Kerst is dit jaar anders dan anders. Ik ben een gewoontedier en ik hou van ritme door het jaar heen. Wintersport, de eerste crocussen, de warmte van de zomer, rondlopen in de Var, nog een keer rondlopen in de Var in oktober en dan december.

December is voor mij een maand van gezelligheid en nostalgie. Vroeg donker, de straten verlicht, lekker eten en drinken met vrienden en familie en op naar oud en nieuw. Vuurwerk en met een lichte kater aan een nieuw jaar beginnen.

Een onderdeel van de decembermaand is ook altijd een bezoek aan Kevelaer. Met de jongens, mijn zus of met mijn beste vriend Jan.

Meestal op een vrijdag rij ik dan richting Duitsland, bij Elten van de snelweg af en dan binnendoor naar Kevelaer. Het mooie is dat hoewel een grens een fictieve lijn in het landschap is, dat landschap en ook bebouwing, wegen, stoplichten, et cetera er allemaal direct anders uitzien als je eenmaal in Duitsland bent. Of in welk ander buitenland dan ook. Dat alleen al, zijn in het buitenland, vind ik de moeite van de rit waard.

Kevelaer. Wat moet je ermee? Het is een dorp uit een ver verleden. Een dorp dat de jaren 50 ademt. Een dorp vol kerken en Katholieke devotie. De gemiddelde leeftijd van de bezoekers (meest Nederlands) is 80. Wat ik ermee moet weet ik heel goed. Er heerst een weldadige rust, er is een volstrekte afwezigheid van hectiek en juist dat devote trekt me aan.

Alle kerken waar je naar binnen kunt. De banken leeg op hier en daar een biddende gelovige na. Ook hier is de wereld meer buiten dan binnen. Erg fijn.

En ook in Kevelaer heb ik mijn gewoontes. Bij Müller koop ik mooie potloden, bij een van de vele bakkers koop ik zwaar Duits brood en Bretzels voor de zonen. In de Gnadenkapelle koop ik kaarsen die ik daarna buiten bij de muur van de Wallfahrtskirche opsteek. Kleine gewoontes die daardoor een interne rust geven.

Als ik er ben met Jan, mijn beste vriend, gaat hij ook altijd water tappen in de Beichtkapelle. Dat schijnt ook te werken als je er niet in gelooft.

En zo wandel ik het dorp rond. De geur van de winter. Soms met sneeuw, meestal niet.

Er is al veel verdwenen in de loop der jaren. Er was ooit een goede boekhandel in de Luxemburger Galerie, waar men een zeer uitgebreide verzameling theologie en filosofie had. Verdwenen. Er tegenover zat een café waar men fantastische Reibekuchen verkocht. Verdwenen. Als je weer naar buiten liep was daar een fantastische bakker. Een man met een onverzettelijk gezicht en een vet Schwabisch accent. Verdwenen. Op een dag verdwijnt er nog meer. Eerst de winkels, dan de mensen. Jonge mensen vertrekken al uit Kevelaer. Naar de stad, weg uit het dorp.

Maar zolang ik weet ga ik er al naartoe. Dit jaar voor het eerst in lange tijd niet. En dat is erg jammer. Ik mis het. En ik weet dat ik niet altijd nieuwe potloden nodig heb en dat je ook zonder Duits brood lekker kunt ontbijten. Maar daar gaat het niet om. Het gaat om ‘niet in Nederland zijn’. Het gaat om de vanzelfsprekendheid van allemaal RK kerken. Het gaat om de geest.

Het wordt een Kerst op de vierkante meter waarbij de boom de enige franje is. Verder moeten we het vuur aandoen en in de warmte met elkaar vooral de gezelligheid creëren. En volgend jaar hoop ik weer in Kevelaer rond te lopen.

Deo volente.