
Er is al heel veel gezegd en geschreven over de dommigheden van deze mevrouw. Dat je het lidmaatschap van de Provinciale Staten ziet als een dingetje, zoals bestuurslid worden van de speeltuin is natuurlijk heel onnozel. Dat je niet beseft wat het is om volksvertegenwoordiger te zijn is dat ook. Dat je denkt dat je je stem kunt terugdraaien, duidt op een niveau van domheid dat zijn weerga niet kent. Soit dus.
De vraag is veel meer hoe deze mevrouw op deze belangrijke plek is terechtgekomen. Zij zal zeker niet de enige zijn, die zonder enige intellectuele bagage volksvertegenwoordiger is. Sterker nog, je hoeft maar een debat in de Tweede Kamer te volgen om te concluderen dat domheid evenredig verdeeld is over de bevolking. Maar hoe komen deze mensen op die plek terecht.
Want laten we eerlijk zijn: het hoogste ambt in Nederland is volksvertegenwoordiger. Jij bent wetgever, jij bepaalt het leven van velen, jij bepaalt de richting van het land, jij hebt -kortom- de macht. Kabinetten, colleges voeren uit wat jij hebt besloten. Het is dus geen stage of ingroeifunctie waarbij je wel ziet waar het schip strandt.
Dat er hele partijen met idioten een plek krijgen, is een gevolg van ons kiesstelsel. Daarin kan iedere gek een partij oprichten en nog gekozen worden ook. Zo komen we aan het bruine schuim dat FvD heet, zo komen we ook aan BBB. Een partij met een gezellig voorkomen, tot je het program leest en let op het stemgedrag in de Kamer. Dan blijkt het allemaal niet zo heel gezellig meer. Maar dat gaat over hele partijen.
Hoe kan het dat het zo fout kan gaan binnen GroenLinks? Waarbij ik moet aantekenen dat het echt iedere andere gevestigde partij had kunnen zijn?
In mijn waarneming is er iets fundamenteel veranderd in de loop der decennia: de ballotage.
In mijn jonge jaren was ik actief in de politiek. Ik ging naar vergaderingen van de afdeling en daar kwam ik al mensen tegen met tomeloze ambitie. Die vielen op en gingen vervolgens over naar het district. Als dat heel goed ging, kwamen ze op de lijst voor de gemeenteraad. Soms werden ze gekozen en konden ze op termijn wethouder worden. Als dat goed ging was een plek op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer mogelijk. Werd de partij ooit deel van de regering kon het zomaar zijn dat je staatssecretaris of minister werd. Die reis kon vele vele jaren duren. In die jaren leerde je het politieke bedrijf van haver tot gort kennen. De stroperigheid, de mogelijkheden, de spelletjes, de regels, je leerde precies wat je waar kunt en moet doen om je overtuigingen vorm te geven in besluiten en wetten.
Als je op een belangrijke plek kwam kon je het ook aan. Nu zijn er mensen die dat allemaal onzin vinden, dat het een kartel is et cetera. Zal wel, is het misschien ook. Zoals er ook een kartel van vrachtwagenchauffeurs, stukadoors, tandartsen, oncologen, loodgieters bestaat. Van beroepen waar je wat moet kunnen voor je het mag uitoefenen.
Dat is dus het verschil met de politiek. Daar hoef je inmiddels niets meer te kunnen om toch aan de macht te komen. Dat klinkt heel democratisch maar dat kan ook leiden tot ongelukken.
Hoe kun je ervoor zorgen dat de mensen die op een lijst komen ook echt wat kunnen? De tijd van de ouderwetse partijtijger is voorbij, dus zal er iets anders moeten worden gevonden om sterng en rechtvaardig te zijn. Hoe dan?
Ik heb het antwoord niet. Ik weet wel dat je meer tijd moet nemen voor je iemand toelaat op je lijst. Altijd kijken wie het is, wat iemand meebrengt aan bagage, hoe slim iemand is, hoe scherp, hoe ambitieus. Dat kost tijd, dat betekent investeren vanuit de partij en vanuit de kandidaat. Dat GroenLinks iemand toelaat die niet weet wat de gevolgen van een stem zijn en daarna ook denkt dat je die stem weer kunt intrekken en wijzigen, dat zegt iets over de persoon in kwestie maar het zegt ook veel over GL.
Jesse mag zich zorgen maken, en Attje intussen ook. Goed aflopen doet dit niet. Er zijn geen winnaars, louter verliezers.
Ik heb ooit in de kandidatencommissie gezeten in Rotterdam toen zij op de lijst wilde voor de raad. Laat ik vriendelijk zeggen dat haar prestaties tot dan toe in de deelgemeente niet overtuigend waren. Zoals ik haar heb leren kennen daarvoor was ze onzeker en had het zwaar als alleenstaande moeder die veel tegelijk probeerde te doen. Niet per se erg, alleen was het resultaat wel dat ze volkomen onbereikbaar was en van de stress letterlijk haar mailbox niet durfde te openen. Maar niet iedereen in de kandidatencommissie kende haar, je gaat dan af op wat iemand zelf zegt te hebben bereikt en hoe die zich kan verkopen, net als bij een gemiddeld sollicitatiegesprek. Na de verkiezingen werd het er helaas niet beter op. Ik heb mijn lidmaatschap opgezegd en het verder niet gevolgd, maar kan me voorstellen dat ze op grond van haar ervaring in de deelraad en verhaal op plek 10 (?) is gekomen.
LikeLike