Hoe begint zoiets eigenlijk? Met een vaag gevoel dat je misschien wel een eigen plek wilt hebben in Zuid-Europa. Een huis waar je gewoon naar toe kunt en dat er altijd voor je is.

Zo begon het voor mijn vrouw en haar vader, nu een jaar of 24 geleden. Rondkijken, nadenken over keuzes. Wordt het Spanje of Frankrijk. Nee, toch Frankrijk want daar kun je makkelijk naar toe rijden. Maar ja, waar dan?

Het was heel duidelijk voor mijn schoonvader: een huis op loopafstand van het dorp, met een bakker, een café en waar je de krant kunt kopen. Je kunt het je nauwelijks nu nog voorstellen, maar we vonden zo’n dorp. Waar je toen nog gewoon de krant kon kopen. We hebben vele dorpen bekeken maar er bleef er steeds een over: Carcès. Hartje Var, vier, vijf boulangers en La Presse voor de krant. Inmiddels iets anders, maar daarover later meer.

Het huis werd ook gevonden. In een woonbuurt stond boven op een bergje het huis van de bakker. Een beetje lelijk oud huis, tussen de bomen op een rots. Niet zo heel charmant, en met allemaal kleine kamertjes. 

De sprong in het diepe en op naar de notaris. Dat was in 2002. En opeens was het er: het huis in Frankrijk. De droom kon worden geleefd. Nu nog op zoek naar een architect voor verbouw, vergunningen et cetera. En ook die bleek in Carcès te wonen. Een aardige capabele vrouw heeft ons enorm geholpen. Ook met de keuze voor een zwembadaanlegger. Want daar was plek voor, met uitzicht over het dal en in de verte de lichtjes van Entrecasteaux.

De Franse slag, het went

Natuurlijk heeft iedereen wel eens gehoord over het verschil tussen Nederlandse werklui en Franse, en wie heeft er niet Peter Mayle gelezen over zijn ervaringen. Maar ja, dat is allemaal ver van je bed. Tot je een bed hebt in Frankrijk. Dat was wel even wennen. 

Een voorbeeld. Tussen de huiskamer en de keuken zat een muur met een deur. Die muur wilden we eruit hebben zodat je meer ruimte hebt en meer ruimte ervaart. Was ook goed voor de lichtinval. Afijn, de Fransen dachten: als je die muur nou niet helemaal weghaalt maar er een mooi klein boogje inzet, dan is dat veel mooier en gezelliger. Maar dat hadden we niet zo afgesproken. Tja, bof.

Van de weeromstuit vloog mijn zwangere vrouw, vloeiend Franssprekend, op en neer naar Carcès om alle details toch gewoon goed te regelen. En ik moet zeggen, dan gaat dat ook prima. Wel in een ander tempo dan wij gewend zijn en met meer bureaucratie, maar het gebeurt wel.

Als er iets is dat we toen hebben geleerd, dan is dat meegaan met het ritme van de Var. Het hoeft allemaal niet vandaag af, het hoeft niet perfect te zijn, je moet af en toe even stoppen om een p’tit blanc te drinken met elkaar. Jaren later doen we het nog steeds zo, en ik moet zeggen, we worden er ook beter in. Dan heeft de elektricien een verkeerd relais bij zich. Nou ja, dan komt hij toch weer terug. En je hebt toch kaarsen in huis? Nou dan?

Een eigen plek, is dat nou een feestje?

Ja, volmondig ja. Als je je eenmaal overgeeft aan het tempo en de lokale gewoontes, merk je hoe fijn het is een eigen plek te hebben onder de zon. Het is zeker niet allemaal halleluja. Er is altijd wel ergens weer een lekkage, een luik dat half verrot is, een boom die weg moet omdat hij verrot is, everzwijnen die hebben huisgehouden in je tuin, het zwembad dat weer lek is. Maar het weegt niet op tegen het genot dat je ondervindt.

Want een genot is het. Na een lange dag in de auto, de afslag Brignoles. Nog vijftien kilometer, dan gaat het raampje open en ruik ik de Var. We komen aan, een van ons opent het hek, we rijden de auto naar binnen en we zijn thuis. De sleutel in het slot, het donkere huis, de luiken allemaal open en je bent klaar om te genieten.

En het zit in alles, als je een eigen plek hebt. De koelkast aanzetten, de eerste boodschappen bij Les Mousquetaires, de geur van het verlaten huis, je koffer op de vaste plek, je kleren op je eigen plank, de eerste duik in het zwembad, het terugzetten van de buitenmeubels na de winter, de eerste regen die met bakken naar beneden komt, de eerste lekkage en dan de eerste avond thuis eten. In de warmte, met dat prachtige uitzicht, met lokale rosé en als het meezit de geluiden van een feest in het dorp. 

Als je het je kunt veroorloven is mijn advies: doen. Altijd. De eerste jaren is het soms onzeker en ongemakkelijk, maar dan bereik je het punt waar alles klopt, waar alles goed aanvoelt. Zelfs een lekkage.

Waar loop je nou tegenaan?

Tja, veel en dan vooral in het begin. Zoals ik al zei: Franse werklui zijn anders gemaakt dan Nederlandse. Afspraken zijn nooit hard, maar altijd fluïde. Je went eraan maar je moet niet denken dat men maar wat doet. Wat ze zijn trots, persoonlijk, op hun land maar zeker op hun métier. 

Een voorbeeld.

Jaren geleden kregen we het idee een verwarming aan te schaffen voor het zwembad. We hadden er een op het dak maar de afstand tot het zwembad was zo groot dat het water afkoelde voor het er inzat. Dus een buitenmodule. Aangelegd door een andere dan onze eigen elektricien, Luc. Een goedkopere. Toen er iets kapot was, was de goedkopere niet meer te vinden en Luc weigerde nog te komen. Hadden we maar voor hem moeten kiezen. En hij had gelijk. Het is hersteld met heel veel gedoe. We hebben twee dingen geleerd: de goedkoopste is niet echt een argument in Frankrijk. Je koopt ook niet het goedkoopste kippetje, maar een goed kippetje. Zorg dus dat je heel goed op de hoogte bent van kwaliteit en betrouwbaarheid. En twee: als je een goed iemand hebt, doe een beroep op zijn of haar netwerk. Dat is vaak ook goed maar niet goedkoop.

We hebben die fout nooit meer gemaakt.

Dan regels en bureaucratie. Nu is er hier al heel veel geschreven over alle regels dus zal ik dat niet doen. Behalve dan dit: vergeet er niet één en zorg dat je alles goed doet en op tijd. Dat scheelt later veel gedoe. Denk daarbij echt aan alles: van vergunningen tot en met belastingen. Laat je goed voorlichten.

Wordt het dorp ooit jouw dorp?

We denken wel eens dat er zoveel in Nederland verandert maar verkijk je niet op een dorp in Frankrijk. Van La Presse is sinds lang niets meer vernomen. De uitbater hield het voor gezien. Kranten waren al lang online en klandizie bleef weg. Af en toe een lokaal iemand voor een fotokopie van een document.

Van de vier á vijf boulangers zijn er nog twee over. En zelfs die niet meer de originele. Daarnaast is er nog één echte patisserie waar de Tarte Tropézienne top is. Die zit er al heel lang. In maart kwam ik erachter dat de boucherie ook is gestopt. Evenals de groentenboer, waar nu een ander zit die alleen op zaterdag open is. Er zijn nog restaurants, maar de leukste, een pizzeria, is twee jaar geleden gestopt. Seb et Patou trokken het niet meer en verkopen nu pinsa’s bij de abdij van Thoronet. Café Central kent inmiddels in de jaren dat ik er dagelijks kom de vijfde uitbater, en van de vier buralistes zijn er nog twee over.

Hoe komt dit? Simpel: net buiten het dorp zit een heel grote goede supermarkt en mensen gaan daar naartoe. Net als in Nederland.

Dus even terug naar de vraag of het dorp mijn dorp is. Jazeker. Hoe het ook verandert, de sfeer blijft hetzelfde. De winkels zijn weg maar de mensen niet. Patou kom ik nog dagelijks tegen, ’s morgens op mijn wandeling naar het dorp. Dezelfde leuke vriendelijk mensen. Dat is toch het belangrijkst in Frankrijk. De mensen. Beetje praten, wat mee drinken, plezier maken, de burgemeester en de pastoor kennen, klagen over Parijs, genieten van nu. Dat is het in een notedop.

En zul je denken, ik hoor niets over Nederlanders! Nee dat klopt. We hebben contact met één Nederlander, André, die over ons huis waakt. Voor de rest louter met Fransen. Buren en dorpsgenoten. En dat is goed.

Stel je bent in de buurt bij Carcès, wat moet je dan doen?

Lekker eten:

La Guingette du Lac, Lac de Carcès, niet top maar wel lekker plekkie aan het meer

Picotte Provence in Cotignac, een toprestaurant met jonge leuke mensen

Jardin Secret in Cotignac, heerlijk eten in een mooie tuin

Le Patriarche, Le Thoronet, echt Frans tussen de wijnvelden

Markten:

Dinsdag in Cotignac, heerlijke markt, goede sfeer

Vrijdag in Lorgues, ook fijn maar heel druk met Engelsen en Nederlanders

Zondag in Salernes, echt een fijne markt onder de bomen

Te doen:

Kanoën op de Argens

Lac Sainte-Croix op 45 minuten

Sainte-Maxime op 45 minuten

(*) Ook gepubliceerd in Maison En France