
Mijn liefde voor Frankrijk heb ik nooit onder stoelen of banken gestoken. Alles klopt aan dat land. En ja, ook de inwoners van Frankrijk, de Fransen. Ik ben er dol op en als ik er langere tijd niet ben geweest dan mis ik ook echt alles.
Ons dorpje in het hart van de Var. De geuren die door het raampje van mijn auto binnenkomen als ik ’s morgens na een lange rit de afslag Brignoles neem en de laatste 15 kilometer rij. Het licht, de droogte. Mijn eerste kop koffie bij Le Central.
Je zou kunnen zeggen dat ik een wat saaie gast ben die altijd op safe speelt. Dat klopt ook wel enigszins. Ik hou van routine, ik hou van voorspelbaarheid en ik hou ervan in mijn dorpje dezelfde dingen te doen en te praten met dezelfde mensen. Ook na een half jaar afwezigheid. En iedere keer geniet ik weer van het uitzicht zoals op de foto vanaf het terras.
En toch.
Vorig jaar hebben we een Coronavoucher ingewisseld. In 2020 was het idee naar Spanje te gaan maar dat ging dus niet door. Het resort waar we geboekt hadden, een PGA-resort in Catalonië, hield de boeking vast voor ieder later moment. Maakte niet uit wanneer. We waren welkom.
Afijn, vorig jaar hebben we die dus ingewisseld en zijn we afgereisd naar ergens in de buurt van Gerona. Onderweg geslapen in het merkwaardige Clermont-Ferrand en toen weer door. Het was wat ik maar noem het ‘blanke reservaat’. Duur, wit, grote auto’s en we kregen een gigantisch huis met airco tot in de gangkast. Dat was nodig, want hoewel heel Catalonië dor, droog en zeer heet was, was dit resort heel groen, heel vochtig en nog veel heter.
We hebben veel gedaan en gezien. Barcelona, Gerona, Lloret de Mar (omdat de oudste zoon zich daar had uitgeleefd na zijn eindexamen en ik wel eens wilde zien waar hij dat had gedaan) en toen stond het Dalí-museum op de het programma. Prachtig, moet je vooral gaan zien. Geniale gek, complete creatieve storm was die man.
We waren laat, niet gereserveerd en kwamen dus ook laat naar buiten. We hadden trek. Een beetje gelopen en toen kwamen we op een pleintje, de Plaça de les Patates. Een enorm terras bij een tent die -heel Spaans – Tony heet. Er was geen plek, of toch wel, toen weer niet en opeens zaten we ingebouwd tussen localos aan een heel klein tafeltje. Of ik kon bestellen, vroeg ik. Nee niet bij mij, was het antwoord. Opeens hing er iemand over mijn schouder met de menukaart. Tachtig tapa’s. Veel. Ik bestelde bloedworst en de anderen heel andere dingen. Bam, daar kwam het op tafel. Bier erbij. Hoppa. Ergens aan een tafeltje begonnen mannen te zingen. Er was herrie, gelach, geschreeuw en er werd veel gegeten en gedronken.
En opeens dacht ik: hier kan ik het wel uithouden.

Dat gevoel is niet meer weggegaan. Na die week ben ik nog vaker in Spanje geweest. In Barcelona en in Madrid. Daar heb ik met mijn jongste zoon vier dagen doorgebracht en bijna vijftig kilometer gelopen. Totaal anders dan Barcelona en Catalonië maar mooi en heel relaxed. De mensen zijn prettig en het leven is gericht op het sociale. Buiten leven is normaal en mij viel op dat er drie dingen ontbreken in Spanje: rationaliteit, functionaliteit en efficiëntie. Dat is wat mij zo enorm aantrekt. Spanje is aards, ruw, zonder opsmuk.
Althans, volgens mij mening gebaseerd op een beperkt aantal waarnemingen. Betekent dit nu ook dat ik Frankrijk ga inruilen voor Spanje? Nope.
Frankrijk is meer gereguleerd. De mensen zijn gereserveerder, wat wel eens wordt verward met stugheid, er zijn normen en waarden waar je je aan houdt. Het is er zou je kunnen zeggen wat saaier dan in Spanje. Vormelijkheid is er ook in het hart van de Var, waar het leven op zich best ruw te noemen is. Maar hoe dan ook, je gedraagt je netjes, je schreeuwt niet, je fluit niet op straat, je eet niet op straat, je gebruikt geen ruwe taal. Er zijn geen tapas in honderden soorten en de apéro ziet er anders uit dan van bar tot bar gaan in Madrid.
Ik ben een rijk mens. Frankrijk zal ik altijd omarmen met warmte en liefde. En ik heb er gewoon een nieuw land bijgekregen. Een mooi groot ruig land waarin ik nog veel te zien en te doen heb.
Na die week in het PGA-resort reden we langs de kust terug naar Carcès. Ik ging naar huis.