De bus leidde ons door de bergen,
meanderende wegen, langs dorpen
huizen, hier en daar een rijstveld,
erin, meest oudere, mensen, gebogen

De lucht kraakhelder blauw,
hier en daar sneeuw op de verre toppen,
er heerste diepe, diepe rust, zelfs
de bus leek geluidloos voort te gaan

In mijzelf gekeerd keek ik hoe de stad
langzaam vorm kreeg, huis aan huis,
draden ertussen gespannen als web
bomen perfect gesnoeid, met een schaar

De stad, het voelde als een dorp
van ooit, eindigde aan het water,
ik stond aan de Japanse zee
en voelde de afstand tot mijn huis

Nee, dit was niet het strand dat ik kende,
hier geen rumoer, geen drank, mens noch
terras, slechts zand en de branding,
in de verte wat boten op zee, vissers

Pas later, bij de boeddha in het bos,
het ruisen van wind en water nog in mijn oren
begreep ik dat dit land, deze mensen,
mijn gelijke zijn zonder te gelijken.

Kamakura, december 2025