Het zwembad bij ons huis is 23 jaar geleden aangelegd. Huis gekocht, bomen weggehaald, ruimte gecreëerd en aan het werk.

Er stond al een zwembad. Zo’n verplaatsbaar ding op een betonnen fundering. Zag er niet uit en was nog uit de Frans-Duitse oorlog. We wilden een echt zwembad, zo’n infinity pool met uitzicht over het dal en de bergen. Maar hoe kom je aan een goede bouwer? Via, via. De architect kende iemand, een goede. De beste man kwam, zag en overwon: hij ging het zwembad aanleggen.

Dat hebben we geweten.

Toen de eerste tegeltjes loslieten hebben we ons wat verdiept in de achtergrond van de beste man. En ja, achteraf kun je zeggen had je dat niet eerder kunnen doen, maar dat is altijd makkelijk. Wat bleek: ons zwembad was het allereerste zwembad in zijn gehele carrière. Wij waren de proeftuin.

We hadden gewaarschuwd moeten zijn toe bleek dat de ‘infinityrand’ niet helemaal recht was, maar goed, je zit in Frankrijk hè en het weer was prima, de zon scheen, het uitzicht prachtig. Maar we waren niet gewaarschuwd.

Nu, 23 jaar later, hebben we bijgeleerd. Vele malen is het zwembad gerepareerd: tegelmatjes opnieuw aangelegd, stukken weggehakt om het onderliggende betonijzer te herstellen zodat we geen bruine roestvlekken meer hadden, weer tegelmatjes, de rand die hersteld is. Et cetera enzovoort.

Het uitzicht is nog steeds geweldig en als ik ’s avonds op de rand hang en in de verte de lichtjes van Entrecasteaux zie flikkeren dan ben ik intens gelukkig. Het zwembad blijft.

We laten het nu in een keer goed restaureren.

Alles wordt eruit gehakt, de scheuren gerepareerd, er komt een nieuwe betonnen grondlaag en daar weer bovenop een aantal lagen zodat het weer jaren meekan. Deze bouwer hebben we goed gecheckt, deze keer niet met de portemonnee gekozen maar op basis van bewezen kwaliteit. We duimen op de goede afloop.

Hierna zijn de luiken overigens aan de beurt. Want ook die hebben betere tijden gekend. Een eigen huis is een boeiend bezit. Het houdt niet op. J’en ai marre intussen.