Stel je voor, je rijdt door de Var omdat je kinderen naar een klimbos willen. Nee, jij niet, maar zij wel. En dus geef je toe. Je rijdt een half uurtje, slaat op de Rn7 rechtsaf, je volgt een zeer smal weggetje tot in een bos. Je kunt naar links en naar rechts en je volgt de bordjes naar het klimbos: Aoubré l’Aventure Nature. Het is druk en stoffig, augustus, en je kinderen beklimmen de bomen met gevaar voor eigen leven en opeens dringt het tot je door: het is vrijdag de 13de! Geen goede dag om te klimmen. Tja, het kwam toch meer dan goed.
Lang, lang geleden was er een groep ridders in Frankrijk die machtig en rijk waren. Edelen werden lid van de orde en schonken hun bezit. Daardoor bezat deze orde veel land, veel gebouwen, veel geld en werden zij gesteund door een machtige man, Bernardus van Clairvaux, de stichter van de Cisterciënzers in de Bourgogne. De naam van die orde: de Tempeliers, Les Templiers.
Maar wat heeft dit nou te maken met vrijdag de dertiende, met dat klimbos en een reeks blogs over lekker eten? Lees even met me mee.
Zo’n achthonderd jaar geleden verkregen de Tempeliers een nieuwe commanderie: Peirasson. Er zijn veel commanderieën, rustplaatsen, van de Tempeliers in de Provence. Niet zo gek. Op weg naar Jeruzalem, een lange, lange tocht, was er behoefte aan plaatsen waar men onderweg kon verblijven. Een soort Middeleeuwse F1-keten, maar dan een tikkie mooier aangelegd.
Men kwam er om te rusten, te bidden, geestelijk rein te worden alvorens door te trekken voor een van de Kruistochten. Nadat Bernardus van Clairvaux in Vézelay had opgeroepen tot de Tweede Kruistocht ging het pas echt goed los. En hoewel het diezelfde Bernardus niet eens echt te doen was om het verdrijven van de moslims uit Jeruzalem, hij wilde gewoon veel macht, trokken de Tempeliers geestdriftig naar Klein-Azië. Dat is niet echt goed afgelopen.
De macht en rijkdom werden te groot in de ogen van de toenmalige keizer, Filips IV. Aan het prille begin van de veertiende eeuw werd iedereen opgerold: op vrijdag 13 oktober 1307 kwam er een einde aan de orde. De Paus sloot zich hierbij aan en beval het oppakken van alle Tempeliers. Wij zijn nog steeds bekend met vrijdag de 13de.
De laatste Grootmeester, zeg maar de CEO van de Tempeliers, Jacques de Molay, werd in Parijs verbrand. Dat gebeurde zeven jaar na die vrijdag. De plek kun je overigens nog steeds bezoeken.
Dat was dus het einde van de orde, maar niet van hun bezittingen.En een van die bezittingen is een prachtige Commanderie die de eeuwen doorstond, tot het landgoed in 2001 werd gekocht door een welvarende man uit Parijs.
De naam is Peyrassol. Middenin de Var, nabij Flassans-sur-Issole. Je rijdt er voorbij voor je het weet. Het was dus de andere afslag in het bos op weg naar het klimbos.

Inmiddels staan er langs de weg grote vlaggen met het Tempelierskruis zodat je ziet waar je eraf moet. En doe dat ook vooral!
Bij Peyrassol kun je niet alleen fantastisch eten, maar het is vooral een hemels plekje. De Parijzenaar die het ooit heeft gekocht heeft er iets prachtigs van gemaakt: overal is kunst, heel grote objecten middenin de wijnvelden, een klein museum tussen de gebouwen, beelden in de tuin. Er is een eigen moestuin, je kunt overal wandelen. En eten is hier echt een traktatie, al was het maar vanwege de plek waar je zit.
Er is in de loop der jaren wel wat veranderd. Toen we hier voor het eerst kwamen was er één restaurant waar je het dagmenu at. Top overigens, altijd weer. Zeer Frans, hoog op smaak en de chef kwam altijd even uitleggen wat je ging eten. Thuis heb ik veel gekopiëerd. Er is een tweede restaurant bijgekomen, dat inmiddels een ster heeft: Chez Jeannette*. De gerechten zijn heel verfijnd maar zeer herkenbaar als Zuid-Frans. Het terroir op je bord. Ik vind het wel wat commerciëler geworden, de eigenheid is wat verdwenen.
Die vrijdag de 13de in het klimbos liep goed af. We reden terug, ik ging de andere kant op en we arriveerden bij Peyrassol. Gegeten als God in Frankrijk, de rosé is fantastisch en je kunt er zitten tot einde van de middag. Dat hebben we ook gedaan. En sindsdien gaan we eigenlijk ieder jaar in de zomer hier een keer eten.
Kortom: als je in de Var bent, bel dan even om te reserveren. Gewoon binnenlopen om wat te eten is er niet meer bij. Ga zitten en weet dat je niet alleen heerlijk gaat eten, maar dat doet op roemruchte grond, bij een Commanderie waar ooit Tempeliers rondliepen, meer dan 800 jaar geleden.

Volgende keer zal ik schrijven over pizza in Aix-en-Provence









