Mijn beste vriend ken ik dit jaar 44 jaar. Ooit hebben we elkaar leren kennen tijdens onze studie en met vallen en opstaan zijn we waar we nu zijn. Een hechte vriendschap waarin alles goed is zoals het is. En ook als het anders is.

Afgelopen week gingen we samen een paar dagen op pad. Dat doen we twee keer per jaar en deze keer was mijn keuze gevallen op Dortmund. Dortmund? Ja, gewoon omdat ik daar nog nooit geweest was.

Toen ik eenmaal het hotel had geboekt, zonder enig recht op restitutie, ging ik op Google eens zoeken op Dortmund. Drie hits: de kerstmarkt, bier en natuurlijk voetbal. Er was een heus voetbalmuseum! En een biermuseum! En verder helemaal niks. Hoe ik ook zocht en positief bleef, er was in Dortmund helemaal niks.

Ik heb dat eerlijk opgebiecht en we gingen toch.

Donderdagmiddag reden wij Dortmund binnen en al snel bleek waarom er niets is. Na platgebombardeerd te zijn is er een soort Lijnbaan als binnenstad gecreëerd waar iedere ziel aan ontbreekt. Is Düsseldorf een mooie fijne stad, en is Münster een openluchtmuseum geworden, Dortmund is zonder enige fantasie of smaak of gevoel voor schoonheid opgebouwd. Functioneel lelijk en niet eens met woest aantrekkelijk brutalisme. Het is helemaal niets.

We zaten op een terras wat te eten en drinken en de man die ons hielp sprak slechter Duits dan ik en had de vuilste spiekerboks aan die ik ooit had gezien. De garnalen in hotsauce van Jan kwamen duidelijk uit de diepvries en mijn pizza margharita had een flinke laag gesmolten kaas. Het bier was prima.

Onze vriendschap zou het overleven.

We hebben rondgewandeld en niets gevonden van enige waarde. Wat wel zo is, als je van voetbal houdt kun je je hart ophalen. Er is zelfs Fussbalpasta tekoop. De winkels kleuren geel en zwart.

‘s Avonds hebben we bij een heel goede Italiaan gegeten op de Friedensplatz, waarbij de chef Kroaat bleek te zijn. Maar koken kan hij! Tijdens het eten hebben we geprobeerd redenen te achterhalen om naar Dortmund te gaan. Niets.

Dag twee besloten we naar een museum te gaan: Zollverein. Dat was een goede greep. Een oude mijn waar de geur nog hangt van al het harde werk.

Alles was de moeite waard en het is werkelijk prachtig. Alsof je in een van de Carceri van Piranesi rondloopt. Daarna gingen we naar Solingen om een zakmes te kopen van Zwilling. Dat wilde Jan graag.

In Solingen hadden we moeite met het vinden van het centrum, maar eenmaal gevonden, bleek dat nog treuriger dan Dortmund. Armoede en verval. Een arbeidersstad waar men niet heel veel inkomen heeft. Ik schrok ervan. Zelfs de Trödelmarkt was afbraak. Oude schoenen, oude kleren en heel veel ouds uit oude schuren. Geen vide grenier zoals in Frankrijk waar je nog wel eens iets van waarde vindt.

We reden terug, aten een ijsje bij een tankstation en waren weer in Dortmund.

En toen kwam het: Dortmund was opeens een vriendelijke fijne stad waar je lekker op een terras kon zitten en waar de mensen relaxt waren. Een kwestie van perspectief zal ik maar zeggen.

Die avond aten we bij een Japanner die een Vietnamees bleek te zijn. Topsushi en phở om je vingers bij af te likken. De sfeer was heel relaxed en aardig en de jongen in de bediening was een en al aandacht voor ons. Hij dacht dat we al 44 jaar een stel waren en dat vond hij prachtig. Had hij nog nooit meegemaakt. Nee, wij ook niet. We spoelden alles weg met een goede Riesling.

We wandelden nog wat en gingen terug naar ons hotel. De volgende ochtend na een prima, niet overdreven goed ontbijt reden we naar Kevelaer om wat kaarsjes te branden.

De conclusie was simpel: maakt niet uit waar we zijn, we hebben het altijd goed met elkaar. Het Roergebied en Dortmund zullen we nooit meer bezoeken. De volgende keer gaan we naar een leuke plek waar wat te doen en te zien is. Finsterwolde of Axel, maar nooit meer naar Dortmund.