De gulle Burgemeester

Burgemeester zijn, voor sommigen een droom. Waar je in Nederland benoemd wordt bij Koninklijk Besluit is dat in Frankrijk anders. Burgemeesterschap is het resultaat van een verkiezing door de plaatselijke bevolking. Dat maakt het heel direct en heel divers. Iedereen kan in principe burgemeester worden.

Na de laatste verkiezingen kreeg ook Carcès een nieuwe burgemeester. Er waren wat verschuivingen in de politiek en opeens bleek een andere partij het goed te hebben gedaan. Zij kon dan ook de nieuwe burgemeester leveren.

Maar laat ik eerst iets vertellen over de dorpsjuwelier en goudsmid, een man die ik al jaren ken. Af en toe kopen we er iets. Een van onze aankopen was een Darth Vader wekker voor onze jongste zoon. Een aantal jaar geleden zag ik dat hij ook dealer is van het horlogemerk Lip.

Lip zal niet bij veel mensen bekend zijn. Ik kende het merk uit een biografie over De Gaulle. Die droeg een Lip-horloge en had er in 1946 ook een cadeau gegeven aan Churchill. Ooit had ik er een zien liggen bij een juwelier in Aix. En nu dus in Carcès. Van de weeromstuit heb ik er toen een gekocht. Een mooi eenvoudig automatisch horloge.

De juwelier was heel verrast door mijn keuze en dat ik het merk kende. Hij vertelde me dat het een oud merk is uit Besançon en dat het gerevitaliseerd is. Dat moest ook wel, want in de jaren 70 van de vorige eeuw maakten zij erg lelijke horloges en het merk begon een beetje kwijnend bestaan te leiden. De juwelier was helemaal idolaat van het merk en had er zelf een aantal. Ook oude. Ik was blij als een baby met mijn nieuwe klokkie.

Wat heeft dit met de burgemeester te maken?

De juwelier die dus burgemeester werd, daar gaat het om. Hij was een van de belangrijkste mensen in de partij die won en werd burgemeester. Via Facebook heb ik hem toen vanuit Nederland gefeliciteerd.

Toen ik afgelopen zomer in het dorp was ging ik even bij hem langs om te vragen hoe het met hem gaat. Ik belde aan, de deur werd geopend en daar stonden twee bekenden van me, le Père et le Maire zoals ik ze noemde. De pastoor en dus de burgemeester. Ik vroeg of zijn leven was veranderd. En weet dat Carcès een dorp is met een paar duizend inwoners. Er gebeurt niets. Er is ook niets. Nou ja, een paar cafés, een kerk, wat winkels, een grote Intermarché net buiten de bebouwde kom en een paar restaurantjes. Maar toch: de beste man had het enorm druk opeens. Zijn winkel was zo zo, qua drukte, maar nu zat hij commissies voor, de gemeenteraad, werd overal op aangesproken et cetera. Het gemeentehuis is tien meter van hem vandaan en zijn secretaresse vond het slimmer om in zijn winkel te zijn. Zo kon hij alles ondertekenen en accorderen. Maire zijn, zo zei hij, is een grote eer maar hij wist vooraf niet hoeveel werk het was.

Carcès is een arm dorp in een arme streek. Althans voor de meesten. Er zijn rijken, een paar, en de rest moet rondkomen van minder dan modaal. Alleen de zomermaanden zorgen voor extra omzet. Dat was de echte uitdaging zei hij: het welzijn van de inwoners. Daar wilde hij aan werken.

Ik kwam er niet voor niets, ik had nog een mooie Lip gezien en kocht die. Weer een automaat en voorzien van een gewoon bandje. Prachtig.

Na een paar dagen vroeg ik me af of ik ook een clipsluiting kon kopen voor het bandje. Ziet er mooi uit en als het bandje losraakt blijft alles om je pols hangen. Ik terug naar hem. Ja dat kon hij bestellen maar wacht even…. Hij liep een hok in en kwam terug met een doos met allerlei clips en ja hoor, een was er van Lip. Van mijzelf, zei hij, van een van zijn horloges. Hij rommelde wat aan mijn bandje en opeens had ik een clipsluiting. Toen ik vroeg wat het moest kosten zei hij “rien”. Kom maar weer eens terug als je een nieuwe Lip wil hebben.

Het komt wel goed in Carcès met zo’n gulle burgemeester. En Lip is echt een prachtmerk met goede techniek, dus ik denk dat ik nog wel eens terugkom.

Porquerolles

Herfst in de Var betekent meestal koude nachten en in de middag schaamteloos blauwe luchten bij een temperatuur van boven de 20 graden. Als je niet uitkijkt doe je niet al te veel. Genieten van het weer en ’s avonds ergens wat eten is dan genoeg.

Niet voor ons. We besloten weer eens naar Porquerolles af te reizen. Anderhalf uur rijden, de auto neerzetten bij La Tour Fondue en de boot op. Alleen dat al is een vakantie binnen een vakantie. Het was prachtig weer, de lucht was inderdaad zeer blauw en de zon scheen volop.

In het stadje hebben we drie e-bikes gehuurd en zijn we de hele oostkant van het eiland over gereden. Ieder weggetje, ieder stukje hebben we gezien. Veel van de fiets af, stukken lopend om op prachtige plekken uit te komen. Een echte aanrader zo’n elektrische fiets. We zijn eerder op een normale fiets gegaan en dan kom je toch minder ver op de een of andere manier.

Ik herinnerde me nog dat ik een vorige keer enorm honger kreeg onderweg en dat er niet veel te vinden is buiten het dorp dus zijn we eerst maar wat gaan lunchen op het plein. Beetje vette hap maar voldoende voor een dag rondfietsen.

Aan de noordkant van het eiland zijn we richting Plage Notre Dame gereden en van daaruit naar de Batterie des Mèdes (uit de eerste helft van de negentiende eeuw), een werkelijk prachtige plek die ik nog niet kende. Laatste kilometers gewandeld, steeds hoger. Wat een uitzicht en wat een mooie kust.

Langzaam weer omlaag gelopen, de fiets gepakt en door de wijnvelden naar de vuurtoren op de zuidpunt van het eiland gegaan en uiteindelijk weer terug naar het dorp. Wat gedronken, fietsen ingeleverd en weer de boot op. In totaal een kilometer of 16 gefietst en 7 kilometer gelopen. Een mooi rondje.

Als je het zo opschrijft is het allemaal een beetje suf en bedaagd maar dat is het helemaal niet. De sfeer op het eiland is heerlijk zomerend en dromerig. De geuren, al die geuren zijn heerlijk. Steeds andere geuren! En er zijn zoveel mooie plekken om rond te lopen, uit te kijken, gewoon even de zee inlopen dat het oneindig lijkt. Druk is het in oktober nooit en dat is lekker. Er zijn anderen, natuurlijk, maar die zijn al net zo relaxt als dat je zelf bent.

Porquerolles is een aanrader en eenmaal geweest kom je hier altijd weer terug.

Saint-Germain-des-Prés

Je kunt het niet missen in Parijs: alle wegen leiden hier naartoe. De terrassen zitten vol toeristen die nog een beetje de sfeer van de jaren 60 willen proeven. Hier kwamen de grote filosofen van die tijd bij elkaar. Praatten met elkaar, aten met elkaar, werden dronken en kregen ruzie. Natuurlijke Sartre en Beauvoir die hier hun audiënties hielden in Café de Flore of Les Deux Magots. En naast filosofen als Merleau-Ponty, Aron en Camus kwamen hier ook kunstenaars vanaf de jaren na de oorlog. Picasso, Giacometti, Boris Vian en de schrijver Jean Genet. Wie kwam er niet, kun je beter vragen.

Een plek om naar toe te gaan en wat rond te lopen. Zoals ik al decennia doe.

En nu opeens was de kerk open. De oudste kerk van Parijs. De kerk waar Descartes begraven ligt. De man aan wie we de verwarrende scheiding tussen lichaam en geest te danken hebben.

In alle jaren dat ik hier kom was de kerk nooit open geweest. Ja, natuurlijk, vast wel, maar niet als ik er net was. Aslof het geloof op deze existentialistische plek verborgen moest blijven.

En nu dus open. Wat een wonderbaarlijk mooie kerk is dit. Zoals alle kerken is hij van binnen veel groter dan van buiten. De versieringen, de kleuren, alles is er nog gewoon. Het interieur deed me denken aan de grote kerk in Kevelaer: ook daar is alles beschilderd en versierd om de rijkdom van de Roomse kerk te vieren.

Eenmaal binnen verdwijnt de drukte van de Place. Hier geen verkeer, geen gebabbel, geen getoeter of geschreeuw. Hier de rust en de inkeer die tot een kerk horen. Een kerk die er al duizend jaar is en nog duizend jaar zal zijn. Een kerk die alle intellectuelen heeft overleefd. Een kerk die ten diepste is gebouwd op de scheiding tussen lichaam en geest. Dertig minuten in deze rust en je bent weer helemaal klaar voor de wereldse verleiding die Parijs is.

Door Covid is er natuurlijk geen wijwater aan het begin van de kerk waarin je je vingers kunt dopen om jezelf te zegenen. Snel, met een kort kordaat gebaar. Al die bakken staan nu leeg. En terecht.
Mocht het zo zijn dat er ooit weer water in die bakken staat, ook hier in Parijs, en je komt er langs bij binnenkomst: doop snel je vingers erin, sla een kruis waarbij je begint op je voorhoofd en zegen jezelf.

Het schijnt ook te werken als je er niet in gelooft.

19 Rue Cujas, Paris

Het was ergens in de jaren 80 dat ik naar Parijs vertrok met liefdesverdriet. Het was september. Herfst. Goed idee leek me dat. Na twee dagen had ik door dat dat helemaal geen goed idee was want nergens voel je je meer alleen dan met liefdesverdriet in Parijs. Wist ik veel.

Om te overnachten had ik een kamer geboekt in het Grand Hotel Saint Michel in de Rue Cujas, een zijstraat van de Bd. St. Michel, tussen de Sorbonne en het Pantheon in. Die kamer bleek een kamer en suite te zijn op de derde etage. (Op de foto de twee ramen rechts boven de ingang). Het hotel werd gerund door Mme. Salvage (als ik het me goed herinner). Een klein vrouwtje dat me aansprak met ‘mon pauvre’ en iedere dag een verse pan soep klaarmaakte. ’s Morgens trok de geur door het hele pand.

Een kamer kostte toentertijd Ffr. 10,–, wat omgerekend Hfl. 3,– per nacht was. Voor honderd gulden kon ik er een maand wonen. Ik bleef er vier maanden.

Ik keek uit op de daken van de universiteit, mijn kamer had openslaande ramen en twee grote leren fauteuils. Uren bracht ik daar door met onder anderen mijn beste vriendje. We rookten Boyards en dronken whisky. Veel geld hadden we niet maar sigaretten kostten toen niet veel en met één Boyard haalde je het equivalent van een hele slof Barclays naar binnen.

Om boodschappen te doen hobbelde ik de Rue Valette af naar de Place Maubert. Op de markt was het allemaal niet duur, de kaasboer was prima, de wijnboer had goedkope wijn van prima kwaliteit en met een baguette kwam ik een heel eind. En soms koffie bij La Village Ronsard. Het café waar Yves Montand ook kwam.

Boven mij woonde een man die het bad wel eens liet overlopen. De eerste keer dat dat gebeurde rende ik naar boven maar niemand deed open. Ik naar Mme. Salvage die een echte Franse zucht tussen haar lippen liet gaan, wat mompelde en zei ‘le philosophe’. De man in kwestie was een gesjeesde filosoof die af en toe een beetje gek werd en dan in bad ging zitten met de kraan open. Een bekend fenomeen.

’s Avonds soep ophalen bij haar en wat eten. Die sfeer. Geborgen, beetje rommeltje, prachtvrouw, knus en heel gemoedelijk.

Eten deed ik vaak in een klein straatje iets verderop. Daar zat een Algerijn met de lekkerste couscous die ik me kon wensen voor weinig geld. Rond de Ffr. 10. Maar ook daar water: als je beneden in de kelder at en boven trok iemand de wc door lekte het langs de wand. Maar hé, nou en? Het leven was oneindig dus dit was slechts een detail van het hele bestaan.

Ik was dit weekeinde weer in Parijs.

Het hotel is een jaar of dertig overgenomen door een keten van luxe hotels. De prijs voor een single room steeg toen ineens naar Hfl. 250,– per nacht. Het zat altijd vol. Niet zo gek met Luxembourg om de hoek, in het hartje van de linkeroever. Alles was opgeknapt, ook de buitenkant.

En nu staat het leeg. De voordeur stond aan en ik keek naar binnen. De lobby was een zootje, de gordijnen hingen scheef en de vloerbedekking was losgetrokken. Covid is dodelijk geweest voor mijn geweldige hotelletje.

De rest is er nog.

De place Maubert heeft nog steeds een markt waar je voor weinig heerlijke dingen kunt kopen. De kaas- en wijnboer zitten er nog. Le Village Ronsard waar je hippe poké bowl met quinoa kunt bestellen voor de lunch. Le Vieux Campeur waar je echt alle Opinel messen kunt vinden die je maar kunt bedenken. Gibert Jeune waar ik papier en inkt kocht en koop.

Parijs is voor mij altijd thuiskomen. Ik ben er altijd gelukkig. Vooral in de herfst. Ik ga altijd ook even langs een plek van Sartre, mijn intellectuele held. Deze keer weer even langs 42 Rue Bonaparte waar hij woonde met zijn moeder. Hij woonde op de vierde etage en keek uit over St. Germain-des-Prés.

En zo ga ik altijd weer terug. Ook onderweg naar de Var, die heerlijke Var, stop ik graag in Parijs voor een dag of twee. Parijs ruiken en voelen. Parijs horen.

Als je er eenmaal mee behept bent gaat het nooit meer over.

Paris me manque.

Arrogante Fransen

Laatst sprak ik met een collega die op vakantie was geweest in de Var, ergens in het Massif des Maures. Net na de grote branden. Er was heel veel van te zien maar waar hij zat niet eens. Hij had een huis gehuurd bij een fijn dorp, op rijafstand van de zee en voldoende te doen in de omgeving. Het dorp had ook voldoende te doen en te eten. Hij had kortom een prima vakantie gehad. “Jammer alleen van die arrogante Fransen. Heb ik zo’n hekel aan”, zei hij.

Dit hoor (niet alleen) ik veel vaker. Fransen zijn arrogant en nurks. Ik winkels word je genegeerd, je wordt bekeken alsof je van mars komt en ‘ze’ doen geen enkele poging je te verstaan.

Gek toch dat mijn ervaring zo volstrekt anders is. Oh, niet dat er geen eikels zijn in Frankrijk, want die zijn er. De verdeling van eikels is in ieder land ongeveer gelijk is mijn idee. Dus die zijn er.

Maar al die anderen dan?

Er wordt wel eens onderscheid gemaakt tussen Frankrijk en Parijs. In Parijs wonen de arroganten en in de rest van Frankrijk niet. Een onderscheid dat overigens ook door Fransen zelf wordt gemaakt.

Ik zie dat ook al niet. Ik herken wel de vooroordelen, maar ik ervaar het anders.

Om met Parijs te beginnen. Afgelopen weekeinde was ik er weer eens. En wat opvalt is bijvoorbeeld dat iedereen gewoon zijn Pass Sanitaire toont zonder gedoe en dat het bedienend personeel er lachend, bijna met gène om vraagt. Je babbelt wat in het Frans en alles is ok. We zaten op een terras op de Boulevard de Charonne en ik wilde afrekenen. De eigenaar kwam boos naar me toe en zei dat hij dat zeker niet ging doen. Ik vroeg waarom niet. Brede grijns: ‘omdat het leven en de dag te mooi zijn om nu al op te stappen. Bestel gewoon nog een biertje. Morgen is er weer een dag’. Zo gezegd, zo gedaan.

In winkels, het hotel, in de parken: relaxte mensen die heel relaxed met ons omgingen.

Dan de andere plek waar ik heel veel tijd doorbreng: de Var. Grotere armoede dan in Parijs, robuust volk van weinig woorden en weinig opsmuk. De gène zit daar volgens mij niet in de Pass Sanitaire, maar in iets veel algemeners. Het besef dat het allemaal niet zo denderend is qua leven, ondanks dat je heel hard werkt. Dat je niet de beste opleiding hebt kunnen genieten. En vooral de gène dat je geen woord over de grens spreekt. Die gène uit armoede herken ik uit mijn jeugd. Mijn buurt in Utrecht zat vol met trotse hard werkende arbeiders, maar tegenover de dokter of de hoofdmeester kromp men zienderogen en werd afwerend of onderdanig. Vreselijk als je er nu over denkt.

Dat is wat ik zie in mijn dorp in de Var. Maar ik heb het ook gezien in Bretagne in Erdeven, in Normandië op het platteland, in Les Landes en in Roubaix. Het is weten dat je leven klein is en er tegelijkertijd zeer trots op zijn.

Frankrijk is een waardegedreven land: Liberté, Égalité, Fraternité. Vanuit die waarden wordt trots geboren maar ook de achterstelling. Als je een appartement met uitzicht op de Eiffeltoren hebt, is de betekenis van die woorden anders dan wanneer je driehoog woont in twee kamers aan de Rue Maréchal Foch in Carcès. Maar iedereen denkt vanuit dezelfde waarden. Dat betekent dat de plaats die je inneemt in het leven en de maatschappij ook vanuit die waarden worden bekeken. Door jezelf en door anderen. Dus je bent vrij, je bent gelijk aan alle andere burgers én je leeft in broederschap. Hoe kan het dan dat je arm bent, of alleen Frans spreekt? En waarom behandelen anderen uit andere landen je niet als gelijke maar als bediende (bijvoorbeeld in een restaurant)? Je wordt met je neus op de feiten gedrukt.

Het mooiste voorbeeld van goed omgaan met de afkeer van onderdanigheid is de Parijse ouderwetse ober. Ooit zat ik vaak bij Le Cluny (inmiddels een pizzaketen). Daar had iedere ober zijn eigen ‘wijk’ en zorgde daar heel goed voor. Hij was de baas, hij bepaalde wanneer je werd bediend en of de bestelling snel kwam. Maar zijn beroep wist hij uitmuntend uit te oefenen. Beroepseer.

Zo heb ik al eens eerder geschreven over de beste elektriciën van ons dorp. Vriendelijke goede vent, maar nooit onderdanig. En dat liet hij ook voelen. Op zijn Frans.

Mijn overtuiging is dat als een volk collectief tegenvalt, zoals die collega beweerde, het gewoon aan jou ligt. En als het allemaal tegenvalt kun je je nog altijd verdiepen in dat volk, begrip krijgen voor het gedrag omdat je het begrijpt en gewoon vriendelijk zijn. Je krijgt er vriendelijkheid voor terug namelijk. Als je geniet van de natuur, de omgeving, het lekkere eten; geniet dan ook van de mens.

Het is allemaal niet zo moeilijk.

Verkiezingen

Die lijken er niet te komen. Rutte gaat door. Er komt een aantal enquêtes waar Rutte niet over zal struikelen. De vier partijen die zich nu weer aan elkaar binden gaan de komende jaren niet uit elkaar. Dat betekent dat er geen genoegdoening komt voor alle gedupeerden van alle affaires. Dat de belastingdienst blijft doen wat hij doet, dat de overheid de burger blijft wantrouwen, dat sleetsheid genormaliseerd wordt en dat er geen enkele visie zal komen.

Ik moet denken aan een gedicht van Brecht:

Wahrnehmung

Als ich wiederkehrte
war mein Haar noch nicht Grau
Da war ich froh.

Die Mühen der Gebirge liegen hinter uns
Vor uns liegen die Mühen der Ebenen.

Rutte als drs. P op weg naar Omsk. Hulp gevraagd

Rutte is gewoon drs. P op weg naar Omsk.

Dodenrit

🎵 Nu Sigrid is verwijderd hebben wij weer even rust
Maar nee, daar zijn de wolven weer, op nog een part belust
De doodskreet van zo’n Kasja snijdt ons pijnlijk door de ziel
Nou vlug richting formatie, want dit wordt best instabiel! 🎵

Troika hier, troika daar,
ook de kamer doet wel raar

Troika hier, troika daar,
voor Afganen is het naar

Troika hier, troika daar,
hoe komt nu d’evacuatie klaar?

Troika hier, troika daar,
nu zijn in Kaboel de rapen gaar!

Wie maakt dit af?

Met dank aan Tjerk Muller en A. Thurkow

De Var en Tripadvisor

Iedereen kent het fenomeen: je zoekt naar een leuk hotel voor een paar nachten Marseille en de weken daarna loopt je mailbox vol met allerlei aanbiedingen in Marseille. Things to do, leuke restaurants en leuke hotelletjes. Maar goed, in Marseille kom je uiteindelijk altijd goed terecht.

Vaak vallen de tips in de praktijk tegen. De restaurants zijn meestal die waar heel veel reviews gegeven zijn en het niveau van de lokale Flunch niet overstijgen. De hotels idem dito. Je moet dus gewoon blijven zoeken. Al zoekend merk je dat het algoritme je niet helemaal kent, en zo kwam bovenstaande friterie voor mij naar boven. Dit terwijl ik altijd naar gewone restaurants zoek.

Je raakt verstrikt in een algoritme. Je kunt op zoek zijn naar een B&B bij Cotignac in de buurt en ergens in het Massis des Maures eindigen. Ook leuk.

Mijn algoritme stuurde me een heel leuke aankondiging. Daarover zo meer. Hoe kwam dat algoritme daarbij?

Ik ben in de gelukkige omstandigheid dat ik correspondent ben voor een aantal magazines over Frankrijk. Ik schrijf daar artikelen voor en soms check ik dan alles wat ik daarin beweer aan feiten. Die moeten kloppen en mijn mening is mijn mening. Daar kun je het mee eens zijn of niet.

Zo heb ik laatst iets geschreven over de Var en daarbij moest ik even kijken (Google) of iets klopte over een klein dorp vlakbij Brignoles: Le Val. En het klopte dus kon ik ermee door.

Sindsdien krijg ik mails met de volgende header: ‘Maak je reis naar Le Val onvergetelijk!’ Aangevuld natuurlijk met foto’s om mij in de stemming te brengen voor een onvergetelijke reis naar Le Val.

Nu moet ik iets kwijt over Le Val. Le Val is een dorpje dat ligt op de route van Brignoles naar Carcès. Je rijdt wat slingerweggetjes over tot aan een rond point. Daar zit een wijnmaker, die ook nog eens Les vignerons de Correns heet, en naar rechts ga je het dorp in. Dat bestaat uit een beperkt aantal straten met een pleintje en een terras. En hoewel het meer inwoners heeft dan Carcès is er niets te vinden. Je rijdt er doorheen, je rijdt eruit en dat was het. Het is qua inwoners een beetje een overloop van Brignoles zonder de bijbehorende voorzieningen. Er is niets. Ja, een kleine Mousquetaires. Er is een paar keer per jaar een vide grenier en pas dan zie je dat dit dorp en de streek niet al te welvarend zijn. Een gezellig dorp zonder iets. Je rijdt er langs zonder op of om te kijken.

En over dat dorp, Le Val, krijg ik hiep hiep hoera mailtjes van Tripadvisor. Dat ik mijn weekeinde kan gaan plannen en dat er tips zijn over waar ik kan overnachten en ongelooflijk kan eten. Als ik niet beter zou weten, zou ik zomaar een midweek in Le Val plannen met het gezin.

Waar het op neerkomt is dat een algoritme dom is. Heel intelligent in het berekenen van mijn profiel en in het koppelen van dat profiel aan aanbiedingen, maar niet in een echte match. Le Val is schattig, maar je kunt er niet geweldig verblijven of geweldig eten.

Het is maar goed dat ik de streek goed ken maar hoe gaat dat als je ergens voor het eerst naar toe gaat en je wordt een dorp ingezogen? Altijd opletten dus en, als het kan, even vragen aan bekenden. Mensen zijn toch nog steeds het beste algoritme.

Jodensterren

Afgelopen zondag liepen er mensen in Amsterdam te demonstreren tegen de coronamaatregelen van de Nederlandse regering. Het was niet voor het eerst en het zal zeker niet voor het laatst zijn. Het was een bonte verzameling van mensen die niet helemaal scherp op het netvlies hebben in wat voor land zij leven. Maar goed, intelligentie is standaardnormaal verdeeld met uitschieters naar beide zijden.

Een aantal, zo zag ik op foto’s, liep met Jodensterren op.

Ik kan hier heel kort over zijn. Dit soort fascisten doen dat met opzet. Niet uit onwetendheid of wat dan ook. Met opzet kwaadaardig haatzaaien omdat dat in Nederland kan. Het is laag volk waar geen enkele aandacht naar uit moet gaan want daar gaat het hen uiteindelijk om: ophef creëren.

Oproepen om hen eens te laten kennismaken met Westerbork of Auschwitz zijn zinloos. Dat zou voor hen een lekker uitje zijn met daarna selfies in de gaskamer of iets dergelijks.

Wetende dat het net zo zinloos is, wil ik zeggen ‘schaam je’. Om schaamte te voelen moet je een zekere vorm van medemenselijkheid bezitten dus mijn woorden vervliegen in het luchtledige.

Machteloos zie ik zoveel peilloze domheid aan.

Monsieur Clooney

Ik hou het kort: de Var kan weer rustig ademhalen. Want spannend was het de laatste jaren wel.

Jaren, jaren geleden deed het gerucht de ronde dat George Clooney een huis gekocht had in de buurt van zijn vriend Brad Pitt. Nou ja, een huis. Het ging om een landgoed op een heuvel met twee ingangen en alles erop en eraan. Dat landgoed lag bij ons om de hoek: Carcés uit richting Le Val en dan net voor La Chute du Grand Baou (een van die lekkere watervallen die er zijn) net links. Daar zat de ingang van zijn domein. Le Var Matin stond er vol mee en zelfs in het dorp werd er over gesproken. Kijk, iedereen zit in de wijnbouw en werkt zich een slag in de rondte om nog een beetje welvaart te hebben, maar oog voor kwaliteit heeft men!

Dat hele domein zag er ongeveer zo uit:

Een landgoed van een 1,5 bij 1,5 kilometer. Links zie je allemaal weggetjes en daar is de hoofdingang.

Iedereen blij, tot het nieuws kwam dat de boel weer verkocht was aan een man uit Scandinavië. En waarom? Het schijnt dat de heren Clooney en Pitt ruzie hadden gekregen en dat Clooney daarom afzag van zich vestigen in de Var. Op het terras van Le Bar Central werd er zwaar tussen de lippen uitgeademd en volop bof gezegd. Het was nu eenmaal zo.

Maar nu het goede nieuws!

Dit jaar, 2021, zijn George en Amal gesignaleerd bij de Maire van Brignoles! En wat blijkt, ze hebben een domain gekocht onder de rook van Brignoles, tegen Vins-sur-Caramy aan. Het lig op zo’n 11 kilometer van het eerdere domein, en het is dus niet meer bij ons om de hoek. Tant pis pour nous.

Geen slechte keuze overigens. Het is een oud wijndomein met alles erop en eraan. Een groot huis, zwembad, tennisbaan en wijnvelden! Zijn eigen wijn! De pers stond er vol mee.

Voorlopig wonen zij er nog niet. Moet nog een en ander aan gebeuren denk ik zo. Wat handig is voor hen, is dat het totaal afgesloten is van de buitenwereld. Niets te zien en niets te horen. Waarschijnlijk worden ze ingevlogen per heli vanaf Marignane en gaan ze lunchen met hetzelfde vervoermiddel bij Château de Berne of Bruno. Kun je namelijk landen met zo’n ding.

Nu ziet de ingang er zo uit:

Deze foto heb ik zelf genomen, want ja, mijn vrouw wilde wel even langsrijden om te zien waar George komt te wonen. Zo gaat dat in het leven.

We wachten af. Ik verheug me op een petit blanc met de beste man. Beetje bijpraten over het leven en de impact van beroemd zijn.