
Zomaar drie dorpen, vlak bij elkaar in de Var: Carcès, Salernes en Cotignac. Qua inwoneraantal ongeveer gelijk. Een paar duizend vaste bewoners. Niet heel groot, maar genoeg te doen. Drie dorpen ook waar we al decennia komen. En we hebben veel zien veranderen.
Drie dorpen die op een verschillende manier zijn veranderd, waarbij ik durf te zeggen dat twee dat heel goed hebben gedaan en een, Carcès, niet.
Maar laat ik daar wat meer over vertellen en beginnen met:
Cotignac
Ik weet nog dat we daar waren toen mijn oudste zoon net was geboren. 2003. Hij was een maand of drie en we liepen door het dorp. We wilden wat eten en kwamen uit aan het einde van de Cour Gambetta, bij een café. De eigenaresse nam onze zoon over in haar armen zodat wij konden eten. Heerlijke crèpes meen ik. Aardigheid alom. Maar dat was het dan ook ongeveer. Verder was Cotignac niet zo veel.
En zie nu, ruim twintig jaar later! Het dorp bruist. Er is altijd drukte maar er is veel meer. Mirabeau wijnen zit er, er is een soort mini-museum, in de straat naar de Mairie -ooit een verlopen verlaten straat- zitten allerlei kleine kunstwinkeltjes. Iedere vorm van kunst kun je er vinden. De sfeer is heel relaxed en top. Er zijn hotels bijgekomen in de laatste jaren. Een zelfs met een indrukwekkend mooie entree. Hier zat ooit een oude verwaarloosde garage.

Ook de restaurants zijn iets opgeschoven in kwaliteit. Ons favoriete restaurant toentertijd (La Terasse) is van eigenaar gewisseld een paar jaar geleden, en heet nu Picotte. Jonge mensen in de keuken en bediening en het eten is er perfect. Verrassend en heel lekker. George Clooney schijnt er te komen. Le Jardin Sécret is ook zo’n pareltje. Je moet er even naar zoeken en ver van tevoren reserveren maar wat een perfect plekje om te eten. En alles even lekker.
Dit dorp is veranderd in een ‘kunstdorp’. Niet groots uitgepakt maar duidelijk een signatuur, een karakter. Op dat karakter wordt meer gebouwd, dat is wat je ziet. Het trekt jongere mensen aan, andere restaurants, meer durf. Er is zelf een jonge boulanger bij gekomen.
De verbeelding heeft gewonnen. Dat zie je.
Salernes
Vanuit ons zwembad kijk ik ’s avonds laat altijd uit over de bergen en zie ik zo’n 10 kilometer verderop de lichtjes van Entrecasteaux met daarachter Salernes. Salernes is een echt Frans dorp. Een plein waar de markt is en veel smalle straatjes. Het is er altijd al druk geweest op marktdagen maar tegenwoordig is het nog veel drukker.
Wat is er veranderd?
Het hoogtepunt van Salernes was ooit friet eten bij een snackbar die werd gerund door een Chinees. Die was voor de liefde ooit gekomen en nooit meer weggegaan. Verder was er niet veel. Een Spars, wat winkeltjes, wat cafés, en – o ja – een soort oude garage waar een paar jonge mensen keramiek verkochten. Schalen, kopjes en schoteltjes. Dat soort werk. Niet veel maar wel altijd heel vrolijk en hip.

Intussen is Salernes veranderd. Er is veel meer keramiek bijgekomen. Op de markt worden meer dan gewoonlijk allerlei schalen, vazen, borden et cetera verkocht. Het is heel druk geworden. Je moet tegenwoordig ver buiten het dorp parkeren als je geluk hebt. Aan de rand van de markt is een winkel gekomen met allerlei mooie, Provençaalse spullen (ook veel meuk) voor in huis. En dus ook heel veel keramiek voor een habbekrats. Naast de oude garage zijn er meer keramiekzaken gekomen. Van heel traditioneel tot hippig.
En ik kan me vergissen, maar er zijn ook wat meer delicatessen te koop op de markt. Artisanaal biologisch brood en groenten. Kaas met een bio-keurmerk. Alsof dit ooit suffe dorp gegentrificeerd is. Het kan ook mijn blik zijn natuurlijk maar ik denk dat het klopt.
De sfeer is top. Uitnodigend. Leuk. Lokaal en internationaal. Hip en traditioneel door elkaar.
We komen er graag.
Wat is er dan met Carcès aan de hand?
Carcès
Carcès heeft veel om van te genieten. Er is een Middel-Eeuws centrum met iets van een kasteel. Om er te komen moet je flink klimmen maar dan toren je ook hoog boven het dorp uit. Eronder zit een ruimte waar eens een expositie was van twee Nederlandse dames die schilderden. Was niet veel maar was er wel. Daarna nooit meer gezien. Het oude Carcès is prachtig.
Er zitten wijnhuizen. Van Le Hameau (een coöperatie), tot Foussenq en in de buurt zit Sainte Croix. Ons huis wordt omringd door wijnvelden waar het in oktober heerlijk wandelen is. Er is een pleintje met een kerk en een straat omhoog waar op zaterdag markt is. Als je die markt afloopt kom je op weer een pleintje. Het is pittoresk, het is knus, de mensen zijn aardig en het is er heerlijk wonen. Niets mis mee.

Maar als je zou vragen waarom je er naartoe zou komen, dan blijft het antwoord uit. Er is geen verbindend karakter. Niet een thema of een reden om te stoppen en uit te stappen.
Zelfs de restaurants zijn verdwenen zodat er nog drie over zijn. Twee Aziatische en een op het kerkplein waar de inrichting het thema Abba heeft en het eten van lage kwaliteit is. Wel gezellig en lieve mensen, maar koken is een kunst die niet wordt beheerst.
Terwijl het veel heeft. Ik heb eens met de burgemeester erover gesproken. Waarom niet van Carcès hét wijndorp van de Var maken? Met twee keer per jaar een regionale foire au vin waar je echt moet zijn om te weten wat er te koop is. Waar je een prijs kunt winnen, een gouden medaille voor de beste biologische wijn? Waar winkeltjes wijnparafernalia verkopen. En waar je op de Place Respélido de jaarlijkse Grand Aïoli koppelt aan de beste lokale wijnen.
Er is zelfs een lokale bierbrouwer die je erbij kunt betrekken, als alternatief bij de maaltijd.
En als topper: een mooi diner boven op het kasteel onder de blauwe zomerhemel in de avond waarbij het langzaam donker wordt en de wijn steeds lekkerder.
De animo was gering bleek wel. Carcès is toch een dorp van hardwerkende mensen in diezelfde wijnbouw. Waar de ene bakker na de andere verdwijnt en waar alles al twintig jaar hetzelfde is. Weinig ambitie. Op zaterdag twee rotisseries die kip verkopen en dat is het dan.

De verdwenen restaurants worden niet overgenomen door hippe jonge mensen die omvallen van de energie en fantasie. Jong trekt weg uit het dorp.
Niets hoeft natuurlijk, maar wat doet het veel voor een dorp en een gemeenschap als je investeert, karakter kweekt en de rest gewoon laat gebeuren.
Het zit er hier niet in. Salernes en Cotignac hebben stappen gezet. Het is zoals het is.
Ça ira, dat dan weer wel.




