Lang geleden alweer werd ik voor het eerst lid van de PvdA. Ik bezocht afdelingsvergaderingen, ging naar congressen et cetera. Mijn lidmaatschap lag in het verlengde van de ene helft van mijn familie: van oudsher SDAP, vakbondsleden en -kader en overtuigd sociaal-democraten. De gesprekken aan tafel gingen altijd over politiek. Ik kom een uit een arbeidersgezin waar mijn ouders opgeteld vier banen hadden om op vakantie te kunnen.

Zoals mijn vader zei: ‘de arbeider moet als eerste inleveren en krijg er als laatste wat bij’. Dat is nu niet anders. Arbeiders zien er anders uit maar zijn er nog steeds.

Ik was jong en vond het allemaal wat tam en besloot lid te worden van de CPN. Al snel werd ik opgenomen in het lokale bestuur en werd verantwoordelijk voor scholing. In die tijd kocht ik mijn eerste pak, mooi overhemd, das en zwarte schoenen. Ik was de enige goed geklede communist tussen allemaal arbeideristische agogen op partijdagen. Goed opgeleid maar slecht gekleed, want je was nou eenmaal communist. Zat ik daar in mijn pak en gepoetste schoenen.

Na een scholingsavond over Marx werd ik op het matje geroepen. Ik had tegen de cursisten gezegd dat zij Marx moesten lezen op zijn Marx’: wat ik lees is niet waar! Dan pas kun je kritisch zijn. Nou, dat was niet de bedoeling. Nog enige tijd ben ik lid gebleven tot GroenLinks werd opgericht, meen ik. Een getuigenispartij van fijne mensen met een goede opleiding, het hart op de goede plek en de juiste ethiek. En compleet machteloos. Daar hoorde ik niet bij. Politiek draait om machtsvorming om je programma uit te kunnen voeren en het land goed te besturen. Daar moest GroenLinks niet veel van hebben. Macht was niet het doel. Goedheid, juistheid wel. Al snel kreeg ik flinke discussies en verdween. Een jeugdzonde was deze periode volgens mijn lieve moedertje zaliger.

Jaren geleden ben ik opnieuw lid geworden van de PvdA. Na een avond met Lodewijk Asscher was ik om: op een beschaafde, geserreerde manier sociaal democratische principes omzetten in reëel beleid ondersteunde ik volkomen. Ik ben vervolgens lokaal actief geworden en ik ben dat nog steeds. Links wil de juiste dingen, aan humor ontbreekt het overigens wel. Weinig avonden val ik om van de slappe lach. Nooit eigenlijk. Het is allemaal zwaar en heel serieus. Een wat mindere kant van links.

En nu dus een fusie. Een fusie tussen ‘mijn partij’ en een beetje ‘mijn oude partij’.

Als lid van de PVDA heb ik voor de fusie gestemd. Ik denk dat een fusie onontkoombaar is gegeven de huidige tijd. Het tegengaan van versplintering vind ik een mooi neveneffect, tenzij de fusie uitloopt op een nieuwe splinter.

Maar gespannen ben ik wel. Ik heb werkelijk niets met getuigenispolitiek, ik heb alles met zorg voor mensen die het minder hebben. Echte zorg en echte keuzes. Ook wetende dat eerst het eten komt en daarna pas de moraal. De komende jaren moet het gaan om werken, wonen, gezondheid, veiligheid, bestaanszekerheid. Nu, in het heden. Daarom moet er macht worden georganiseerd. Genoeg stemmen om mee te kunnen regeren. Met andere partijen natuurlijk, waar de onderhandelingen snoeihard op de inhoud en zacht op de mens moeten zijn. Denken op de lange termijn met acties op de korte. Een visie durven hebben en daar mensen mee inspireren. Echt zorgen dat er genoeg woningen komen, dat we een volkomen Europese natie zijn waarbij veiligheid en klimaat vooropstaan. En als dan iemand zegt dat uiteindelijk een goed klimaat ook in ieders voordeel is (wat gewoonweg waar is), denk ik: maar ik leef nú. Het hiernamaals is voor mij nooit aantrekkelijk geweest en dat wordt het nu ook niet.

Maar altijd met het oog op macht en besturen. Altijd wel en nooit niet. En dus altijd met de woorden van Brecht in het achterhoofd: Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral. Mensen leven nu, in het heden en willen dat heden zo goed mogelijk ingericht zien. Ook voor hun kinderen. Dank daarbij allereerst om een goed inkomen, huisvesting, gezondheid. En daarbij gaat het gewoon om de harde economische werkelijkheid. Daar heeft de PvdA altijd voor gestaan (eerlijke spreiding van macht, inkomen en kennis) en daar ben ik niet helemaal van overtuigd bij GroenLinks. Daar zit dus ook mijn spanning: wordt de fusie een beetje dit en een beetje dat, een beetje realisme met een vleugje verweg idealisme, of wordt de fusie een heldere visie waarbij die visie een wenkend perspectief is en de zorgen vandaag worden geadresseerd. Gaan we huizen bouwen ook als dat eigenlijk niet goed is voor het milieu? Lokaal gaat het over meer sociale woningbouw en dan wil mijn collega van GroenLinks afvalscheiding agenderen. Eerst maar een huis, dán kliko’s leveren en dán afval scheiden. Maslow, stap een en twee. Zo simpel wordt het. Althans, wat mij betreft.

Kortom: great expectations. We gaan het zien. Mijn stem heeft de fusie in ieder geval.