Ik hoor zacht geruis van banden
als ik in een wachtruimte zit,
iemand zegt 'er is iemand voor je',
'ja, dat weet ik, dat is Dick'
je zwakgeworden stem spreekt boekdelen
In de rolstoel word je binnengereden
jij, jij zit daar met grote ogen, een grijze
baard en een wit t-shirt van het merk Joop
Je bent klein. Ooit was je mijn 'man in black'
en nu niet meer.
Tussen ons en de jaren her, staan woorden
en herinneringen. De dingen die we deden,
de wegen die we samen bereden
in het begrijpen van de medemens,
de avonden met veel wijn en bittergarnituur.
Wat heb ik van je gehouden,
wat heb ik je gemeden, ontweken, om
steeds weer met jou ergens uit te komen.
Jij, altijd het grote gebaar alsof je alles
begreep en vast kon houden in één vuist.
Ik vraag aan je waarom je er nog bent,
doodziek, kanker, longontsteking en grauw.
Niet voor mezelf, zeggen je ogen, je blik
lijkt in een spiegel te kijken. Ik.
'Voor mijn kinderen' fluister je hees.
En dat is het. Meer niet. Het gestolde verleden
is verstild, dit heb jij nooit gewild, en
je pakt mijn hand. Onze vriendschap is een raadsel,
zeg je, maar de liefde is echt. Ik knik ja,
de liefde is echt.
Na uren zitten en praten en huilen en niet
lachen zoals vroeger, rijd ik je terug
naar je kamer met de andere stervenden.
Ik kijk nog eenmaal om en zwaai, jij zwaait
ook en ik voel je grote droeve ogen in mijn rug.
OLVG West, oncologie
10 dinsdag feb 2026
Posted in leven