De dood, dag 7: de Aankomst

“Gaat het wel goed met je”, vroeg een vriend. “Al dat geschrijf over de dood!” Het gaat heel goed met me en de reden dat ik dit doe is steeds dezelfde: woorden geven aan het gemis van twee moeders. En een beetje een monument oprichten voor hen, hoe klein ook.

Dus hou vol!

Na alle stappen die je meemaakt na het verlies van een dierbare, komt ook de dag van de begrafenis of crematie. Een rare dag die later voelt als een gat. Op die dag zelf doe je alles wat je kunt om nog liefde te tonen, om zorgvuldig te zijn en te laten zien waar je liefde zit voor degene die je begraaft. Nog wat woorden en te veel spanning voor echt verdriet.

  1. De aankondiging
  2. De voorbereiding
  3. Het feest
  4. Het vertrek
  5. De reis
  6. De bestemming
  7. De aankomst
  8. Het achterblijven
  9. Het begin

De aankomst

Over uw aankomst hebben

We samen gesproken: u

Wilde gedragen worden,

Omdat u niet meer zou lopen

Langs het smalle pad waar u

Zo vele malen was.

En ik draag u op mijn schouders

Ik voel de last,

Mijn spieren vertellen mij

Wie u voor mij was:

O, oneindig liefhebben

Tot voorbij ons kleine leven.

En in de kerk achter ons

Zingt een koor van Jerusalaïm,

Stad van het licht.

Uw leven is verdicht

Tot een dunne lijn.

Waar u reeds woont

Zullen wij weer samen zijn.

De dood, dag 6: De Bestemming

Sacramenten zijn belangrijk. Natuurlijk voor Rooms-Katholieken alle Heilige Sacramenten, van Doop tot Ziekenzalving. Maar als je een sacrament ziet als een heilige of betekenisvolle handeling dan herken je natuurlijk veel meer sacramenten. Of je gelovig bent of niet. Op zondag altijd samen ontbijten om de dag te beginnen met het gezin, elkaar altijd gedag kussen voor je de deur uitgaat. Ik zie ook dat ieder van ons rituelen heeft: ik begin de dag altijd met twee sneden brood en vijf espresso. Geen dag zonder. Mijn leven zit vol rituelen maar die zijn zo ingesleten dat ze gedachteloos voorbij gaan. Een sacrament zonder religie is bijvoorbeeld die kus bij het weggaan. Dat doe je niet gedachteloos, op automatische piloot. Je geeft welbewust waarde aan die handeling.

Bij onze moeders werden handelingen tot routines tot sacramenten. Mijn kus op het voorhoofd van mijn moedertje bij komen en gaan. Iets langer dan nodig aangehouden zodat er een moment samen ontstond. Een heilig verbond.

Bij mijn schoonmoeder waren er vele. Zij was heel gelovig en liet op enig moment de pastoor komen voor de ziekenzalving. Wij waren daarbij aanwezig.

Dit is na het gedicht van gisteren, De Reis, het zesde gedicht van negen.

  1. De aankondiging
  2. De voorbereiding
  3. Het feest
  4. Het vertrek
  5. De reis
  6. De bestemming
  7. De aankomst
  8. Het achterblijven
  9. Het begin

De bestemming

De avond voor uw aankomst

Zijn wij tezamen, de priester

Spreekt in vervlogen taal

En met eeuwenoude gebaren,

Dit geloof moet u bewaren

Voor de angst in de bestemming

Die sterven heet.

U ligt in bed,

De handen opengevouwen

Wachtend op de zalving van

Een Heilig Sacrament,

Is dit dan wie u bent,

Of hebt u ons nu al verlaten,

Voor een ander leven:

Als de priester uw handen raakt

En de woorden zegt die we zullen

Vergeten, kijkt u nog eenmaal

Mij aan: u bent er weer,

Zij het voor slechts heel even.

De dood, dag 5: De Reis

En zo beseft iemand die weet dat het einde komt dat er echt een reis aan zit te komen. Een reis waarvan je niet eens weet waar die precies naar toe gaat en waarvan je niet eens weet hoe die reis verloopt. Ik heb het meegemaakt bij beide moeders. Ik zal niet zeggen dat er een soort berusting was, integendeel soms. Enorme opstand en boosheid. Dat heb ik gezien. Maar soms ook wel berusting. Omdat het onafwendbaar was wat er kwam.

Mijn schoonmoeder had in een bos in Salland en bepaalde boom waar zij troost uit putte. Een verbinding tussen de aarde met een nietig mens en de hemel. Daarover gaat dit gedicht.

Gisteren schreef ik over het moeten vertrekken, vandaag over de onontkoombare reis. De Reis is ook de titel van deze hele reeks gedichten.

  1. De aankondiging
  2. De voorbereiding
  3. Het feest
  4. Het vertrek
  5. De reis
  6. De bestemming
  7. De aankomst
  8. Het achterblijven
  9. Het begin

De reis

Het bos waarin we gaan

Is groot en vochtig

De bomen waken alle jaren

Over deze aarde,

Uw voeten bewegen

Het heelal, en plots 

Zet u alles stil.

Er is een van hen

Met wie u praten wilt,

De handen op de bast

De ogen gesloten

Reist u naar de toppen 

Van de boom,

Van daar ziet u uit

Over de wereld

Naar het strand, de zee

Waar het leven ooit begon,

Uw reizen is een reizen

Dat niet van deze wereld is,

Ik kijk naar u, ben stil, en weet

Dat ik u nu reeds mis.

De dood: dag 4.

Het zal ergens september 1999 zijn geweest. Mijn moeder lag in bed, doodziek. Ik kwam haar slaapkamer binnen en de geur was een andere dan ik gewend was. Er hing een soort acetongeur die ik niet eerder had geroken. Mijn moeder werd wakker en kwam overeind. Ze had last van haar maag en ik pakte een maagtablet en maakte die klein zodat het makkelijker was om door te slikken. Ze ging op de rand van haar bed zitten, wetend wat er zou komen, en vroeg aan me “ik ga het jaar 2000 toch wel halen hé?” Ik zei “al moet ik je persoonlijk de nieuwe eeuw induwen” en lachte wat. Ze heeft het jaar 2000 niet gehaald.

Een jaar eerder: mijn schoonmoeder werd wakker uit een koortsachtige droom. Ze werd wakker met grote, wat paniekerige ogen, en zei: “ik zag mijn moeder, ze wenkte naar me”. Alsof het hiernamaals zich aandiende.

Beiden wisten dat het vertrek nabij was.

Je leest van mensen, Mulisch bijvoorbeeld, die nieuwsgierig zijn naar het sterven en wat daarna komt. Of niet. Je hoort van anderen, zoals René Gude die ik nog altijd mis met al zijn optimistische wijsheid, die met een blijmoedige onbevangenheid het einde tegemoet treden. En er zijn er die met grote angst iedere stap voorwaarts zetten.

Ik weet niet tot welke groep ik zal behoren.

Dit is gedicht 4, na gedicht 3 van gisteren. De hele reeks heet De Reis.

  1. De aankondiging
  2. De voorbereiding
  3. Het feest
  4. Het vertrek
  5. De reis
  6. De bestemming
  7. De aankomst
  8. Het achterblijven
  9. Het begin

Het vertrek

De paniek in uw ogen,

Soms,

Als ik bij u ben,

Maar neem de tijd,

Ik rust op de rand van het bed.

Als u bent gewekt

Uit een diepe droom,

‘De dood trok aan mij,

ik zag om en zag mijn  moeder’,

Uw woorden pakken mijn hand,

Klam, zitten we hier samen en

Praten over plaatsen zonder namen

Wat komt daarna, vraagt u.

En ik stel u teleur

Waar u zult gaan ben ik

Nimmer geweest,

En alleen mijn geest raakt de uwe,

Dit vertrek heeft alleen voor mij

Een deur.

De dood: dag 3

Als je eenmaal weet dat er kanker in het spel is ga je door alle bekende stadia: van ongeloof naar opstand naar wanhoop naar berusting naar opstand et cetera. Geen dag is meer zoals ooit daarvoor. En in het geval van onze moeders was het een kroniek van een aangekondigde dood. Weten wat er komt, maar niet wanneer.

En op sommige dagen lijkt het leven gewoon door te gaan alsof er niets aan de hand is en er niets te gebeuren staat. Soms zijn er zelfs feestjes, bijeenkomsten, mensen bij elkaar die doorgaan met hun eigen leven. In een ander parallel universum.

Gisteren gedicht 2, vandaag gedicht 3.

  1. De aankondiging
  2. De voorbereiding
  3. Het feest
  4. Het vertrek
  5. De reis
  6. De bestemming
  7. De aankomst
  8. Het achterblijven
  9. Het begin

Het feest

Behoedzaam loopt u de trappen op

Naar de zaal, waar de anderen

Reeds wachten, en u kijkt

Scherp om u heen, weten, ach,

Maar vóelen dat het leven

Eindig is, in dat gevoel bent u

Op dit feest alleen.

U beloofde mij een laatste dans

En u leidde mij door de menigte

Naar buiten nu, het terras

Waar de avond, voorbode

Van alles dat komt. Nooit

Eerder heeft u zo gesproken 

Met de nacht,

En terwijl de mensen binnen

Het feest opnieuw beginnen,

Met een geestdrift die eens

De uwe was,

Spreekt u tot mij als een vrouw

Die reeds vertrokken is,

Een ander dan u bent.

De dood: gedicht 2

Zoals ik gisteren schreef zijn in de laatste jaren van de vorige eeuw mijn moeder en schoonmoeder overleden. Beiden aan kanker en dus min of meer aangekondigd. De maanden die komen na die aankondiging kennen up en downs. Soms heb je het gevoel aan een onbekende reis te zijn begonnen met elkaar en soms verval je in diepe droefenis.

Na die periode heb ik een aantal gedichten geschreven met als titel De Reis.

Gisteren gedicht één, vandaag gedicht twee.

  1. De aankondiging
  2. De voorbereiding
  3. Het feest
  4. Het vertrek
  5. De reis
  6. De bestemming
  7. De aankomst
  8. Het achterblijven
  9. Het begin

De voorbereiding

Hoeveel koffers

Voor hoeveel bagage

Als je weet waarheen de reis

De bestemming bekend

Maar niet wat daarna,

Na een aankomst.

Welke voorbereiding voldoet,

De vraag aan uzelf gesteld:

‘wat neem ik mee als ik,

stel..’

Als u hier staat, een perron.

In uw handen, uw vingers

Tellen de kralen aan het koord,

Iedere kraal is een oord

Waar uw geest wil wonen.

De dood, een gedicht.

Kerst 1997 hoorden wij dat mijn schoonmoeder ongeneeslijk ziek was en nog maximaal negen maanden te gaan had. Op 3 september 1998 overleed zij. Ze was toen 58 jaar oud. In dat jaar hoorden wij dat mijn moeder ook kanker had, en precies 1 jaar, 1 maand en 1 week na mijn schoonmoeder overleed ook zij. Ze was 78 jaar oud. Beiden hebben de eeuwwisseling niet meegemaakt.

In korte tijd verloren wij onze moeders aan kanker. De sluipmoordenaar in je lijf noemde mijn moeder dat. Hij was er, maar je wist nooit wanneer hij toesloeg.

Ik heb toentertijd een aantal gedichten geschreven met als titel De Reis. Als je er middenin zit, beduusd en verslagen, gaat de tijd niet lineair. Sommige weken gaan razendsnel en andere tergend langzaam. Het einde, de bestemming staat vast. De reis is onbekend. Dat heb ik proberen te pakken in deze negen gedichten.

Dit zijn ze:

  1. De aankondiging
  2. De voorbereiding
  3. Het feest
  4. Het vertrek
  5. De reis
  6. De bestemming
  7. De aankomst
  8. Het achterblijven
  9. Het begin

Vandaag het eerste gedicht.

De Reis

De aankondiging

Door de gangen klonk geschreeuw

Iemand had gesproken

Wat Uw lichaam steeds fluisterde,

En – hoewel het leek alsof

U niet luisterde – 

U herkende de woorden in de nacht,

Het bericht zoals u reeds

Lang had verwacht: “kom we gaan,

De tijd is gekomen,

De reis moet beginnen”.

De reis is begonnen, diep

Verborgen in uw lichaam

Is de bestemming gegroeid

Uw innerlijk zal zich uiten,

En nogmaals de woorden, nu al

Licht vermoeid, “kom,

We moeten gaan”.

De Hypermarché: een Tour de France.

De supermarkt in Carcès

Ik doe mezelf altijd een groot plezier door naar een supermarkt in het buitenland te gaan. Kan de Kaufland zijn in Duitsland, de Carrefour in België of een heel klein supermarktje (Sherpa) in Les Trois Vallées.

Het grootste plezier heb ik in zo’n grote hypermarché in Frankrijk. Altijd gelegen aan de rand van de stad, op een ZI tussen de Buffalo Grill en de Kiabi en heel veel andere bedrijven. De omgeving is eigenlijk altijd demotiverend lelijk, dus waarom er toch naar toe?

Sterker nog: wie rijdt er meer dan twee uur om net over de grens van België in Frankrijk de afslag Roncq te nemen en te gaan winkelen bij de Auchan? Welk nadenkend mens doet dat?

Nou: ik.

Een Auchan met een kassa of 70 en een oppervlakte die oneindig aanvoelt. Ik word daar zo blij van. Een veel te grote kar pakken en langs alle Franse heerlijkheden lopen en die kar volgooien. Wat je daar kunt vinden is een land onder eenzelfde dak. En dat is prachtig. Natuurlijk, je moet even door het enorme consumentisme heen kijken. Terwijl je er zelf aan meedoet overigens. Maar als je dat doet en je richt je op de schoonheid van wat Frankrijk te bieden heeft dan gaat er een wereld voor je open. Onbevangen dus naar binnen.

Wat ook mooi is als je dat doet in de verschillende seizoenen. Het voorjaar is totaal anders dan in de herfst, laat staan vlak voor de kerst. En natuurlijk, dat is niet anders dan in Nederland. De schaal waarop is echter geheel on-Nederlands.

Denk aan de strekkende meters boter uit de verschillende streken, de twintig meter yoghurt, de pakketten met alles erin voor Pot au Feu, de wijnsectie, de broodafdeling, alle pasta’s bij elkaar van de Elzas tot aan Crozets uit de Savoie. Ooit in de herfst liep ik in de Loire in een hypermarché en daar kon je jachtgeweren en munitie kopen. Prachtig. Het is een Tour de France onder handbereik.

Het kan nu even niet. Het is niet anders. Mijn voornemen is deze zomer wel in Frankrijk uit te komen en dan in de Var. Op mijn berg, als het moet in totale lock down, met af en toe een ritje naar de lokale Intermarché. En, hoewel kleiner, ook daar is het een walhalla. Vooral omdat die gevuld is met lokale verse producten. Paprika’s die zo misvormd zijn dat zij de Nederlandse supermarkt nooit bereiken, perziken van alle formaten, maar ook vlees van de koeien om de hoek.

Wat me in beide gevallen opvalt is de manier waarop we met voeding en voedsel omgaan in Nederland en hoe de Fransen dat doen.

Zeker is het zo dat die grote supermarkten ook vol liggen met producten die wij ook kennen. Je loopt niet alleen maar tussen exotische zaken. De grote merken kom je tegen en ook heel veel minder spul. Berucht is natuurlijk de extreem goedkope Pinard waar je dagen lang een kater van hebt. Dat is waar.

Maar: wat ook waar is, is de liefde van Fransen voor goede kwaliteit die zich uit in gewoon betalen voor kwaliteit. Ga voor de lol eens staan bij de kaasafdeling en kijk hoe men de beste kaasjes uitzoekt. Of hoe een dorpsbewoner in mijn dorp een duur stuk rund koopt om te laten vermalen tot een steak haché. De kippepoten die ik koop en dan voor vier poten een veelvoud afreken van die in Nederland. De smaak is navenant.

Onze relatie met eten is een andere. Wij willen makkelijk en snel kunnen eten zonder dat de portemonnee leeg is. Het is niet het belangrijkste onderdeel van het feestje. In Frankrijk is dat anders. Fransen geven gemiddeld 20% van hun budget uit aan eten, Nederlanders rond maximaal 12%. En de koppeling prijs-kwaliteit in voedsel is een belangrijke. Voor weinig kun je geen goed vlees kopen. Prijsknallers bevatten meer water dan proteïnen. Als gewicht per euro belangrijk is dan draait het niet meer om kwaliteit.

Dat is dan ook de reden dat al die verschillende Franse supermarkten zoveel verse kwaliteit kunnen bieden: het wordt gewoon gekocht. Ze blijven er niet mee zitten. Het inkooprisico is dus klein.

Van de Auchan in Roncq of Aubagne tot aan de hypermarché in Carcès: het draait om kwaliteit en exclusiviteit voor de massa. Een massa die gewoon geld uitgeeft aan goed eten.

Omdat dat in ons land anders is, zal ik af en toe richting Frankrijk moeten reizen. Ik verheug me ook op de dag dat het weer kan.

En los van de Auchan: Lille is een heerlijke, voor velen onbekende, stad. Meestal rij je er langs op weg naar zon en zee. Doe eens niet en ga de stad in. Drink op de markt koffie of een biertje en geniet van Frankrijk op een paar uur rijden.

Stemadvies

Ik kijk nauwelijks tv en al helemaal nauwelijks politieke debatten. Dat terwijl ik een neurotisch volger van alle politiek ben. Sinds mijn vroege jeugd is de politiek een onderdeel van mijn leven. Aan de eettafel bij mij thuis werd er veel over politiek gesproken en die traditie zet ik in mijn eigen gezinsleven door. Soms tot ergernis van mijn gezin.

En toch kijk ik niet. Ik weet namelijk wat er gaat komen. Veel vrome woorden, veel vooruitzichten, veel beloftes en platte leugens en verdraaiingen. Vliegen afvangen door meest volwassen mannen. Rutte die zijn beste tijd achter zich heeft liggen maar toch weer terugkomt. Hoekstra die toch gewoon een managing consultant van McKinsey blijkt te zijn. Klaver die driftig om zich heen kijkend alle moeilijke onderwerpen ontwijkt. Wilders die al 63 jaar dezelfde riedel afsteekt. Ploumen die…waar is Ploumen? Kaag die te intelligent is voor Nederland. Marijnissen waar ik een zwak voor heb maar zo schreeuwt dat mijn zwak verdwijnt. De rest noem ik gewoon niet.

Je ziet: soms kijk ik dus wel tv.

Waar ik op afhaak is het feit dat de journalistiek het eigen handwerk niet uitvoert. Hoe zit het met de toeslagenaffaire en de etnische profilering? Waarom houdt Rutte hier zijn mond over de EU terwijl het voor Nederland een heel grote afzetmarkt is? Weten de heren dat er geen causaliteit is tussen een kortere WW en meer mensen aan het werk? En waarom zeggen ze dat toch? En nu we toch bezig zijn: meneer Rutte zegt dat de VVD de WW ongemoeid laat terwijl dat niet zo is. Waarom doet hij dat?

En waarom hebben we te maken met een kabinet dat wel weet de sanctioneren en te beperken maar zoveel moeite heeft met vooruitgang boeken? Waarom zit D66 er nog steeds bij als het roer om moet? En nu we het over sanctioneren hebben: waarom is het bovenste item van de stapel nog steeds van kracht en is ook nog eens verlengd? Ja, meneer Rutte, we hebben het over de avondklok. Weet u nog? Avondklok zou verdwijnen en we zouden €1000 erbij krijgen. Ook niet gebeurd. Waarom belooft dit kabinet van alles maar komt het niets na? Waarom, waarom, waarom? Waarom is demonstreren tegenwoordig een hachelijke onderneming? Waarom? Waarom valt minister De Jonge een individu aan die door te bellen een vaccinatie heeft geregeld voor zichzelf en zijn vrouw? Meneer Hoekstra, waarom doet hij dat, terwijl hijzelf niets op orde heeft? Waarom komt hij daarmee weg, meneer Hoekstra?

Ik ben een ontevreden burger. Ik kijk naar een overheid die vergeten is te werken in naam van en voor het volk, voor alle burgers. Ook voor hen die niet geloven in vaccinaties, ook voor hen die demonstreren waar het niet is toegestaan, ook voor hen die hier al heel lang wonen en nog steeds gewantrouwd worden, ook voor hen wier leven een puinhoop is door het terugvorderen van toeslagen of gewoon doordat zij in Groningen wonen. Over Groningen gesproken: meneer Rutte, u met uw fabelachtige dossierkennis, hoe kon u voorstellen dat er een kerncentrale moet komen in Groningen? Oh, sorry, u heeft daar geen actieve herinneringen aan?

We hebben te maken met een versleten club bewindslieden en een premier die geen moeite meer hoeft te doen. Een dodelijke combinatie, niet alleen tijdens een crisis maar überhaupt. En de regeldrift en cynisme hebben in het afgelopen decennium geleid tot een afkeer van gewone mensen die afhankelijk zijn van diezelfde regering. Ik heb daar al eens over geschreven. Deze regering zou het liefst een land zonder burgers willen.

Ik weet wat ik ga stemmen en het is niet op een van de coalitiepartijen. Ieder moet het zelf weten, waarbij ik een uitzondering maak voor bruinrechtse partijen: ieder die daarop stemt heeft geen zuivere geest. Het zijn er nogal wat in dit land. Sneue mensen.

Maar wat je ook stemt: als je stemt op een van de huidige coalitiepartijen dan stem je voor voortzetting van het huidige beleid. Besef dat. Niets van wat de mens doet is vrijblijvend. Niets.

Mijn stemadvies is dus: neem verantwoordelijkheid voor je eigen stem, maar ga in ieder geval stemmen! En zeur later niet als het tegenvalt in de praktijk. terwijl die lijsttrekker het zo anders zei tijdens die debatten.

Tussen zeggen en doen gaapt een enorm gat. Ga stemmen.

Wat een gemis.

Het is maandag. In mijn agenda staat de hele week een afspraak: een hotel in Les Bruyères in Les Trois Vallées. Een reservering die ik vorig jaar augustus gemaakt heb. Toen al wist ik dat deze hele toestand nog maanden zou duren maar ik had goede hoop. We zaten toen vijf maanden in een soort lockdown en ik was optimistisch. Ik dacht dat ergens in oktober er een eerste vaccin zou zijn en dat we dat in januari weer konden leven. En dus in februari naar de sneeuw zouden kunnen.

De rest is geschiedenis. Op 19 januari jl, de verjaardag van mijn lieve zusje, heb ik de reservering geannuleerd. Met pijn in de buik. De week vakantie is inmiddels veranderd in een week on line meetings en het voorbereiden van besluiten.

En nu denk ik dus aan die sneeuw en verblijf in een lekker hotel. We hadden mazzel vorige week. Een soort miniatuur wintersport kregen we cadeau van de Lieve Heer. En daar moeten we het mee doen.

De foto die ik hier laat zien is van het pad tussen Les Bruyères en Les Ménuires, op zo’n 1800 meter hoogte. Omdat ik niet ski wandel ik daar vaak. De kou en de wind zijn heerlijk. Als de zon schijnt is het helemaal een heerlijke wandeling. En het is niet eens heel opwindend allemaal.

Les Ménuires is een nogal gedateerd Frans wintersportdorp. Gebouwd rond de plek waar duizenden skiërs naar beneden komen of staan te wachten bij liften. De terrassen zijn betimmerd met bruine schrootjes. Maar het mooiste en meest gedateerde is toch het ondergrondse winkelcentrum. Geheel betegeld, bruin hout en winkeltjes waar je van ziet dat die er al decennia zitten. De obligate vreetschuren die ook ’s morgens al naar raclette stinken. Winkeltjes met souvenirs. Bekers, messen, glazen en grote ovenschalen waar je tarti- of croziflette kunt maken. Een feest om te vertoeven.

Ik loop altijd door dat winkelcentrum en ga daarna wat drinken in de zon alvorens weer terug te lopen. Al met al ben ik dan een paar uur onder de pannen.

Mijn leven bestaat een week lang uit rust, reinheid en regelmaat. Maar wat een genot. De eerste dag is het spullen huren, de juiste schoenen passen en sjouwen met alles naar het hotel. De familie gaat direct skiën en ik geniet van de stilte. In de avond gaan we in een soort rodelbaan, de Speed Mountain, waar je langzaam omhoog wordt getakeld om daarna in een rotvaart naar beneden te zoeven in de snijdende kou. Daarna zijn alle dagen hetzelfde: we staan op, ik ga mee met de familie om een beetje te helpen met al het gedoe rond skiën en dan is de ochtend voor mij. In mijn uppie wandelen, om me heen kijken, zitten in de zon met koffie en dus wandelen. Lunchen en ’s avonds ongegeneerd lekker eten bij een van de restaurants in het kleine dorpje, een hameau eigenlijk. De enige afwisseling is dat ik ook nog lees, in de hamam zit (het hotel is geheel leeg overdag) en zon.

Wat maakt dat nou zo aantrekkelijk? Natuurlijk gewoon dat ik in Frankrijk ben, moeilijker dan dat is het niet. Boodschappen doen bij de Sherpa tegenover het hotel. Goed stokbrood kunnen kopen, goede worst en heerlijke wijn. Gewoon overal Frans spreken en ’s avonds Frans eten. Me thuis voelen. Ik voel me in Frankrijk altijd thuis namelijk. En inmiddels zijn we zover dat we begroet worden in het restaurant als we komen eten en dat ze weten dat mijn oudste zoon een zware allergie heeft. Men houdt daar rekening mee.

Bovenal vind ik de Savoie prachtig. De rit in de auto – ok, wel veel file – is altijd adembenemend. Na een nacht in Villefranche rijden we ’s morgens vroeg de laatste 250 kilometer tot aan bestemming. Vlakke wegen om te beginnen en dan doemen daar opeens de Alpen op. Sneeuw op de toppen. Na alle file rechtsaf en dan links omhoog de berg op voor de laatste 30 nog wat kilometer. Prachtig. Slingerend, eerst door het groen en dan steeds meer sneeuw en ijs. De temperatuur zien zakken. Saint Martin langs en verder omhoog. En dan uiteindelijk de weg naar Les Bruyères, rechts het dal. Je komt in een wereld die anders is dan die van ons. Hoog, koud, natuur, sneeuw en een prachtige zon. Alles klopt. En dat zelfs de bergen van kaas zijn gemaakt neem ik voor lief. En op de terugweg de weg binnendoor nemen langs het meer van Annecy. In tijd maakt dat niets uit en de natuur is prachtig.

Dit alles had ik in een normaal jaar kunnen hebben. Gewoon een week de hort op met het gezin. Genieten. De zonen steeds makkelijker zien skiën, steeds zelfstandiger. Maar het mag niet zo zijn. Ik heb niet veel last van dingen die ik mis in deze tijden. Ik pas me aan en geniet van wat wel kan. Maar nu voel ik het gemis wel. Geen wintersport.

C’est dur.