Bestaat toeval? Een goede vraag in dit verband. Was het toeval dat ik op een van de vele socials de aankondiging tegenkwam van een lezing over mijn favoriete filosoof door een van de bekendste Nederlandse filosofen? Het zou kunnen. 

Het zou ook kunnen dat een algoritme had opgepikt dat ik tot de doelgroep behoor van de organiserende partij: de Algemene Seniorenvereniging Zeist, de ASZ. En hoezeer ik ook weiger me over te geven aan het beeld dat aan mijn biologische leeftijd kleeft, ik ben wel senior (dat schijn je al te zijn vanaf vijftig, volgens de website van ASZ).

Afijn: direct een kaartje besteld natuurlijk en op naar het Torenlaan Theater. Ger Groot die een inleiding geeft over Sartre laat ik niet aan me voorbijgaan. 

Ik was al eerder in het Torenlaan Theater geweest overigens. Bij een musical van een van de zonen, bij een toneelstuk en bij een lezing over Heidegger.

Het was druk. Op straat stonden fietsen dubbel geparkeerd en binnen was het vol. En ja, vooral senioren. Mannen, vrouwen, stellen, mensen alleen (ik bijvoorbeeld). Het was gezellig. Er werd koffie en theegedronken, geroezemoes, de inleider stond wat verloren half op het toneel te prutsen met zijn microfoon en toen begonnen we. Een mevrouw deed een korte inleiding, vroeg om het stilzetten van de mobieltjes en daar gingen we. Sartre in Zeist.

De aanleiding voor de lezing was een nieuwe vertaling door Groot van een van de bekendste werken van Sartre: Existentialisme is Humanisme, uit 1945. Ik had het gelezen toen ik rond de zeventien was en het sloeg bij mij in als een bom. De mens is geworpen tot vrijheid, want alles wat je doet doe jij, jij maakt altijd een keuze. En je kunt je nergens achter verschuilen. Niet achter je jeugd, je karakter, je geloof, nergens. Dat inzicht is bevrijdend. En daarmee zo stellig dat de zaal geboeid zat te luisteren.

Groot gaf een leuke lezing. Met beeldmateriaal, filmfragmenten en muziek uit de jaren ‘50 en ‘60. Zo bracht hij het geschrevene in relatie tot die tijd: Europa in puin, de mens moest opnieuw worden uitgevonden en Sartre predikte vrijheid tegen wil en dank na een periode van onderdrukking.

Een aantal van de aanwezigen moest mei 1968 bewust hebben meegemaakt, bedacht ik. Ik was toen acht jaar en ik weet er niets van. Ik was zeker niet de oudste, dus moesten mensen ook beelden hebben, geluiden, emoties uit die tijd. Een tijd zonder socials, een tijd waarin de jeugd de toekomst had. Die jeugd van toen zat nu, sommigen wat dommelend, te luisteren naar een filosoof die toentertijd veertien jaar oud was. We waren inderdaad onder senioren. En naast de dommelenden, twee dames verder naast mij was een dame inderdaad in slaap gevallen, waren er heel veel krasse knarren. Levendig, oplettend, alert. De sfeer was top, er werd gelachen, er waren geluiden van herkenning en afkeur (en dan over de opvattingen van Sartre). Tussen Groot en de zaal was duidelijk een klik. Dat was mooi, want het had net zo goed gewoon een uitje kunnen zijn. Dat was het niet.

Aan het eind van de lezing was er ruimte voor vragen. De eerste vraag ging over het feit dat Sartre ooit het communisme had gesteund en hoe hij daar mee was weggekomen. Groot plaatste ook dat in de tijd van toen, gaf niet zijn mening (die er ook niet toe doet) maar de morele verontwaardiging ging niet weg. Ik wel. Ik zat strategisch aan de zijkant en kon ongemerkt verdwijnen.

Ik stond buiten, de zon scheen, de lucht was fris en ik wist dat ik ten diepste vrij was. Het was mijn leven, het waren mijn keuzes en dat niet alleen: dat gold voor alle mensen binnen evenzeer. Of zij dat zo ervoeren wist ik niet.

Het is echt mooi dat de ASZ dit organiseert. Een cadeautje op gewoon een donderdagmiddag waar ik heel dankbaar voor ben. Zeker voor herhaling vatbaar. Kom maar op met die filosofen. Op Bluesky heb ik Groot bedankt voor zijn toplezing.

Ook gepubliceerd in Zeistermagazine: Sartre in Zeist