En het is waar, de beste pizza eet je toch gewoon in Italië. Of het nu een dikke Romeinse, of een heel dunne Napolitaanse pizza is: pizza eet je in Italië.
En ik heb er veel geprobeerd in Frankrijk. Nooit van een keten, zoals in Parijs, maar altijd bij lokale restaurants. De pizza die nog het meest in de buurt kwam was de pizza bij Les Chineurs in ons mooie dorp. Maar helaas, Seb en Patou zijn ermee gestopt en hebben nu een tentje in Thoronet waar ze overdag pinsas verkopen. Oh ja, en dan was er nog een pizzabakker bij Le Val: au feu de bois. Ook goed maar nooit het origineel.
Fransen kunnen namelijk niet stoppen met versieren van voedsel. Er moet altijd nog iets bij. Een ingrediënt, een kruidje, een smaakje, een ei, room, ga zo maar door. En zo is het dat ik het zonder goede pizza moest stellen. Tuurlijk, een goeie pissaladière is ook heerlijk, maar toch.

Tot we op een dag ronddwaalden in Aix-en-Provence. We komen hier best vaak en we blijven terugkomen. Een heerlijke relaxte stad met veel studenten. Waar jeugd is, is sfeer. We waren naar het atelier van Cézanne geweest en liepen terug de stad in. Nog een expositie en genieten van de sfeer. Zo aan het einde van de dag kregen we trek en opeens stonden we oog in oog met een kleine tentje op een hoek. Le Four Aixois stond er op de gevel. Wat stoeltjes buiten. We gingen zitten en het duurde even voor er een jonge vent aan tafel kwam. Hij legde uit dat zij de beste pizza van de Provence wilden maken, een goede houtoven hadden en dat het meel biologisch was. We bestelden ieder een pizza. Drie verschillende. Als voorgerecht een mooie salade. En wijn natuurlijk.
De glazen kwamen op tafel en werden tot aan de rand volgeschonken. De salade kwam: dit was niet wat we verwachtten. De salade was simpel, verse en zo smaakvol. Olijfolie uit Italië, pepertje in de nasmaak. Fantastisch. Toen kwamen de pizza’s. Idem. Weinig beleg maar ongelooflijk lekker. Een dunne bodem met een geblakerde rand. Een perfecte Napolitaanse pizza. De punten kon je zo dubbel vouwen en ongegeneerd verorberen.
Bij het afrekenen sprak ik die jongens. Twee, een in de bediening en een aan de houtoven. Trotse jonge kerels met een missie. De beste worden met de eerlijkste producten. Alles klopte eraan.
Fransen slaan door in hun eten, in rijkdom en ingrediënten, daarom hou ik zo van Frans eten. Deze kerels verstaan de kunst van het weglaten. Precies goed en precies op smaak.
Ik ga er zo weer naar toe.

Volgende keer neem ik jullie mee naar Saint-Tropez
(*) ook te vinden in Cote & Provence