Eerder deze week schreef ik over mijn zorgen over Frankrijk, en dan met name over mijn dorp, Carcès.
Ik schreef over klein leed. Dat mijn vrienden Seb et Patou, vermoeid, hebben besloten hun pizzeria te sluiten. Lieve mensen die echt moe zijn. Die het hoofd niet meer boven water hielden.
Dat is echt treurig. En ik heb niet alleen sympathie en vriendschap met hen maar ik begrijp het ook.
Veel reacties waren uit begrip, liefde voor la France profonde en herkenning.
Ik haalde even het grote leed van Frankrijk aan. De opmars van extreemrechts. Ook in Carcès. Kort maar onmisbaar in mijn blog.
Daarop is een aantal mensen op een nare manier losgegaan. Niet heel prettig maar scherp veroordelend. Mijn stelling bewijzend.
Laat me duidelijk zijn. Ik zal nooit het hoofd buigen voor extreemrechts. Zelfs niet om te luisteren. Nooit. Verwacht van mij geen enkel begrip voor xenofobie, zielig nationalisme en haat.
Nooit. Ik zie het en ik zal het benoemen. Altijd wel en nooit niet. En voor hen die dat niet bevalt: de groeten na.
Er is groot leed en er is klein leed in het leven. Voor nu wil ik het even over klein leed hebben maar wel klein leed met impact op het bijna dagelijkse leven.
Het zit namelijk zo: over niet al te lange tijd vertrekken we weer naar ons eigen kleine mooie dorpje in de Var. Een oase van rust met een paar duizend inwoners. Meer is het niet. Weinig toeristen want veel is er niet te doen. En in de 22 jaar dat we er komen is het zeker niet drukker geworden.
Integendeel.
In dat dorp zijn niet veel restaurants. Met probeert wat en na een jaar of twee, drie stopt men weer. Zoals ik al zei: veel toeristen zijn er niet. Dat is bijvoorbeeld in het nabijgelegen Cotignac geheel anders.
In 2002 kwamen we al bij een pizzabakker met een restaurantje met zes tafels. Er was geen buiten. De eigenaar en zijn vrouw runden het en het was er altijd ongegeneerd gezellig. Op een dag was het restaurant gesloten. Seb et Patou, zo heten zij, hadden hun oog laten vallen op een andere plek aan de andere kant van het dorp. Met een buiten. Wij blij, zij blij. Seb had wel een fout gemaakt. De oven had hij na laten bouwen in zijn nieuwe restaurant maar wel met 5 keer zoveel tafels. Hij werkte zich dus een slag in de rondte en de wachttijden voor eten schoten omhoog.
Maar hé, het waren wel Seb et Patou, dus dat wachten was niet erg.
Seb viel uit door kanker maar op miraculeuze wijze heeft hij het overleefd en begon gewoon weer, sterk vermagerd maar zeer levendig. Al die tijd had zijn gezin een en ander in de lucht gehouden. Zoonlief kon ook pizza’s bakken.
Vorig jaar spraken we hen op een rustige avond. Ze waren moe, heel moe. De inkomsten waren nog maar 60% van voor corona en ze hadden het gevoel uitgewoond te worden. Ik had al eens geopperd de prijs per pizza met €3,- te verhogen maar dat vonden ze niks.
En nu hoor ik dat ze zijn gestopt. Dat is mijn, en ook hun kleine leed, in een veranderend Frankrijk. Er waren minder en minder klanten, mensen gaven minder uit vanwege de (lokale) economie. Waar grote gezinnen samen uit eten gingen waren het nu de lokale jongeren die wegtrokken uit het dorp. Op zoek naar werk of een goede opleiding.
Ze zijn een pizzeria begonnen op het parkeerterrein in Thoronet naar het schijnt. Alleen open overdag. Zou wel eens hun redding kunnen zijn maar wat een gemis voor het dorp. Dorpen kunnen verdampen.
Klein leed dus.
En het grote? RN is waarschijnlijk de grootste partij geworden in Carcès. De uitslagen van de tweede ronde staan nog niet online, maar de kans is groot. De armoede en de afkeer van Parijs en Macron, gecombineerd met de idiote simplificaties van extreem rechts (zoals bij ons ook het geval is) hebben effect. Ook mijn mooie dorpje heeft zich overgeleverd aan de bruine wolven die een zuiver Europa nastreven. Seb et Patou zijn door datzelfde bruine volk nog nooit geholpen overigens.
En opeens was het bankje er. Op de Boulevard. Best een mooi bankje, goed vormgegeven. Het zag eruit alsof je er lekker op kunt zitten. En toch knaagde er ook iets. Wat deed die extra armleuning daar? Drie zitplekken en tussen plek twee en drie, of een en twee, een extra leuning. Hmm.
Dan zijn er twee mogelijkheden.
De eerste is een mooie uitleg. Dit bankje is bedoeld om mensen nader tot elkaar te laten komen. Stelletjes en mensen alleen kunnen hier samen zitten, zonder te dicht op elkaars lip te zitten. Er is letterlijk een barrière aangebracht tussen het stel en de eenling. Toenadering is mooi maar het moet niet te gek worden. De gemeente Zeist die verbroedering tot stand wil brengen, zomaar langs de openbare weg.
De tweede uitleg is de meest waarschijnlijke. We hebben hier te maken met een uiting van ‘hostile architecture’, vijandige architectuur. Dit is een bouw- en ontwerpstijl die het oneigenlijk gebruik van openbare plekken onmogelijk maakt. Meestal als reactie op heel veel jeugd op een plek, waar men overlast van heeft. Of als reactie op zwervers die zomaar ergens gaan liggen slapen. Dit bankje past daar prima in. Zo elegant het eruit ziet, zo ongemakkelijk is het om op te slapen. Het is altijd met opzet zo ontworpen, nooit bij toeval.
Er zijn meer voorbeelden van dit soort architectuur. Zo is de betonnen rand van het grasveld bij de Jumbo op de Korte Steynlaan voorzien van stalen pinnen. Waar de rand ooit perfect was voor scateboarders is hij nu onbruikbaar. Je moet ook niet op zo’n pin gaan zitten.
Dat maakt het bankje tot een sneu bankje. Een bang bankje. Stel je voor dat zwervers massaal Zeist gaan kiezen om op het mooie straatmeubilair te liggen! Dat moeten we voorkomen. Het is een bankje dat uitstraalt dat alle mensen hetzelfde moeten zijn: nette brave burgers. Het is een anti-bankje.
Dat wil zeggen, als het klopt dat het vijandige architectuur betreft. Zo niet, dan trek ik al mijn woorden terug en omarm het gebaar van liefde en samenhang dat Zeist heeft geplaatst. Het samen-komen-we-verder-bankje. Maar ik vraag het me af.