In een diep verleden stuitte ik op een boekje over Freud. Ik zal een jaar of 15 zijn geweest en liep zoals altijd in Utrecht alle boekhandels af. Ook De Slegte, toen nog een geweldige winkel aan de Oudegracht. Het was een biografie meen ik en ik las het in een paar dagen van kaft to kaft. Niet dat ik alles begreep, maar wat ik wel begreep: deze man had enorme impact gehad op ons denken over de mens. Het onbewuste, het geweten, het Es, de omgang met taal, dromen: in ons denken zijn we doordesemd door Freud. Zonder dat nog te weten.

Een paar jaar later studeerde ik psychologie (en nog het een en ander) en kon me verder in zijn werk verdiepen. Ik kreeg namelijk een achtergrond en begrippenkader waarmee ik een en ander kon duiden.

Het is net als met bijvoorbeeld filosofie: je moet de filosoof begrijpen in zijn tijd als onderdeel van de geschiedenis van de filosofie. Waarom zegt A dit en dat? Waar is het een reactie op? Zo begon ik ook Freud te begrijpen.

Waar ik nog het meest van onder de indruk was, was zijn moed. In alle voorzichtigheid durfde hij dingen te poneren (bijvoorbeeld over dromen) die onwetenschappelijk waren. En toch poneerde en onderzocht hij ze. Daar is durf voor nodig. Freud had durf.

Onlangs was ik in Wenen en ik had me voorgenomen naar Berggasse 19 te gaan. Het oude woonhuis van Freud.

We vertrokken te voet uit het hotel en Sam wees de weg. Feilloos kwamen we uit in de Berggasse. Nummer 33 zag ik staan. Bij mezelf merkte ik een lichte opwinding: ik ging het huis van Freud bezoeken! Na zolang ging het gebeuren.

Bij nummer 19 gingen we naar binnen en ik keek mij ogen uit. Inmiddels ken ik zijn werk vrij goed en hoefde ik niet iedere uitgave te bekijken en over te lezen. Ik keek mijn ogen uit naar de kamers (waar vrijwel geen meubels staan. Die staan in Londen), naar het uitzicht uit de vensters, zijn uitzicht. Naar de verschillende overgangen van kamers, van huis- naar behandelkamer. En ik wist dat hij daar ook had gelopen, zo’n 90 jaar geleden nog.

Gebruiksvoorwerpen vind ik het meest interessant: zijn pen, zijn bril, het briefpapier.

Ik heb me ondergedompeld in sfeer en ruimte. Het was prachtig. Meer dan dat. Het was onvergetelijk.

Ik ben nooit terechtgekomen in de psychiatrie en ik ben ook geen praktiserend psycholoog. Voor het begrijpen van de mens, van zijn driften en verlangens, van zijn woede en liefde en ook voor het begrijpen van het onbehagen in onze cultuur blijf ik teruggrijpen op Freud. Zijn psychiatrie is een grote verlokking.