Een interessante discussie met mijn oudste zoon over zijn schooltijd. Inmiddels studeert hij en werkt hij harder dan ooit.
De aanleiding was een bericht dat ik op de radio hoorde, dat jongeren de NOS niet zien als een betrouwbare bron van info maar Insta en YouTube wel. Ik verbaasde me daarover, mijn zoon geheel niet. En toen kwamen we op de middelbare school. Dit was onze analyse.
School staat haaks op iedere vrijheid die je als mens hebt. Op jonge leeftijd moet je een richting kiezen waar je ongeveer de rest van je leven last van hebt. Op je dertiende word je geacht te weten en te snappen waar je wensen en talenten liggen.
Eenmaal een pakket gekozen wordt je meegenomen in een reis die voor je vastligt. Je docenten voeren een ritueel uit om jou in staat te stellen zoveel mogelijk te kopiëren en reproduceren op de momenten die er toe doen: tentamens en examens. De eindtermen van je handelen liggen vast en als je daarvan afwijkt resulteert dan in een onvoldoende. Jouw gedrag is dus een functie van een traject dat voor iedereen geldt. Jou individualiteit wordt verpletterd door het systeem.
Docenten zijn vriendelijk, je mag hen zelfs bij de voornaam noemen, maar dat verbergt een hoge dosis repressieve tolerantie: de vriendelijkheid lijkt egalitair te zijn maar is het allerminst. Het maakt de docent tot mens waar je rekening mee moet houden zonder dat jij als mens telt. Uiteindelijk moet jij worden gedisciplineerd en niet zij. Machtsverhoudingen zijn omfloerst.
De docent spreekt de waarheid. Aan die waarheid mag niet worden getwijfeld. Die waarheid is namelijk gecanoniseerd in de eindtermen. Het is waar omdat er op het examen naar gevraagd wordt. In de woorden van mijn zoon: ‘de leraar heeft gelijk en het is niet de bedoeling twijfel te zaaien. Dat wordt je niet in dank afgenomen en er is geen ruimte of tijd voor’.
De school ziet een amorfe massa kinderen, verdeelt over leeftijdscohorten en ingedeeld in richtingen, waarop een bepaald rendement moet worden gedraaid: succesratio’s zijn heel belangrijk. Dat betekent dat voor afwijkingen en uitzondering geen ruimte is. Op de middelbare school van mijn zonen was er een zogenaamde ‘rotondeklas’ waarin allerlei leerlingen zaten. Van totaal incompetent tot aan ritalinslikkers. Apart gezet en apart gehouden in een geschutte omgeving.
Als je binnenkomt op de school zul je merken dat dat in de termen van Coser een Gulzige Institutie is. Je wordt naar binnen gezogen, verschillen tussen leerlingen worden symbolisch en in de praktijk tot een minimum beperkt en uiteindelijk verdwijnt het individu.
De paradox die school voortbrengt is deze. Terwijl het een institutie is die lijkt te zijn bedoeld om mensen, individuen tot bloei te laten komen doet het het tegenovergestelde. De vriendelijkheid is een ideologisch masker. Erachter gaat een systeem schuil dat geen afwijking, geen tegenspraak en zeker geen individualiteit accepteert. Alles zand in de machine. Van zinvol communicatief handelen is nooit sprake.
De stelling van mijn zoon is, en ik onderschrijf die volledig, dat 4 tot 7 jaar in zo’n setting ertoe leidt dat jonge mensen formele instituties wantrouwen, niet geloven. Het oogt allemaal op orde maar dat is om de werkelijkheid te maskeren: disciplinering en ordening. Tot die instituties horen ook de staande politiek met de mooie hermetische verhalen en taal, met de joviale premier die mensen in de steek laat, het praten met meel in de mond, behoren de normale media die de echte kant van de zaak nooit laten zien, behoort kortom alles wat wij normale democratische instituties noemen. Het gevolg daarvan is een diep wantrouwen in en afkeer van die instituties. De jeugd denkt extreem rechts. De simpele oplossing voor jouw problemen, de zondebok aan wie het ligt en vooral een extreem simpel mens- en wereldbeeld.
Wat voorbeelden uit de praktijk:
- De zonen moesten kiezen voor een pakket op een leeftijd dat ze worstelden met hormonen en vooral met nietsdoen rijk wilden worden. Praten over mogelijkheden was schier onmogelijk en in ieder geval lastgevend;
- Hun middelbare school had geen budget voor betere leermiddelen, de kantine kreeg een uitbater met hoge prijzen en de school (althans de ingang voor ouders een leraren) kreeg een heel grote opknapbeurt. De leerlingeningang bleef versleten ogen;
- Opeens was er een vorm van gymnasium. Niet zozeer uit de vraag van de leerlingen maar wel om de concurrentie in het dorp aan te gaan met andere scholen. Veel heeft het niet opgeleverd;
- Er kwamen nieuwe managementlagen bij waardoor de leerling 5 stappen van de directeur was verwijderd. De red tape en ambtenarij namen zienderogen toe;
- Aan de muur hingen allerlei uitingen van oude schoolprojecten. Foto’s, gekke dingen, tekeningen et cetera. Op een dag waren die allemaal weg en vervangen door leuzen: zo gaan we hier met elkaar om, we doen altijd dit en nooit dat et cetera, enzovoort;
- De leerlingen kwamen er al snel achter dat dat ‘we’ op hen sloeg en niet op de staf;
- Zelfs docenten gingen afhaken omdat een gecontroleerde dagtaak erbij kwam: de absentie perfect bijhouden en per dag rapporteren, waarbij er een sanctie was als bij controle bleek dat de rapportage niet klopte.
Het systeem werd verder dichtgetimmerd, weerklank en tegenspraak verdwenen en het individu mocht het buiten school verder uitzoeken. De stelligheid van mijn zoon sprak boekdelen: zo kweek je tegenstribbelende rechtse jongen mensen.
Is er iets aan de te doen?
Ja, maar de vergt eerst een andere manier van kijken. Toen er ooit iets met een zoon was, belde ik zijn mentor. Dit wat het gesprek:
Ik: ‘kun je met de kennis die je nu hebt over S regelen dat hij het later mag inhalen?’, ‘Als ik dat doe moet ik dat voor iedereen doen’, ik ‘dat is dan een mazzel dat hij niet iedereen maar S heet. Dus kun je het heel klein houden’, ‘maar we hebben 1700 kinderen hier rondlopen’, ik ‘nee, dat is niet waar’, ‘jawel, het zijn er 1700, ik ‘nee dat is niet waar. Jullie hebben 1700 keer 1 kind in huis. Dat is heel wat anders.’
Zeventienhonderd keer een individu zien! Veel werk maar noodzakelijk.
De mentor belde me later die week dat ik gelijk had maar dat dat niet paste binnen het kader. De uitzondering heb ik overigens wel geregeld.
School staat voor een samenleving die de burgers wantrouwt, waarin het systeem uitgaat van een gemiddelde waarbij uitzonderingen slecht zijn, disruptief. De school waarover ik spreek is niet eens een slechte school. In het geheel niet. Als je meegaat met de flow heb je een goede tijd en hou je er mooie vrienden aan over. Je leert ook veel, heel veel. Wat je niet leert is dat jij als individu wordt gezien zonder voorbehoud en vanuit vertrouwen, en wat je zeker niet leert dat het leven ambigu en veelvormig is. Die simpele kijk op de wereld maakt mensen die geloven in tegendraadse simpele oplossingen voor complexe problemen.
Ik pleit voor verlicht individueel anarchisme.