Een dag in oktober. Ik wandel van ons huis richting dorp, het is 8 uur in de ochtend. Het wordt licht, het is fris, de lucht vol zuurstof. Iets meer dan anderhalve kilometer wandelen, de berg af naar het dorp. Brug over, de lange toegangsweg, linksaf langs de Place Respélido, het oude tunneltje door en dan weer naar rechts. Ik loop altijd om, om aan mijn stappen te komen. De volgorde is steeds hetzelfde omdat ik van steeds hetzelfde hou: bakker, café, kerk, en dan weer terug naar huis. Ergens tussen een uur en anderhalf uur ben ik dan onderweg. Deze keer had Bar Le Central lampjes opgehangen aan de luifel.

Na de koffie en de kaarsjes in de kerk loop ik dezelfde weg weer naar huis. In mijn tas een baguette, een céreal en een sacristain. En als ik terug ben dan ben ik compleet gelukkig.

Het is ooit begonnen, 23 jaar geleden, toen ik voor het eerst een week in oktober in Carcès was. Na een lange hete zomer gingen we nog even terug. Ik wist direct dat ik volkomen thuis was.

Al die dingen heb ik in de zomer niet. De hitte is weldadig, het licht prachtig, de sfeer loom en snakkend naar een goede rosé. Maar dit haalt het niet bij de herfst.

Dit jaar zijn we naar Cannes gereden. Ook daar herfst. Minder druk, mooi licht en voor de lunch bij Plage Goéland aan het strand zitten. De kalme geluiden van de zee, de laagstaande zon op mijn gezicht, het rustige gepraat van de mensen op het terras, het gerinkel van glazen meest gevuld met rosé en de bediening die ook al heel relaxt is. Alles klopt.

De herfst in de Var mag wat mij betreft eeuwig duren. Een perfecte temperatuur, de geuren van gevallen blad en de rook van alle buren die hout en blad verbranden, de vroege schemering, het geluid van de jacht in de heel vroege ochtend en laat in de middag: alles vervult mij met geluk.

Het is om weemoedig van te worden.