En dan ben je op vakantie en heb je de tijd na te denken over het leven. Over evenwicht daarin.
Ik kwam tot het volgende idee:
Voor mijn bedrijf ga ik voorstellen iedere sprint te laten volgen door een week rust. Geen deadlines, geen druk, gewoon zorgen dat je weer kunt nadenken over waarom we dit allemaal willen.
Nogmaals: het is een voorstel en als het team het een slecht voorstel vindt, dan doen we dat gewoonweg niet.
Mijn bedrijf: lekkerbezig.me Erg stom als een bedrijf geen klant is van ons, want beter is er niet in de markt. Wel duurder en transactioneler, minder op de relatie.
Marseille! Hoe vaak ben ik er al geweest en hoe vaak heb ik er al over geschreven? Vaak. Te vaak? Misschien, maar volgens mij niet. Iedere keer dat ik er ben, voel ik me thuis. Het gedoe rond de oude haven, de straten achteraf, de geuren, de mensen. Naar de plek waar de ferries aankomen om te zien wie en wat er allemaal van afkomt. Het is altijd weer de moeite waard.
Hoe vaak al heb ik er gegeten? Ook vaak. Meestal goed, soms niet, maar meestal wel. Bestel iets simpels, iets lokaals en dan is het altijd wel prima. Een van de keren dat het niet lekker was, voor mijn jongste zoon dan, was toen hij ergens een grote hamburger bestelde. Het vet en de kaas dropen tussen het veel te zachte broodje uit. Dode sla was de garnering. Van de weeromstuit gooide hij zijn glas cola om. Aan duizend stukjes. De ober, een prachtige zachtmoedige queer kwam direct en begon hem af te drogen en alles op te ruimen. “De rien, zei hij. Waarmee de hamburger ruimschoots was gecompenseerd. Zo zie je maar: het komt altijd goed in Marseille.
Maar even terug naar goed eten.
Ja, dat hebben we heel vaak gedaan. Van een simpele dorade in de haven tot zeer uitgebreid. Maar er is één restaurant dat ik graag wil uitlichten zodat iedereen daar gaat genieten.
Het is een Italiaans restaurant. Het zit om de hoek bij de oude haven, vlak bij de hallen. La Casertane. Een mooie simpele gevel, paar stoelen en tafeltjes voor de deur en in de bediening een mooie Italiaan. Vriendelijk, gastvrij. En dan het eten! Voor een niet al te groot budget eet je hier pasta zoals pasta bedoeld is. Al dente, korte saus, hoog op smaak, perfect bereid met verse ingrediënten. Je proeft het. De wijnen erbij zijn geheel comme il faut, perfect passend.
We liepen hier toevallig tegenaan op een van onze wandelingen aan het einde van de dag, we hadden trek en zijn gaan zitten. Geen moment spijt van gehad, integendeel.
Marseille is een internationale stad. Je kunt er uit veel warme windstreken eten (ik ken er geen Scandinavisch restaurant) en deze Italiaan is hors catégorie. Doen dus.
Volgende keer neem ik jullie mee naar Le Thoronet, eten in de wijnvelden.
Ik zal eerlijk zijn: ik kijk niet uit naar de komende maanden tot aan de verkiezingen. De eerste tekenen van oeverloze shit zijn al waarneembaar. Moddergooien, vooral niet inhoudelijk zijn, liegen, verdachtmaken, uitsluiten. Media die met de meest waanzinnige formats komen. Lijsttrekkers opsluiten en filmen wat er gebeurt. Maar ook reclameman Neefjes die met een aantal ondernemers de verkiezingen willen beïnvloeden: centrumkabinet maar zonder GroenLinks-PvdA. Hoe groot kan een inhoudsloos ego zijn?
De rituele dansjes komen er aan. Opstellingen waarin lijsttrekkers een minuut krijgen om te reageren, of een minuut om elkaar te kleineren, als idioot weg te zetten. Het gaat allemaal weer komen.
En ik kijk er niet naar uit. Sterker nog: ik zal er niets van gaan zien en niets over lezen.
Een karikatuur is het van wat politiek is of in ieder geval hoort te zijn.
Op 29 oktober zal ik mijn stem uitbrengen op de partij van mijn keuze. Niet de beste keuze, laat ik daar eerlijk in zijn, maar wel de best mogelijke gegeven alle alternatieven. Vooraf denk ik vooral na over het stemgedrag in de Tweede Kamer van de verschillende partijen. Ik zou willen dat iedereen dat zou doen. Het CDA met het burgerfatsoen dat gewoon stemt voor het strafbaarstellen van hulp aan illegaal aanwezige vluchtelingen in Nederland. De VVD die er geen probleem in zag te gaan regeren met de PVV en dat dan ook iedere keer te ondersteunen. BBB die niets tot stand hebben gebracht en alles laat stagneren ten gevolge van valse domheid. NSC dat zozeer opkomt voor de regels van de rechtsstaat, dat zij ook al voor de strafbaarstelling heeft gestemd. GLPvdA dat haar best doet maar niet veel verder komt dan dat: verontwaardiging is geen stemmentrekker.
Maar het maakt allemaal niet uit. Ik weet op welke partij is ga stemmen. Ik wist ook ieder jaar op wie, maar dat is door de actualiteit aan het wankelen gebracht. Het zal in ieder geval wel een vrouw zijn.
Je staat ’s avonds op de boulevard aan de kust in Menton en je kijkt naar links. Daar, niet veel verderop, ligt Italië, Ventimiglia glinstert in de nacht. Prachtig. Je loopt omhoog het stadje in de trappen op naar de kerk en je draait je om: daar is Italië weer. Waar je ook kijkt.
Maar om even terug te gaan naar de titel: Menton ligt toch niet in Italië? Nee, maar de overgang tussen beide landen is wel een vloeiende. En gek is dat niet als je kijkt naar de geschiedenis van de stad. Waar ik het nu over wil hebben is een Italiaanse enclave in de stad, om precies te zijn een restaurant op de Avenue de Verdun.
Hoe kwam ik in die enclave terecht?
We waren in Florence en zouden doorreizen naar Carcès in de Var. Probeer maar eens een vlucht te vinden vanuit Florence naar Marseille, Toulon, Nice. Ik zal wel niet goed hebben gekeken maar ik kon ze niet vinden, of met enorme overstapmomenten, of tegen enorme kosten. Ik keek hoe lang het rijden was, zag dat het een uur of zeven zou zijn en huurde een auto. En ik zag dat we langs Menton kwamen. Slechts twee uur rijden van ons maar nog nooit geweest in de 23 jaar in de Var. Dus hotel geboekt en op naar Menton. Na ongeveer dertienduizend tunneltjes kwamen we aan in Frankrijk en zagen diep aan zee de stad liggen. Wow. Prachtig.
Hotel gevonden, auto geparkeerd en teruglopend kwamen we langs La Trattoria. Plastic voortent voor het restaurant en Italiaans. In de avond liepen we terug en vroegen we om een tafeltje voor twee. Eigenlijk kon dat helemaal niet, het was vol, maar opeens kon het wel. En wat was dat mazzel!
Wat kun je hier heerlijk eten. De bediening is top, Italiaans, snel, vette accenten, vriendelijk en trots op hun eten. Je zit er een tikkie dicht op elkaar maar dat is geen probleem. De spaghetti AOP was perfect al dente, het vlees (entrecôte grillée) had een perfecte cuisson, de wijn was heerlijk en goed op temperatuur. Alles klopte hier.
Het voordeel van de locatie is dat je een beetje buiten het drukke deel zit. Geen tourist trap, gewoon een goed restaurant.
Na het eten nog door de stad gewandeld en genoten van de schoonheid en het uitzicht. Laat Menton dus niet links of rechts liggen maar rij langs de kronkelwegen naar beneden en geniet van deze parel.
En de volgende keer neem ik jullie mee naar een andere Italiaan in Marseille.
Enige tijd geleden ben ik hier een serie begonnen over fijne restaurants in de Provence. Ik ben daar nog niet mee klaar. Van de vijftien heb ik er nog zes te gaan. Het laatste dat ik besprak was in Saint-Tropez. Allemaal fijne restaurants.
Het deed me ook afvragen waar ik ooit in Frankrijk echt slecht had gegeten. En dan niet tegenvallend maar gewoon slecht.
Dat was in Dijon.
Op doorreis naar het zuiden besloten we met zijn drieën een nacht door te brengen halverwege, in Dijon. Een stad waar ik erg van hou, waar het mooi is, relaxed en de menselijke maat. En: je kunt er lekker eten en drinken. Omdat ik graag voorbereid ben had ik alvast wat gereserveerd. Zag er op internet prima uit: authentiek, Frans, klein, tikkie bouchonesk en overall goede ratings. Kortom waar ik van hou.
Ingecheckt in het hotel en wel liepen de stad in. We kwamen. langs de straat waar het restaurant was en keken even naar binnen. Nou, inderdaad: heel authentiek. Tafeltjes met een rood geblokt kleedje erop. Mijn vrouw werd niet enthousiast. Maar goed.
Na een middag stad gingen we ’s avonds eten en we gingen naar binnen. Een heel aardige jonge vrouw vroeg of we binnen of buiten wilden zitten. Het was warm en dus buiten. We liepen door het restaurant en kwamen. op een soort binnenplaatsje volgestort met oude zooi. Kapotte banken, oude tafels, wat autospullen en bouwmateriaal. Ik nog mompelen dat dat heel authentiek was. Mijn gemompel werd niet met vreugde of instemming ontvangen door vrouw en zoon.
We bestelden eten en wijn. Lokale wijn natuurlijk. Een mooie witte Bourgogne. Die werd op kamertemperatuur geserveerd. Dat was de eerste waarschuwing. Ieder van ons bestelde iets anders.
Na een tijdje kwam ons eten.
Werkelijk het allerslechtste dat ik ooit heb gegeten.
Op mijn bord lag een stukje varkensvlees dat zeer bien cuit was, mijn vrouw had kip die idem was en zoonlief had vis besteld onder een dikke laag saus. Erbij hadden we exact dezelfde groenten: tuinbonen in een fletsbruine saus waar het vel doorheen was geroerd. Verder was er een aardappelgraten voor ons drieën, die zo lang gegratineerd was dat die hard en vet was. Alles was lauw, het was niet gezouten of verder gekruid.
Ik sprak erover met de mevrouw. Die vertelde dat dit gerechten waren die sinds haar grootouders hier op de kaart stonden en dat men altijd heel enthousiast erover was. Dat bleek ook uit tripadvisor: 81% goede of uitstekende rating.
Het was een aardige vrouw, ik was in een milde stemming, betaalde en we gingen de stad in om te borrelen en mensen te kijken.
Het was, zeg maar, een memorabele ervaring. Het vreemde was dat ik met een klein aantal anderen (zojuist nog gecheckt) een slechte ervaring had. 13% van alle beoordelingen. Die zijn overigens wel consequent kritisch over hetzelfde: eten dat eigenlijk niet te hachelen is.
Ik heb best (ook in Frankrijk) zo af en toe restaurants die wat tegenvallen. Op onderdelen. Niet eerder echter, maar ook niet meer daarna, was er zo’n afstand tussen ratings en uitstraling en de werkelijke eetervaring. Hier in die mooie stad was die afstand maximaal.
In mijn leven en in mijn ervaring was dit werkelijk het slechtste restaurant in Frankrijk.
Dit weekeinde was Dilan Graus te gast op de VVD/Margriet familidagen in de gezellige Brabanthallen. Ze gooide hoge ogen met haar trouwe altijd luisterende hond. Daarna deelde ze brillendoekjes uit met daarop een foto van de trouwe viervoeter. Dilan was heel blij.
Lang geleden alweer werd ik voor het eerst lid van de PvdA. Ik bezocht afdelingsvergaderingen, ging naar congressen et cetera. Mijn lidmaatschap lag in het verlengde van de ene helft van mijn familie: van oudsher SDAP, vakbondsleden en -kader en overtuigd sociaal-democraten. De gesprekken aan tafel gingen altijd over politiek. Ik kom een uit een arbeidersgezin waar mijn ouders opgeteld vier banen hadden om op vakantie te kunnen.
Zoals mijn vader zei: ‘de arbeider moet als eerste inleveren en krijg er als laatste wat bij’. Dat is nu niet anders. Arbeiders zien er anders uit maar zijn er nog steeds.
Ik was jong en vond het allemaal wat tam en besloot lid te worden van de CPN. Al snel werd ik opgenomen in het lokale bestuur en werd verantwoordelijk voor scholing. In die tijd kocht ik mijn eerste pak, mooi overhemd, das en zwarte schoenen. Ik was de enige goed geklede communist tussen allemaal arbeideristische agogen op partijdagen. Goed opgeleid maar slecht gekleed, want je was nou eenmaal communist. Zat ik daar in mijn pak en gepoetste schoenen.
Na een scholingsavond over Marx werd ik op het matje geroepen. Ik had tegen de cursisten gezegd dat zij Marx moesten lezen op zijn Marx’: wat ik lees is niet waar! Dan pas kun je kritisch zijn. Nou, dat was niet de bedoeling. Nog enige tijd ben ik lid gebleven tot GroenLinks werd opgericht, meen ik. Een getuigenispartij van fijne mensen met een goede opleiding, het hart op de goede plek en de juiste ethiek. En compleet machteloos. Daar hoorde ik niet bij. Politiek draait om machtsvorming om je programma uit te kunnen voeren en het land goed te besturen. Daar moest GroenLinks niet veel van hebben. Macht was niet het doel. Goedheid, juistheid wel. Al snel kreeg ik flinke discussies en verdween. Een jeugdzonde was deze periode volgens mijn lieve moedertje zaliger.
Jaren geleden ben ik opnieuw lid geworden van de PvdA. Na een avond met Lodewijk Asscher was ik om: op een beschaafde, geserreerde manier sociaal democratische principes omzetten in reëel beleid ondersteunde ik volkomen. Ik ben vervolgens lokaal actief geworden en ik ben dat nog steeds. Links wil de juiste dingen, aan humor ontbreekt het overigens wel. Weinig avonden val ik om van de slappe lach. Nooit eigenlijk. Het is allemaal zwaar en heel serieus. Een wat mindere kant van links.
En nu dus een fusie. Een fusie tussen ‘mijn partij’ en een beetje ‘mijn oude partij’.
Als lid van de PVDA heb ik voor de fusie gestemd. Ik denk dat een fusie onontkoombaar is gegeven de huidige tijd. Het tegengaan van versplintering vind ik een mooi neveneffect, tenzij de fusie uitloopt op een nieuwe splinter.
Maar gespannen ben ik wel. Ik heb werkelijk niets met getuigenispolitiek, ik heb alles met zorg voor mensen die het minder hebben. Echte zorg en echte keuzes. Ook wetende dat eerst het eten komt en daarna pas de moraal. De komende jaren moet het gaan om werken, wonen, gezondheid, veiligheid, bestaanszekerheid. Nu, in het heden. Daarom moet er macht worden georganiseerd. Genoeg stemmen om mee te kunnen regeren. Met andere partijen natuurlijk, waar de onderhandelingen snoeihard op de inhoud en zacht op de mens moeten zijn. Denken op de lange termijn met acties op de korte. Een visie durven hebben en daar mensen mee inspireren. Echt zorgen dat er genoeg woningen komen, dat we een volkomen Europese natie zijn waarbij veiligheid en klimaat vooropstaan. En als dan iemand zegt dat uiteindelijk een goed klimaat ook in ieders voordeel is (wat gewoonweg waar is), denk ik: maar ik leef nú. Het hiernamaals is voor mij nooit aantrekkelijk geweest en dat wordt het nu ook niet.
Maar altijd met het oog op macht en besturen. Altijd wel en nooit niet. En dus altijd met de woorden van Brecht in het achterhoofd: Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral. Mensen leven nu, in het heden en willen dat heden zo goed mogelijk ingericht zien. Ook voor hun kinderen. Dank daarbij allereerst om een goed inkomen, huisvesting, gezondheid. En daarbij gaat het gewoon om de harde economische werkelijkheid. Daar heeft de PvdA altijd voor gestaan (eerlijke spreiding van macht, inkomen en kennis) en daar ben ik niet helemaal van overtuigd bij GroenLinks. Daar zit dus ook mijn spanning: wordt de fusie een beetje dit en een beetje dat, een beetje realisme met een vleugje verweg idealisme, of wordt de fusie een heldere visie waarbij die visie een wenkend perspectief is en de zorgen vandaag worden geadresseerd. Gaan we huizen bouwen ook als dat eigenlijk niet goed is voor het milieu? Lokaal gaat het over meer sociale woningbouw en dan wil mijn collega van GroenLinks afvalscheiding agenderen. Eerst maar een huis, dán kliko’s leveren en dán afval scheiden. Maslow, stap een en twee. Zo simpel wordt het. Althans, wat mij betreft.
Kortom: great expectations. We gaan het zien. Mijn stem heeft de fusie in ieder geval.
Wenen, onlangs geweest. Het boekje over Wenen lag op tafel, al een week. Ik heb er vluchtig in gekeken en meer niet. En toen op weg.
Namibië: zelfde laken een pak. Twee boeken lagen op tafel en zonder een woord te lezen ben ik vertrokken. Ik wist wel ongeveer wat het reisprogramma was. Dat dan weer wel. Van dat soort verrassingen hou ik helemaal niet.
Een nieuw bedrijf starten, of beter: doorstarten. Ik begin eraan en ik zie vanaf dat moment wat nodig is. Vooraf lees ik niets, bekijk geen cijfers et cetera maar ik begin gewoon. En het gaat erg goed.
Wel moet mijn gevoel kloppen. Ik moet wel denken dat het wel goed komt.
Hoewel ik me suf lees, lees ik voorafgaand aan een belangrijke gebeurtenis niets. Ik stap erin en ik ga het wel zien. Het gevolg daarvan is dat ik dus ook geen enkel plan maak of heb. Ik zet stappen, kijk hoe het aanvoelt en of ik er grip op kan krijgen en zet nog meer stappen.
Ik ken mensen die vooraf plannen maken, een planning maken en alle scenario’s doordenken. Mijn scenario is dat het wel goed komt. En dat is dus niet altijd zo. Maar meestal wel.
Ik kijk niet terug, ik kijk niet vooruit. Ik leef. Zonder plan. Ik ben.
De week waarvan je wist dat die ging komen hebben we nu, deze week. Het kabinet was al een jaar in slow motion aan het vallen en met een harde klap is dat nu gebeurd. Mooi, zou je denken, dan hebben we dat ook weer gehad, en door.
Maar dan hebben we geen rekening gehouden van de VVD. Ooit opgericht als liberale partij waarbij vrijheden van en vrijheden voor centraal stonden. Ik heb ooit aan mijn zonen uitgelegd, ze waren nog jong, dat liberalen de zwakke mens verwaarlozen maar er wel voor zorgen dat de samenleving vrij is en voelt en dat socialisten de zwakke mens voorop stellen maar er daarmee voor zorgen dat de samenleving minder vrij voelt. Zet ze samen en je hebt een mooie combinatie. Kapitalisme zonder rauwe randjes, dat was het idee.
Liberalen bleken ook over veel meer humor te beschikken dan socialisten, bleek al snel in mijn politieke leven. Ik was het vrijwel nooit met hen eens, maar hoeveel plezier heb ik met VVD’ers gehad! En hoe anders waren mijn ervaringen binnen de PvdA: ideologisch redelijk op een lijn maar wat weinig compassie voor en plezier met echte mensen. Gelachen werd er nooit.
Dat lachen vergaat mij nu ook bij de VVD.
Mevrouw Yesilgöz is voorgedragen door het bestuur om lijsttrekker te worden. Dat betekent dat een volstrekt inhoudsloze (niet heel nieuw binnen de VVD) machtswellustige (niet heel nieuw in de politiek) en liegende mevrouw het boegbeeld is van liberaal Nederland. Waarmee liberaal Nederland in de vorm van de VVD dus feitelijk dood is.
Liever dan met sociaal-democraten samen te werken wil zij zo weer met de bruine bende van de PVV aan tafel. Want je sluit nou eenmaal niemand uit. Behalve als hij Frans heet. Ook niet als die partij, nou ja, stichting, een groot deel van Nederland uitsluit. Geen issue. Alles voor de macht. De feiten? Laat maar zitten, alles voor de macht. We liegen en bedriegen ons een weg naar buiten.
Het volk mort. Sommigen vinden dat Wilders het perfect deed maar werd tegengewerkt. Anderen vinden hem een verrader. Weer anderen vinden dat de VVD gewoon de grootste moet worden door in te hakken op asielzoekers en vluchtelingen (plus een miljoen nareizigers).
Ik denk dat het tijd is voor een herbezinning op beschaving. Een beschaafd land gaat goed om met hen die krap zitten, die het moeilijk hebben, die een vluchtplaats zoeken. Een beschaafd land is ook duidelijk: hier heb je recht op en hierop niet. Beschaafde politici zijn ook eerlijk over wat haalbaar is en wat niet. Beloven wat mensen willen horen is heel dom. Die willen namelijk van alles en alles tegelijk. En als dat niet kan, dat wil zeggen als zij hun zin niet krijgen, worden ze boos. Een volk van vijfjarigen. Dus wees duidelijk wat je wil bereiken, voor wie je dat doet en waarom. Dat dus niet iedereen zijn zin krijgt omdat we vandaag levend, ook de toekomst moeten inrichten. Dat mensen moeten inschikken omdat we met coalities van doen hebben. Zoiets als in een normale relatie. Daarin schuift de mens ook een beetje heen en weer.
De landelijke politiek is inmiddels een schoolplein vol met vijfjarigen geworden.
Ach, men hoeft niet mijn politieke overtuiging over te nemen. Ieder de zijne en hare. Maar beginnen met fatsoen en betrouwbaarheid zou een mooie eerste en zware stap zijn. Was het maar waar.
Oktober staan we weer in een stemhokje. Dát is het moment van de waarheid voor de burger. Dáár maak je het verschil. Stem niet met je buik of hart maar met je verstand. Buik en hart horen op het schoolplein, het verstand hoort in de klas. Daar waar je intellectueel groeit en tot feitelijke inzichten komt.
De allereerste keer dat ik naar Saint-Tropez ging maakte ik de fout met de auto er naartoe te rijden. Dat hebben we geweten: drie uur file. Dat moet tocht beter kunnen denk je dan. En dat kan ook.
Vanuit Sainte-Maxime, ook wel druk maar goed bereikbaar, met het bootje oversteken is top. Je voelt je direct op vakantie, de zee geurt heerlijk en in een minuut of 15 ben je aan de overkant. Je ziet het dorp groter worden: de kleuren, de citadel, de toren en je vaart de haven binnen. Heerlijk.
En precies daar begint de idioterie. Hoe groot kan een boot zijn? Hoeveel personeel kan er verveeld op een boot aanwezig zijn, hangend, vegend, zwabberend, wachtend op het baasje dat wellicht niet eens meer komt vandaag. Het is een heel dure camping op zee en de luxueuze verveling druipt er vanaf.
Het is hetzelfde met de tenten aan de boulevard. Ingesteld op toerisme. Peperduur en van een gekmakend gemiddelde smaak. Niets hier is top of vermeldenswaard.
En toch gaan we met de boot er naartoe, liefst in oktober overigens. Want als je eenmaal door de gekte heen bent is Saint-Tropez een leuk stadje. Zeker, opgedofte vrouwen met op een meter afstand achter hen een opgedofte man, van winkel naar winkel gaand zijn er volop. Veel zelfs. Maar daar tussendoor heerst er ook rust en een zonnig zuiden.
Blijft wel altijd de vraag: waar kun je lekker eten, niet te duur of te chic, zonder tussen al die medetoeristen te zitten. Nou, die plek hebben we gevonden, in een straatje achteraf.
La Table de Léon: je voelt je er welkom en je kunt er echt heerlijk eten. Met veel liefde klaargemaakt voor je. Mooi opgemaakte borden en goede wijn.
De vis op het menu is zeevers, prachtige cuisson en alle smaken kloppen. Mijn advies is dus: aankomen, snel van de boulevard af het stadje in, beetje mensen kijken en dan naar Léon. En rozig daarna weer op de boot terug naar Sainte-Maxime. Pech voor de Bob, maar ook zonder een heerlijke wijn is het hier top.
Volgende keer keren we terug naar Marseille, voor een memorabele Italiaan.
* Ook kort besproken in Cote&Provence, voorjaar 2025