Oktober nog maar waren we in Carcès. De laatste week van het seizoen en waarschijnlijk heel herkenbaar: winterklaar maken van het huis. Alle buitenspullen opruimen, de bedjes en stoelen naar binnen en kijken of alles goed vastzit.
Het huis aan kant. Vaatwasser helemaal schoon, idem de wasmachine en de keuken. Dweilen en daarna de luiken sluiten. Nog een keer rondkijken, oh ja, de boiler!, en dan de voordeur dichttrekken. Het erf afrijden, de hekken sluiten en op naar het vliegveld terug naar Nederland.
Dat gaat altijd een paar weken goed en dan komt het moment van vandaag: ik mis Frankrijk!
De wandeling naar het dorp, de eenvoud van het dorpsleven, ondanks de armoede toch in welzijn met elkaar leven. De gemoedelijkheid. Maar ook de Mousquetaires met een assortiment dat zich aanpast aan de kou: boudin noir, wild, mooie wijn.
Het is niet veel wat ik mis maar ik mis het wel veel.
We komen er wel weer overheen en komend jaar rijden we weer richting het zuiden, dat weet ik ook wel. Maar het gevoel van heimwee is er en koester ik ook een beetje. Het is een mooi gevoel.
Ochtend, uurtje of acht. Het is stil, zowel binnen en buiten. Ik stap uit bed en loop naar het raam dat aanstaat, achter de zware gordijnen. Ik kijk door een spleetje naar buiten. Het felle licht verblindt me even maar al snel kan ik de bergen zien liggen in de blauwe ochtendzon. Ik voel de kou en ruik de winter, de sneeuw. Ik ben in Les Bruyères middenin Les Trois Vallées. Ik ben volkomen gelukkig.
Ik ben hier voor de hoeveelste keer alweer? De zevende? Om te skiën? Nee dat niet.
Skiën, ik heb het wel eens gedaan. Een week. In Saas Fee was ik met mijn skiënde schoonfamilie en men vond dat ik dat ook maar eens moest leren. Zo gezegd, zo gedaan. Aan het einde van een week privéles van ene Othmar Supersaxo kon ik een helling af. Zonder stokken, dat dan weer wel.
Maar na die week heb ik nooit meer een moment op de latten gestaan. En toch ga ik ieder jaar naar de Franse Alpen om van de wintersport te genieten. Waarom? Wat vind ik daar dat zo de moeite waard is?
Les Trois Vallées
De eerste keer dat we hier naartoe gingen waren de kinderen nog klein. De bedoeling was dat zij zouden leren skiën. We hadden al eens een oefenweekeinde gehad in Winterberg, maar zelfs ik zag dat dat wel heel tam was. Niet het echte skiën. Dus onderweg naar de Franse alpen. Die keuze was simpel: we houden van Frankrijk, het gebied is het grootste ter wereld en de pistes zijn er breed.
We overnachtten in Villefranche-sur-Saône, gingen lekker uit eten in het stadje en de volgende ochtend kwamen we al vroeg in de file. Ik vroeg me af waarom we met zijn allen dezelfde kant op moesten? Wat was dat toch met die wintersport. Lemmingen op weg naar de sneeuw.
Op een zeker moment, net na Moûtiers, gingen we de bergen in: de ene helft ging naar links en wij gingen naar rechts. Natte wegen, geen sneeuw te zien. Tot we hoger en hoger gingen en daar langzaamaan hier en daar sneeuw lag. Steeds meer. Tot we in een witte wereld reden. Het was prachtig. Iedere weerstand bij mij verdween.
We hadden een hotel geboekt in Saint-Martin-de-Belleville. Een eeuwenoud dorp op 1450 meter. Het is gebouwd langs de hellingen waardoor er redelijk wat hoogteverschillen zijn. Wat uniek is, is dat er een echte dorpskern is. Het is nu een ski-oord maar zo is het niet bedacht en dat voel en zie je. Mooie huizen, van hout en van steen. Van oud in het centrum tot wat nieuwer aan de buitenkant.
Het was een blokhutachtig hotel aan de piste. Je stak het parkeerplaatsje over, stapte op de ski’s en ging richting lift. Althans mijn vrouw en de twee zonen. Ik bleef achter. Ik weet nog dat het ijskoud was. Ik ging wandelen in het dorp. Veel hoogteverschil, en om overal te komen moest ik flink doorlopen. Ik genoot van alles. De ouderwetse kneuterigheid, de huizen, de sneeuw, de winkeltjes. Ik eindigde op een terras in een bleke zon achter een espresso. Ik was gelukkig. ’s Avonds was de familie weer terug en gingen we heerlijk uit eten. Zeer lokaal en de kaaslucht zat nog dagen in mijn trui.
Alle dagen waren hetzelfde en heerlijk. Het fijne was dat ik in Frankrijk was. Waar anders? De baguettes waren lekker, de lokale supermarkt verkocht het vertrouwde assortiment en de koffie was als overal in Frankrijk. Je houdt ervan of vindt het verschrikkelijk.
Les Bruyéres en Les Ménuires
Het jaar daarop wilde de familie wat hoger zitten. Het oog viel op een klein gehucht: Les Bruyères, eigenlijk een quartier van Les Ménuires. Hier is moeite gedaan een heel intieme sfeer te creëren. Waar de andere kernen ‘zakelijk’ ogen voel je je hier in een verhaal van Dickens. Gebouwd in een kommetje rond de piste waarbij alles heel sfeervol oogt.
En, zoals altijd, na het huren van skis en het aanschaffen van de skipassen verdween de familie de sneeuw in. Ik ging doen waar ik heel goed in ben: lanterfanten. Het dorpje is zo klein dat je er binnen 15 minuten doorheen bent. Maar wat een heerlijke sfeer. Al vroeg kun je buiten dik ingepakt van een ontbijtje genieten, terrassen genoeg. Het uitzicht op de bergen is adembenemend mooi. Groot, overweldigend, wit afgetekend tegen een strakke blauwe lucht. Het ligt inderdaad hoger, op 1850 meter en het is dus ook kouder. Ik vond dat heerlijk. Je ademt een lucht in die zo kristalhelder is dat je er blij van wordt.
Omdat er toch niet heel veel te doen is liep ik naar Les Ménuires, een kilometer of drie. Les Ménuires is pas een jaar of zestig oud, en gebouwd als skidorp. Anders dan Belleville hier dus geen pittoreske straatjes. In 1992 is het dorp opgeknapt voor de winterspelen. Het is functioneel en gericht op skitoerisme.
Er loopt een mooi pad naartoe met links van je de vallei en de bergen aan de overkant. Als mieren zie je de skiërs door de sneeuw naar beneden glijden. De zon strak erboven.
Opeens doemde een heel merkwaardige kerktoren op. Opengewerkt, en heel mooi. Opmerkelijk. Ik wandelde er naartoe en het bleek geen kerk te zijn maar een soort kapel, de Espace Maurice Romanet. . Dit gebouw is gebouwd in 2000 dus heel oud is het niet. Het is vernoemd naar een priester die in de vorige eeuw de lokale bevolking overtuigde van het nut van wintersport voor het dorp. Zonder deze priester zou deze toren er niet zijn geweest. De deur was open. In de kapel was een primitief geschilderd berglandschap op de muur. Dat landschap is in 2016 aangebracht. Dat was het. Het licht viel mooi naar binnen
Ik liep verder het dorp in en, daar bleek een ondergronds winkelcentrum te zijn. Als je er ooit bent, ga naar binnen! Ik kwam terecht in een soort tijdmachine. Alles, echt alles, ademde de jaren zestig en zeventig. De Spachtelputz op de muren, het bruine grove houtwerk, de inrichting van de winkels, de geur! Ik ben er vaak geweest voor kleine boodschappen. De wandeling ernaartoe en de beleving. En altijd afsluiten met een p’tit blanc op het terras van Le Comptoir in de zon.
Mijn oudste zoon heeft me op een dag meegenomen naar boven, met een paar liften omhoog en toen stond ik op de Pointe de la Masse, op 2804 meter hoogte. Het dak van de wereld. In de verte de Mont Blanc en om je heen de toppen van de Alpen. Adembenemend. En ook hier weer de koude heerlijke lucht, de strakblauwe hemel en de oneindige sneeuw. Een prachtplek.
Vele jaren zijn we naar een van beide plaatsen op vakantie geweest, tot de familie het nodig vond nog hoger te gaan zitten.
Val Thorens
Het werd Val Thorens. Ik had er een en ander over gehoord. 2300 meter hoog. Val Thorens is weliswaar redelijk nieuw, het bestaat sinds 1971, maar -anders dan in andere dorpen- zijn er geen grote betonnen hotels. Veel is afgewerkt met hout waardoor het overal vriendelijk oogt. En verscholen achter de doorgaande weg ligt een klein gebiedje rond de pistes waar je lekker kunt eten en drinken. Zo is er toch gezorgd voor de menselijke maat.
Dat wist ik allemaal niet toen we binnenreden. Een soort snelweg met hotels leek het wel. De auto moesten we ver buiten het dorp, ver naar beneden parkeren omdat het autovrij is. Het hotel aan de rand was prima, hip en gezellig. Beneden kon de familie ski’s huren en zo direct de piste op. Ik vroeg me af wat ik hier een week ging doen. Gelukkig had ik veel boeken bij me.
Die bleken niet allemaal nodig te zijn.
Omdat het groter is dan de andere plaatsen is er meer te doen en te beleven. Ik heb veel gewandeld, ik heb veel favoriete plekken gevonden om in de zon wat te drinken. Goede en zeer standaard restaurants. Fijne mensen, ook hier weer en intens Frans in alles. Ik heb genoten van ieder moment. En de mooiste momenten waren aan het eind van iedere dag dat we weer bij elkaar waren op het terras van het hotel en daar in de snijdende kou dik ingepakt konden proosten op het leven.
En als je nou niet van skiën houdt?
Dan moet je toch gewoon gaan. In de winter de Franse Alpen in. Slaap ergens onderweg, zoals wij altijd doen. In Lyon, Villefranche of waar dan ook. Rij de bergen in en laat je betoveren door het geweldige landschap. Het is vooral voor mensen die niet veel nodig hebben, zoals ik. Buiten zijn, een boek, wandelen, beetje met mensen kletsen, een glas wijn, lekker eten. Wat ik er vind is een soort eeuwige kerstsfeer. Overal lichtjes als het donker wordt. De restaurants zijn ingericht op knusheid en warmte. De mensen zijn vriendelijk, gastvrij en relaxt. En hoewel ik dus zelf niet ski, geniet ik van alle skiërs: het ziet er jaloersmakend vrij uit. Al die vrolijke mensen maken dat de sfeer top is. En af en toe met een lift omhoog om mee te maken wat zij iedere keer ervaren: het dak van de wereld, met mij als toeschouwer.
Restaurants
Villefranche-sur-Saône:
Le Saladier, 579 Rue Nationale (klein, gezellig, informeel)
La Chapelle, 407 Rue Nationale (hier doet men zijn best om fine dining te serveren, lukt aardig)
Les Bellevilles:
Le Montagnard, 35, rue des Places, 73440, Les Belleville (geweldige pot au feu)
Etoiles des Neiges, Rue Saint-Martin (heerlijk verzorgd eten)
Les Bruyères:
La Marmite, Quartier des Bruyères (ons favoriete plekje: topvlees van het open haardvuur en super bediening en een glaasje Génépi na)
Les Marmottes, L’Orée de Pistes Quartier des Bruyères (gewoon goed lokaal eten)
Le Setor, Quartier des Bruyères (goede uiensoep)
Les Ménuires:
Le Comptoir, Quartier de la Croisette (het lekkerste en fijnste terras, ’s middags en ook zeker ’s avonds)
Le bistrot des Cimes, Rue de la Viaz (goed eten en een lekkere vriendelijk bar. Beetje uit de route)
Le Capricorne, D117 (goede plek, prachtig uitzicht)
Val Thorens:
Alpen Art, Place Caron, 73440 Val Thorens (fine dining, goede wijnkaart)
Les Clarines, Centre Commercial Peclet (echt Savoyarde, kaas en room)
Le Tivoli, La Vanoise (goede croziflette)
La Rotisserie, 297 Rue de la Lombarde (in hotel Fahrenheit Seven: prima bistro met lekker eten, tikkie hip)
Les Trois Vallées: wat achtergrond
Het is het grootste aaneengesloten wintersportgebied ter wereld. In 1946 werd de eerste lift gebouwd in dit gebied en daarna kwam het eerste hotel. Nu, bijna 80 jaar later, is het groot en enorm aantrekkelijk. Er is maar liefst 600 km piste, van zeer simpel tot zeer complex. Die zeshonderd kilometer is toegankelijk via 183 liften waarmee per uur 260.000 mensen kunnen worden vervoerd. De getallen blijven enorm: 2.300 sneeuwkanonnen, 73 pistebullies waarop 160 mensen in toerbeurt werken. ’s Avonds en ’s nachts. En er zijn maar liefst 3.000 ski-instructeurs. Voor de veiligheid, er gebeurt wel eens het een en ander en dan zie je de heli overkomen, zijn er 424 ski patrollers.