🎵 Nu Sigrid is verwijderd hebben wij weer even rust Maar nee, daar zijn de wolven weer, op nog een part belust De doodskreet van zo’n Kasja snijdt ons pijnlijk door de ziel Nou vlug richting formatie, want dit wordt best instabiel! 🎵
Troika hier, troika daar, ook de kamer doet wel raar
Troika hier, troika daar, voor Afganen is het naar
Troika hier, troika daar, hoe komt nu d’evacuatie klaar?
Troika hier, troika daar, nu zijn in Kaboel de rapen gaar!
Iedereen kent het fenomeen: je zoekt naar een leuk hotel voor een paar nachten Marseille en de weken daarna loopt je mailbox vol met allerlei aanbiedingen in Marseille. Things to do, leuke restaurants en leuke hotelletjes. Maar goed, in Marseille kom je uiteindelijk altijd goed terecht.
Vaak vallen de tips in de praktijk tegen. De restaurants zijn meestal die waar heel veel reviews gegeven zijn en het niveau van de lokale Flunch niet overstijgen. De hotels idem dito. Je moet dus gewoon blijven zoeken. Al zoekend merk je dat het algoritme je niet helemaal kent, en zo kwam bovenstaande friterie voor mij naar boven. Dit terwijl ik altijd naar gewone restaurants zoek.
Je raakt verstrikt in een algoritme. Je kunt op zoek zijn naar een B&B bij Cotignac in de buurt en ergens in het Massis des Maures eindigen. Ook leuk.
Mijn algoritme stuurde me een heel leuke aankondiging. Daarover zo meer. Hoe kwam dat algoritme daarbij?
Ik ben in de gelukkige omstandigheid dat ik correspondent ben voor een aantal magazines over Frankrijk. Ik schrijf daar artikelen voor en soms check ik dan alles wat ik daarin beweer aan feiten. Die moeten kloppen en mijn mening is mijn mening. Daar kun je het mee eens zijn of niet.
Zo heb ik laatst iets geschreven over de Var en daarbij moest ik even kijken (Google) of iets klopte over een klein dorp vlakbij Brignoles: Le Val. En het klopte dus kon ik ermee door.
Sindsdien krijg ik mails met de volgende header: ‘Maak je reis naar Le Val onvergetelijk!’ Aangevuld natuurlijk met foto’s om mij in de stemming te brengen voor een onvergetelijke reis naar Le Val.
Nu moet ik iets kwijt over Le Val. Le Val is een dorpje dat ligt op de route van Brignoles naar Carcès. Je rijdt wat slingerweggetjes over tot aan een rond point. Daar zit een wijnmaker, die ook nog eens Les vignerons de Correns heet, en naar rechts ga je het dorp in. Dat bestaat uit een beperkt aantal straten met een pleintje en een terras. En hoewel het meer inwoners heeft dan Carcès is er niets te vinden. Je rijdt er doorheen, je rijdt eruit en dat was het. Het is qua inwoners een beetje een overloop van Brignoles zonder de bijbehorende voorzieningen. Er is niets. Ja, een kleine Mousquetaires. Er is een paar keer per jaar een vide grenier en pas dan zie je dat dit dorp en de streek niet al te welvarend zijn. Een gezellig dorp zonder iets. Je rijdt er langs zonder op of om te kijken.
En over dat dorp, Le Val, krijg ik hiep hiep hoera mailtjes van Tripadvisor. Dat ik mijn weekeinde kan gaan plannen en dat er tips zijn over waar ik kan overnachten en ongelooflijk kan eten. Als ik niet beter zou weten, zou ik zomaar een midweek in Le Val plannen met het gezin.
Waar het op neerkomt is dat een algoritme dom is. Heel intelligent in het berekenen van mijn profiel en in het koppelen van dat profiel aan aanbiedingen, maar niet in een echte match. Le Val is schattig, maar je kunt er niet geweldig verblijven of geweldig eten.
Het is maar goed dat ik de streek goed ken maar hoe gaat dat als je ergens voor het eerst naar toe gaat en je wordt een dorp ingezogen? Altijd opletten dus en, als het kan, even vragen aan bekenden. Mensen zijn toch nog steeds het beste algoritme.
Afgelopen zondag liepen er mensen in Amsterdam te demonstreren tegen de coronamaatregelen van de Nederlandse regering. Het was niet voor het eerst en het zal zeker niet voor het laatst zijn. Het was een bonte verzameling van mensen die niet helemaal scherp op het netvlies hebben in wat voor land zij leven. Maar goed, intelligentie is standaardnormaal verdeeld met uitschieters naar beide zijden.
Een aantal, zo zag ik op foto’s, liep met Jodensterren op.
Ik kan hier heel kort over zijn. Dit soort fascisten doen dat met opzet. Niet uit onwetendheid of wat dan ook. Met opzet kwaadaardig haatzaaien omdat dat in Nederland kan. Het is laag volk waar geen enkele aandacht naar uit moet gaan want daar gaat het hen uiteindelijk om: ophef creëren.
Oproepen om hen eens te laten kennismaken met Westerbork of Auschwitz zijn zinloos. Dat zou voor hen een lekker uitje zijn met daarna selfies in de gaskamer of iets dergelijks.
Wetende dat het net zo zinloos is, wil ik zeggen ‘schaam je’. Om schaamte te voelen moet je een zekere vorm van medemenselijkheid bezitten dus mijn woorden vervliegen in het luchtledige.
Een landgoed van een 1,5 bij 1,5 kilometer. Links zie je allemaal weggetjes en daar is de hoofdingang.
Iedereen blij, tot het nieuws kwam dat de boel weer verkocht was aan een man uit Scandinavië. En waarom? Het schijnt dat de heren Clooney en Pitt ruzie hadden gekregen en dat Clooney daarom afzag van zich vestigen in de Var. Op het terras van Le Bar Central werd er zwaar tussen de lippen uitgeademd en volop bof gezegd. Het was nu eenmaal zo.
Maar nu het goede nieuws!
Dit jaar, 2021, zijn George en Amal gesignaleerd bij de Maire van Brignoles! En wat blijkt, ze hebben een domain gekocht onder de rook van Brignoles, tegen Vins-sur-Caramy aan. Het lig op zo’n 11 kilometer van het eerdere domein, en het is dus niet meer bij ons om de hoek. Tant pis pour nous.
Geen slechte keuze overigens. Het is een oud wijndomein met alles erop en eraan. Een groot huis, zwembad, tennisbaan en wijnvelden! Zijn eigen wijn! De pers stond er vol mee.
Voorlopig wonen zij er nog niet. Moet nog een en ander aan gebeuren denk ik zo. Wat handig is voor hen, is dat het totaal afgesloten is van de buitenwereld. Niets te zien en niets te horen. Waarschijnlijk worden ze ingevlogen per heli vanaf Marignane en gaan ze lunchen met hetzelfde vervoermiddel bij Château de Berne of Bruno. Kun je namelijk landen met zo’n ding.
Nu ziet de ingang er zo uit:
Deze foto heb ik zelf genomen, want ja, mijn vrouw wilde wel even langsrijden om te zien waar George komt te wonen. Zo gaat dat in het leven.
We wachten af. Ik verheug me op een petit blanc met de beste man. Beetje bijpraten over het leven en de impact van beroemd zijn.
In ‘Uitgenodigd’ van Simone de Beauvoir zegt Gerbert: ‘Wanneer ik later rijk ben en op mezelf woon wil ik altijd een fles Vat 69 in mijn kast hebben staan’. (Uitgenodigd, p.11) Nu is dat niet echt de beste whisky, maar toen ik het las snapte ik het direct. Er zijn in het leven dingen waarop je moet wachten. Gewoon vanwege geldgebrek of de mogelijkheid die zich nog niet voordoet. Ik heb ooit besloten alles waarover ik als jongen droomde later in mijn leven zou realiseren. Niet alles is gelukt, zal ik maar zeggen.
Maar een paar wel.
Het zal geweest zijn toen ik een jaar of 13 was. Mijn ouders hadden een caravan in Duitsland, net over de grens bij Elten. De camping lag naast een klein riviertje waar we in de zomer in zwommen. Die Tiefe Wild heet dat riviertje. Er stonden vooral Duitsers en een ervan kwam op een dag langs met goed nieuws: hij had voor mij een helm!
Toen ik jong was had ik altijd iets op mijn hoofd. Een cowboyhoed, een oorlogspetje en soms een Engelse helm. Dat had hij gezien en nu kwam hij me vertellen dat hij iets had dat ik enorm graag wilde hebben: een Duitse Stahlhelm.
Dat zit zo. Mijn vader had in de oorlog in een kamp gezeten en de oorlog en Duitsland waren bij ons thuis moeilijke onderwerpen. En als je vader iets zo moeilijk vindt moet het wel heel belangrijk zijn. De oorlog was voor mij dus heel intrigerend. Vandaar de Engelse helm. Thuis had ik nog een Nederlandse helm waar mijn vader ooit mee thuiskwam. Een Duitse helm, de helm van de vijand, was een van mijn grote wensen.
De man op de camping had hem niet bij zich dus moest ik een week wachten. Dat wilde ik wel.
Een week later vertelde hij me dat hij de helm aan een ander had gegeven. Ik verbeet mijn teleurstelling maar allemachtig wat was ik verdrietig.
Die jongensdroom heb ik later gewoon waargemaakt. Ik heb veel later in Krefeld een M42 Stahlhelm gekocht bij een legerdump. Speciaal ervoor naar Krefeld gereden.
Het was ook de leeftijd dat ik Mulisch ontdekte. Niet zo gek. Als je gegrepen bent door WW2 dan lees je Het Stenen Bruidsbed en De Zaak 40/61. Dat deed ik dan ook en al snel las ik alles van Mulisch. Nu nog steeds kijk ik op internet of ik ergens iets van hem vind wat ik nog niet heb. Kleine uitgaven, eerste drukken et cetera. Wat ik op enig moment ook wilde is een handtekening van Mulisch, een gesigneerde uitgave. Ik heb daar best lang over gedaan om die te vinden. Het was natuurlijk allemaal in het pre-internet tijdperk dus liep ik allerlei antiquariaten af. En uiteindelijk vond ik een gesigneerd exemplaar. Het mooie is dat ik er toen ook geld voor had. Ik begon op mijn negentiende te werken en dus kon ik me een en ander veroorloven.
In diezelfde tijd leerde ik Gerrit Achterberg kennen. Achterberg, de grootste dichter ooit. Ik las wat van hem en sprak er thuis over. Wat bleek, mijn moeder kende hem. Zij werkte in Utrecht in de Choorstraat bij Stad Solingen, een winkel voor messen, bestek enzovoort. Mijn moeder vond het een vreemde man die ook vreemd gedrag vertoonde. Ik ging steeds meer van hem lezen en kocht het verzameld werk. In een soort koortsaanval las ik door en door. Achterberg schrijft zo dat je niet leest over een verloren liefde maar een verloren liefde voelt. Dit was echt prachtig. En hoe dichtbij kun je komen dan? Ik ging naar de Boomstraat waar hij zin hospita had vermoord op 15 december 1937. Ik fietste naar Langbroek. En ik wilde zijn handtekening. Die hijzelf had neergeschreven. Dichterbij kon niet. Hetzelfde verhaal: geen geld en ik kwam ook niets tegen op de markt. Jaren later heeft mijn vrouw een gesigneerd exemplaar voor mij op de kop getikt en gegeven voor mijn verjaardag. Blij als een baby was en ben ik ermee.
Ik kan hier nog veel aan toevoegen. Plekken die ik heb bezocht, een route door de Elzas om Sartre in 1939 te volgen. Allemaal dingen die ik deed en doe om dromen uit mijn jeugd om te zetten in tastbare voorwerpen of echte ervaringen. Ik zal daar nooit mee stoppen. Ik zal altijd, iedere dag in de spiegel kijken en die jongen zien in mijn ogen. Onhaalbare dingen haalbaar maken. Mijn lijst is er nog en ik moet nog het een en ander doen en regelen.
Het gekke is dat er in de loop der jaren dingen bij zijn gekomen die ik wens. Zoals een Mustang GT500 Shelby. Al die dingen laat ik een wens zijn. Ik vind dat prima om het allemaal niet te hebben en over te kunnen dromen. De gaten uit mijn jeugd daarentegen zal ik blijven opvullen. Die gaan dieper. Daar zit niet gewoon hebzucht, consumentisme of status achter, daar zit iedere keer een relevant betekenisvol verhaal achter. Het zijn dingen die mijn eigen verhaal rond maken.
Daar streef ik naar: een rond leven dat nooit perfect rond zal blijken te zijn.
Als je zegt dat de hele Provence een juweel op zich is, dan zal ik dat volmondig beamen. Vanuit Nederland naar het zuiden de A7 over door Frankrijk en dan op een zeker moment naar links de A8 op richting Nice en niet naar Marseille! Dan weet je, dan voel je aan alles dat je de goede kant opgaat. Alles klopt.
Maar ja, weken dobberen doet een mens ook niet. Dus trekken we eropuit. Naar andere juweeltjes. Ik zal er hier drie noemen. Echte juweeltjes. Ze gaan over oorlogen, eco-toerisme en een klein stukje van een grote stad.
Ik was onder de indruk. De zorg voor de mannen die voor Frankrijk hebben gevochten die hier te voelen is, is mooi en ontroerend. Een prachtplek om oud te mogen worden: onder de Provençaalse zon met uitzicht op de Mont Sainte-Victoire.
En het is zo: je houdt van Marseille of je wilt er nooit meer komen.
Ik hou van Marseille. Het Ãs een ruige stad. We zijn ooit verdwaald geraakt en kwamen in een buurt waar de goede geest niet heerste. Dat voelden we. Maar er is zoveel moois om van te genieten. En een van die kleine plekjes wil ik hier graag delen.
Als we naar Marseille gaan parkeer ik de auto altijd achter de haven, in parking Vieux Port/Hotel de Ville. De meeste mensen lopen vandaar naar de haven en vanuit daar weer naar de binnenstad of naar Mucem, dat prachtige museum. Dat deden wij een keer niet maar we liepen terug, naar het noorden. En ik kwam in een deel van Marseille dat ik niet kende en dat prachtig was. Niet zozeer historisch prachtig maar zeker qua sfeer: Le Panier.
Dit deel van Marseille is bekend maar toch niet al te veel bezocht. Volgende keer gewoon doen. De rust, de kunst en de mensen maken dat je je heel erg thuis voelt.
Dit mooie museum zet het eigen bestaan in een ander perspectief. Niet altijd haastig, niet altijd massatoerisme en vertier maar verdieping.
Dus ga niet altijd rechtsaf naar het grote meer, maar buig eens af naar Quinson.
Weer naar huis.
Of je nou het legioen hebt bezocht waar je onder de indruk bent van die grote historie met al die mannen over de hele wereld, in Marseille een visje hebt gegeten of -zoals ik- met zo’n bootje de bosjes in bent gevaren (ik ben daar niet echt heel goed in), ja gaat altijd weer naar huis. Heerlijk vermoeid, vol indrukken over de weg zoeven op weg naar een mooie lokale wijn.
En mocht je op de terugweg langs Saint-Maximin-La-Sainte-Baume komen: ga even van de snelweg af, parkeer je auto ergens, geniet van de Basilique en eet een hapje bij Le Nemrod. Echte Franse eettent.
Wat ik hier beschreven heb zijn slecht drie kleine onverwachte juweeltjes. Er zijn er veel meer. Gewoon rondtoeren en je laten verrassen en dan vind je er zelf nog veel meer.
Het is alweer jaren geleden dat er dicht bij ons huis brand was. De hemel kleurde bruin, de geur was enorm. De kinderen waren nog klein en we besloten het huis te verlaten. Le Sommet ligt bijna aan het einde van een doodlopende weg. Je kunt over een muurtje de wijnvelden van Saint-Louis betreden, maar dat is het dan ook.
In de auto met kids en paspoorten en we gingen eten in Cotignac. Ergens in de avond reden we terug. De brand was gedoofd en het huis intact. De volgende dag zagen we de hoeveelheid as die was neergekomen. Een zwembad vol en rondom het huis lag het overal. Maar wij hadden geen directe last.
Hoe anders was dat voor anderen. Hoewel het een kleine brand was was er schade. En het was gewoon beangstigend hoe snel alles ging.
De Var staat in brand. Zuid-Europa staat in brand. Op heel veel plekken zijn branden ontstaan. Soms door onweer maar meest door de mens. Een weggegooide peuk of opzettelijk brand gesticht (zoals op Sicilië). Over een lengte van 22 kilometer brandt het. Van de kust bij Saint-Tropez door het Massif des Maures omhoog. Arm land en arme mensen.
Marseille is een geweldige stad. Rommelig, mooi, rauw, open naar de zee en de wereld. Ik kan er steeds weer komen. Ik verheug me op de zee, de haven, lekker eten, MuCem, Le Panier en ga zo maar door. Ik ben er graag. Onlangs dus ook. Een hotel aan de haven. Rechtsaf de deur uit en wandelen maar.
Dat heb ik volop gedaan met mijn zoon. Samen kunnen we enorm goed wandelen. Zonder doel, zonder richting, gewoon wandelen en dan zien waar je terechtkomt. We liepen de Canebière af tot de gewone winkels overgingen in winkels met telefoonhoesjes. Een beetje scharrig en daarmee ook interessant. Buurten waarin wordt geleefd door mensen van over de hele wereld. Wat drinken op een terras bij een uitgelaten Algerijn die liedjes zong en weer door.
We liepen richting haven en bogen iets af naar links toen ik deze winkel zag:
Ogenschijnlijk gewoon een Franse winkel zoals je er zoveel tegenkomt. In Aix bijvoorbeeld. Een etalage met wat messen, Laguiole, Opinel et cetera. We besloten toch maar even naar binnen te gaan. Dat wil zeggen, ik besloot dat en de zoon ging gedwee mee. Hij weet hoe ik van kookgerei hou.
De deur ging open en we stapten in een kleine winkel met louter messen. Van heel goedkoop tot heel duur, van heel groot tot heel klein. Keukenmessen, jachtmessen, paddestoelmessen met een borsteltje en siermessen met parelmoer. Werkelijk alle soorten en maten lagen er in vitrines uitgestald. Rechts was een kleine doorgang en we gingen verder. Daar kwam ik in het kookwalhalla.
En winkel op zich gevuld met allerlei potten en pannen. Van Creuset tot aan LeBuyer, van plaatstaal tot gietijzer. In alle soorten en maten.
Een overvloed aan pannen op zo’n klein oppervlak. Ik zag daar een van de mooiste pannetjes ooit staan overigens. Italiaans van geborsteld RVS. En ook deze winkelruimte had een kleine doorgang: naar de afdeling met bakgerei.
Daar stond een norsige man met een enorm embonpoint achter de kassa. Ik zei tegen hem dat deze winkel ‘très formà was. Daarop zei hij ‘formi, formi, formi….’ en toen ik hem aanvulde met de rest van de Aznavourtekst stonden we samen te zingen. Hij breed lachend. Totaal geen norse Fransman, meer een behoedzame.
Vanuit deze ruimte kwamen we in de ruimte waar een doe-het-zelfafdeling was. Van lijnzaad en -olie tot en met staalwol en fittingen. Alles. Alles. Naast de kookwaren vond ik zelf de speelgoedsectie het leukst. Heel oud speelgoed, veel hout en blik. Prachtige spullen allemaal. Geen troep te vinden.
In totaal zijn het elf winkels in een winkel met drie ingangen en drie etages. De kleinste etage heeft alleen kleding. In totaal 1300m2 met meer dan 50.000 artikelen in wat zij zelf “de grot van Ali Baba’ noemen. Iedere winkel heeft een eigen kassa. Mijn zoon zei dat het wel allemaal straatjes leken uit een film van Harry Potter. Die sfeer. Ongelijke vloeren, oud hout, scheve kasten, smalle lage doorgangetjes.
Wat opvalt is het gevoel voor kwaliteit dat in deze winkel heerst. Alles is goed gemaakt en van goed materiaal. Gemaakt om lang mee te gaan en iedere keer dat je iets beetpakt dat je voelt dat het goed is. Zoals dat heel mooie pannetje.
Maison Empereur bestaat als sinds 1827 en het is nog steeds in handen van de familie Empereur.
Terug van drie weken Frankrijk, mijmer ik nog na over weer een heerlijke tijd. Een paar dagen Marseille (waarover later meer in een volgende blog) en daarna lang op Le Sommet in de Var. Vooraf netjes alles geregeld: de eigen verklaring dat we geen Covidgerelateerde klachten hadden, de appli gedownload en er onze QR-codes ingezet zodat we overal onze pass sanitaire konden laten zien. De jongste zoon die nog niet volledig was gevaccineerd netjes een test laten doen en de oudste eveneens voor die later invloog.
We waren er klaar voor.
In de auto en op weg. Twaalf uur later parkeerde ik de auto in Marseille en stapten we uit. Onderweg hadden we gezien dat iedereen zo snel men inpandig was een masker droeg. Ook hier in de parking. Eenmaal op straat op weg naar het hotel was de sfeer uitgelaten zomers en relaxed. In het hotel masker op, bij de ontvangst, in de lift (niet meer dan twee personen) en op de gangen. Geen uitzonderingen gezien.
Ik ben veel met mijn jongste zoon de stad in geweest. Wandelen en hier en daar wat drinken. Wat een prachtige stad. En wat ons opviel: op het moment dat het echt druk was (rond de haven) droeg men een masker maar verderop op de Canebière, waar de winkels overgaan in winkeltjes met smartphonehoesjes, droeg nog een procent of twintig een masker. Verder niet.
Pas toen we de ‘grens’ met Monaco passeerden werden we aangehouden en moesten we alles laten zien. En ook daar hetzelfde beeld: binnen en op drukke plekken buiten een masker op.
Gedrag valt te sturen
De regels in Frankrijk zijn heel duidelijk, dat bleek. Bij iedere winkel stond een bordje met ‘masque obligatoire’ en omdat iedereen er zich aan hield werd het normaal. Duidelijke regels dus. Daarnaast hadden winkels eigen aanvullingen. Bij de bakker in het dorp mochten niet meer dan twee mensen tegelijkertijd binnen zijn. En iedereen die zich daaraan hield. Geen uitzonderingen. Supermarkt: idem.
Bij de Abbaye de Thoronet moest iedereen zijn pass sanitaire laten zien en die werd ook gescand voor je naar binnen mocht. Dat deed dus iedereen en ook daar de maskers.
En ook op de overdekte markt in Cannes, zie de foto, droegen mensen een masker. Eenmaal buiten ging het ding weer af. Tot men weer in een van de smalle drukke straten kwam, dan ging ie weer op. Ook hier weer simpel: als je twee meter afstand kunt houden, geen masker verplicht. Kan dat niet: masker verplicht.
En ja, soms is het gedoe, dat vind ik ook. Maar overal zijn maskers te koop voor de luttele prijs van €1,90 per 50. En je moet er gewoon een aantal bij je hebben.
Later werden de regels iets aangescherpt, precies op de aangekondigde datum! Dat betekende dat de niet (volledig) gevaccineerden een bewijs moesten overleggen van een test. In ons dorp kon je die test gewoon doen bij de Pharmacie voor €25,01. Een kwartier later kreeg je netjes je dossier met bewijs van negatieve test. Laagdrempelig en makkelijk. Als je de, altijd drukke, pharmacie binnenliep kreeg je voorrang als het om een test ging. Ook hier: iedereen moest dit doen en dus was het prima. Geen uitzonderingen, geen geklaag, geen gedoe. Heldere regels en een goede infrastructuur.
Wat vond ik ervan?
Ondanks het feit dat in Frankrijk bijna 67% volledig gevaccineerd is is dat in PACA anders. In PACA woont 5,1% van alle Fransen (5,1/67,1 miljoen), het aandeel mensen op de IC is 16% (297/1852), op zondag 15 augustus zijn er in PACA 19 nieuwe opnamen op de IC bijgekomen (26% van het totaal in heel Frankrijk). Het aantal besmettingen (per 100.000 inwoners) ligt in PACA meer dan twee keer zo hoog als in heel Frankrijk (536/246). En ook hier geldt dat de niet- of gedeeltelijk gevaccineerd het ziekenhuis bevolken.
Wij wisten dit vooraf. Wij weten ook dat we zelf goed beschermd zijn en getest. We weten ook dat we op ons bergje geen enkel risico lopen en dat dat risico er alleen maar is als we ons onder de mensen begeven.
Pas bij terugkomst in Nederland voelde ik de kwetsbaarheid weer. In de supermarkt, waarin geen maskers meer gedragen worden en iedereen weer over elkaar buitelt bij de groenten. In de boekhandel, waar ik voor een kast staande het gehijg van een andere klant in mijn nek voelde. Terug in Nederland dus.
Ik zou graag strengere regels in Nederland willen om erger te voorkomen. Heel eerlijk: overal een masker dragen is echt geen opgave. Het is normaal als iedereen het doet. Erg fijn en ontspannen.
Tsja, dan laat je je toch weer overhalen door de puber om naar Monaco te gaan. En zo togen wij vanuit ons dorpje naar Monaco, wetend wat we tegemoet gingen. Twee uur rijden en de auto was geparkeerd onder de terminalpier. Trappen en liften naar boven en daar stonden we in het Zuid-Franse equivalent van Valkenburg of Monschau of ieder ander toeristenoord.
En zeker, het is prachtig. Het uitzicht over de haven, de bergen achter dit ministaatje. Allemaal mooi. Maar er straalt ook een zekere armoe vanuit. Armoe en Monaco gaan niet samen en precies daar zit het ‘m in. Alles is ingesteld op ofwel massatoerisme (bovenop de rots in de oude stad), of op wat men in de sociologie “conspicuous consumption” noemt (beneden bij het casino).
Eerst maar de oude stad. Op het eerste gezicht oogt het helemaal niet zo toeristisch. Tot je richting paleis loopt. Een eigenlijk wat klein en rommelig gebouw met daaromheen typische toeristenwinkeltjes. Petjes, shirts, sneeuwbollen, kentekenplaten, noem het maar op en je kunt het er kopen. En dat gebeurt volop. Zelfs nu tijdens corona is het er heel druk.
En over corona gesproken: bij binnenkomst in Monaco werden we aangehouden en moesten we onze pass sanitaire tonen. Voor het eerst tot nu.
Dus wij auto’s kijken, nogmaals het casino en winkels met de duurste horlogemerken. Winkelende mensen met achteloos drie of meer tassen van peperdure merken, behangen met glimmend goud dat meer dan een modaal inkomen kost. De parkeerplaats voor Hotel de Paris waar je als sterveling niet mag komen, auto’s die miljoenen kosten. Niet een paar, maar tientallen.
Precies dat uitstralen van al die rijkdom maakt me moe en opstandig. Er heerst in Monaco een ethische leegte die zijn weerga niet kent. Het is leeg, oppervlakkig, nietsig.
Ik de haven lag een boot, de KAOS. Nu kun je alles opzoeken en dus ook van wie deze boot is. Let op: de KAOS is van een van de nazaten van de oprichter van WalMart. Gekocht voor 300.000.000 dollar en het kost per jaar 30.000.000 dollar om hem in de vaart te houden. Het is dus een boot. Die per jaar een bedrag kost waarvoor een gemiddelde Nederlander 700 jaar moet werken.
Dit is Monaco. Luxe ledigheid.
Ga naar Nice, of Cannes. Ook daar dure auto’s en boten. Maar vooral een stad eromheen en een achterland van Fransen, gemiddelde Fransen die gewoon lekker willen leven en eten en drinken. Die wat sparen voor later of voor hun kinderen. Ga een keer naar Monaco om te zien welke wereld er ook is.
Volgende keer krijgt de puber weer zijn zin overigens.