Hier in dit leven zijn wij alleen
geboren tot niets
wat rest: een leven in steen
voorzichtig als blind
de stok vooruit, stekend in zand lopend de
weg
naar een afgrond die leven heet.
O, dwaas, niet de vrouwenhand:
de tijd, de tijd,
maakt ons leven tot een dragen
niet het antwoord,
maar het vragen is wat leidt
tot rusteloos zoeken
tot wroeten in gevallen bladeren.