Maar dat jij niet meer,
dat jij niet meer,
niet meer,
Dat jij daar bent gebleven,
dat jij dus niet hier,
dat jij niet,
niet meer.
Dat nu er niet meer is,
dat jij niet nu,
maar toen bent.
Dat jij toen zo scherp nog weet,
dat jij nu toen bent,
dat jij terug bent naar toen.
Toen wij er niet waren,
en toen niet nu delen,
geen deel hebben aan toen,
geen deel meer zijn van jou, nu.
Dat maakt jou zo eenzaam,
dat maakt ons zo eenzaam,
wij hier nu, jij toen daar.