Het zwembad bij ons huis is 23 jaar geleden aangelegd. Huis gekocht, bomen weggehaald, ruimte gecreëerd en aan het werk.
Er stond al een zwembad. Zo’n verplaatsbaar ding op een betonnen fundering. Zag er niet uit en was nog uit de Frans-Duitse oorlog. We wilden een echt zwembad, zo’n infinity pool met uitzicht over het dal en de bergen. Maar hoe kom je aan een goede bouwer? Via, via. De architect kende iemand, een goede. De beste man kwam, zag en overwon: hij ging het zwembad aanleggen.
Dat hebben we geweten.
Toen de eerste tegeltjes loslieten hebben we ons wat verdiept in de achtergrond van de beste man. En ja, achteraf kun je zeggen had je dat niet eerder kunnen doen, maar dat is altijd makkelijk. Wat bleek: ons zwembad was het allereerste zwembad in zijn gehele carrière. Wij waren de proeftuin.
We hadden gewaarschuwd moeten zijn toe bleek dat de ‘infinityrand’ niet helemaal recht was, maar goed, je zit in Frankrijk hè en het weer was prima, de zon scheen, het uitzicht prachtig. Maar we waren niet gewaarschuwd.
Nu, 23 jaar later, hebben we bijgeleerd. Vele malen is het zwembad gerepareerd: tegelmatjes opnieuw aangelegd, stukken weggehakt om het onderliggende betonijzer te herstellen zodat we geen bruine roestvlekken meer hadden, weer tegelmatjes, de rand die hersteld is. Et cetera enzovoort.
Het uitzicht is nog steeds geweldig en als ik ’s avonds op de rand hang en in de verte de lichtjes van Entrecasteaux zie flikkeren dan ben ik intens gelukkig. Het zwembad blijft.
We laten het nu in een keer goed restaureren.
Alles wordt eruit gehakt, de scheuren gerepareerd, er komt een nieuwe betonnen grondlaag en daar weer bovenop een aantal lagen zodat het weer jaren meekan. Deze bouwer hebben we goed gecheckt, deze keer niet met de portemonnee gekozen maar op basis van bewezen kwaliteit. We duimen op de goede afloop.
Hierna zijn de luiken overigens aan de beurt. Want ook die hebben betere tijden gekend. Een eigen huis is een boeiend bezit. Het houdt niet op. J’en ai marre intussen.
Een dag in oktober. Ik wandel van ons huis richting dorp, het is 8 uur in de ochtend. Het wordt licht, het is fris, de lucht vol zuurstof. Iets meer dan anderhalve kilometer wandelen, de berg af naar het dorp. Brug over, de lange toegangsweg, linksaf langs de Place Respélido, het oude tunneltje door en dan weer naar rechts. Ik loop altijd om, om aan mijn stappen te komen. De volgorde is steeds hetzelfde omdat ik van steeds hetzelfde hou: bakker, café, kerk, en dan weer terug naar huis. Ergens tussen een uur en anderhalf uur ben ik dan onderweg. Deze keer had Bar Le Central lampjes opgehangen aan de luifel.
Na de koffie en de kaarsjes in de kerk loop ik dezelfde weg weer naar huis. In mijn tas een baguette, een céreal en een sacristain. En als ik terug ben dan ben ik compleet gelukkig.
Het is ooit begonnen, 23 jaar geleden, toen ik voor het eerst een week in oktober in Carcès was. Na een lange hete zomer gingen we nog even terug. Ik wist direct dat ik volkomen thuis was.
Al die dingen heb ik in de zomer niet. De hitte is weldadig, het licht prachtig, de sfeer loom en snakkend naar een goede rosé. Maar dit haalt het niet bij de herfst.
Dit jaar zijn we naar Cannes gereden. Ook daar herfst. Minder druk, mooi licht en voor de lunch bij Plage Goéland aan het strand zitten. De kalme geluiden van de zee, de laagstaande zon op mijn gezicht, het rustige gepraat van de mensen op het terras, het gerinkel van glazen meest gevuld met rosé en de bediening die ook al heel relaxt is. Alles klopt.
De herfst in de Var mag wat mij betreft eeuwig duren. Een perfecte temperatuur, de geuren van gevallen blad en de rook van alle buren die hout en blad verbranden, de vroege schemering, het geluid van de jacht in de heel vroege ochtend en laat in de middag: alles vervult mij met geluk.
En opeens is iemand dood. Een mens, iemand die je heel goed kende, waar je van hield en dat al 28 jaar. Het was een aangekondigde dood. Dementie, langzame aftakeling en toen kwam de versnelling. Lichamelijke klachten. Sneller toch dan verwacht waren er in de vroege ochtend in de slaap, vijf versnelde ademstoten en dat was het. Een mens werd lichaam, meer niet.
De aanblik van de dode was een vertrouwde. Al vaker dode mensen gezien en eigenlijk altijd gelijkend. De wasachtige kleur en de diepe verstilling op het gelaat. Alsof iemand in grote vaart een huis had verlaten en het kopje thee stond nog onaangeroerd op tafel. Die verstilling. De aanwezigheid van een groot Niets.
De dode was voor ons dood. Hij was niet dood. Ik zal ook nooit dood zijn.
Alles wat de mens mens maakt was verdwenen. Op slag. Slechts herkenning van het lichaam, maakte dat er nog iets van voortzetting van een gezamenlijk leven was. Maar het was slechts een lichaam waar ik naar keek.
Dat is vandaag twee weken geleden. De wereld nam het over. Er kwam een mevrouw die met draaiboek in de hand alles regelde. Alles werd geregeld. Een liefdevol afscheid, mooie liefdevolle woorden en uiteindelijk de crematie. De laatste aanraking van de kist in de ruimte bij de oven.
Toen werd het stil.
In die stilte is het mijn omgang met de dood die me bezighoudt. Een wereld zonder hem, waarin ik nu leef. De berusting dat het een gezegend einde was. Geen gruwelijke strijd, geen gevecht tegen het onvermijdelijke, zoals bij mijn ouders het geval was.
De wetenschap dat je zelf nooit zult genieten van de rust die de dood ook is, na bijvoorbeeld een lang ziek zijn.
Er is geen geest zonder lichaam. De mens is lichaam. Als het lichaam sterft, sterft de mens.
Nog een week of vier en dan kennen we de uitslag van de verkiezingen. Er zal in Nederland weer een rechtse meerderheid komen en als er al een wat liberalere of linksige toets zal zijn, dan is dat om een meerderheid te vormen. Meer niet. Nederland is ten diepste een conservatief land. Als rechts samen met extreemrechts kunnen, dan gebeurt dat.
En toch. Niet alleen in Nederland is rechts groeiende. Op een paar landen na zien we dat overal in Europa, en zelfs in de wereld. Zelfs in Japan is een rechtse partij in opkomst.
Als iets zich overal voordoet, dan kan de oorzaak niet lokaal en specifiek zijn. Waardoor komt het dan wel?
Ik heb een vermoeden. Een vermoeden dat ik verder zal uitwerken maar hier alvast benoem.
Mijn vermoeden is dit: we leven in een wereld waar alles nú gebeurt, nú te volgen is, waarin we continu succesvolle mensen voorbij zien komen, we leven kortom in een grote etalage waarin in hoog tempo alles verandert. Daardoor zijn twee menselijke zaken verdwenen: de tijd nemen voor dingen en genoegen nemen met middelmaat of tegenslag.
Partijen die nú een oplossing bieden voor complexe zaken en beloven dat jíj door die oplossing als winnaar uit de bus komt, en die vervolgens de schuld leggen bij een heel ander deel van de samenleving (buitenlanders, de elite) die partijen zullen winnen. Overal. Partijen die uitleggen dat oplossingen tijd in beslag nemen (“tijd? Heb ik niet, ik wil nú mijn zin.”) en uitleggen dat de opbrengsten complex in kaart te brengen zijn en niet precies te duiden (“Huh, dus je komt niet voor mij op. Ik héb dus morgen geen huis?”), en ook nog uitleggen dat iedereen onderdeel is van probleem en oplossing (“Wat? Het is niet mijn schuld! Het zijn die buitenlanders!”), die partijen delven het onderspit. Nuance is heel ouderwets.
Waar extreemrechts aan de macht komt, doet zij dat met grote woorden, grote gebaren, simpele oplossingen en de belofte van vooruitgang voor het eigen volk. Er is altijd een vijand aan te wijzen die tegenwerkt en moet worden bestreden. Volgens de laatste intellectuele inzichten van BBB is dat de Raad van State en de rechtspraak. Weer een volksvijand gecreëerd.
Men is de nuance zat, men is het wachten zat, men is de feiten zat, men is het fatsoen zat.
Succes, wie wil dat nou niet hebben? Je werkt hard aan je bedrijf, je hebt een topteam van fijne mensen, de resultaten zijn jaar op jaar verdubbeld en je klanten zijn tevreden. Allemaal mooi.
Nogmaals: wie wil dat nou niet?
Ik wel in ieder geval. Niets beter voor je bedrijf, dan succes. Van alle teambuilding- en cultuurprogramma’s kan ik succes het meest aanbevelen. Flow noemden we dat jaren geleden want we hadden toen allemaal Mihaly Csikszentmihalyi gelezen. Althans, ik.
En toch levert succes ook een probleem op. Laat het me uitleggen.
Succes hebben is één, maar je weet dat het op een dag anders wordt. Dan heb je minder succes. Door welke oorzaak dan ook. Je salesman gaat weg, een klant zegt op, je platform hapert, er komt een concurrent, je ziet -kortom- alle five forces van Porter als een reële mogelijkheid. Hoe goed het nu ook gaat, ik weet dat er een dag komt, een week, een maand waarin het minder gaat.
Succes hebben betekent dat je iets te verliezen hebt. En wat doen mensen die iets te verliezen hebben? Precies, die gaan calculeren, voorzichtig worden, doen wat ze deden dat tot succes leidde. Opeens ben je van een wild bunch veranderd in een conservatief clubje. Conservatief in de zin van: vasthouden wat je hebt en doen wat je deed.
Want immers: als je doet wat je deed, krijg je wat je deed.
Vakantie is heilzaam
Afijn, ik was op vakantie en zat voor me uit te turen in de hitte. In de verte in de bergen zag ik trillend in die hitte Entrecasteaux liggen, ik nam een slok rosé van om de hoek (Sainte-Croix voor de liefhebber) en bedacht dat als wij niet uitkeken, we voorzichtig zouden gaan worden.
Lekker Bezig, want daar heb ik het over, is een topbedrijf. Ik ben teamlid dat er leiding aan mag geven. Ik word omringd door jonge, fijne, mooie, professionele mensen die er alles uithalen wat erin zit. Daarom hebben we succes. We hebben een nieuw platform gebouwd, al onze klanten overgezet en inmiddels maken meer dan 100.000 mensen gebruik van ons platform. Gewoon omdat ze verder willen, verder willen groeien, beter willen worden of gewoon omdat ze zin hebben om te leren. Als ik vergelijk hoe dat een jaar geleden was, dan is het een wereld van verschil.
Maar er is nog een verschil. Vorig jaar ging het niet goed, was het platform instabiel, wisten we eigenlijk niet wat klanten wilden, etc etc. Maar we hadden een wereld te winnen. En om die wereld te winnen moesten we rammen, idioot om een hoekje denken, durf hebben, moesten we durven falen big time. En we deden alles wat we konden maar faalden niet.
Dat gevoel hebben we nog, maar op mijn bergje bedacht ik dat dat zomaar anders zou kunnen worden. En dat moet niet gebeuren. Niet doen wat we deden om dingen vast te houden. Je bedrijf heeft kans van slagen als je bereid bent het grootste risico te nemen.
En dus gaan we weer om een hoekje denken, zoeken we de klant nog meer op dan we deden, praten we met iedereen die ertoe doet, gaan we experimenteren, gaan we dingen online zetten zonder idioot veel onderzoek, gooien we weg wat niet werkt, houden we wat werkt.
Want een ding is zeker: 100.000+ gebruikers is mooi, maar meer is mooier. Nog meer blije mensen, nog meer dynamiek, nog meer geweldig aanbod en nog persoonlijker. En een nog toffer team.
En nu?
Nou, zo dus. Dat gaan we doen.
Eigenlijk gaat het om scherpte en focus en zelfkritiek. Openstaan voor kritiek en verandering. Wat is het grootste risico dat je loopt? Dat je iets probeert wat heel erg mislukt, dat heel dom blijkt te zijn. Nou en? Opstaan en weer door. De fun zit erin dat je jezelf steeds weer een stukje verder brengt, jezelf, je collega’s, je klanten, je bedrijf.
Zo kwam ik dus terug uit La Douce France. Ik zei ‘we zijn een beetje saai geworden, wat gewoontjes’, en het resoneerde. Het werd herkend. Meer was niet nodig.
Mijn conclusie: succes leidt tot zelfgenoegzaamheid als je niet scherp blijft. Er moet in een team altijd iemand zijn die dat benoemt en de boel weer opkloot. Die bij alles opnieuw vraagt: waarom doe je dat en waarom nu of over een week? Waarom, waarom, waarom. En wat als we nou eens …. Die persoon mocht ik nu even zijn. Volgende keer is het een ander.
Op dat punt staan we nu. Het is morgen 1 september, voor mij het begin van het nieuwe jaar. Overgehouden van mijn schooltijd. De eerste dag van een nog veel beter Lekker Bezig, van nog meer nieuwe klanten, van nog meer nieuw aanbod, van nog veel meer.
Als je blij bent met succes, top! Als je in dat gevoel blijft hangen, heel dom. Nooit doen! Nooit.
Hoe begint zoiets eigenlijk? Met een vaag gevoel dat je misschien wel een eigen plek wilt hebben in Zuid-Europa. Een huis waar je gewoon naar toe kunt en dat er altijd voor je is.
Zo begon het voor mijn vrouw en haar vader, nu een jaar of 24 geleden. Rondkijken, nadenken over keuzes. Wordt het Spanje of Frankrijk. Nee, toch Frankrijk want daar kun je makkelijk naar toe rijden. Maar ja, waar dan?
Het was heel duidelijk voor mijn schoonvader: een huis op loopafstand van het dorp, met een bakker, een café en waar je de krant kunt kopen. Je kunt het je nauwelijks nu nog voorstellen, maar we vonden zo’n dorp. Waar je toen nog gewoon de krant kon kopen. We hebben vele dorpen bekeken maar er bleef er steeds een over: Carcès. Hartje Var, vier, vijf boulangers en La Presse voor de krant. Inmiddels iets anders, maar daarover later meer.
Het huis werd ook gevonden. In een woonbuurt stond boven op een bergje het huis van de bakker. Een beetje lelijk oud huis, tussen de bomen op een rots. Niet zo heel charmant, en met allemaal kleine kamertjes.
De sprong in het diepe en op naar de notaris. Dat was in 2002. En opeens was het er: het huis in Frankrijk. De droom kon worden geleefd. Nu nog op zoek naar een architect voor verbouw, vergunningen et cetera. En ook die bleek in Carcès te wonen. Een aardige capabele vrouw heeft ons enorm geholpen. Ook met de keuze voor een zwembadaanlegger. Want daar was plek voor, met uitzicht over het dal en in de verte de lichtjes van Entrecasteaux.
De Franse slag, het went
Natuurlijk heeft iedereen wel eens gehoord over het verschil tussen Nederlandse werklui en Franse, en wie heeft er niet Peter Mayle gelezen over zijn ervaringen. Maar ja, dat is allemaal ver van je bed. Tot je een bed hebt in Frankrijk. Dat was wel even wennen.
Een voorbeeld. Tussen de huiskamer en de keuken zat een muur met een deur. Die muur wilden we eruit hebben zodat je meer ruimte hebt en meer ruimte ervaart. Was ook goed voor de lichtinval. Afijn, de Fransen dachten: als je die muur nou niet helemaal weghaalt maar er een mooi klein boogje inzet, dan is dat veel mooier en gezelliger. Maar dat hadden we niet zo afgesproken. Tja, bof.
Van de weeromstuit vloog mijn zwangere vrouw, vloeiend Franssprekend, op en neer naar Carcès om alle details toch gewoon goed te regelen. En ik moet zeggen, dan gaat dat ook prima. Wel in een ander tempo dan wij gewend zijn en met meer bureaucratie, maar het gebeurt wel.
Als er iets is dat we toen hebben geleerd, dan is dat meegaan met het ritme van de Var. Het hoeft allemaal niet vandaag af, het hoeft niet perfect te zijn, je moet af en toe even stoppen om een p’tit blanc te drinken met elkaar. Jaren later doen we het nog steeds zo, en ik moet zeggen, we worden er ook beter in. Dan heeft de elektricien een verkeerd relais bij zich. Nou ja, dan komt hij toch weer terug. En je hebt toch kaarsen in huis? Nou dan?
Een eigen plek, is dat nou een feestje?
Ja, volmondig ja. Als je je eenmaal overgeeft aan het tempo en de lokale gewoontes, merk je hoe fijn het is een eigen plek te hebben onder de zon. Het is zeker niet allemaal halleluja. Er is altijd wel ergens weer een lekkage, een luik dat half verrot is, een boom die weg moet omdat hij verrot is, everzwijnen die hebben huisgehouden in je tuin, het zwembad dat weer lek is. Maar het weegt niet op tegen het genot dat je ondervindt.
Want een genot is het. Na een lange dag in de auto, de afslag Brignoles. Nog vijftien kilometer, dan gaat het raampje open en ruik ik de Var. We komen aan, een van ons opent het hek, we rijden de auto naar binnen en we zijn thuis. De sleutel in het slot, het donkere huis, de luiken allemaal open en je bent klaar om te genieten.
En het zit in alles, als je een eigen plek hebt. De koelkast aanzetten, de eerste boodschappen bij Les Mousquetaires, de geur van het verlaten huis, je koffer op de vaste plek, je kleren op je eigen plank, de eerste duik in het zwembad, het terugzetten van de buitenmeubels na de winter, de eerste regen die met bakken naar beneden komt, de eerste lekkage en dan de eerste avond thuis eten. In de warmte, met dat prachtige uitzicht, met lokale rosé en als het meezit de geluiden van een feest in het dorp.
Als je het je kunt veroorloven is mijn advies: doen. Altijd. De eerste jaren is het soms onzeker en ongemakkelijk, maar dan bereik je het punt waar alles klopt, waar alles goed aanvoelt. Zelfs een lekkage.
Waar loop je nou tegenaan?
Tja, veel en dan vooral in het begin. Zoals ik al zei: Franse werklui zijn anders gemaakt dan Nederlandse. Afspraken zijn nooit hard, maar altijd fluïde. Je went eraan maar je moet niet denken dat men maar wat doet. Wat ze zijn trots, persoonlijk, op hun land maar zeker op hun métier.
Een voorbeeld.
Jaren geleden kregen we het idee een verwarming aan te schaffen voor het zwembad. We hadden er een op het dak maar de afstand tot het zwembad was zo groot dat het water afkoelde voor het er inzat. Dus een buitenmodule. Aangelegd door een andere dan onze eigen elektricien, Luc. Een goedkopere. Toen er iets kapot was, was de goedkopere niet meer te vinden en Luc weigerde nog te komen. Hadden we maar voor hem moeten kiezen. En hij had gelijk. Het is hersteld met heel veel gedoe. We hebben twee dingen geleerd: de goedkoopste is niet echt een argument in Frankrijk. Je koopt ook niet het goedkoopste kippetje, maar een goed kippetje. Zorg dus dat je heel goed op de hoogte bent van kwaliteit en betrouwbaarheid. En twee: als je een goed iemand hebt, doe een beroep op zijn of haar netwerk. Dat is vaak ook goed maar niet goedkoop.
We hebben die fout nooit meer gemaakt.
Dan regels en bureaucratie. Nu is er hier al heel veel geschreven over alle regels dus zal ik dat niet doen. Behalve dan dit: vergeet er niet één en zorg dat je alles goed doet en op tijd. Dat scheelt later veel gedoe. Denk daarbij echt aan alles: van vergunningen tot en met belastingen. Laat je goed voorlichten.
Wordt het dorp ooit jouw dorp?
We denken wel eens dat er zoveel in Nederland verandert maar verkijk je niet op een dorp in Frankrijk. Van La Presse is sinds lang niets meer vernomen. De uitbater hield het voor gezien. Kranten waren al lang online en klandizie bleef weg. Af en toe een lokaal iemand voor een fotokopie van een document.
Van de vier á vijf boulangers zijn er nog twee over. En zelfs die niet meer de originele. Daarnaast is er nog één echte patisserie waar de Tarte Tropézienne top is. Die zit er al heel lang. In maart kwam ik erachter dat de boucherie ook is gestopt. Evenals de groentenboer, waar nu een ander zit die alleen op zaterdag open is. Er zijn nog restaurants, maar de leukste, een pizzeria, is twee jaar geleden gestopt. Seb et Patou trokken het niet meer en verkopen nu pinsa’s bij de abdij van Thoronet. Café Central kent inmiddels in de jaren dat ik er dagelijks kom de vijfde uitbater, en van de vier buralistes zijn er nog twee over.
Hoe komt dit? Simpel: net buiten het dorp zit een heel grote goede supermarkt en mensen gaan daar naartoe. Net als in Nederland.
Dus even terug naar de vraag of het dorp mijn dorp is. Jazeker. Hoe het ook verandert, de sfeer blijft hetzelfde. De winkels zijn weg maar de mensen niet. Patou kom ik nog dagelijks tegen, ’s morgens op mijn wandeling naar het dorp. Dezelfde leuke vriendelijk mensen. Dat is toch het belangrijkst in Frankrijk. De mensen. Beetje praten, wat mee drinken, plezier maken, de burgemeester en de pastoor kennen, klagen over Parijs, genieten van nu. Dat is het in een notedop.
En zul je denken, ik hoor niets over Nederlanders! Nee dat klopt. We hebben contact met één Nederlander, André, die over ons huis waakt. Voor de rest louter met Fransen. Buren en dorpsgenoten. En dat is goed.
Stel je bent in de buurt bij Carcès, wat moet je dan doen?
Lekker eten:
La Guingette du Lac, Lac de Carcès, niet top maar wel lekker plekkie aan het meer
Picotte Provence in Cotignac, een toprestaurant met jonge leuke mensen
Jardin Secret in Cotignac, heerlijk eten in een mooie tuin
Le Patriarche, Le Thoronet, echt Frans tussen de wijnvelden
Markten:
Dinsdag in Cotignac, heerlijke markt, goede sfeer
Vrijdag in Lorgues, ook fijn maar heel druk met Engelsen en Nederlanders
Zondag in Salernes, echt een fijne markt onder de bomen
En dan ben je op vakantie en heb je de tijd na te denken over het leven. Over evenwicht daarin.
Ik kwam tot het volgende idee:
Voor mijn bedrijf ga ik voorstellen iedere sprint te laten volgen door een week rust. Geen deadlines, geen druk, gewoon zorgen dat je weer kunt nadenken over waarom we dit allemaal willen.
Nogmaals: het is een voorstel en als het team het een slecht voorstel vindt, dan doen we dat gewoonweg niet.
Mijn bedrijf: lekkerbezig.me Erg stom als een bedrijf geen klant is van ons, want beter is er niet in de markt. Wel duurder en transactioneler, minder op de relatie.
Marseille! Hoe vaak ben ik er al geweest en hoe vaak heb ik er al over geschreven? Vaak. Te vaak? Misschien, maar volgens mij niet. Iedere keer dat ik er ben, voel ik me thuis. Het gedoe rond de oude haven, de straten achteraf, de geuren, de mensen. Naar de plek waar de ferries aankomen om te zien wie en wat er allemaal van afkomt. Het is altijd weer de moeite waard.
Hoe vaak al heb ik er gegeten? Ook vaak. Meestal goed, soms niet, maar meestal wel. Bestel iets simpels, iets lokaals en dan is het altijd wel prima. Een van de keren dat het niet lekker was, voor mijn jongste zoon dan, was toen hij ergens een grote hamburger bestelde. Het vet en de kaas dropen tussen het veel te zachte broodje uit. Dode sla was de garnering. Van de weeromstuit gooide hij zijn glas cola om. Aan duizend stukjes. De ober, een prachtige zachtmoedige queer kwam direct en begon hem af te drogen en alles op te ruimen. “De rien, zei hij. Waarmee de hamburger ruimschoots was gecompenseerd. Zo zie je maar: het komt altijd goed in Marseille.
Maar even terug naar goed eten.
Ja, dat hebben we heel vaak gedaan. Van een simpele dorade in de haven tot zeer uitgebreid. Maar er is één restaurant dat ik graag wil uitlichten zodat iedereen daar gaat genieten.
Het is een Italiaans restaurant. Het zit om de hoek bij de oude haven, vlak bij de hallen. La Casertane. Een mooie simpele gevel, paar stoelen en tafeltjes voor de deur en in de bediening een mooie Italiaan. Vriendelijk, gastvrij. En dan het eten! Voor een niet al te groot budget eet je hier pasta zoals pasta bedoeld is. Al dente, korte saus, hoog op smaak, perfect bereid met verse ingrediënten. Je proeft het. De wijnen erbij zijn geheel comme il faut, perfect passend.
We liepen hier toevallig tegenaan op een van onze wandelingen aan het einde van de dag, we hadden trek en zijn gaan zitten. Geen moment spijt van gehad, integendeel.
Marseille is een internationale stad. Je kunt er uit veel warme windstreken eten (ik ken er geen Scandinavisch restaurant) en deze Italiaan is hors catégorie. Doen dus.
Volgende keer neem ik jullie mee naar Le Thoronet, eten in de wijnvelden.
Ik zal eerlijk zijn: ik kijk niet uit naar de komende maanden tot aan de verkiezingen. De eerste tekenen van oeverloze shit zijn al waarneembaar. Moddergooien, vooral niet inhoudelijk zijn, liegen, verdachtmaken, uitsluiten. Media die met de meest waanzinnige formats komen. Lijsttrekkers opsluiten en filmen wat er gebeurt. Maar ook reclameman Neefjes die met een aantal ondernemers de verkiezingen willen beïnvloeden: centrumkabinet maar zonder GroenLinks-PvdA. Hoe groot kan een inhoudsloos ego zijn?
De rituele dansjes komen er aan. Opstellingen waarin lijsttrekkers een minuut krijgen om te reageren, of een minuut om elkaar te kleineren, als idioot weg te zetten. Het gaat allemaal weer komen.
En ik kijk er niet naar uit. Sterker nog: ik zal er niets van gaan zien en niets over lezen.
Een karikatuur is het van wat politiek is of in ieder geval hoort te zijn.
Op 29 oktober zal ik mijn stem uitbrengen op de partij van mijn keuze. Niet de beste keuze, laat ik daar eerlijk in zijn, maar wel de best mogelijke gegeven alle alternatieven. Vooraf denk ik vooral na over het stemgedrag in de Tweede Kamer van de verschillende partijen. Ik zou willen dat iedereen dat zou doen. Het CDA met het burgerfatsoen dat gewoon stemt voor het strafbaarstellen van hulp aan illegaal aanwezige vluchtelingen in Nederland. De VVD die er geen probleem in zag te gaan regeren met de PVV en dat dan ook iedere keer te ondersteunen. BBB die niets tot stand hebben gebracht en alles laat stagneren ten gevolge van valse domheid. NSC dat zozeer opkomt voor de regels van de rechtsstaat, dat zij ook al voor de strafbaarstelling heeft gestemd. GLPvdA dat haar best doet maar niet veel verder komt dan dat: verontwaardiging is geen stemmentrekker.
Maar het maakt allemaal niet uit. Ik weet op welke partij is ga stemmen. Ik wist ook ieder jaar op wie, maar dat is door de actualiteit aan het wankelen gebracht. Het zal in ieder geval wel een vrouw zijn.