Bordeaux. Ik had er herinneringen aan van lang geleden. Beelden. Een brug met aan de overkant van het water links en rechts grote statige woonhuizen aan een brede boulevard. Zonovergoten en zuidelijk. Die beelden stamden uit een tijd dat ik met de FTS treinde naar Bordeaux om vanuit daar met de bus richting Lacanau of Mimizan te gaan. Zee en diepe stranden. Er klopte echt niets van. Herinneringen zijn ongegeneerd onbetrouwbaar, zo bleek maar weer. Bordeaux zoals ik het had bedacht bleek niet te bestaan.

Bordeaux dus. Na een lange rit vanaf een uitgestorven Parijs (een overnachting omdat de jongste zoon per sé Jim Morrison en Chopin wilde bezoeken) kwamen we aan bij een klein hotel. Oud in een buurtje net buiten het centrum. Een paar dingen hadden we in het hoofd. Eten bij Gordon Ramsay, lopen en ons laten verrassen. En ik wilde mooie wijn drinken. Dat laatste zou toch moeten lukken leek mij.

De stad was prachtig. Geen Grands Boulevards met links en rechts grote statige woonhuizen, maar veel meer een intieme stad. En hoe je ook loopt, je gaat vanzelf naar de rivier, de Garonne. Breed en traag en heel grijs deelt die de stad in twee. Je draait je om en ziet de Place de la Bourse met ervoor het spiegelende watervlak van de Miroir d’eau. Het is prachtig.

Als je terugloopt de stad weer in kom je in een wirwar van kleine straatjes met winkeltjes, café’s en restaurants. Het is allemaal heel aangenaam en zeer de menselijke maat. Zoals mijn zoon zei: de schoonheid komt niet naar jou hier, je moet de schoonheid opzoeken en vinden. In de straatjes, de kerken, de gebouwen. En zo is het.

’s Avonds tegenover de Opéra bij Ramsay gegeten. Dat was een beetje een deceptie. De borden waren prachtig opgemaakt, het was smaakvol maar nou niet de top die ik ervan had verwacht. Ik bestelde een fles Saint Estèphe maar die bleek niet meer op voorraad. Dus kwam een andere, die ik spontaan weer ben vergeten. Het etentje bij een lokale tent in een straatje was beter, zal ik maar zeggen. Mijn zin in goede wijn bleef.

Die zin heb ik uiteindelijk kunnen bevredigen in de Cité du Vin. Een merkwaardig bouwsel aan het einde van de kaaien, op ongeveer een 45 minuten lopen. Langzaam zie je de puist groter worden en krijg je er een beeld van. Het is een mooi museum dat geheel gewijd is aan wijn en wijnproductie. En niet kleinzielig alleen over Bordeaux, alle streken en alle landen komen aan de orde. Mooi opgezet met een hoog NEMO-gehalte: het is een en al beleving. Van heel inventief (geuren ervaren) tot obligaat.

En als je dan het museum door bent geweest kun je naar boven, het dak op. Daar wordt heerlijke en heerlijk diverse wijn geschonken. Ik dronk een Catalaanse rode (Le Pelut), die erg lekker was. En met uitzicht over de stad smaakte die nog lekkerder. Eindelijk de wijn waar ik naar verlangde, op een onvergetelijke plek.

Er valt nog veel meer te vertellen over Bordeaux. Allemaal dingen die onderdeel worden van mijn herinneringen. Herinneringen die mij ooit weer zullen leiden naar dezelfde plekken, zoals Bordeaux. Om er daar vervolgens achter te komen dat die stad niet bestaat. Er ook achter te komen dat de stad die wél bestaat nog veel mooier en spannender is dan die in je geheugen. Dat zijn toch vooral flarden terwijl de eenheid en veelheid van de werkelijkheid immens veel rijker en spannender is.

Bordeaux, mijn Bordeaux bleek niet te bestaan.