Cannes, idiote luxe en lekker eten. 6/15 (*)

Jaren geleden liepen we in de ochtend over de boulevard in Cannes. Vaak gaan we er naartoe omdat het een combinatie is van idiote luxe en zuidelijk Franse sfeer. Die ochtend was het opeens vooral het eerste. Ter hoogte van het Marriot stonden auto’s onder bedekkingen langs de stoep geparkeerd. Een voor een gingen die bedekkingen er af en langzaamaan kwamen auto’s tevoorschijn ter waarde van vele miljoenen. Drie Bugatti’s, Zonda’s, etcetera enzovoort. Mijn jongste zoon had pupillen ter grootte van schoteltjes en begon te fotograferen en uit te leggen waar we naar keken. Het was beschamend veel en iedere auto had een Arabisch kenteken. Er bleek een of andere sjeik te logeren in het hotel, inclusief hele familie. Twee etages waren afgehuurd. Ik stelde me voor dat hij boven keek met een mobiel in zijn handen en zei ‘doe de Bugatti Veyron maar. Of, nee doe de Pagano. Nee toch niet: de Rolls.’

Zoon blij en wij voelden hier de verschillen in de wereld zichtbaar worden. Conspicuous wealth wordt dit genoemd.

We liepen door naar de Rue d’Antibes en genoten van het dorp dat Cannes ook is. Waar we altijd even ook naartoe gaan is de overdekte markt (als die er is).

We kregen zin in lunch en liepen terug naar het begin van de boulevard. Daar is een tent waar we graag komen: Plage de Goëland. Een perfecte plek om te gaan zitten en genieten van het zand, de zee en boven en achter je de drukte van de stad. De sfeer is hier heel relaxed, de mensen zijn aardig en ze schenken een goeie rosé: Bailly. De gerechten zijn heel mooi gemaakt met fijne smaken. Let wel op: het is niet de goedkoopste plek om te eten maar wel een van de fijnste.

Dat is het mooie aan Cannes: een boek kopen bij de FNAC, macarons bij Ladurée, een biertje drinken in een straatje achteraf, wandelen naar Le Suquet en dan bijkomen aan de zee. Een absolute aanrader.

Volgende keer zal ik uitgebreid vertellen over heerlijk eten in een Commanderie van de Tempeliers.

(*) Dit is nummer 6 in een reeks van 15 tips in Zuid Frankrijk waar je lekker kunt eten. Ze zijn in het kort gepubliceerd in Cote et Provence.

De kerkers van Zeist

Het is midden 18e eeuw als een befaamd kunstenaar in Rome iets doet wat nieuw is. Na jaren realistische etsen te hebben gemaakt van allerlei Romeinse gebouwen en pleinen, besluit hij denkbeeldige kerkers te maken: Carceri d’invenzione. Het worden er zestien. In 1750 worden de eerste gepubliceerd, en tien jaar later bewerkt hij de etsen opnieuw en nummert hij ze van I tot XVI. De kunstenaar heet Giovanni Battista Piranesi.

Al vroeg in mijn leven ben ik door de man geïntrigeerd: hij besloot het anders te gaan doen. Van iemand die bekend stond om zijn realistische prachtige etsen van oud en modern Rome (18de eeuw), besloot hij het helemaal anders te doen. Het resultaat is verbluffend mooi. 

Wat heeft dat in hemelsnaam met Zeist van doen, zul je denken? 

Nou, dat zit zo.

Iedere zaterdag loop ik in de vroege ochtend door Zeist. Ik ga altijd naar Kramer & van Doorn, bloemen halen bij Nils Nees met als einddoel de markt. Bij slager Maris koop ik weinig, maar heel goed vlees. De wandeling is heerlijk zo door ons ontwakende dorp. Ik ga dan kriskras door de straten. Laatst liep ik vanaf de Slotlaan naar de Torenlaan om daar tussen de huizen de weg te vinden naar de Voorheuvel.

En daar gebeurde het! Opeens bevond ik me in een van de etsen van Piranesi, nummer XV. Ik liep een parkeergarage in en van daaruit een andere, trappetje op, trappetje af, duister, daglicht, leegte, auto’s, kaal, mensen. Er waren lantaarns die naar de hemel wezen. Verdiepingen met hekken. En, anders dan bij hem, bordjes. Van ‘uitgang’ tot ‘verboden voor onbevoegden’ (wat overigens een koddige tekst is zonder toelichting). Ik achtte me bevoegd en liep door.

Ik besefte dat Zeist een hele wereld onder de dagelijkse wereld had gebouwd en dat dat allemaal met elkaar in verbinding staat. Zeist heeft een eigen systeem van Carceri, kerkers. Er zijn zelfs cellen te vinden, keurig op een rij, deur na deur.

Mijn hart maakte een sprongetje en mijn gedachten gingen naar Piranesi. Wat hij 250 jaar geleden had bedacht, was hier vormgegeven. Onbedoeld, denk ik zo. Hij kon tevreden zijn. Ik ook.

Ok, het is minder groots en meeslepend als de originele Piranesi. Dat weet ik ook wel. Maar zoals een kind van twee stoelen, een doos en een laken, een kasteel weet te maken, zo zouden volwassenen met heel weinig een mythische wereld moeten bedenken. Althans, dat is mijn mening. Achter het gewone alledaagse, gaat altijd meer schuil. 

Later ging ik een kaarsje branden in de Mariakapel in de Rozenstraat (vast onderdeel), en daarmee maakte ik de cirkel echt rond.
 

Eerder gepubliceerd in https://www.zeistermagazine.nl/kerkersvanzeist

De directrice van BSO ‘De Hel’

Er is een mevrouw met de vrolijke naam Marjolein die niet heel veel kan. Maar wat zij wel kan is koppig volharden in standpunten die óf niet deugen óf ongrondwettelijk zijn. Nu is dat op zich geen probleem want dat mogen mensen. Dus zou je denken ‘nou en’ dan heet Ingrid een keer anders.

Maar deze mevrouw is minister in een kabinet dat door de Koning is benoemd.

Iets nog over haar plek in dat kabinet.

De grootste fractie die ministers levert is een onversneden rellerige onverdraagzame bende onder leiding van de Grote Leider. Die Grote Leider is de baas en had graag de baas van Nederland willen zijn. Dat is hij al de facto maar hij had zelf MP willen zijn. Maakt niet uit: zijn agenda voert hij alsnog uit.

Om dat voor elkaar te krijgen kan hij afleiding heel goed gebruiken, behalve als die afleiding zijn belangrijkste punt, Nederland Blank!, in gevaar brengt.

Wat is zo’n afleiding?

Oorlog, het milieu, de verzorgingsstaat, boeren, arme mensen, rijke mensen, mensen, onderwijs en ga zo maar door.

De Grote Leider heeft het volgende bedacht.

Om mijn punt, Nederland Blank!, op de agenda te houden gebruik ik Marjolein. Zij zal de slechtste minister ooit worden, zij zal het minst meewerken, haar plannen zullen zo slecht zijn dat die altijd worden afgekeurd en zij zal enorm veel geld tekort gaan creëren zodat het weer maanden daarover zal gaan.

Intussen breken we Nederland af, kan ik iedereen de schuld geven die niet Blank is (plus het uitschot aan D66 rechters en journalisten), en blijf ik aan zet.

De media, nuttige idioten die ik schoffeer (ze vinden dat heerlijk) blijven dag in, dag uit hun kranten en sites volschrijven over Marjolein. En ik, ik kan doen wat ik wil.

En zo is het en zo doet De Grote Leider. En zo gaat het.

De headhunter had lang geleden tegen De Grote Leider gezegd dat hij toch niet die directrice van BSO ‘De Hel’ zou willen inhuren? De Grote Leider deed het toch en had het goed gezien. En Fleur moest maar uitzoeken hoe zij het zou doen. Jammer dan. Gelukkig had hij de foto’s nog.

Chat gpt heeft dit geschreven: Carcès, waar zelfs de muren fluisteren

Je moet het willen vinden, Carcès. Het staat niet met koeienletters op snelwegborden en TomTom heeft er soms geen zin in. Maar als je er eenmaal bent, weet je het: hier gebeurt iets. Of eigenlijk: hier gebeurt níets — en dat is precies de bedoeling.

Ik kwam er op een dinsdag. De markt was al bijna opgeruimd, behalve een norse man met tomaten die eruitzagen alsof ze ’s nachts dromen hadden gehad. De fontein op het pleintje klaterde zonder publiek. Zelfs de duiven leken met siësta.

Carcès ruikt naar tijm, oude wijn en stenen die te lang in de zon hebben gelegen. De muren zijn beschilderd met muurschilderingen die je vertellen over het verleden — of over gisteren, dat is in dit soort dorpen hetzelfde. Kinderen spelen er verstoppertje tussen verhalen. En als je lang genoeg stilzit, komt er vanzelf een kat langs die vindt dat jouw stoel eigenlijk van hem is.

’s Avonds dronk ik een glas rosé onder een olijfboom die waarschijnlijk de Romeinen nog heeft meegemaakt. De lucht kleurde roze, oranje, dan paars. Iemand zong een chanson op een balkon zonder dat iemand luisterde. Of misschien luisterde iedereen.

Carcès is niet de plek waar je heengaat om iets te doen. Het is waar je naartoe gaat om even níét te zijn wat je normaal bent.

Cassis, meer dan een smerig drankje 5/15

Als mensen vragen waar ik al 23 jaar kom in de Var, en ik zeg ‘Carcès’, dan is het antwoord meestal ‘oh, Cassis! daar zou ik ook wel een huis willen hebben’. Ja, ik ook, is dan meestal mijn antwoord. Want, tja, cassis is niet te hachelen maar het dorp Cassis. is dat zeker wel.

In mijn vorige blog nam ik jullie mee naar Marseille, dus drukte van een ruige stad. In deze blog (5 van 15 restaurants) gaan we naar Cassis. Een prachtig dorp op zo’n vijf kwartier rijden vanaf Carcès. We waren er al een paar keer geweest. Meestal gecombineerd met een calanque, een bezoek aan Marseille of Toulon. Nu hebben we een doel: lunch! Lunch bij een gerenommeerd Michelinrestaurant: La Villa Madie***.

Dat kwam zo. De jongste zoon was klaar met zijn middelbare school en mocht iets kiezen wat hij erg leuk zou vinden. Dat was eten bij een driesterrenrestaurant. In Frankrijk. Gecombineerd met de vakantie kwamen we dus hier uit, in Cassis.

Het is even zoeken, zo net buiten het dorp en je rijdt er snel voorbij. Naast een lelijke parkeerplaats is een kleine ingang naar het restaurant. En dat is prachtig. Ruim opgezet, mooi ingericht en voorbeeldig personeel. Vanaf minuut één voel je je werkelijk te gast. Alles is er op ingericht jou een geweldige ervaring te bieden. En die is er.

Het begon al met de dikste wijnkaart ooit.

We zaten buiten met uitzicht op zee en de hellingen van de calanque. Toen de eerste amuse werd geserveerd wisten we al: dit wordt top. Alles klopte: mooie smaken, mooi geserveerd. En het hield niet op. Van het ene prachtgerecht naar het andere.

Ik kan nog wel even doorgaan, maar volgens mij is het wel duidelijk. Hier eet je de sterren van de hemel. Na een lange tijd kwam de kar met kaas voorbij. Daar hou ik enorm van na het diner en we kozen alle drie bescheiden stukjes met een vijgenjam erbij. Drie stukjes per persoon. Die bleek ik later apart te moeten afrekenen, geen onderdeel van het diner, tegen een prijs waarvan je ook met zijn drieën uit kunt eten in Zuid-Frankrijk ergens zomaar onder een boom op een terras. Dat was het enige minpunt. Maar een mens moet niet zeuren.

Koffie kregen we verder naar beneden waarbij er wat friandises werden geserveerd: ook weer goddelijk en van grote schoonheid.

Nog lang hebben we genoten van alles met uitzicht op zee. Het was een perfecte ervaring in een – op zich – al perfect dorp. De prijsstelling is dusdanig dat je dit niet iedere week doet, zal ik maar zeggen. Maar wil je een keer perfect eten, een perfecte ervaring hebben en zeer tevreden naar huis kunnen rijden, reserveer dan hier een keer. Lunch is mooi omdat je in de zon met uitzicht op zee een mooie lange luie zit hebt.

Voor de volledigheid nog even het adres. Reserveren moet echt, ruim van tevoren ook. Maat dat mag ook. Zoals Michelin ook zegt: een restaurant om speciaal naar toe te gaan.

Volgende keer, nummer 6 van 15, neem ik jullie mee naar Cannes.

Marseille, ruige stad 4/15

Marseille, zegt men, is nogal gevaarlijk. Je moet er nooit zomaar naartoe, en je moet al zeker niet het drukke centrum rond de haven verlaten. In schimmige steegjes wachten ongure types op toeristen zoals jij om die vervolgens te ontdoen van alle waardevols en zelfs, als je niet meewerkt, van je leven.

Het zal.

Ik kom al jaren in Marseille en het is een van mijn favoriete steden geworden. Inderdaad rauw en ruig, levendig, geurend naar Noord Afrika, de drukte van de haven, Maison Empereur, MuCem, de rommelige stad, de boot naar de eilandjes voor de kust en het eindeloos wandelen door de buurten. Het is een heerlijke stad.

En dus waren we weer eens in Marseille. Het was heet, hartje zomer. We hadden een hotel aan de oude haven. Handig parkeren en de deur uit en je staat in de drukte. Perfect dus. Na een dag wandelen, een boottocht naar Château d’If, hadden we trek. We liepen naast het hotel een straatje in omhoog omdat we in die buurt een restaurant hadden gezien. Heel idyllisch, in een soort tuin. Dat bleek vol te zijn en dus liepen we maar weer verder richting stad. En toen zagen we een terrasje met ook wat tafeltjes op een trottoir, een tent met een überhippe uitstraling. Alles leek te roepen: wij zijn GenZ of zo en hier is het hip.

Het terras was vol en we kregen met zijn drieën een tafeltje op het trottoir. Dat bleek tegenover de uitgang van de parkeergarage te liggen, zodat we soms even moesten verschuiven als er een te grote auto uit kwam rijden.

We zaten! We bestelden wijn en eten en al snel kwamen er hapjes op tafel. De bediening was ook überhip, jonge mensen, mannen met een bun en tattoos en duidelijk decennia jonger dan ik en maar iets ouder dan mijn zoon. Het feestje was begonnen! Wat een heerlijk eten en wat een topsfeer. Alles klopte. De mensen, de ton qui fait la chanson, het straatje waarin we zaten ver buiten de drukte. We hebben echt heerlijk gegeten, verrassende gerechten: alle klassiekers uit het zuiden maar dan modern gemaakt. Licht, kruidig, mooie smaken.

Als je van plan bent naar Marseille te gaan, en doe dat want het is een fantastische stad, ga dan hier eten. Prijs/kwaliteit is top en je eet er als een Keizer in Marseille. Doen dus.

Oh ja, en dat andere restaurant in die tuin? Daar zijn we de volgende avond wezen eten. Nooit meer doen. Zelden zo slecht bereid eten op mijn bord gekregen. Het vlees was gelijk een schoenzool en de polpo was plastiek geworden. En we betaalden de hoofdprijs. De mooie leuke tuin dus voorbijlopen en, hop, naar deze tent.

Volgende keer neem ik jullie mee naar Cassis!

Dementia

Maar dat jij niet meer,

dat jij niet meer,

niet meer,

Dat jij daar bent gebleven,

dat jij dus niet hier,

dat jij niet,

niet meer.

Dat nu er niet meer is,

dat jij niet nu,

maar toen bent.

Dat jij toen zo scherp nog weet,

dat jij nu toen bent,

dat jij terug bent naar toen.

Toen wij er niet waren,

en toen niet nu delen,

geen deel hebben aan toen,

geen deel meer zijn van jou, nu.

Dat maakt jou zo eenzaam,

dat maakt ons zo eenzaam,

wij hier nu, jij toen daar.

Eten in een achterbuurtje in Nice? 3/15

Nice en een achterbuurtje, kan dat? Ach dat weet ik niet eens zeker. Sommige buurten voelen prettiger, welkomer, vrolijker, zachter dan andere. En soms loop je in een straat waarvan je weet dat je er niet wilt zijn na zonsondergang. Op feiten gebaseerd? Meestal niet. Combinatie van straat en humeur.

Zo liepen wij in Nice naar het Musée Chagall, wat vanuit ons hotel in het centrum best een flinke wandeling was. Niet zozeer de afstand maar het klimmen gecombineerd met zo’n 40 graden maakte het een flinke wandeling. We passeerden een straatje, de Rue Biscarra, en we liepen langs een klein terras bij een Japanner. Binnen waren een man en vrouw van middelbare leeftijd aan het schoonmaken. Een simpel ogende zaak met formica tafels voor de deur. Ik vond het direct heel aantrekkelijk.

Wat is dat toch, dat je ergens naar kijkt en denkt ‘daar wil ik wel eten’. In mijn geval gaat het altijd over lokale tentjes die er niet direct top uitzien. Sterker nog, die een wat achterstallige indruk maken.

Afijn, wij liepen door en vonden de buurt niet echt top. Overal geparkeerde brommers en scooters, smalle straten en verder niks te beleven. Het museum was echt top! Ik had nooit veel met Chagall maar na het bezoek aan dit museum is dat veranderd. Wat een interessante kunstenaar is dit. Wat een verbeeldingskracht en wat een symboliek. Prachtig, echt alles. Tevreden dronken we wat onder de bomen en gingen terug naar het hotel.

Toen we bespraken waar we die avond zouden eten riep ik direct ‘bij die Japanner!’ Echt herkenning was er niet bij mijn gezin en toen ik het uitlegde was er geen enthousiasme. Maar we gingen toch.

We liepen terug naar de buurt en het werd stiller en stiller. Het oogde niet echt gezellig en ik zou hier niet spontaan heen getogen zijn. Maar ja, ik had een missie. De familie vroeg zich af wat we hier deden, in een stad waar zoveel te doen is in de drukte, tussen de mensen, in het licht. Als echte vader straalde ik overtuiging en rust uit. Zeker weten deed ik het ook niet.

Op naar Sushi Ya dus. En dat hebben we geweten! Met een nat doekje werd de tafel gekuist en we gingen op de stoep zitten met zijn vieren. We bestelden van alles bij de middelbare mevrouw die niet veel Frans sprak maar heel aardig was. Mijn ramen was hemels, de sushi was top en eigenlijk was alles perfect van smaak en textuur. Het Japanse bier erbij was koud en lekker. Dit was echt topeten voor een heel schappelijke prijs. De plek neem je voor lief, sterke nog: die plek maakt het helemaal af. Heel tevreden liepen we terug naar het hotel, de drukte in, waar er mensen, rumoer en licht waren.

Volgende keer neem ik jullie mee naar Marseille, ook naar een onverwacht straatje waar je op een terras zit tegen een uitgang van een parkeergarage aan. Het wordt nummer 4 van de 15 restaurants.

Monaco: dat is toch óf duur óf slecht eten? (2/15)

Monaco, daar moet je een keer geweest zijn. Althans, dat was mijn idee lange tijd. En dus gingen we op weg, zo’n anderhalf uur rijden. Soms twee uur. Auto parkeren en de parkeergarage uitkomen tegenover het casino. De jongens vergaapten zich aan de auto’s en zeiden dan dat ik met mijn auto daar maar niet tussen moest gaan rijden. Met een grote grijns, maar toch.

We keken boten en we moesten natuurlijk de F1-tunnel doorlopen om te eindigen in de souvenirwinkel aan het eind. Terug maar weer naar de auto om te constateren dat er eigenlijk niet heel veel aan was.

Voor de lunch streken we neer op het terras tegenover l’Hôtel de Paris, Café de Paris. Dat hebben we twee keer gedaan trouwens. De eerste keer hebben we veel moeite gedaan om wat besteld te krijgen maar dat mocht niet baten: we werden genegeerd. De tweede keer lukte het wel en hebben we een volstrekt gemiddelde lunch genoten tegen hoge bedragen, wat ik me ervan herinner. Niet echt top. Het alternatief dat de jongens zagen was ertegenover, bij Ducasse. Hebben we maar niet gedaan. Duur of middelmatig zo leek het.

Beetje dooie boel.

Tot we op een dag besloten eens naar boven te gaan, richting paleis. En ja, dan heb je het over een ander Monaco. Ook druk en toeristisch, crowded zelfs. Wel een goede sfeer en vooral een prachtig uitzicht. Hier minder de pracht en praal en het zien of gezien worden van beneden. Gewoon toerisme, zal ik maar zeggen. En daar, in een straatje tegenover het paleis ontdekten we Chez Tony.

Het ziet er uit als een gewoon tourist trap restaurant. Je loopt al lang, je bent moe en je gaat zitten. Meestal valt het eten dan wat tegen terwijl het biertje prima is. Hier was het toch anders: vriendelijke bediening, heel erg Italiaanse gerechten met hier en daar een Franse touch (salade au chèvre bijvoorbeeld) en alles top bereid. Met weinig heel veel smaak en plezier creëren, dat hebben ze hier in hun vingers.

En zeker, het straatje barst van de toeristen en je waant je in Valkenburg. Maar als je eenmaal zit achter een mooi glas wijn en je kijkt er wat afstandelijker naar, dan kom je eraan toe om gewoon te genieten van een heerlijke maaltijd. ’s Avonds sluiten ze vroeg, maar hé, dan ben je toch alweer onderweg naar huis.

Aanrader dus.

Volgende keer in de serie 15 restaurants in Zuid-Frankrijk neem ik je mee naar Nice. Naar een scharrig straatje, buiten het centrum, waar je niet verwacht wat ik zal beschrijven.

Tuurlijk kun je lekker eten in Frankrijk! (1/15)

Vandaag het eerste favoriete restaurant van de vijftien in Zuid-Frankrijk. Ik schreef eerder dat het op loopafstand ligt van ons dorp: Cotignac. Nou ja, loopafstand: een kilometer of negen.

Cotignac is een heerlijk dorp. Ooit half dood is het als Lazarus opgestaan en weer tot leven gekomen. Het bruist. Er is een klein ‘museum’, er zijn kunsthandeltjes, er zijn twee hotels bijgekomen en de markt op dinsdag is heel er druk. Op de Cour Gambetta kun je volop eten, van lekker tot veel te vet (pizza’s), in een heerlijke sfeer. Alles klopt aan dit dorp.

Net het dorp door is er een klein pleintje, op dinsdag de uitloper van de markt. Daar was ooit een restaurant, La Terrasse, waar we vaak kwamen. Simpel lekker eten en ze hadden altijd een uitstekende vegetarische curry. Weinig verrassend maar prima. En toen kwam corona, het restaurant kwam daar niet meer bovenop. Het pand kwam leeg te staan.

Op een dinsdag liepen we over de markt en zagen dat er een nieuw restaurant was: Picotte Provence. De deur zat dicht. We gingen verder de markt over. Even wat drinken en dan weer lang wandelen naar de auto. En toch, ik besloot te bellen en te reserveren. We waren benieuwd.

Op naar Cotignac dus weer en op naar Picotte. Wát een verrassing!

We werden ontvangen door jonge mensen die ons voorgingen naar het buitenterras. Het hele interieur en exterieur was aangepakt. Licht, open, fris, vriendelijk, jong. Het terras kenden we al, maar ook dat zag er lekkerder en hipper uit. De kaart was godezijdank niet uitgebreid maar juist heel beknopt en duidelijk. We bestelden een mooie lokale wijn (Carpe Diem) en wat uit het menu.

Wat een verrassing: mooi opgemaakte borden met heerlijke gerecht. Mooi op smaak, en lokaal: de panisse was heerlijk stevig van buiten en zacht van binnen. Perfect gefrituurd. Alles klopte, alles was lekker.

Toen ik ging betalen keek ik even de keuken in: jonge mensen die prachtig koken. Ik zei dat het heerlijk was. Vrolijke, goeie stemming. En naar later bleek: George Clooney komt hier ook! Ik denk dat ik op zijn plekje heb gezeten terwijl mijn vrouw naar me keek. Ik heb niet gevraagd wat zij dacht.

Het is niet Frans goedkoop, dat was La Terrasse wel. Je weet direct als je je bord voor je ziet dat hier liefde en precisie in zit, dat kost gewoon wat. Laat je niet weerhouden: gewoon ernaartoe! Neem de tijd in Cotignac, ook al de moeite waard.

Volgende keer gaan we naar Monaco!