mooie huizen (vakwerk, muurschilderingen) en een kerk als deze. Wandel richting de Eure.
Chartres en de oorlogen van Frankrijk
We liepen terug naar ons hotel langs een mooi monument: een gebeeldhouwde hand met daarin een afgebroken zwaard. Een gedenkplaats voor de verzetsstrijder Jean Moulin (1899-1943), die je in Chartres overal tegenkomt. Ook als muurschildering in de Rue du Cheval Blanc bijvoorbeeld. Het hele monument is ter nagedachtenis van alle Fransen die gesneuveld zijn in de grote oorlogen. Het is een indrukwekkende wandeling langs deze Chemin de Mémoire.

Die avond hebben we gegeten bij een tentje op de andere hoek van ons hotel. Een klein tentje waar met plezier en veel liefde wordt gekookt. Alles klopte, alles was lekker en in Frankrijk op een hoek in de drukte buiten eten aan een klein tafeltje is toch altijd een hoogtepunt.
De kathedraal
Vertellen over Chartres en dan niet ingaan op de kathedraal? Dat is niet mogelijk. Gespaard in WO2 staat hij prominent in de stad. De twee ongelijke torens maken hem uniek. Het plein eromheen biedt veel ruimte om vanuit iedere hoek te genieten van de schoonheid. Het is een van de hoofdkathedralen van Frankrijk.
Maar zoals het met alles is: het ongeïnformeerde oog ziet niet zo heel veel. Mijn vrouw en zonen zagen dus ‘gewoon’ weer een kerk. Tot ik ze het geheim van Chartres vertelde.
Maar eerst even alles wat niet geheim is. De Cathédrale Notre-Dame de Chartres is rond 1200 gebouwd, en is een van de mooiste kathedralen die ik ken. Als je geluk hebt er op een zonnige dag te zijn dan valt direct bij binnenkomst het prachtige licht op. Bouwers wilden de pracht en praal van de Stad Gods verbeelden met het licht door de ramen. Dat is hier goed gelukt. Prachtig blauw. Wat ook mooi is, is het labyrint op de grond. Ik weet nog dat ik er voor het eerst was en me te pletter zocht en toen erachter kwam dat ik erop stond. Het is groot en er staan eigenlijk altijd stoelen. Het idee ervan is mooi: als pelgrim loop je het af tot het midden om daar te genieten van de kerk. Maar goed: nu staan er vooral stoelen op.
Het is, kortom, een prachtige kerk. De moeite van het omrijden waard. Maar er is meer.
Het geheim van de kathedraal
Eerst een beetje terug in de tijd, naar het Oude Testament, Exodus 25:10. Daarin staat beschreven, inclusief maten en materiaal, dat er een Ark, een kist is gemaakt om de Tafelen met de Tien Geboden in te bewaren. Met die tekst in de hand kun je de ark nu gewoon nabouwen. Met die ark is iets vreemds: hij is verdwenen. Historisch gezien is het heel plausibel dat hij ook echt heeft bestaan. Hij wordt vaak genoemd, ook buiten de Bijbel. Uiteindelijk komt hij bij Salomo uit, in de Tempel. Vanaf dat moment ontbreekt ieder spoor. En je moet je voorstellen dat dit naast de kelk waaruit Jezus dronk een heel belangrijk item is in het Christendom. Maar waar is de Ark gebleven?
Chartres vertelt ons meer over dit geheim.
Maar eerst natuurlijk de vraag: als iets geheim is, hoe weet ik er dan van? Die vraag stelde mijn gezin natuurlijk direct.
Mysterieuze aanwijzingen
In 1993 kocht ik een boek van een meneer Charpentier: Les Mystères de la Cathédrale de Chartres. Het opent met een van de mooie dingen in de kathedraal, namelijk een rechthoekige steen waarop op 21 juni precies om 12.00 uur een zonnestraal valt. Door een klein gaatje in een van de ramen. De schrijver gaat er nog even over door. In hetzelfde boek komt hij met een ander opmerkelijk gegeven. In een van de pilaren van de kathedraal vind je een aanwijzing voor wat er met de Ark is gebeurd. Hij is vervoerd op een kar. In 1992 verscheen een boek van Graham Hancock, The Sign and the Seal, waarin hij voortborduurde op het mysterie. En hij was nog veel stellender.
De theorie is de volgende: de Tempeliers, op kruistocht, hebben ergens in de twaalfde eeuw opgravingen gedaan op de Tempelberg. En bij die opgravingen hebben ze geheime documenten gevonden, niet de Ark zelf, waarin beschreven is waar de Ark gebleven is.
De Ark is vanuit Jeruzalem vervoerd, veiliggesteld, en in handen gekomen van Sheba, koningin van Ethiopië. En daar is de ark nog steeds. Er is inderdaad een kerk in Ethiopië die claimt dat de Ark daar is. Bewaakt door een man die zijn hele leven voor het gebouw moet zitten ter beveiliging. Als hij sterft wordt een ander aangewezen.
Maar welke aanwijzingen vinden we dan in Chartres?
Mijn gezin had begon me een beetje zat te worden, tot ik hen meenam naar de noordelijke portaal van de kathedraal. Ik moest ook zoeken, maar daar was het!
Het Bewijs van de Ark

Daar, in een pilaar gebeeldhouwd, zie je wielen, een kar, mensen die een doos bedekken met kleden, en je ziet duidelijk een tekst: ARCHE CEDERIS, HIC AMIGATURE. Volgens beide schrijvers staat daar: hier wordt de Ark vervoerd/veiliggesteld. Er is meer. In hetzelfde portaal staat, tussen allemaal mannen, een beeld van koningin Sheba. Tel de boel bij elkaar op en je hebt een sluitend verhaal. Ik weet nog dat er in de jaren 90 een café was met de naam La Reine de Shebá. Dat maakte het nog mooier. Nu verdwenen.
De theorie is dat de Tempeliers deze geheime boodschap hebben achtergelaten, voor het nageslacht zodat men wist waar de Ark was en hoe die was vervoerd. Op een kar, bedekt, naar het zuiden, de hoorn van Afrika in. Vandaar de tekst én de pilaar met Sheba.
Dan denk je ‘nu zijn we wel klaar’, maar nee. Er is nog een theorie: Hugo van Payns (Eerste Grootmeester der Tempeliers) heeft de Ark op een kar vervoerd naar Schotland waar deze nog steeds is.
Beide theorieën zijn nooit bewezen. Op geen enkele manier. Maar is dat belangrijk? Nee.
Chartres als tijdmachine
Wat is wel belangrijk? Voor mij, dat Chartres niet alleen een lekkere stad is, maar een soort tijdmachine. Loop rond met de verwondering van een kind, lees over Chartres en zie meer dan je denkt dat je ziet. Let op details, vraag je af wát je nou precies ziet, verwonder je. Ik denk dat geen gezin zo intensief de noordportaal heeft bekeken.
Tevreden zijn we ’s avonds lekker wezen eten bij de markthal. Chartres is een verbinding tussen de Middeleeuwen, alle oorlogen en nu. Je bent er onderdeel van. Doe dus moeite, ga ernaartoe, lees erover en geniet. Een week zou ik te lang vinden, maar drie dagen is top.
En zoals men zegt: als het niet waar is, dan is het wel mooi bedacht.
Carnet de voyage
Hotel: Hotel Jehan de Bauce, 1 Place Pierre Semard, 28000 Chartres
Eten:
Tomate et Piment, 1Avenue Jehan de Bauce, 28000 Chartres
Le Café Serpente, 2 Cloître Notre Dame, 28000 Chartres
Le Cathédrale Gourmand, 37 rue des Changes, 28000 Chartres
Zien:
Cathédrale Notre-Dame de Chartres, 16 Cloître Notre Dame, 28000 Chartres
Église Saint-Pierre, 6 Rue Pétion, 28000 Chartres
Le Chemin de Mémoire, Esplanade de la Résistance, 28000 Chartres
Marche aux Legumes, Place Billard
Lezen:
Louis Charpentier, Les Mystères de la Cathédrale de Chartres, 1966, Robert Laffont
Graham Hancock, The Sign and the Seal, 1992, William Heinemann ltd, London
Klaas van Urk, Zoektocht naar de Heilige Graal & de Ark van het Verbond, 2004, Uitgeverij Elmar
Dan Jones, De Tempeliers, 2017, Uitgeverij Omniboek
(*) ook gepubliceerd in En Route, zomernummer 2026